FYI.

This story is over 5 years old.

reizen

Uit een gevangenis zonder muren hoef je niet te ontsnappen

Een sprintje door een paar rijstvelden en je hebt je vrijheid terug. Alleen heeft niemand daar zin in. Een bezoek aan de Iwahig Prison & Penal Farm op het Filipijnse eiland Palawan.
16.7.13

Door de speakers op het centrale plein klinkt het Filipijnse volkslied. Vijf minuten later komen vanuit alle richtingen mannen aanlopen en -fietsen. De meesten hebben een bruin t-shirt aan met de tekst ‘inmate minimum’, sommigen dragen hun eigen kleren. Ze lachen en roken hun sigaret nog even op. Het is tijd om de gevangenen van de Iwahig Prison te tellen. Zo’n tweehonderd mannen staan door elkaar heen en begroeten elkaar, totdat een bewaker iets schreeuwt. Dan vormen er rijen en worden de namen van de gevangenen geroepen.

De Iwahig Prison & Penal Farm op het eiland Palawan is een gevangenis zonder muren, een plek waar alle moordenaars, verkrachters en drugsgebruikers zomaar weg kunnen lopen. Het terrein is omringd door rijstvelden, bergen, een nationale snelweg en een rivier, maar een omheining is er niet. Er zijn 1.800 gevangenen, allemaal mannen tussen de twintig en zestig jaar oud. Daarvan mogen er 450 vrij rondlopen. Zij zijn de minimum security inmates.

In de gevangenis wordt onderscheid gemaakt tussen minimum, medium en maximum security inmates. De maximum compound is het zwaarst bewaakte deel van de gevangenis. Deze plek is wel omheind, de gevangenen mogen niet naar buiten of werken. De regels van de medium security inmates zijn minder streng. Ze moeten nog steeds een groot deel van de dag in hun verblijf doorbrengen, maar ze moeten ook werken. De meeste gevangenen van Iwahig beginnen in een maximum of medium compound, en schuiven langzaam door naar minimum, om weer te kunnen wennen aan het gewone leven.

Mike.

Na het tellen van de gevangenen kom ik Mike tegen, een 65-jarige man met een McDonald’s-petje op. Ik maak een praatje met hem en hij vertelt me dat hij de assistent van de pastoor is. Voordat ik verder loop, ben ik toch nog erg benieuwd waarom hij vast zit. Verkrachting, zegt hij. Daar moet ik even van slikken. Je vergeet al snel dat deze aardige, praatgrage mensen zich niet zomaar op deze plek bevinden.

Advertentie

Deze gevangenen hebben geen constante bewaking nodig, kunnen gaan en staan waar ze willen en sommigen wonen er zelfs met hun vrouw en kinderen. “We tellen de gevangenen drie keer per dag: om vijf uur ’s ochtends en om twaalf en vier uur ’s middags,” zegt Manuel Socrates, planning officer bij Iwahig. “Zo weten we dat er niemand is ontsnapt. Mochten we wel iemand missen, dan worden er meteen bewakers ingeschakeld om de omgeving uit te kammen.”

Joel.

“Er wonen overal medewerkers van de gevangenis, dus je kunt de regels hier haast niet verbreken,” zegt gevangene Joel. “Je wordt altijd wel in de gaten gehouden.” In 2006 is Joel van een gevangenis in Manila overgeplaatst naar Iwahig. Hij zit vast omdat hij iemand heeft neergestoken en heeft nog een jaar of twee te gaan. “Het voordeel van Iwahig is dat er bijna geen rellen zijn, het is hier erg rustig. Toch vond ik het in Manila beter. Het was er gevaarlijker, maar daar kon ik mijn familie tenminste nog zien.”

Wat Joel ook irritant vindt aan de prison farm is dat hij er keihard moet werken. “Het liefst doe ik niks,” zegt hij lachend. Elke ochtend ploeteren de gevangenen op de rijstvelden en kokosplantages, verbouwen ze groenten en zorgen ze voor het vee dat op het terrein rondloopt. Terwijl de gevangenen met hun enkels in het water aan de rijstvelden werken in de warme ochtendzon, zijn de bewakers in de schaduw van een grote boom aan het kaarten.

De gevangenen werken zes uur per dag, zes dagen per week, zegt planning officer Manuel. Als vergoeding krijgen ze 300 peso (5,50 euro) per maand. Daar kunnen de gevangenen weer een stuk of acht pakjes sigaretten voor kopen. “Eén keer per week krijgen we een paar kilo rijst en wat gedroogde vis, waar we de hele week van moeten koken,” verzucht gevangene Joel. “Als we groente willen, moeten we dat zelf verbouwen. Eigenlijk is het nooit echt genoeg.”

Maar als de gevangenen klaar zijn met hun werk mogen ze wel doen wat ze willen. Officer Manuel: “Er is een ruimte waar de gevangenen kunnen poolen of tv kijken, en er is een karaoke-apparaat. Om zeven uur gaat de avondklok in, dan moet iedereen naar zijn verblijf.”

Uit de souvenirhal op het plein klinkt …Baby One More Time van Britney Spears. Binnen zit een bewaker aan een tafel. Een gevangene geeft hem een bord met eten. “Lust je krab?”, vraagt hij. Wanneer de bewaker wat wil drinken komt een andere gevangene hem water brengen. Het is net een koning; de gevangenen zijn de bedienden. Op tafel staat een kleine roze laptop. Facebook staat open. “Ik ben de bewaker van de dansers,” zegt hij met zijn mond nog vol. Terwijl ik met de bewaker sta te praten, tikt een man met een glazen oog op mijn schouder: “Mevrouw, uw tas staat open”.

De bewakers.

Wanneer er toeristen in de souvenirhal komen, verschijnt er een zestal dansers uit een hoekje om een dansje te doen op een nummer van Britney Spears of de Backstreet Boys. Het dansje lijkt rechtstreeks uit de videoclips gekopieerd. De toeristen kijken ernaar, klappen en richten daarna hun aandacht weer op de houten beeldjes, sleutelhangers en armbandjes. Als toerist kun je gratis de gevangenis bezoeken en er vrij rondlopen. Er zijn geen officiële tours, maar er is altijd wel een gevangene die een rondleiding wil geven.

Advertentie

Terwijl de bewaker nog een handvol rijst in zijn mond propt, vertelt hij dat dit een prima baantje is. “Het is hier niet zo gevaarlijk, behalve wanneer iemand probeert te ontsnappen. Je weet dan niet of ze gewapend zijn. Ze zijn tot alles in staat. Gelukkig gebeurt het niet zo vaak.” Drie tot vijf keer per jaar is er een gevangene met de ballen om een ontsnappingspoging te doen. “We schieten ze niet zomaar neer, we proberen ze eerst te pakken,” zegt de bewaker. “Er staan dag en nacht collega’s van me bij de grenzen van de gevangenis, dus daar kunnen de gevangenen ook opgepakt worden. Maar als je echt wilt, dan lukt het wel om te ontsnappen, vooral wanneer je het in je eentje probeert.” Wanneer een gevangene gepakt wordt tijdens een ontsnappingspoging, wordt hij twee tot vier jaar in de maximum security compound gestopt.

“Het is niet heel moeilijk,” zegt Joel. “Je rent een paar rijstvelden door en je bent weg. Maar ik zou het niet doen. Je hebt geen peace of mind, je moet altijd over je schouder blijven kijken en je verstoppen voor de politie. Bovendien ben ik bijna vrij, dus waarom zou ik vluchten?”

Ook Patricio is elke dag in de toeristenhal te vinden. Hij laat me een armband zien, gemaakt van de ruggengraat van een slang. “Ik moet hier elke dag souvenirs verkopen, omdat er ook elke dag toeristen komen.” Hij zit vast voor het gebruik van crystal meth en heeft nog acht jaar te gaan. “Sinds ik ben overgeplaatst uit Manila heb ik mijn familie niet meer gezien. Ze hebben geen geld om naar Palawan te komen.” Maar ontsnappen, daar denkt hij niet aan. “Ook al kom je van het eiland af, je hebt toch geen geld. Ik wacht liever.”