FYI.

This story is over 5 years old.

Ik heb Banksy's rat verwoest

Dit is het verhaal van iemand die een beetje per ongeluk een van Banksy's kunstwerken kapot maakte.
20.9.10

Een tijd geleden woonde ik een oud warenhuis in Londen. Mijn huisgenoot heette Steve. Hij was gezegend met zowel een twijfelachtige persoonlijkheid als een cocktail van psychische aandoeningen. We hadden allebei geen geld; ik werkte fulltime voor een respectabel modelabel, maar kreeg belachelijk weinig betaald voor mijn ongelooflijke PR-, verkoop- en marketingtalenten, terwijl Steve een schooier was die het gewoon verdiende om blut te zijn. Aan de buitenkant van ons gebouw, vlak naast onze voordeur, was graffiti gespoten: een rat van Banksy. We hebben het over één van zijn beroemdste werken: degene die alle koffietafelboeken siert en elke dag hordes hipstertoeristen met camera's naar ons huis wist te lokken. Ik hield van die rat. Hij maakte me elke ochtend een beetje vrolijk als ik het huis verliet.

Op een avond kwam Steve's drugsdealer langs. Naast dealer was hij ook een soort kunstverzamelaar. Terwijl hij coke snoof (of een of ander mengsel van tarwebloem en bleekmiddel, of weet ik veel wat die gore cokedealers je destijds verkochten), vertelde hij ons hoeveel die kleine rat op ons gebouw eigenlijk waard was. Hij beloofde dat als we 'm helemaal in tact uit de muur zouden kunnen hakken, hij de Banksy voor ons zou kunnen verkopen "voor zo'n 50,000 pond”. Dus ik dacht, fuck, van dat geld zou ik best een tijdje kunnen leven. Ik zou door deze actie zo iemand zijn wiens handen aan flarden geblazen werden door een ontploffend kopieerapparaat op kantoor om vervolgens een dikke vette schadevergoeding te innen. Maar dan zonder verneukte handen: het enige wat ik hoefde te doen was m'n normen en waarden eventjes opzij zetten. Dat klonk destijds als een prima idee.

De dealer ging naar huis en Steve en ik besproken ons ethische dilemma. “Ik denk dus dat Bansky het helemaal niet zo erg zou vinden, want op een bepaalde manier conserveren we z'n werk. We verkopen het tenslotte aan een kunsthandelaar.” We keken elkaar aan en wisten allebei dat dat een leugen was.

De rat en een of andere dude genaamd Jim, via Flickr. Iedereen hield van die rat.

We besloten dat we een bekwame bouwvakker nodig hadden om in te schatten of het überhaupt haalbaar was om die rat volledig in tact uit de muur te slopen. Ik liet Steve een bouwvakker zoeken met als reden dat ik te druk en belangrijk was, aangezien ik degene was met een baan. Toen ik die avond thuiskwam zat er een Poolse gast in ons appartement. Hij had zo'n eng gezicht waaraan je niet kunt zien hoe oud iemand is: wat mij betreft kon hij net zo goed 20 als 50 zijn. De Pool zag eruit alsof hij dronken was en heel erg stonk, maar ik maar niet te dicht bij hem in de buurt gekomen om dat te checken, aangezien mijn neus mijn sterkste zintuig is en ik er waarschijnlijk nogal door van slag was geraakt.

Toen hij even later naar beneden liep, was zijn enige gereedschap een rode emmer. Ik maakte me een beetje zorgen. Ik vroeg Steve wat er aan de hand was en hij vertelde me dat de Pool gedetailleerde instructies had ontvangen over wat hij moest gaan doen. “Dus hij spreekt Engels?” vroeg ik voor de zekerheid nog even. Steve bevestigde het met een geïrriteerde, zelfvoldane stem. Hij zat achter de computer en deed alsof hij iets van grote betekenis aan het doen was, apetrots dat hij “De Bouwvakker” voor deze monsterklus had weten te regelen. Hij zei dat 'ie Banksy aan het researchen was, maar ik wist heus wel dat hij op MySpace zat.

Ik was rustig aan het eten toen ik een geluid hoorde dat me direct naar buiten deed spurten. Het was angstaanjagend. Absoluut niet het geluid van een kunstwerk dat zorgvuldig van een muur verwijderd wordt. Ik ging naar buiten en zag hoe de alcoholische bouwvakker de rat in kleine stukjes in de rode emmer liet brokkelen. Het enige dat er nog over was, was het hoofd van de rat. De rest van het wereldberoemde kunstwerk lag aan diggelen op de bodem van de emmer. Ik schreeuwde dat hij moest stoppen, maar de Pool kraamde wat geluiden uit die enkel bevestigden dat hij geen Engels sprak. Ik wilde huilen maar deed het niet. In plaats daarvan zei ik dat hij het overgebleven rattenhoofd moest bedekken met papier en dan op moest rotten. Ik nam de rode emmer mee naar binnen en koesterde de flarden graffiti alsof het de assen van een overledene waren. Dat was natuurlijk ook een beetje zo.

Ik dacht even dat ik een epileptische aanval zou krijgen (ik heb namelijk ook echt epilepsie). Wat erna gebeurde kan ik me niet meer herinneren, maar op een gegeven moment kwam Steve binnen lopen met in zijn handen het hoofd van de rat, nog helemaal in tact. Daar werd ik fucking boos van, aangezien het blijkbaar nogal makkelijk was om de graffiti in één stuk uit de muur te hakken. We zeiden niets tegen elkaar. Ik zette de rode emmer samen met bakken vol schuldgevoel en verdriet in de hoek van de woonkamer, nam een hoop valium en ging naar bed.

De volgende dag op m'n werk kwam ik erachter dat m'n inbox gevuld was met een belachelijke hoeveelheid haatmail van mensen die de catastrofe hadden zien gebeuren. Dingen als: “Ik woon tegenover je en zag je huisgenoot de overblijfselen van Banky's rat in een emmer gieten. Wat de fuck is er mis met je, achterlijke mongool?” Blijkbaar stonden al mijn contactgegevens online, aangezien ik het aanspreekpunt ben van het modebedrijf waarvoor ik werk.

Op de eerste paar mailtjes heb ik nog antwoord gegeven. Ik probeerde uit te leggen dat het simpelweg een ongeluk was, maar toen m'n mailbox bleef overstromen gaf ik het op. Fuck het Fashion Council en hun handige online adreslijsten. Die avond zag ik dat Steve het gat in de muur opgevuld en geschilderd had, waardoor ik me al iets minder kut voelde.

De dagen verstreken en de rode emmer stond nog steeds in de hoek, alsof we iemand hadden vermoord maar het lijk in de woonkamer hadden laten liggen. Ik kon de emmer tamelijk goed negeren, want ik heb een groot talent voor het onderdrukken van slechte herinneringen en ervaringen. Zo gingen er steeds meer dagen voorbij. Steve kwam uiteindelijk aanzetten met een grote bak, een zak zand en een plan om de rat weer in elkaar te zetten. Het leek alsof hij een archeoloog was die een dinosaurus probeerde te reconstrueren met kleine stukjes botjes en ik de rol van assistent vervulde. Maar we waren geen archeologen: we waren gewoon een mislukte zwerver een een mislukte modehippie die iets doms hadden gedaan.

Het hele weekend heb ik in de zandbak zitten puzzelen. Ik hoopte zo stukjes te vinden die aan elkaar zouden passen, al waren het er maar twee. Maar telkens als ik mijn hand in die klote-emmer stak, leken de stukjes weer een beetje kleiner en meer afgebladderd te zijn. Ik wist dat het niet lang meer zou duren voordat er alleen nog een hoop stof in de emmer zou zitten en mijn dromen van een luxeleventje voorgoed voorbij zouden zijn.

Op 11 juli signeert Will Ellsworth-Jones, de auteur van een nieuwe Banksy-biografie in American Book Centre in Amsterdam. Van 17.00 tot 18.00 uur. Voor de promotie, de heb, de money, de fame, de love en de family geven we vijf van die nieuwe boeken weg aan de mensen. En de mensen, dat ben jij. Mail 'GIT MONEY' naar redactie@viceland.nl om kans te maken op zo'n boek. GIT MONEY.