Sports

De avonturen van amateurvoetballer Koen Bosma in Azië, Australië en Qatar

“Ik kon een dik contract in Maleisië tekenen en hoefde alleen maar aan te tonen dat mijn benen werkten en ik geen 130 kilo woog.”

door Dave Aalbers
21 februari 2019, 2:36pm

Foto's via Koen Bosma of Pro Shots. 

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Koen Bosma (28) kwam als profvoetballer in Nederland niet verder dan een aantal wedstrijden voor HFC Haarlem. De aanvallende middenvelder speelde voornamelijk bij de amateurs in de Tweede Divisie. In 2014 had hij het na een aantal jaar bij VVSB uit Noordwijkerhout wel gezien in Nederland. Hij wilde graag op avontuur in het buitenland.

Dat is aardig gelukt. Hij belandde bij de Cambodjaanse kampioen Phnom Penh Crown. Na zijn periode in Cambodja verdiende hij bakken met geld in Vietnam, ketste een toptransfer naar Maleisië op het laatste moment af en eindigde zijn buitenlandse avontuur in Australië. Bosma keerde in de zomer van 2015 terug naar Nederland. Daar pakte hij het voetballen bij de amateurs weer op, deze keer bij AFC uit Amsterdam.

Een aantal maanden geleden stapte Bosma opnieuw in het vliegtuig: dit keer richting Qatar voor een kans in zijn maatschappelijke carrière. In Qatar werkt hij nu voor een bedrijf dat investeert in sportinnovatie met oog op het aankomende WK. Het voetbal ligt voor hem op dit moment even stil. Via Facetime vertelt Bosma over zijn leven in Qatar, omkleden in Cambodjaanse bamboehutjes en een gymtasje met 30.000 dollar in Vietnam. Dit is zijn verhaal.


Vijf jaar geleden speelde ik bij VVSB en elk jaar kreeg ik wel een paar aanbiedingen uit de Jupiler League. Ik runde als student een aantal eigen bedrijfjes, waaronder een Airbnb voor caravans. Hierdoor zou een overstap naar de Jupiler League financieel nergens op slaan. In mijn laatste seizoen bij VVSB scoorde ik achttien keer en gaf ik evenveel assists. Ik wilde graag naar het buitenland en kwam in een circuit terecht met zaakwaarnemers die een overstap naar Azië konden regelen. Het was een beetje schimmig en ik kreeg allerlei rare mensen aan de lijn. Ik had er geen lekker gevoel bij – tot ik een mailtje kreeg van een club uit Cambodja, Phnom Penh Crown, dat wel betrouwbaar overkwam.

Phnom Penh Crown was het jaar ervoor kampioen geworden en zou in de Aziatische Champions League gaan spelen. Ik ging bij de club kijken, maar het stelde natuurlijk weinig voor: ze hadden geen kleedkamers, dus de spelers moesten zich omkleden in kleine bamboehutjes. In Nederland heeft een club in de vierde klasse het beter voor elkaar, maar juist die charme vond ik mooi, dus tekende ik in de zomer van 2014 een contract bij Phnom Penh Crown.

1550757846773-Schermafbeelding-2019-02-20-om-165352

In Cambodja kreeg ik geen auto van de club, maar een brommertje. In mijn sportkleren en voetbalschoenen reed ik elke dag op mijn brommertje naar de training. Het was me een partijtje warm daar in Cambodja, dus na de training was ik altijd zeiknat van het zweet. Er waren geen douches op de club, dus dan kwam ik met dat opgedroogde zweet in mijn synthetische trainingspakje weer thuis. Liep ik het appartement binnen alsof ik in mijn broek had gescheten.

Het was een geweldige ervaring in Cambodja, tot ik op een gegeven moment clashte met de Zwitserse trainer, Sam Schweingruber. We speelden om de Mekong Cup in Vietnam, een soort mini-Champions League voor clubs uit Cambodja, Vietnam, Laos en Myanmar. Bij een corner was mijn taak altijd helder: een andere lange westerling dekken. Ik dacht dat de tegenstander een korte corner ging nemen, dus ik was heel even weg bij mijn man. Maakte precies de speler die ik moest dekken een goal. Verder speelde ik een lekkere wedstrijd: ik maakte een goal, gaf een assist en speelde nog wat tegenstanders door het poortje. De wedstrijd eindigde in 2-2.

Ik had het idee dat ik dat foutje wel aardig had hersteld, maar bij de evaluatie werd Schweingruber ineens helemaal gek. Hij begon te schreeuwen in het Engels: “Waarom luister jij niet naar mij? Je bent alleen maar met jezelf bezig.” Zo ging hij maar door en ik reageerde: “Gast, wat de fuck. Wat kom je nou doen?” Ik ben in zo’n situatie ook zeker niet de makkelijkste: het lukt me dan niet om om mijn mond dicht te houden.

Tijdens die Mekong Cup kreeg ik via Facebook allerlei betere aanbiedingen van makelaars en technische directeuren van andere clubs in Azië. Het akkefietje met de trainer kon ik mooi gebruiken om onder mijn contract uit te komen. Voor ik het wist tekende ik begin 2015 bij Song Lam FC, een club die op het hoogste niveau van Vietnam speelde.

De reden dat ik voor Song Lam FC koos was simpel: ik kreeg in een klap heel veel geld. Ze boden 30.000 dollar aan tekengeld, een maandsalaris van 8.000 dollar en nog 750 aan wedstrijdbonussen. Ik wilde nooit ergens puur voor het geld gaan voetballen, maar je wordt een ander mens als er ineens zo’n aanbieding voor je neus ligt. Ik was mentaal en fysiek niet goed genoeg voor een mooie profcarrière in Nederland, maar op deze manier kon ik ineens serieus geld verdienen.

1550757918324-Schermafbeelding-2019-02-20-om-165227

De manier waarop dat tekengeld werd overhandigd zal ik niet snel vergeten. Ik was met de ploeg onderweg naar een uitwedstrijd, dus ik zei tegen de voorzitter dat hij het aan mijn vriendin bij het hotel kon afgeven. In Vietnam doen ze liever geen zaken met vrouwen, dus de overhandiging van het geld ging heel snel. De voorzitter zette een sporttasje met 30.000 dollar voor haar neer op tafel in de lobby van het hotel. Ze knipperde met haar ogen en weg was hij.

Mijn vriendin deed dat tasje open en zag al dat geld. Ze probeerde het te verbergen en ging zo snel mogelijk naar de hotelkamer, waar ze het geld onderin een koffer stopte. Ze was bang dat andere mensen wisten van dat geld en het wilden stelen. Zulke momenten zijn minder leuk als je er middenin zit, maar achteraf zijn het prachtige herinneringen. We hebben later nog foto’s gemaakt met al die biljetten op het bed alsof we in een hiphop-clip zaten.

1550757970155-Schermafbeelding-2019-02-20-om-165412

In Vietnam maakte ik nog veel gekke dingen mee. Bij de contractonderhandelingen gaven ze aan dat ze het liefst hadden dat ik op een compound ging wonen. Dat leek mij niet logisch: moest ik op die compound gaan zitten, terwijl mijn vriendin honderd meter verderop in een hotel sliep? Uiteindelijk mocht ik toch naar dat hotel, maar ik moest de trainer en de voorzitter beloven dat ik geen ‘boem, boem’ zou gaan doen. Daar heb ik zelfs iets voor in mijn contract moeten ondertekenen. Seks voor de wedstrijd wilden ze niet hebben.

Op het trainingscomplex had ik nog wel een eigen kamertje, waar ik eventueel tussen de trainingen door zou kunnen slapen. Ik kwam daar nooit, maar op een dag had ik thuis wat elektriciteitsproblemen. Ik wilde even mijn telefoon aan de lader leggen, maar zag dat de deur openstond. Ik liep naar binnen, zit een van mijn teamgenoten op mijn kamertje te schijten. Hij dacht waarschijnlijk: Koen is er toch nooit, dus ik ga naar zijn toilet. Hoefde hij niet in zijn eigen lucht te bakken.

De eerste wedstrijden in Vietnam gingen lekker, tot ik ineens op de bank belandde vanwege een lichte blessure. De trainer vertelde me dat ik in ruil voor geld wel een basisplaats kon krijgen. Ik heb hem geen geld gegeven, want het was natuurlijk geen garantie dat ik een week later niet weer op de bank zou zitten. Ik was zo naïef om te denken dat de media vanzelf kritische vragen zouden stellen over mijn afwezigheid. Die vraag werd één keer gesteld, maar het antwoord van de trainer was: “Hij is geblesseerd en zit op de bank voor de teamspirit.” Ik reisde dus steeds met de ploeg mee, maar speelde niet. Hartstikke leuk hoor, maar ik wilde ook wel graag voetballen.

Song Lam heeft gelukkig nog een paar maanden van mijn contract afgekocht, waardoor ik vrij snel weer transfervrij kon vertrekken. Ik twijfelde wel even of ik nog wel in Azië wilde voetballen, maar ik kon naar een eerste divisie-team in Maleisië. In een half jaar zou ik tachtigduizend dollar netto krijgen, een auto en een huis. Toen ben ik richting Kuala Lumpur gevlogen voor een testwedstrijd. Het contact was al zo goed als rond, maar in die wedstrijd hoefde ik alleen maar aan te tonen dat allebei mijn benen werkten en ik geen 130 kilo woog.

De zaakwaarnemer die het voor me geregeld had, zei dat ik om acht uur ‘s avonds op het complex moest zijn. Ik stond daar keurig op de afgesproken tijd, maar er was niemand. Ik die zaakwaarnemer bellen: “Friend, zit ik hier wel goed” Bleek die wedstrijd om acht uur ‘s ochtends te zijn gespeeld. De volgende dag zou de transfermarkt sluiten, dus de trainer durfde geen risico te nemen. Hij ging uiteindelijk voor een Rus, die in de ochtend wel had meegespeeld. Ik ken die Russische jongen toevallig, die kan helemaal niks met een bal. Vanaf dat moment was ik wel klaar met Azië: ik wilde naar een land waar het meer op de Nederlandse manier geregeld was.

1550758330007-Copyright-ProShots-1585601
Koen Bosma in actie namens AFC. Foto via Pro Shots.

Via iemand die zaken deed in Vietnam, kwam ik uiteindelijk in mei 2015 in Australië terecht, bij Sydney United. De club speelde in de competitie onder de A-League. Het was geweldig in Australië en we woonden er in het centrum van Sydney. Met Sydney United wonnen we dat jaar nog een beker, de Waratah Cup. Ik sluit niet uit dat ik later nog een keer in Australië ga eindigen.

Mijn trainer in Australië, Mark Rudan, had compleet andere oefeningen dan ik in Nederland gewend was. Ik weet nog goed dat we een keer in het weekend tegen een team moesten dat veel de lange bal speelde, daar moesten we dus eerder die week op trainen. Hij schoot de bal willekeurig hoog de lucht in en voordat de bal stuiterde riep hij al: “Stop!” Dan schreeuwde hij: “Koeheeeen, what are you doing?” Ik begreep niet waar hij het over had, maar volgens hem had ik al tien meter verder naar de binnenkant moeten staan. Ik stond op het veld en kreeg spontaan de slappe lach. Ik dacht: waar ben ik nu weer beland? De trainer werd helemaal gek en stuurde me naar binnen: “Ik hoef je een week niet meer te zien.

1550758037207-Schermafbeelding-2019-02-20-om-165559

Nu zijn dat hilarische dingen, maar op zo’n moment is dat tamelijk ongelukkig. Ons avontuur kwam helaas om een vervelende reden sneller tot een einde dan gehoopt. De moeder van mijn vriendin werd ziek, waardoor we halsoverkop terug naar Nederland zijn gegaan. Vanaf de zomer van 2015 ben ik nog drie jaar bij AFC in Amsterdam gaan ballen.

In die jaren bij AFC bouwde ik in Nederland ondertussen mijn eigen bedrijf uit, en in de zomer kreeg ik van een Deens bedrijf de vraag of ik een programma rond sporttechnologie wilde leiden in Qatar. Mijn vrouw en ik hadden wel weer zin in avontuur en dachten: fuck it, waarom ook niet? We kunnen altijd in Nederland blijven, maar over vijf jaar staat de pindakaas bij mijn ouders nog steeds op dezelfde plek. Daar is niks mis mee, maar ik ben altijd nieuwsgierig naar het onbekende.

Het voetballen staat hier voor mij even op een laag pitje. Ik wilde niet hetzelfde drukke bestaan als ik in Nederland had. Op het hoogste niveau in Qatar spelen jongens als Xavi, Wesley Sneijder, Nigel de Jong en Samuel Eto’o. Maar ook het tweede niveau is nog profvoetbal, dus misschien is dat ooit nog een optie.

Ik mis het voetballen nog niet heel erg, ik geniet hier van mijn werk en mijn jonge gezinnetje. We willen in elk geval tot het WK van 2022 in Qatar blijven. De zakelijke mogelijkheden zijn ongekend en ik kan hier mijn passies voor sport en innovatie combineren. Ik wil hier eerst succesverhalen neerzetten en daarna kijken we weer verder naar een volgend avontuur.

1550758101517-WhatsApp-Image-2019-02-19-at-171428

Dit is een monoloog uit de serie VICE Sports Avonturiers , waarin Nederlandse sporters vertellen over hun ervaringen in het buitenland. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Tagged:
Sports
VICE Sports
voetbal
qatar
Azië
VICE SPORTS AVONTURIERS
Amateurvoetballer