geestelijke gezondheid

Hoe het is om bloosangst te hebben

"Ik sloeg werkcolleges over, schoof presentaties af op anderen en durfde niet bij mensen te eten - ik was bang dat ik rood zou worden"
Foto door Pabak Sarkar via Flickr

In groep vijf hield ik een spreekbeurt over het heelal, en ik was goed voorbereid. Ik had dikke boeken van de bieb geleend, op een strook behang het hele planetenstelsel in kaart gebracht, en mijn ouders een uur lang verveeld met de generale repetitie. Nadat ik klaar was met mijn verhaal, konden mijn klasgenoten vertellen hoe interessant ze het vonden om te horen dat het heelal eindig is en toch onbegrensd. Dat liep net anders. "Je werd helemaal rood!", was de triomfantelijke reactie van de groep. Ik moest een beetje huilen en onthield: Blozen is niet cool. En kinderen zijn stom.

Advertentie

Toch duurde het nog best lang voordat ik bloosangst kreeg. Als puber bloosde ik ook vaak, maar dat vond ik nog niet onoverkomelijk. Ik was niet de enige die rood werd van debatten, aandacht van semi-knappe jongens of het mondeling examen van Engels. Het hoort een beetje bij de verschrikkelijkheid van het middelbare schoolleven, dacht ik, en als ik volwassen ben, dan gaat dat vanzelf wel weg. Helaas, toen ik 18 was, voelde ik tijdens de voorstelrondjes op de universiteit het bloed als vanouds naar mijn wangen stijgen.

Het moet nu toch verdomme wel een keertje klaar zijn met dat blozen, sprak ik mezelf streng toe. Je bent hier echt te oud voor. Hoe moet dat later als je aan het werk gaat? Niemand neemt je serieus als je met rode konen rondloopt.

Het bleek een weinig succesvolle motivatiespeech. Ik werd bang om te blozen, omdat ik bang was dat mensen mij een zwak, overgevoelig of onbekwaam persoon zouden vinden. Tijdens mijn derde studiejaar was het zo uit de hand gelopen dat ik zelfs een tijdje bij familie en vrienden bang was om rood te worden, want hoe idioot zou dat zijn?

Ik sloeg de werkcolleges over die ik mocht missen, schoof presentaties af op anderen en als het even kon vermeed ik het om met andere mensen te eten, want dan kon ik mijn gezicht niet afwenden als het nodig was. Andere sociale verplichtingen kostten bakken met energie en doorstond ik met smoesjes. 'Phoe! Ik kan echt niet tegen wijn.' En met mijn journalistieke ambities deed ik niks uit angst voor zaken als redactievergaderingen. Ik voelde me in het openbaar alleen veilig op mijn karatetrainingen (het is normaal om rood te worden van sporten) en tijdens uitgaan (dan is het donker en drink ik genoeg bier).

Advertentie

Hulp zocht ik pas toen ik 21 was en na een bad trip op een spacecake-avond ook last kreeg van paniekaanvallen. Mijn kamer durfde ik nauwelijks uit te komen en slapen lukte niet meer omdat ik constant het gevoel had dat mijn hart het zou begeven. Gelukkig bleek een cursus over mindfulness de oplossing voor mijn paniekgevoelens. Daarna was mijn bloosangst aan de beurt met behulp van een klinisch psycholoog en cognitieve gedragstherapie. Ongeveer drie jaar geleden ben ik genezen verklaard.

"Shit, ze hebben het wel door, dacht ik dan. Ik ben die sukkel die bloost."

Als ik dit teruglees, snap ik niet hoe het zover heeft kunnen komen. Mijn angstsysteem was volledig op hol geslagen. Ik troost me maar met de gedachte dat ik zeker niet de enige ben. In Nederland heeft ongeveer 12(!) procent last van een sociale fobie, en een kwart daarvan heeft bloosangst, zegt Corine Dijk, assistent-professor klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in bloosangst. Sociale fobie is een vrij heftige benaming voor de angst om negatief beoordeeld te worden door anderen en komt op alle leeftijden voor. Ook mensen die bang zijn om te presenteren, telefoneren, trillen, zweten of stotteren hebben deze fobie.

Hoe het kan dat ik bloosangst kreeg, en andere mensen niet? Het heeft om te beginnen simpelweg met je huid te maken, zegt Dijk. "Mensen met een donkere huid hebben geen bloosangst. Je ontwikkelt het sneller als je makkelijk bloost, een erfelijke eigenschap." Ook emotionele instabiliteit zou erfelijk zijn. Maar van welke specifieke angst- of stemmingsstoornis je last krijgt, is afhankelijk van de feedback uit je omgeving, zegt Dijk. En ik denk aan mijn moeder die het altijd zo zielig voor me vond als ik bloosde. Hoe lief het ook bedoeld was; het bevestigde voor mij dat blozen niet oké is.

Advertentie

Mijn zusje Léonie (24) heeft ook bloosangst gehad, en is er net als ik van overtuigd dat haar bloedvaten dicht op haar huid zitten. "Ik krijg een heel rood hoofd als ik een tijdje door koude wind loop of als ik sport. Sommige mensen zeggen wel dat ze rood worden, maar dan ziet je geen reet. Bij mij zie je het al als ik het zelf niet merk."

Zij had vooral op de middelbare school last van haar angst voor het 'waterkokergevoel', vertelt ze. "Ik begon jongens leuk te vinden en ik wilde niet dat ze doorhadden dat ik ze interessant vond, en ik wilde ook niet dat de oninteressante jongens zouden denken dat ik ze leuk vond. Klasgenoten zeiden ook vaak: 'Hey, je wordt rood.' Dat was het allerergste dat ze konden zeggen. Shit, ze hebben het wel door, dacht ik dan. Ik ben die sukkel die bloost. Maar ik had er ook buiten school last van. Als ik aan de kassa stond, dacht ik: straks ga ik blozen, en dan denken ze dat ik het spannend vind om iets te kopen."

"Met name de mannen snapten geen hol van mijn probleem als ik het uitlegde."

Gelukkig bleek bloosangst dus goed te behandelen met cognitieve gedragstherapie waarbij je irreële gedachten over de gevolgen van het blozen aanpakt, beaamt ook Dijk. Zo leerde Léonie dat haar klasgenoten haar geen mietje vonden als ze bloosde en na de therapie heeft ze zichzelf ervan overtuigd dat ze zich minder van haar omgeving moest aantrekken.

Ikzelf sprak erover met vrienden en familie, maar pas daarna begon het feest echt. Ik moest van mijn psycholoog mezelf regelmatig met behulp van een sponsje en lippenstift rood maken om vervolgens aan mensen op straat te vragen wat ze van mijn kleur dachten. Ze vonden het schattig, dachten soms dat ik niet op mijn gemak was, maar ze zeiden nooit dat ze me een zwak figuur vonden.

Advertentie

Met name de mannen snapten geen hol van mijn probleem als ik het uitlegde. "Je ziet er toch leuk uit?", alsof mijn uiterlijk het enige zou kunnen zijn waar ik me druk over maak. De reacties gaven me genoeg vertrouwen om tegen het einde van de therapie met mijn geschminkte hoofd mijn vragen te stellen naast de rij voor het Rijksmuseum, in de hal van de universiteitsbibliotheek en bij de ingang van een Albert Heijn.

Als toetje mocht ik mezelf belachelijk maken, om te leren dat het geen ramp is om soms wel stom, vreemd of dom gevonden te worden. Ik heb met een kleerhanger in mijn nek in drukke winkelstraten rondgelopen. Ik heb in bakkerijen de taarten moeten afkraken terwijl de verkoper voor mijn neus stond. En ik heb op de Dam gestaan en aan mensen gevraagd of zij me konden vertellen waar de Dam is.

Ik vervloekte mijn psycholoog en ik vind dat ik een klein standbeeld verdien omdat ik dit proces heb doorlopen, maar na deze grondige aanpak was ik wel van mijn angst af. Dat ik nog steeds af en toe bloos, zie ik maar als een ontwapenende eigenschap.

Behalve mijn zus, die ik hier makkelijk kon slachtofferen, wilde helaas geen enkele andere ervaringsdeskundige zijn verhaal doen. Ondanks dat uit de cijfers blijkt dat die er genoeg zijn. Tegen de stiekeme bloosangstigen onder jullie zou ik daarom willen zeggen: trek alsjeblieft je waffel open. Praat erover met je omgeving of een psycholoog en je komt erachter dat jouw doemscenario’s alleen in je eigen hoofd bestaan. Je leven is belangrijker dan de kleur van je wangen.

Tonic is de nieuwe site over gezondheid van VICE. Volg ons op Facebook.