Sport

Waarom Eyevan 'Mister Cool' Danenberg bijna stopte met kickboksen

“Alle frustratie kwam eruit. Ik sprong als een wilde door de ring.”

door Kris Dekker; foto's door Ryan Oosterling
27 september 2018, 1:28pm

Foto door Ryan Oosterling

Achter een kringloopwinkel in Zwaag staat Petres Gym, een gemoedelijke sportschool met een twintigtal bokszakken en een boksring. Daar ontmoeten we Eyevan Danenberg (26). Hij vecht komend weekend op Glory 59 in de Johan Cruijff Arena tegen Alim Nabiyev.

Een jaar geleden was zo’n grote partij ondenkbaar voor Danenberg. Toen had ‘Mister Cool’ zijn handschoenen namelijk bijna definitief opgeborgen, omdat hij zijn motivatie om te kickboksen volledig kwijt was. Om het verhaal daarachter te horen, sprak VICE Sports uitgebreid met hem na een training in Petres Gym.

Dit is waarom Eyevan Danenberg bijna stopte met kickboksen.


“Ik was me vorig jaar in de kleedkamer aan het opwarmen voor een partij tegen Samo Petje, toen ik voelde dat er iets serieus mis was. Er miste iets. Ik had geen enkele drive, geen vuur dat ik normaal gesproken voor een gevecht heb. Ik dacht dat het gevoel misschien wel terug zou komen als ik eenmaal in de ring zou staan. Dus ik hield het voor mezelf, en zei niets tegen mijn coaches. Maar toen ik eenmaal voor Petje stond, werd het niet beter.

Mijn naam werd omgeroepen in de ring, terwijl ik alleen maar dacht: is dit wel wat ik wil? Van mij mocht het zo snel mogelijk voorbij zijn, dan kon ik weer naar huis. Die gedachte had ik nog nooit gehad tijdens mijn kickbokscarrière. De partij verloor ik vervolgens van Petje, wat eigenlijk heel onnodig was, omdat ik wist dat ik beter was. Maar ook dat maakte me niets uit. Er zat iets niet goed, mijn motivatie voor kickboksen was weg. Ik had een dieptepunt bereikt.”

“In de eerste jaren van mijn kickbokscarrière was er nog geen vuiltje aan de lucht. Ik was vijftien jaar toen ik voor het eerst binnenliep bij Petres Gym. Mijn buurvrouw trainde op de sportschool en zei dat ik een keertje moest meedoen. Ik kwam meteen vijf keer in de week fanatiek trainen en won na een half jaar mijn eerste jeugdpartij. Ik was geen fan van de agressieve kant van de sport, maar het tactische aspect vond ik geweldig. Iemand tactisch en technisch helemaal gek maken en mentaal zien breken, tot diegene geen zin meer heeft om tegen me te vechten.

Toen ik op mijn achttiende wat begon te verdienen als B-klasser, zette ik mijn bijbaantje als orderpicker opzij om me volledig op de sport te focussen. Ik werd geïnspireerd door die reusachtige cheques die Glory gaf aan Semmy Schilt, Andy Ristie en Nieky Holzken als ze een toernooi hadden gewonnen. Die moest ik ook hebben. Dat was wel wat anders dan die plastic bekers die je kreeg na partijen op kleine gala’s. Ik moest dus bij Glory zien te komen.

In 2016 lukte dat en tekende ik mijn eerste Glory-contract. Ik debuteerde tegen Maximo Suarez, dat werd een heerlijke wedstrijd. Mijn vader en zus zaten samen met honderd supporters van de sportschool in de zaal, die allemaal hetzelfde fluoriserend blauwe walkout-shirt als ik aanhadden. Een van de tribunes was gewoon helemaal blauw. Ik voelde me koel en was van begin tot eind de baas. Ik gaf hem acht tellen en won op punten.”

“Drieënhalve maand later mocht ik terugkomen voor mijn tweede partij. Op Glory 35 moest ik tegen Karim Benmansour, maar dit liep uit op een enorme teleurstelling. Het gevecht was niet om aan te zien, met heel veel clinchwerk, en ik verloor nipt op punten. Dat was een hele bittere pil en heeft me nog wel een paar nachten wakker gehouden. In de aanloop ernaartoe had ik allerlei scenario’s in mijn hoofd gehad voor hoe de partij zou verlopen, waarin ik natuurlijk zou winnen, maar toen die niet uitkwamen, vond ik dat moeilijk te accepteren.

Ik bleef er nog een paar weken mee worstelen, tot ik m’n hoofd had leeggemaakt op vakantie op Curaçao. Maar na die verliespartij hoorde ik maandenlang niets meer van Glory. Het leven van een kickbokser is onregelmatig. Je hebt niet een maandelijks inkomen en moet het hebben van sponsoren. Als je geen partijen krijgt, verdien je ook geen geld. Ik had toen veel moeite met rondkomen, dus ik overwoog andere opties. Ik was op zoek naar zekerheid en overwoog zelfs om terug naar school te gaan. De opleiding evenementenorganisatie leek me wel wat.”

“In de tussentijd bleef ik wel actief en wilde ik kickboksen om geld te verdienen. In maart van dit jaar stapte ik voor het eerst sinds het verlies tegen Benmansour weer in de ring. Omdat Glory me geen partij aanbood, deed ik dit bij FFC in Athene. FFC organiseert evenementen in bijvoorbeeld Griekenland, Oostenrijk en de Balkan. Het is geen kleine organisatie, maar ook lang niet zo groot als Glory. Vechten bij FFC was eigenlijk een troostprijs. Ik had geroken aan het grote werk van Glory en wilde niets anders meer, maar moest toch rond zien te komen.

Ik won in Athene en kreeg daarna een aanbieding om in Slovenië tegen Samo Petje te vechten. Die partij nam ik aan zonder na te denken. Achteraf gezien had ik het beter niet kunnen doen, zoals ik al zei. Mijn motivatie was weg, ik voelde me anders dan normaal en verloor. Het ergste was dat het me niets uitmaakte. Het verlies, het slechte optreden, het kon me geen moer schelen. Het was een ander gevoel dan toen ik van Benmansour had verloren. Voor het eerst in mijn leven had ik helemaal geen zin om te vechten.”

“Op de terugreis haalde m’n zus me op van Schiphol. In de auto heb ik toen voor het eerst mijn hart gelucht. Ik vertelde haar over mijn twijfels, met welk gevoel ik de dag ervoor in de ring stond en dat het misschien beter was om te stoppen met kickboksen en weer terug naar school te gaan. Ze zei dat ze achter me stond en me zou steunen, wat ik ook zou doen. Het was het eerste gesprek dat we hierover hadden, en zeker niet het laatste.

Ik was daarna een tijdje weinig in de sportschool te vinden. Ik ging leuke dingen doen die ik eerder dankzij het kickboksen had moeten laten, zoals laat in de avond nog een filmpje pakken en muziekfestivals bezoeken. Om wat geld te verdienen werkte ik weer twee keer per week als orderpicker. Kickboksen had ik op een zijspoor gezet. Ik wist niet of ik daar nog serieus aan zou beginnen.”

“Een paar maanden later werd ik definitief voor het blok gezet. Clyde Petres, de oprichter van de Petres Gym, vertelde me dat ik een aanbieding van Glory had gekregen. Ze vroegen me of ik op Glory 45 wilde vechten in Sporthallen Zuid, wat vier weken na het begin van het nieuwe studiejaar zou zijn. Ik moest een keuze maken: toch weer kickboksen of aan die studie beginnen. Ik zag mezelf namelijk niet overdag naar school gaan en ‘s avonds trainen. Ik heb toen een afspraak gemaakt met mezelf. Ik nam die partij bij Glory aan om te zien hoe het zou lopen. Als ik zou verliezen, zou dat mijn laatste partij als kickbokser zijn. Dan zou ik alsnog beginnen met studeren.

Ik ging vervolgens acht weken trainen en voelde me als vanouds. Mijn tegenstander werd Wellington Uega, een Braziliaanse jongen van Hemmers Gym, waar ik niet zo van onder de indruk was toen ik hem bestudeerde. Hij was niet slecht, maar ook zeker geen topper. Maar toen ik op de weging van een van de commentatoren hoorde dat hij een record had van 30-0, dacht ik: zo, dan kan het misschien toch wat zwaarder worden dan ik had gedacht.”

“Op de dag van het gevecht voelde alles zoals normaal. Ik was gewoon weer ‘Mister Cool’. Het plan was om vanaf de eerste bel te laten zien dat ik de baas was. Ik maakte m’n acties en hij had nergens een antwoord op. Aan het eind van de eerste ronde raakte ik een hoek die hem liet wankelen, waaruit ik de eerste acht tellen van de wedstrijd scoorde. Direct daarna was de ronde voorbij. In de tweede ronde ging het opnieuw lekker. Met een stoot ging hij neer voor de tweede acht tellen. Toen wist ik eigenlijk al dat ik gewonnen had.

Snel daarna scoorde ik de derde acht tellen, en daarna bleef ik aanvallen tot hij voor de laatste keer omviel en de scheidsrechter het gevecht stopte. Op het moment dat de winst binnen was, voelde ik me echt dé man. Alles kwam eruit. Alle frustratie van de maanden ervoor, en de vreugde en opluchting dat het voorbij was. Ik sprong als een wilde door de ring, en wist op dat moment gelijk dat ik dit wilde blijven doen. Terug naar school gaan kwam niet meer in m’n hoofd voor.”

“Sindsdien beleef ik het kickboksen weer met veel meer enthousiasme. Ik verdien wat meer, wat meer vrijheid geeft, en heb nooit meer overwogen om te stoppen. Na het gevecht tegen Uega is het ontzettend hard gegaan met mijn carrière. Afgelopen december won ik een gevecht op Glory 49 en in maart kwam daar op Glory 51 een contender-toernooi bij, waar ik twee gevechten op één avond won.

Dankzij de winst van dat toernooi, krijg ik ook wat meer aandacht. Sinds die partij word ik ook op Instagram gevolgd door Eljero Elia – zelf volgde ik hem ook al een tijdje. Hij steunt me en promoot mijn gevechten op zijn tijdlijn, ontzettend gaaf. Ik heb hem nog nooit in persoon gesproken, maar hij heeft me beloofd dat hij er op 29 september bij is als het past in zijn schema.

Op de 29ste, precies een jaar na die overwinning op Uega, kan ik mijn vijfde overwinning op rij in Glory boeken, wat misschien wel genoeg is voor een titelgevecht. Als je een jaar geleden tegen me had gezegd dat dit zou gebeuren, had ik je voor gek verklaard.”