FYI.

This story is over 5 years old.

Een telefoon met wisselbare onderdelen is niet duurzamer

We spraken wat experts over de hype rondom modulaire technologie in telefoons.
8.7.15

Je hebt het vast wel eens voorbij zien komen: een telefoon die opgebouwd is uit verschillende blokjes. Het idee van Nederlander Dave Hakkens, Phonebloks, ging een paar jaar geleden viral. De modulaire telefoon moet er volgens hem voor zorgen dat we onszelf met minder elektronisch afval opschepen. Google ziet al tijden heil in de modulaire telefoon en werkt met Project Ara aan een telefoon die "exclusief voor 6 miljard mensen" is ontworpen. Klinkt fantastisch, maar ik ben niet overtuigd van de genialiteit van het concept. Aangezien men met Project Ara in de buurt van een voltooid product begint te komen, besloot ik op onderzoek uit te gaan en een aantal experts te vragen hoe nuttig én duurzaam de modulaire telefoon eigenlijk is.

Advertentie

First things first: wat is modulaire technologie precies? Richard N. Langlois, of Dick (ik mag 'm Dick noemen), van de University of Connecticut heeft onderzoek gedaan naar modulaire technologie en economie, en vertelt me dat modulaire technologie, waarbij wordt uitgegaan van uitwisselbare onderdelen, al vrij lang op verschillende vlakken wordt toegepast.

Ik weet niet of het komt doordat ik een Nederlander ben, maar hij noemt direct de fiets als voorbeeld. Deze is namelijk opgebouwd uit individuele onderdelen die vrij gemakkelijk te vervangen zijn.

Stel, je bent een wielrenner en je wilt een nieuwe derailleur aanschaffen omdat je fiets dan net éven wat lekkerder naar een andere versnelling schakelt. In dat geval kun je dat schakelapparaat gewoon online bestellen zonder dat je je zorgen hoeft te maken of het onderdeel past of niet. Het past. Het is een gestandaardiseerde module die naadloos aansluit op andere onderdelen, en daarmee op het grotere geheel. Oftewel: je fiets is opgebouwd uit modulaire onderdelen.

Oud staaltje modulaire technologie

Modulaire technologie is dus niet bij voorbaat een slecht idee. Het is in de meeste gevallen juist best wel cool en handig. Het concept van Phonebloks is dan ook in geen enkel opzicht revolutionair en maakt gebruik van een techniek die tot nu toe voornamelijk wordt toegepast in industrieën waar het gaat om grotere producten, zoals containerschepen en bijbehorende containers.

De stapelbare containers kun je volstoppen met wat je maar wilt en vervolgens met een relatief lage CO2-uitstoot van A naar B brengen, mits de locaties verbonden zijn met het water. Op den duur meert zo'n containerschip aan, waarna de container op een gestandaardiseerde trein of vrachtwagen wordt gezet. Het is zo simpel en vanzelfsprekend dat je er waarschijnlijk nooit bij stil hebt gestaan (ik hiervoor in ieder geval niet).

Lekker stapelen

Er is echter een groot verschil tussen mobiele telefoons en containers. Het tempo waarin vernieuwingen en verbeteringen in die grootschalige industrieën worden doorgevoerd, ligt veel lager dan bij mobiele telefonie. Smartphones moeten steeds betere prestaties leveren op het gebied van werkgeheugen, beeldkwaliteit, en ga zo maar door. Iedere keer dat nieuwe module in een telefoon wordt gezet, gaat de oude weer de prullenbak in. Bovendien zijn containers een stuk groter en schokbestendiger dan mobieltjes.

Dick beaamt dat consumenten ongetwijfeld de nieuwste innovaties in hun telefoons willen hebben en de blokjes dus met regelmaat zullen weggooien omdat ze alweer door nieuwe, betere blokjes kunnen worden vervangen. Daarnaast zal het framework, het skelet waar je de blokjes op aansluit, op den duur ook vervangen moeten worden. Het gevolg blijft dus uiteindelijk hetzelfde: een groeiende afvalberg. Deze zou door het gebruik van Phonebloks en gelijksoortige producten wellicht marginaal langzamer kunnen groeien, maar een effectieve oplossing bieden modulaire telefoons zeker niet voor dit probleem.

Advertentie

Bestaat er dan wel een oplossing? Ik weet daar het antwoord natuurlijk niet op, maar gelukkig kan Frans van Gassel me daar wel meer over vertellen. Van Gassel is ingenieur, verbonden aan de TU in Eindhoven en weet alles van modulair bouwen. Volgens hem zou het beter zijn als fabrikanten eigenaar blijven van de producten die ze maken. Van Gassel geeft aan dat wanneer de fabrikanten eigenaar blijven, en ze uiteindelijk door de consument weer worden opgescheept met allemaal oude telefoons, ze daar wel rekening mee móeten houden bij het samenstellen van hun product.

Mogelijk zouden fabrikanten er dan voor kiezen om de telefoon iets meer volgens het modulaire principe te ontwerpen, maar dat hoeft niet per sé zo te gaan. Waarschijnlijk zullen ze ervoor zorgen dat de meest kostbare grondstoffen makkelijk terug te winnen zijn, zoals bijvoorbeeld al het geval is met de Fairphone. De uitkomst daarvan zou in ieder geval duurzamer zijn dan de huidige manier waarop mobiele telefoons geproduceerd worden.

Van Gassel draagt nog een alternatief aan voor het modulair bouwen, de zogeheten 'mass customization'. Hierbij maak je wel gebruik van een standaarduitvoering van bijvoorbeeld de nieuwste iPhone of Samsung, maar heb je ook nog de mogelijkheid om aan te geven dat je andere specifieke prestaties of mogelijkheden toegevoegd wilt hebben. Zoals je nu al doet bij je laptop, bijvoorbeeld, maar dan met wat meer opties. De fabrikant zorgt ervoor dat je precies krijgt wat je wilt, wat betekent dat je zelf niet met blokjes hoeft te gaan knutselen. Dat scheelt.

Ford bracht als eerste mass customization succesvol in de praktijk met de Ford Model T. Het frame is hetzelfde, de bovenkant is variabel.

Modulaire technologie is dus niet in alle gevallen de beste manier om voorwerpen en apparaten te produceren. Sommige dingen kun je niet kleiner maken dan ze al zijn, omdat het helemaal niet praktisch is, denk maar aan bedden. Computerchips wil je daarentegen juist zo klein mogelijk maken. Bovendien: hoe kleiner de omvang van een product, hoe moeilijker het in elkaar kan worden gezet en hoe meer problemen – en dus afval – dat zal opleveren. Laten we modulaire technologie dus blijven gebruiken voor producten waarbij het écht nuttig is: fietsen en containerschepen.