Advertentie
nieuws

Hoe serieus neemt de overheid politiegeweld?

Naar aanleiding van de tragische dood van Mitch Henriquez besloten we uit te zoeken hoe serieus de overheid politiegeweld neemt.

door Abel van Gijlswijk en Gianni Schepens
30 juni 2015, 4:47pm

Afbeelding via WikiMedia Commons

Dit weekend overleed Mitch Henriquez nadat de politie hem arresteerde op het Night at the Park-festival in Den Haag, waar onder andere UB40 kwam optreden. Het OM onderzoekt nu de oorzaak van het overlijden van Henriquez. "Daarbij wordt gekeken of er een verband bestaat tussen het handelen van de agenten en het overlijden." Wie de filmpjes van omstanders heeft gezien, hoeft daar geen onderzoek meer naar te doen. Het verband tussen Henriquez' overlijden en zijn arrestatie staat als een paal boven water. Hij werd hardhandig toegetakeld door vijf agenten die hem daarna bewusteloos in de boevenwagen hesen, waarna hij –volgens het OM– in het ziekenhuis overleed. Mitch was hier op vakantie, kwam uit Aruba en was ongewapend.

Zo veelzeggend als dit soort filmpjes voor ons zijn, zo weinigzeggend zijn ze voor de rechtbank. Dat schreef VN al. Maar doordat er is gefilmd weten we er tenminste wel vanaf, en dat is al heel wat. Want de overheid neemt politiegeweld niet erg serieus.

Een agent die tijdens zijn dienst geweld gebruikt moet dat melden bij zijn chef. Die vult vervolgens een formulier in. Wanneer die vindt dat zo'n incident "de integriteit van de Nederlandse overheid ernstig kan aantasten" gaat het door naar de Rijksrecherche, die onderzoekt of het ernstig genoeg is om te laten voorkomen bij het Openbaar Ministerie. Slechts 0,7 procent van de gemelde gevallen gaat naar de Rijksrecherche. Toen we het OM belden om erachter te komen hoeveel procent daarvan moet voorkomen en hoeveel agenten uiteindelijk schuldig worden bevonden, konden ze geen antwoord geven, daar worden geen cijfers over bijgehouden. De woordvoerster van de Landelijke Politie was ervan overtuigd dat die cijfers wel bestaan, en zou me mailen. Dat heeft ze niet gedaan.

De incidenten die zo heftig waren dat ze het landelijke nieuws haalden, geven wel een indicatie van hoe dit soort zaken wordt afgehandeld.

In 2012 kwam voor het laatst iemand om door politiegeweld. Rishi kreeg een kogel in zijn nek omdat de politie dacht dat hij greep naar een wapen, toen hem werd gevraagd zijn handen omhoog te doen. Rishi was zeventien jaar oud en onbewapend. In december 2013 eiste het Openbaar Ministerie dat de agent die Rishi doodschoot niet vervolgd zou worden. Aan het einde van die maand werd de agent vrijgesproken van moord en doodslag. Het werd bewezen geacht dat hij Rishi zwaar verwond had, maar dat was blijkbaar niet strafrechtelijk verwijtbaar, omdat de agent simpel gezegd zijn werk deed.

Het jaar voor de dood van Rishi, werd Michael Koomen door zijn hoofd geschoten door een politieagent. Twee van zijn zatte voetbalvrienden waren door de agent gearresteerd wegens openbare dronkenschap en begonnen de agent te sarren. De agent, een hondenbegeleider, begon om zich heen te schieten en raakte Koomen, die niets met de arrestatie te maken had, in zijn hoofd. De officier van justitie besloot de zaak niet voor te laten komen. De agent was in een levensbedreigende situatie en probeerde een waarschuwingsschot te lossen.

Helaas beperkt politiegeweld zich niet tot moordzaken die het landelijke nieuws halen. YouTube staat vol met filmpjes van Nederlandse agenten die op een twijfelachtige manier omgaan met hun geweldsmonopolie. We vonden er een paar en belden met politie en het OM om erachter te komen hoe deze incidenten zijn afgehandeld.

In dit filmpje voorziet een agente een wankelende man van een paar trappen en een knietje. Zelfs de toenmalige minister van justitie Ivo Opstelten zei dat een knietje niet de gebruikelijke manier is van opereren van de politie.

Een BOA (Buitengewoon Opsporingsambtenaar) is een ambtenaar met een paar politiebevoegdheden en een niet van politie te onderscheiden tenue. Vaak hebben ze een wapenstok en pepperspray en in sommige gevallen zelfs een vuurwapen. In dit geval zien we een BOA van het Veiligheidsteam Openbaar Vervoer agressief op de maag van een jongen inmeppen met zijn wapenstok, terwijl die door een andere BOA wordt vastgehouden. Hij mept ook een omstander van zich af met zijn wapenstok. BOA's staan onder toezicht van de politie.

Hier krijgt een tegen de grond gewerkte jongen pepperspray in zijn gezicht. Zijn verhaal is als volgt: hij reed op de motor een spookrijdend politiebusje tegemoet. De agente in het busje hield hem staande omdat ze vond dat hij recht op haar afreed. Dat het eenrichtingsverkeer was, en zij aan het spookrijden was, gold volgens haar niet als argument. Ze is immers van de politie en mag daarom alles. Toen de jongen "wat een pannenkoek" zei tegen een vriend die later dit filmpje opnam, riep de agente er twee collega's bij die hem tegen de grond werkten. Daar begint de video waarin de jongen hardhandig tegen de grond wordt gewerkt en vervolgens wordt gepeppersprayt.

Op zoek naar informatie over politiegeweld werden we veelvuldig van het kastje naar de muur gestuurd door het OM, de Rijksrecherche en de verschillende lokale politieafdelingen. Als we de politie Nijmegen bijvoorbeeld vragen naar de stand van zaken omtrent het derde filmpje, krijgen we als reactie dat de zaak intern onderzocht wordt en dat ze er niets over willen zeggen. Gemeente Amsterdam, die verantwoordelijk is voor de BOA in het tweede filmpje, zou ons gisteren 'met een uurtje' terugbellen. Toen we anderhalf uur later zelf terugbelden waren ze dicht. Vandaag probeerden we het opnieuw en zouden we een pdf-bestand met het onderzoek naar de zaak gemaild krijgen. Dat is niet gebeurd. Toen we politie Rotterdam Rijnmond vroegen naar het incident in het eerste filmpje, verwezen die ons door naar het OM, dat ons weer terugverwees naar politie Rotterdam Rijnmond voor een procesverbaalnummer. Die wilde Rijnmond niet geven omdat het OM het volgens hen gewoon kon vinden op naam. Uiteindelijk zijn we er met veel gegoogel zelf achtergekomen dat de agente volgens de Rijksrecherche juist had gehandeld.

Er is geen Nederlands woord voor police brutality. De politie heeft een monopolie op geweld en het hoort gewoon bij hun werk. Politiegeweld is daarom misschien geen goed woord voor misbruik van dat monopolie. We vinden als maatschappij dat geweld in sommige gevallen de enige optie is om onrecht tegen te gaan, en om escalatie te voorkomen vertrouwen we één centrale macht het recht op geweld toe. Wanneer die macht daar misbruik van maakt is dat een groot probleem. Een probleem dat je als overheid serieus moet nemen, door er bijvoorbeeld cijfers over te verzamelen of mensen te helpen die ernaar vragen.