De verhalen en dromen van de jongens in een Amsterdamse vluchtelingengarage

We spraken vier jongens uit de VICE-video 'Gestrande vluchtelingen in een Amsterdamse parkeergarage' over hun reis hiernaartoe en hun hoop voor de toekomst.

door Gwen van der Zwan
08 april 2020, 1:00pm

De garage in Amsterdam waar zo'n tachtig vluchtelingen wonen. Alle foto's door de auteur

In de nieuwe VICE-video Gestrande vluchtelingen in een Amsterdamse parkeergarage gaan we langs bij een groep van ongeveer honderd jonge vluchtelingen die vanuit West-Afrika naar Nederland zijn gekomen, en die hier nu onder erbarmelijke omstandigheden in een parkeergarage overleven. De vluchtelingen in de garage hebben vrijwel allemaal een Dublin-claim: omdat Nederland niet het eerste Europese land was waar ze aankwamen, moeten ze 18 maanden wachten voordat ze hier asiel kunnen aanvragen.

Behalve vluchtelingen zijn deze jongens ook precies dat: jongens, met elk hun eigen verhaal en hun eigen dromen. We spraken vier van hen. Uit angst om herkend te worden wilden ze dat alleen onherkenbaar en onder pseudoniem doen.

Ethan (16)

j

Op 10 maart 2016 verliet ik mijn thuisland Gambia. Ik was toen dertien en zat nog op de lagere school. Zoals eigenlijk alle jongens hier heb ik tijdens mijn reis een tijd vastgezeten in een gevangenenkamp in Libië. Daarom kwam ik pas eind 2018 met de boot aan in Italië. Toen ik daar tegen de immigratiedienst zei dat ik 15 was, werd ik niet geloofd. Nu staat er op mijn paspoort dat ik negentien ben. Voordeel daarvan is dat ik naar de coffeeshop kan en mijn rijbewijs mag halen. Taxichauffeur worden is mijn grootste droom. Ik hou heel erg van auto’s.

Een paar maanden geleden moest ik het asielzoekerscentrum verlaten. Daarna belandde ik in deze garage. Toen ik hier aankwam, bleek er nog iemand uit mijn geboortedorp te zitten. Hij heeft geholpen mij ter wereld te brengen en kent mijn ouders dus ook.

Als mijn Dublinclaim vervalt, hoop ik hier asiel aan te kunnen vragen en de garage te verlaten. Ik mis mijn ouders en mijn tweelingbroer en hoop ze ooit weer te zien, maar ik denk niet dat dit mogelijk is. Het was namelijk levensgevaarlijk voor mij in Gambia vanwege een probleem met mijn familie. Ik heb halsoverkop moeten vertrekken en alles achter moeten laten, zonder afscheid te kunnen nemen en zonder iets mee te kunnen nemen. Over de details denk ik liever niet teveel na. Ik denk liever terug aan mijn mooie herinneringen, zoals de zee en de rivieren in Gambia. Die zijn prachtig. Misschien heeft Nederland ook wel een zee of rivieren, maar ik heb die nog nooit gezien.

Jason (27)

a

Gambia is het beste land ter wereld. Ik mis mijn land, maar wie weet heeft God ook een goed leven in Nederland voor me in petto. Veel mensen uit Gambia zijn moslim, maar ik ben zowel moslim als christen. Ik geloof niet dat er één God is, omdat ik denk dat God voor iedereen iets anders betekent. Ik heb de Bijbel en de Koran gelezen en ik vond het allebei toffe boeken.

Ik vertrok zes jaar geleden, op mijn 21ste, uit Gambia. Ik kon daar niet naar school en had geen toekomst. De reis was pittig. Ik had geen geld en in Libië werd ik in een kamp gestopt. Nu ben ik gelukkig hier. Ik slaap met zes jongens in een tent. We hebben bij gebrek aan ballonnen plastic handschoenen opgeblazen en opgehangen als decoratie. Ik ben de oudste in de tent, en ook al zijn het gezellige jongens, ik wil graag vrienden maken buiten de garage. Ik wil normaal zijn, het land ontdekken en vrienden maken die niet blut zijn. Het liefst mensen die met me willen voetballen. Voetbal is te gek, ik speel graag als middenvelder.

Ook al wonen er in de Bijlmer veel mensen van Afrikaanse afkomst, het is alsnog moeilijk om ze te leren kennen. Ik denk omdat we geen Nederlands spreken en mensen op ons neerkijken als je vertelt dat je in een parkeergarage woont.

Er werd me verteld dat ik een economische vluchteling ben en dat die geen asiel krijgen, maar daarbij zijn mijn persoonlijke problemen thuis over het hoofd gezien. Ik kan niet terug. Je vlucht niet voor niks je land uit. Alle jongens hier hadden geen andere keus dan vluchten. Als het zou kunnen zou ik ook het liefste teruggaan naar Gambia en daar een mooi leven leiden, maar dat gaat gewoon niet.

Liam (33)

vluchteling

Ik woon al drie jaar in Nederland. Ik ben behanger en schilder en kom uit Senegal. Ik ben daar al lang geleden weggegaan. Waarom ik weg moest uit Senegal vertel ik je liever niet. Misschien als ik je beter ken, maar het is voor nu te persoonlijk en het maakt me verdrietig om eraan te denken. Hetzelfde geldt voor mijn tijd in Libië. Ik heb het liever over muziek. Ik hou van alle soorten muziek, maar vooral van elektronische. Afgelopen zomer ben ik naar Defqon geweest. Dat waren de mooiste dagen van mijn leven. Een feest, geluk en niemand die je lastig valt. Ik drink niet, dat is niks voor mij, maar toch kon ik twee dagen lang door feesten. Dat doen de meeste Nederlanders me niet na, denk ik. Het geld voor een ticket had ik zwart verdiend met behang- en schilderklusjes. Van dat geld heb ik ook een cameraatje gekocht. Dat is het dierbaarste wat ik bezit. Ik hou van fotograferen. Ik vertel graag verhalen met mijn foto’s en wil laten zien hoe de wereld eruit ziet door mijn ogen. Soms worden de andere jongens in de garage er wel gek van dat ik altijd foto’s van ze maak, maar daar kan ik alleen maar om lachen.

Aiden (21)

vluchteling

Ik ben lasser van beroep en ik kom uit Gambia. Sinds september 2018 ben ik in Nederland. Ik mag hier vanwege mijn Dublinclaim nog geen asiel aanvragen en heb van de 18 maanden nu 13 maanden gewacht in parkeergarages. Als ik geen verblijfsvergunning krijg, blijf ik toch hier. Ik kan niet weg. Ook al zou ik dat best willen. Ik heb het namelijk heel koud hier en verveel me dood, dat is niet goed voor je geest op de lange termijn. Toch probeer ik het cool te houden en te denken aan positieve dingen. Zoals aan Nederland. Ik hou van Nederland. Nederlanders zijn leuke mensen. Ze reizen naar veel verschillende landen over de hele wereld en dwingen zichzelf om meerdere talen te spreken. Ik had ze al vaak in Gambia gezien. Ze zaten altijd in grote auto’s en ik en andere kinderen uit mijn sloppenwijk renden daar achteraan. Als ze ons zagen, gooiden ze snoep naar ons.

Mijn ouders overleden allebei toen ik twaalf was. Ik bleef in een golfplaten hutje achter met mijn zus. Maar mijn zus trouwde en begon een gezin. Ik moest het huis verlaten en kreeg ruzie met haar man. Hij bedreigde en beledigde me, viel me lastig en intimideerde me. Uiteindelijk was ik mijn leven niet meer zeker en moest ik vluchten. Ik nam maar een paar dingen mee, maar die ben ik verloren in Libië. Ik was vijftien toen ik daar in een gevangenkamp terecht kwam. Ik werd daar dagelijks geslagen zonder reden. Ik sliep op een betonnen vloer in een kleine cel met heel veel andere mensen. Soms wel 200 man. We kregen maximaal één keer per dag eten, dus ik had altijd honger. Misschien dat ik daarom nog steeds zo dun en klein ben. Ik heb er nog elke nacht nachtmerries van. Het leven is niet makkelijk geweest en het doet me pijn om eraan terug te denken. Maar hier gaat het denk ik beter worden. Ik zou het heel leuk vinden om een keer naar een feestje te gaan in Amsterdam want ik ontmoet graag nieuwe mensen. Ik en de jongens grappen weleens: we houden van Amsterdam, maar Amsterdam houdt niet van ons.

Een kleine groep vrijwilligers heeft de zorg voor deze vluchtelingen op zich genomen. Wil je helpen? Klik dan hier.

Tagged:
vluchtelingen