Er is niemand die heel hard zijn best doet om dom over te komen. Met de uitzondering van dames (en heren!) met een aarsgewei, proberen we allemaal schaamteloos ons eigen intellect te overschreeuwen. En dus scheppen we op over onze intelligente, superculturele smaak in film, tv, boeken en muziek. Maar als je een stapje terug doet en de dingen die we beschouwen als prachtige voorbeelden van onze goede smaak een beetje beter bekijkt, kom je erachter dat films als Garden State of Fight Club helemaal niet zulke enorme culturele prestaties zijn.
In datzelfde genre zijn hier een aantal albums die we allemaal graag onterecht zien als vertegenwoordigingen van onze intellectuele diepte. Het zijn heus niet per se slechte albums, maar na wat extra ontleding blijkt dat ze misschien een stuk oppervlakkiger zijn dan we dachten.
Videos by VICE

The Who – Tommy
Herinner je je die scène uit Almost Famous, waarin Zooey Deschanel een briefje aan Patrick Fugit schrijft, met daarop “Listen to Tommy with a candle burning and you’ll see your entire future”? Het is in alle eerlijkheid goed advies van een rebellerende puber aan haar kleine nerdy broertje in de jaren zeventig. Zeker als ze met “candle” drugs bedoelde en met “see your entire future” een jeugd vol ouderlijk misbruik, een toekomst als ‘pinball wizard’ en het starten van een sekte. Oké, Tommy –zeker als film– is een topper. Zeker als je zelf wat ‘kaarsen’ hebt aangestoken. Het is een goede collectie levendige classic-rocknummers. Sterker: het album is als een polaroid van een periode vol onbeschaamde creativiteit binnen de rock- en popcultuur, waarin artiesten niet bang waren om raar te doen, puur om het raar doen. Ook al werd dat als best revolutionair gezien.
Zelfs vandaag nog biedt het nieuwe generaties studenten in krappe kamertjes hun eerste ontmoetingen met het bizarre. Maar dat verandert niet dat het een draak van een conceptalbum is, dat niet geheimzinnig doet over het ontbreken van een plot. Expres vaag blijven maakt iets niet diep. Dus sluit je ramen, gooi het volume omhoog, steek iets aan, koester het album, maar probeer er ook weer niet al te veel in te zien.

The Mars Volta – De-loused in the Comatorium
The Mars Volta was een onmiskenbaar nieuwe weg die de oud-bandleden van At the Drive-In insloegen, en een geweldige. Hun debuutalbum, De-loused in the Comatorium, was gedurfder en raarder dan alles wat ATDI daarvoor gedaan had. Maar de songteksten slaan nergens op. Je kunt al het onbegrijpelijke niet de stempel ‘diepgaand’ meegeven: “Transient jet lag ecto mimed bison / This is the haunt of roulette dares / Ruse of metacarpi,” bijvoorbeeld. Complete onzin. Alsof je tien keer geblinddoekt en beschonken een woord aanwijst in een woordenboek. Wat natuurlijk prima is. Het kan cool zijn songteksten puur als geluiden en klanken te behandelen, maar laten we dan ook niet doen alsof het om meer gaat dan onzinnige teksten, op papier gekrabbeld tijdens een opiumtrip.

The Beatles – Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band
Er zijn twee soorten drugsgebruikers: Zij die drugs gebruiken en zij die praten over hoe ze drugs gebruiken. Sgt. Pepper Lonely Hearts Club Band van The Beatles is eigenlijk de tweede categorie in sonische vorm. Begrijp ons niet verkeerd: deze vier gozers met bloempotkapsels hebben een paar van de mooiste en meest progressieve platen in de moderne muziek op hun naam staan. De tekstuele inhoud van Sgt. Pepper staat echter op hetzelfde intellectuele niveau als de gesprekken die je afgelopen zaterdagnacht had om 3.00 uur na 37 bier. Om te beginnen staat er een lied op deze plaat genaamd Fixing A Hole. Hierin steekt Paul McCartney tweeënhalve minuut van wal over hoe fijn het is om te klussen aan je huis. Dan is er ook nog een liedje over een vent genaamd Mr. Kite en trampolines. En we nemen pas een echte sprong in het diepe met Lucy In The Sky With Diamonds, dat – snap je ‘m – over LSD gaat. (Lucy/Sky/Diamonds, ha!) Oké, dit is een prachtige plaat en When I’m Sixty-Four is een lieflijk nummer dat je vader voor jemoeder speelde op hun bruiloft. Maar shit, alles op dit album is zo diep als de lege koffiemok op m’n bureau. Laten we alsjeblieft ophouden met doen alsof het iets meer is dan dertien nummers die de boodschap ‘drugs zijn cool’ telkens opnieuw herhalen. (Alhoewel, voor de volledigheid: drugs zijn ook cool.)

The Smashing Pumpkins – Mellon Collie and the Infinite Sadness
In 1995 ging het The Smashing Pumpins voor de wind, na hun doorbraak met Siamese Dream. Met dit dubbelalbum stootte het kwartet direct door naar de top binnen de alt-rock.
De plaat werd een goed huwelijk van commercieel succes en waardering van de muziekindustrie (het album stond in Amerika op nummer 1, zeven Grammy-nominaties en er werden miljoenen albums verkocht).
En natuurlijk was daar de kalende Billy, die platina-opschepperij uitstraalde terwijl hij ondertussen onverschillig probeerde over te komen. “I fear that I am ordinary / Just like everyone”, huilt hij in zijn unieke nasale noten. Op veel manieren is dit album het bewijs dat hij dat juist niet is. Zelfs uit de titels blijkt zijn hooghartige ambitie: Porcelina of the Vast Oceans, Where Boys Fear to Tread, Tales of the Scorched Earth.
“I sensed my loss before I even learned to talk”, grient hij in To Forgive, terwijl hij ergens anders huilt: “GOD IS EMPTY / JUST LIKE ME!”
Je weet dat je keel rauw zal worden als je met hem mee schreeuwt, maar hij raakt je. Hij is een virtuoos. Hoor hem nou! Maar tegelijkertijd: doe mij een lol.
Dit album is lang niet zo wijs als je als tiener dacht of Billy’s ego bedoelde. Mellon Collie is daarentegen brutaal en een uitstekende soundtrack voor het kapotmaken van dingen. Als hij niet zo zijn best doet, communiceert Corgan tederheid met een fijngevoeligheid die blijft hangen. Het zijn nummers die veel meer troost bieden dan het kussen dat je ’s nachts omhelst. En natuurlijk is het kroonjuweel één van de beste indierocknummers die ooit is neergepend:1979. Er zijn weinig wijsjes die zo moeiteloos een jeugd zonder gevolgen vertalen. Daar is niet echt iets dieps aan, maar het betekent wel dat je het voelt waar je het moet voelen.

Green Day – American Idiot
American Idiot is een punk/rock/opera conceptalbum, en dat hele concept kun je terugbrengen naar de simpele woorden ‘overheid is slecht’. En dat is niet per se een kritiek. De overheid ís per slot van rekening slecht en elke nieuwe generatie moet dat al op jonge leeftijd in hun hersenen gestampt krijgen. Maar als volwassenen kijk je naar American Idiot en zie je dat Green Day niet echt revolutionair was met hun brede, gegeneraliseerde boodschappen. En we hadden al helemaal geen musical nodig over iemand die zich realiseert dat de media een eigen motief heeft en dat George Bush zuigt.

Muse – Black Holes and Revelations
Als je op zoek bent naar bewijs dat Muse de soundtrack is voor nep-intellectuele radicalen, dan hoef je niet ver te zoeken: Muse is de favoriete band van oud Fox-presentator Glenn Beck.

Joey Bada$$ – B4da$$
Ok, er is niemand die beweert dat Joey Bada$$ geen goede rapper is. Hij is handig met woorden en met zijn recente teksten bewijst hij ook stilistisch vernieuwend uit de hoek te kunnen komen. Maar de betweterige bewering dat er niemand zo echt is als Joey Bada$$ gaat te ver als ook de grootste rappers – denk aan Kendrick Lamar en Kanye West – zorgvuldig aandacht besteden aan onderwerpen als ras, identiteit en kapitalisme. Veel van zijn teksten lijken briljant, maar zijn eigenlijk niet meer dan associaties in het genre rechttoe rechtaan. Hoe kwam hij op het woord cattle als hij het over beef heeft? Misschien omdat die twee woorden onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn! Laten we niet doen alsof Young Thug rap verneukt door te bazelen over welke groenten lijken op zijn broekzakken en dat Joey Bada$$ de boel redt door “lyrical fajitas” met “Vegeta” te laten rijmen. Joey’s woordspeling zijn soms leuk, maar de onderwerpen zijn gewoon rap. Denk er vooral niet te veel bij na.

The Smiths – The Queen Is Dead
The Queen Is Dead is een van de mooiste albums die ooit gemaakt zijn. Het is bittere misère met humor. Een opgeheven vuist in naam van de Britse onderklasse wiens levens ontsierd waren door Tatcher. Het is ook complete onzin. Het feit dat velen het benoemen als één van de beste albums van de afgelopen dertig jaar, komt voor een belangrijk deel voort uit interessantdoenerij. De teksten mogen bol staan van de verwijzingen naar literaire hoogstandjes als Last Exit To Brooklyn, Macbeth en Cymbeline, maar waar het allemaal op neer komt is dat Morrissey lekker een potje aan het zeiken is. “To die by your side is such a heavenly way to die” en “sometimes I’d feel more fulfilled making Christmas cards with the mentally ill”; niemand in de popgeschiedenis had zoveel zelfmedelijden als die goede oude Moz op The Queen Is Dead. Als je een drankspel met deze plaat zou doen waarbij je een shotje moet nemen als hij zich alleen of onbegrepen voelt, gaat je lever er sneller aan dan een kebabkraam bij één van zijn concerten (de beste man eist dat er geen vlees bij zijn optredens aanwezig is). Natuurlijk maakt alles wat hier boven staat The Smiths tegelijkertijd ook zo goed. Maar laten we The Queen Is Dead zien als wat het is: de gouden standaard van tienerdagboeken.

Pink Floyd – Dark Side of the Moon
Pink Floyd is verheerlijkte muziek voor stoners. En zoals met alle verheerlijkte muziek voor stoners schrijft de tijd een groot filosofisch gewicht toe aan het album Dark Side of the Moon. Maar wanneer je ook Dark Side of the Moon-shirts en posters in winkels kan kopen, moet je je afvragen: is het allemaal echt zo diep of ben je gewoon high?
Regisseur John Waters zei ooit: “If you go home with someone and they don’t have any books, don’t fuck them”. Hetzelfde geldt eigenlijk voor mensen die Dark Side of the Moon-parafernalia in huis hebben. Vertel me alsjeblieft wat er zo vre-se-lijk diep is aan het afspelen van die cha ching-geluiden! Als je iets wil weten over ondermijnend kapitalisme kun je beter Zoolander kijken.

Kanye West – Yeezus
Recensenten hielden van Yeezus. Duh. Het was namelijk een ontzettend non-traditioneel hiphop-album (als je het toevoegen van wat hergebruikte jaren negentig elementen non-traditioneel kan noemen). Met veel muzikale elementen die nog nooit eerder op een hiphop-album stonden, kwamen recensenten synoniemen voor ‘geweldig’ te kort.
Maar terwijl velen het album zien als de start van een nieuw tijdperk binnen de hiphop, hebben we het eigenlijk gewoon over Kanye West: een miljonair die een paar jaar eerder Pepsi-reclames deed.
En het ‘punk-rap manifesto’-nummer Black Skinhead was niet meer dan het misplaatste ego van een man die een nummer schreef over gekwetst worden door een modeontwerper tijdens Fashion Week.
Kanye vindt de tweede couplet van New Slaves het beste wat hij ooit heeft geschreven. En het is zeker een sterk couplet, en Kanye is lichtjaren verder dan zijn collega’s, maar als je de muziek weg denkt en alleen naar de teksten kijkt, is het gewoon hetzelfde als alles wat Kanye voor die tijd zei op zijn albums. Het is verleidelijk om naar Kanye te kijken en meteen te denken aan De Nieuwe Kleren Van De Keizer, maar dat is niet terecht, gezien Kanye al zijn eigen kleding heeft.

Radiohead – Kid A
Dit album is het sonische equivalent van wakker worden op de ochtend dat een project af moet zijn en je je realiseert dat je er nog niks aan hebt gedaan. Vervolgens zet je wat quasi-filosofische onzin op papier, hopend dat het niet al te belachelijk is. De volgende dag krijg je het terug met de vraag of het in een wetenschappelijk tijdschrift mag worden gepubliceerd, omdat het zo ontzettend ‘revolutionair’ is.
Niemand heeft het er ooit over dat dit album nergens over gaat. Het heeft geen doel en geen betekenis. Het is het resultaat van Tom York met een writer’s block, terwijl iedereen zegt: “Tuurlijk Tom, doe wat je wilt, je bent immers Radiohead’.
Kid A is één lange paniekaanval. Één lang Myspace-gedicht van dat rare joch op de middelbare school die ervan hield om iedereen bang te maken en nu racistische plaatjes post op Facebook. Iedereen vindt dit te gek. Maar jongens, wat is er in hemelsnaam aan de hand?