Is deze rechtszaak de bom onder het gedoogbeleid?

Vorig jaar kregen twee wiettelers geen straf omdat ze hun zaken perfect op orde hadden. Als de uitspraak standhoudt in hoger beroep heeft dat grote gevolgen voor ons wietbeleid.

|
27 augustus 2015, 9:03am

Sydney Smeets, John, Ines en Tim Vis proberen het gedoogbeleid te veranderen. Foto door de auteur

Het leek vorig jaar een beetje uit de lucht te komen vallen, maar woensdag bleek dat John en Ines eigenlijk al jaren hoopten dat deze zaak er zou komen. Een "bom onder het gedoogbeleid", noemde D66-kamerlid Magda Berndsen het. Wietkwekers John en Ines uit Bierum in Groningen werden vorig jaar wel veroordeeld voor de kweek van wiet, maar ze kregen geen straf. Het Openbaar Ministerie had een werkstraf geëist, en ging in hoger beroep om deze alsnog opgelegd te krijgen. Woensdag diende het hoger beroep in deze zaak, die het gedoogbeleid op z'n kop kan zetten.

John en Ines werden in de media 'modelkwekers' genoemd. Ze hadden hun plantage namelijk keurig op orde. Ze hadden hun inkomsten netjes aan de belasting opgegeven (en er dus belasting over betaald), er werd geen stroom afgetapt en de wiet ging consequent naar twee vaste coffeeshops. Ook kregen ze geen uitkering en was er geen overlast. En dat leidde er vorig jaar toe dat de rechter erkende dat de manier waarop zij teelden weliswaar nog steeds verboden was, maar dat straf niet op z'n plaats was.

In essentie gaat deze zaak over nederwiet: wiet die in Nederland gekweekt is. Toen het gedoogbeleid in de jaren zeventig ontstond, werd alles nog geïmporteerd. Het legaliseren van gebruik was eigenlijk het legaliseren van de hele scene, op wat importeurs na. Maar toen men erachter kwam hoe je onder lampen kon kweken, is de teelt naar Nederland gekomen en verplaatst naar zolderkamers en schuurtjes. Als reactie kwam er in de jaren negentig een aanscherping van het gedoogbeleid, maar in essentie moeten justitie en de politiek nog altijd werken met een richtlijn die is gebaseerd op een situatie die anders is dan de huidige.

Volgens het Openbaar Ministerie (de instantie die John en Ines vervolgt) behelst het gedoogbeleid niet meer dan het niet vervolgen van een klein onderdeel van een breed crimineel ecosysteem. Volgens het OM (en trouwens ook volgens de VVD) is het slechts een middel om te voorkomen dat wietrokers in aanraking komen met andere soorten drugs. Bovendien zijn justitie en politiek het er over het algemeen over eens dat het vervolgen van gebruikers geen nut heeft in het kader van volksgezondheid.

Twee advocaten van het kantoor van Gerard Spong, Sidney Smeets en de 25-jarige Tim Vis, hebben een nieuwe uitleg van het gedoogbeleid voor ogen die volgens hen aansluit op de huidige realiteit: het gedogen van wietteelt is een logische consequentie van het gedogen van coffeeshops. De politiek heeft 'ja' gezegd tegen coffeeshops, dus dan moet er ook 'ja' worden gezegd tegen het feit dat er geen lucht wordt verkocht in die shops, zo zeggen ze. Het gedogen van een coffeeshop is het gedogen van wiet, en die gedoogde wiet moet nou eenmaal ergens worden geproduceerd.

"Er moet ruimte zijn voor een vorm van teelt zijn die niet vervolgd wordt," zo zei Vis in de rechtszaal. "Anders is het gedoogbeleid failliet." En John en Ines hebben volgens Vis "een methode gevonden die aan een al bestaande vraag voldeed".

Deze nieuwe interpretatie heeft vorig jaar dus succes gehaald. Maar hij kwam helemaal niet uit de lucht vallen. Het was namelijk altijd al het plan van John om het zo ver te laten komen.

Voor John en Ines begon deze rechtszaak jaren geleden. Toen een eerdere plantage werd opgerold, gingen ze nadenken over hoe er nou beweging zou kunnen komen in de muurvaste discussie in Nederland. Hun idee was om de meest ideale wietkweker te worden die het land ooit gezien zou hebben. Een wietkweker die op alle mogelijke vlakken uitstekend georganiseerd was en zich 100% perfect gedroeg.

De politie werd ingelicht over de plantage, de belastingdienst werd gebeld waarna een inspecteur op bezoek kwam, de plantage werd tot in de puntjes verzorgd, en, een belangrijk punt: er kwam een schriftelijke deal met twee coffeeshops. Er werd dus niet geleverd aan een tussenhandelaar, maar hun kweek ging rechtstreeks naar shops die juridisch niet als probleem werden gezien.


Bekijk ook onze documentaire 'Het gras is groener in de Amerikaanse wietindustrie':


John legde zijn beweegredenen uit aan de rechter: "Het is de lust en m'n leven om aan het plantje te werken, en diversiteit aan de coffeeshops te leveren. Iemand moet het doen, waarom dan niet in alle transparantie en eerlijkheid? Coffeeshops zijn ook ooit ontstaan door mensen die hun verantwoordelijkheid namen."

Achterin de zaal knikten ongeveer 25 medestanders mee – soms gromden ze als ze iets hoorden waar ze het niet mee eens waren. De rechter keek tijdens de pleidooien van de advocaten consequent de zaal in, alsof hij erg benieuwd was wat voor soort volk er precies afkomt op een zaak over cannabis.

Eén van de mensen die aandachtig meeluisterden in de zaal was Doede de Jong, een wietkweker die ook veroordeeld is terwijl hij transparant wilde zijn in zijn kweek. Maar of hij dezelfde behandeling krijgt als John en Ines is nog maar de vraag, want hij heeft nooit belasting betaald. De activist hangt een vordering van een kwart miljoen boven het hoofd. Zijn hoger beroep dient in oktober.

Het Openbaar Ministerie zegt dat het deze wietkwekers moet vervolgen omdat dat in internationale verdragen staat. "Er is geen andere optie," aldus de advocaat-generaal van het Openbaar Ministerie, die in zijn betoog probeerde duidelijk te maken wat het ernstige gevolg is van de teelt door John en Ines.

"Door op grotere schaal en langdurige periode te leveren aan coffeeshops hebben verdachten het vertrouwen in het Nederlandse gedoogbeleid schade toegebracht," aldus het OM. John en Ines zouden onderdeel uitmaken van een criminele scene die "vaak gepaard gaat met ripdeals, levens- en geweldsmisdrijven."

Dat John en Ines daar niet aan hebben meegedaan, doet er niet toe, volgens het OM, omdat "in het algemeen de teelt en achterdeurbelevering behoort tot het terrein van de zware georganiseerde criminaliteit". En als het in z'n algemeenheid bij anderen geldt, is het blijkbaar ook relevant bij twee verdachten die daar niks mee te maken hebben.

Uitspraak in de zaak is op 9 september.

Like als de wiedeweerga VICE Nederland om niks te missen van alles wat we maken: