Stuff

Ik werd een avond dronken zonder een euro uit te geven

Ik probeerde een avond door te komen zonder één euro uit te geven, door het oude vertrouwde ruilsysteem weer eens van stal te halen.
6.7.16

Oké, er is een kans dat ik de allergrootste fout van mijn leven heb gemaakt, ook al is die kans 1 op 140 miljoen. Het ding is dat ik afgelopen zaterdagavond het lot voor de loterij, dat ik eerder had gekocht, in een Berlijns café – Bernds's Bar – heb geruild voor een whisky-sour. De trekking is aanstaande woensdag, en ik ben toch een beetje zenuwachtig. Wat als Bernd, de eigenaar, straks multimiljonair is, door de door mij gekozen zes cijfers?

Advertentie

Waarom ik mijn lot heb geruild voor een whisky-sour, vraag je? Nou, het leek me interessant om een avond lang uit te gaan zonder één euro uit te geven, en het oude vertrouwde ruilsysteem weer eens van stal te halen.

Had ik verwacht dat dit idee goed zou uitpakken? Nee. Ging ik ervan uit dat mensen zouden denken dat ik een doorgedraaide idioot zou zijn? Ja, totaal. Toch is het niet eens zó'n gestoord idee. In Duitsland is er niks illegaal aan de ruileconomie – er is zelfs een wet die dit officieel toestaat. Het is zelfs toegestaan om met je werkgever af te spreken dat je betaald wordt via een ruilmiddel. Je zou dus bijvoorbeeld serieus kunnen afspreken om je te laten uitbetalen in zalmfilets, om maar iets te noemen. De belastingdienst moet dan op basis van de marktprijs van dit ruilmiddel bepalen hoeveel geld aan belasting je moet afdragen.

Anyway, ik ging dus een avondje uit waarbij ik alleen maar dingen ruilde. Dat deed ik in de altijd drukke Weserstraße, in de wijk Neukölln. Dit is hoe de avond verliep.

Ik heb de volgende spullen meegenomen om te kunnen ruilen: een glazen beeldje van een nijlpaard met twee grote blauwe kristallen ogen (voor de kunstliefhebbers), een salami, een zak wiet, een bedlampje, het boek How to start a Revolution door de oprichter van Pussy Riot Nadja Tolokonnikowa. Verder dus dat lot waar ik het over had, een opblaasbal voor op het strand, en Het Nieuwe Testament in tijdschrifteditie.

De mogelijkheid om mijn lichaam te verruilen voor een potje pils is in theorie natuurlijk ook nog altijd een optie. Maar als het daarop aankomt, zal ik waarschijnlijk enigszins geshockeerd bedanken voor het aanbod, al zal ik ergens ook gevleid zijn.

Advertentie

Wiesel is de eigenaar van een avondwinkel op de hoek, en toont gelijk interesse in mijn nijlpaard. Ik wil er graag sigaretten voor terug.

"Ik kan je er geen sigaretten voor geven," zegt Wiesel. Hij is een jaar of 52 en heeft een hoed op. "Hoezo niet?" "Omdat het vergif is. Ik kan geen vergif ruilen voor iets dat zo weinig kwaad kan als een glazen nijlpaardje." "Ah, nou ik heb toevallig ook zelf vergif bij me. Kan ik mijn wiet ruilen voor sigaretten?" "Nee." "Wil je me anders bier geven? Bier is geen vergif!" "Hoeveel wil je er?" "Drie flessen."

Ik moet hier trouwens bij vermelden dat ik mijn antikapitalistische experiment niet in m'n eentje aan het uitvoeren ben – er is ook een dorstige vriend mee, en een fotograaf. Ik weet dat je bij dit soort diepgravende journalistieke reportages emoties moet uitschakelen, maar toch kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om hen de avond compleet nuchter te laten doormaken.

"Je krijgt er één," zegt Wiesel. "Eén fles stout en een pakje kauwgum! Hoe lang heeft u deze winkel al?" antwoord ik. "Elf jaar. Je krijgt één fles stout, geen kauwgum," zegt Wiesel. "Je bent een keiharde onderhandelaar, Wiesel. Elf jaar. De zaken zullen wel goed gaan sinds Neukölln zo toeristisch is geworden." "Wil je ook mijn winkel kopen of zo?" "Wat moet je ervoor hebben?"

Na het biertje wil ik toch echt een sigaret. Ik heb nog wel een klein beetje shag, maar geen vloeitjes. Een gast van een andere avondwinkel verderop heeft in geen enkele van mijn spullen interesse. Ik probeer het bij de klant achter me in de rij. Ze vindt het geen probleem om een pakje vloeitjes voor me te kopen en legt een euro op de toonbank.

Nee nee, zo werkt het niet. We moeten ruilen. Ik ben geen bedelaar!"

Advertentie

"Oké, maar ik hoef er echt geen lamp uit Thailand voor terug."

"Goed," zeg ik. "Wat nou als ik jou een mopje vertel, en als je erom moet lachen dan geef jij me in ruil daarvoor een pakje vloeitjes."

"Deal."

"Oké. Het is 20 centimeter lang, woont in het bos en verkoopt verzekeringen."

"Nou?"

"Polis de Boskabouter."

Ze moet niet lachen. Terecht, misschien ook wel. Hoe dan ook, we hebben een deal gemaakt dus die vloeitjes zijn voor mij.

We ontdekken al snel dat we hier niet de enige zijn die wat in de aanbieding hebben. Er zitten twee in het zwart geklede vrouwen op de vensterbank, die cocktails verkopen vanuit hun woonkamer. Er staan wat tafeltjes op hun stoep, er klinkt muziek, en ze hebben zelfs een gekunsteld uithangbord. Ik bied aan om mijn wiet te ruilen voor drie shotjes wodka, maar dat zien ze niet zitten. "Als je nou coke of speed had gehad, had je een deal." Ik moet ze helaas teleurstellen.

Er staan drie mannen te dobbelen aan een kraampje naast de nachtwinkel. Ook hier wordt wat zwarte handel bedreven: als je zes gooit, win je drie shotjes bloody mary. Ik gooi een 1, een 3, en een 5, maar door mijn salamiworst slim in te zetten weet ik alsnog drie shotjes los te peuteren.

Ik besef op dit moment dat ruilen in het dagelijks leven echt niet meer bon ton is, maar bedenk me dan dat het ruilen tegenwoordig misschien meer op internet plaatsvindt. Ik besluit om mijn geluk online te testen, door op m'n telefoon naar Craigslist en eBay te surfen. Ik vind twee mensen die willen ruilen: eentje die UV-lampen en wat gereedschap wil ruilen voor een Breitling-horloge, en iemand die een suikerspin-apparaat ter beschikking heeft, dat slechts twee maanden is gebruikt. De winkelprijs is volgens deze beste man vijftienduizend euro en dus wil hij er "auto's, huizen, land, etc." voor terug. Waar duidt die 'etcetera' op? Een privévliegtuig? Hoe dan ook, ik ga online niet tot hele goeie deals komen, zo lijkt het.

Met Mehmet, de eigenaar van een andere nachtwinkel, ruil ik mijn Thaise lamp voor wat bier en een pakje vloeitjes. Op straat ruilen we de beachball en grofweg een halve gram wiet voor een pak sjek. Nu kunnen we naast losse toppen ook voorgedraaide joints aanbieden —ook op straat is klantenservice belangrijk.

Vervolgens ben ik in Bernd's Bar en, zoals eerder al gezegd ruil ik hier mijn lot voor een whisky-sour. Als ik 'm achterover heb gekieperd besef ik dat dit de allerduurste whisky-sour in de volledige geschiedenis én toekomst van de mensheid zou kunnen zijn.

Ondertussen zijn we al een behoorlijke tijd aan de boemel, maar om van onze laatste spullen af te komen en nog even goed te pieken gaan we de Vaterbar in. Voor How to Start a Revolution, het Nieuwe Testament in tijdschriftvorm en een bijzonder gebruiksvriendelijke joint, krijgen we drie meloen-vodka-mint-cocktails, en drie shotjes die we wegwerken als gretige hockeymeiden. Mijn tas is ondertussen zo goed als leeg, en ik voel de alcohol door mijn bloedbaan gutsen. Mijn krenterige moedertje zou ondanks mijn staat van beschonkenheid trots op me zijn, denk ik. Ook mijn dorstige vriend en de fotograaf hebben een aardig stuk in hun kraag, dus we kunnen het experiment al met al best een succes noemen. Je kan prima een avondje zuipen zonder geld, zolang je bereid bent om op pad te gaan met een salamiworst.