frank lammers vice interview
Het VICE Interview

Frank Lammers is een drugsbaas die drugs haat

We spraken de ster uit de Netflixhits ‘Undercover’ en ‘Ferry’. “Ik geloof wel dat er hard wordt gewerkt om ons van de aarde te vegen. En ze zouden nog gelijk hebben ook.”
Wouter van Dijk
Amsterdam, NL
4.6.21

In onze serie ‘Het VICE Interview’ stellen we elke keer ietwat ongemakkelijke en zeer uiteenlopende vragen aan beroemde en/of interessante mensen. In deze aflevering spreken we acteur en regisseur Frank Lammers over waarom hij zo houdt van Arjen Robben en waarom het hem geen pretje lijkt om met vierhonderd man twee wc’s te delen. 

VICE: Wat is het grootste wat je ooit hebt gesloopt?
Frank Lammers:
Een schuur. Dat was heel leuk, het was van een vriend van een vriend van me – een kunstenaar. Die schuur moest plat, en toen hebben we dat maar gedaan. In ruil daarvoor heb ik nog een mooi kunstwerk gekregen. Ach man, dingen slopen is te gek. Mijn vader was onder andere bouwvakker, en als vakantiewerk mocht ik van hem keukens slopen in een renovatieproject. De eerste heb ik volledig kort en klein geslagen, en mijn vader – de vuilak – had niet gezegd dat ik het ook zelf moest opruimen. Dus dit heb ik één keer gedaan, vervolgens heb ik altijd alles netjes uit elkaar geschroefd. 

Wanneer zei je voor het laatst tegen jezelf ‘ik ga nooit meer drinken’?
Dat heb ik echt nog nooit tegen mezelf gezegd. Nee, echt niet. Dat is meer de afdeling van m’n vrouw. Die kan het echt niet meer, en wordt keihard gestraft. Het is wel fijn om naast iemand die zo brak is op te staan als je drie keer zoveel hebt gedronken, maar zelf nergens last van hebt. Ik kan er nog steeds heel goed tegen. Er komt vast een dag dat het minder wordt, en dat is misschien ook maar beter voor me, maar vooralsnog gaat het prima. 

Ik vind het ook helemaal niet zo erg als ik dan toch wel een kater heb. Een goede kater kan ook lekker zijn. Mijn vrouw schreef ooit een verhaal waarin ze vertelt dat ze zo’n zin heeft in griep. Alleen maar bezig met ziek zijn en dan onder de dekens een beetje televisie kijken, of een beetje kateren en eieren eten op de bank terwijl je met een oog een beetje voetbal zit te kijken. Dat is een staat van zijn die af en toe heel prettig is. Alhoewel, niet als PSV-supporter. 

Wanneer heeft er voor het laatst iemand gezegd dat hij of zij trots op je is? 
Gisteren, denk ik. Ik denk dat m’n dochter dat zei. Ik kan wel zeggen dat ik het niet belangrijk vind, maar ik denk dat ieder mens behoefte heeft aan af en toe een schouderklopje. Altijd als ik iets maak, vind ik het allerbelangrijkste wat ze er thuis van vinden. Als ik iets maak wat niet goed is, of stom, dan zijn zij ook de enigen die mij kunnen raken. Daar ben ik dan echt ziek van. Als je iets maakt waar je hart en ziel in zitten, wil je ook dat de mensen die je daarvoor in de steek hebt gelaten ook snappen en zien waarom ik er al die tijd niet was. 

Advertentie

Voor beginnende acteurs is het ook belangrijk. Ik ben wel eens heel boos geworden op een recensent omdat hij een jonge acteur helemaal de grond in had gestampt. Dat is de enige keer dat ik ooit een recensent gebeld heb. Je kan dat niet maken, omdat je iemand echt vernietigd. Het is een vak, dat je moet leren. En als het nog niet goed genoeg is mag je dat best opschrijven, maar doe het wel een beetje subtiel. 

Zijn er complottheorieën waar je in gelooft?
Nee. Sorry, maar complotdenkers zijn verbijsterend domme mensen waar de wereld helemaal niets mee opschiet. Ik geloof er wel in dat het klimaat het wel beu is, met ons, langzamerhand. Dat er hard wordt gewerkt om ons van de aarde te vegen. En ze zouden nog gelijk hebben ook. 

Ik heb over het algemeen geen al te hoge pet op van het niveau van de mensheid, zeg maar. We schatten ons allemaal intelligenter en hoger in dan we zijn, vrees ik. En als je zendmasten in de fik gaat steken, is er natuurlijk wel iets mis met je. Omdat slopen niets oplevert en omdat je je mening stoelt op niets. Als je molotovcocktails naar teststraten gaat gooien en zorgverleners gaat bedreigen, dan ben je echt niet helemaal klontjes. Geen goed woord voor over. 

Zijn er films of series waar jij zelf erg van moet huilen? 
Ik huil vrij snel, maar meestal om sport. Ik moest erg huilen om Arjen Robben en het plezier dat hij heeft in wat hij aan het doen is, op zevenendertigjarige leeftijd, nadat hij een Champions League heeft gewonnen en een WK-finale heeft gespeeld. En dan na afloop ook nog op de fiets naar huis. Dan denk je: dit is een voorbeeld. Het leven draait om plezier, om lol in wat je doet, en om alles geven wat je in je hebt om iets zo goed mogelijk te doen. Daar wordt de wereld beter van. 

Advertentie

Maar goed, om welke film moest ik huilen? Het bekendste voorbeeld is misschien de lievelingsfilm van mijn vrouw: Terms of endearment. Toen ik haar leerde kennen had ik ‘m nog nooit gezien, en natuurlijk wilde ik ‘m kijken met haar, en tegen het einde van de film lag ik naar adem te happen van de tranen. Er kwam helemaal niets meer uit bij mij. Dus als je op zoek bent naar een fenomenale tearjerker moet je deze kijken. 

Maak de volgende zin af: ‘het grootste probleem met jonge mensen van tegenwoordig is…’ 
Dat ze denken dat ze overal recht op hebben zonder ergens moeite voor te doen. Dat hebben we zorgvuldig zo gebouwd, door een soort Idols-cultuur te ontwikkelen. Je kunt instant beroemd of zanger of whatever worden, en dat is helemaal niet goed. Het is niet goed om dingen direct te krijgen. Je moet ergens een beetje voor knokken, en je ontwikkelen. Talent de tijd geven om te rijpen voor je in een soort wereld belandt die niet klopt. Want dat is wat beroemdheid is, natuurlijk. Je gaat denken dat alle deuren altijd voor je open gaan en dat alles voor je geregeld wordt. Als je daar vooraf niet genoeg moeite in hebt gestopt raak je kwijt wat dingen waard zijn. 

Denk je dat drank en drugs gelukkig kunnen maken? 
Dit is een gevaarlijke vraag. Ik denk dat het heel eventjes gelukkig kan maken, maar niet permanent. Ik vind ook dat je drinken moet leren. Daarom denk ik dat het een slecht idee is dat die drankgrens verschoven is naar achttien. Een hoop jongeren zijn dan al het huis uit, en weg uit het zicht. Vroeger was er een barman, en als een jong iemand te veel op had zei die: je hebt genoeg gehad, kan iemand jou even naar huis brengen? En verder is drugs eigenlijk altijd een slecht idee. Raar om te horen van een drugsbaas misschien, maar nee. 

Wat is de grootste daad van verzet die jij ooit hebt gepleegd?
Ik kom uit een generatie die zich niet echt hoefde te verzetten tegen van alles en nog wat. Ik was wel in m’n eentje de leerlingenraad, op de middelbare school, omdat niemand dat wilde doen. Toen kwamen er meisjes bij mij klagen dat het maandverband dat op school te verkrijgen was veel te groot was. Dus toen ben ik naar de rector gegaan en heb ik dat tegen hem gezegd. Ongeveer met de termen “heeft u wel eens met zo’n matras in uw broek rondgelopen?” Binnen twee weken hing er een nieuwe automaat en was ik de held van alle meisjes. Klein verzet, maar goed. 

Ik denk wel dat het hoog tijd is om je mond een keer open te trekken, omdat er veel fout gaat. Ik vind de wereld veel te rechts georiënteerd. Mensen zijn hard tegen elkaar. Buiten ons zicht worden er bootvluchtelingen terug de zee in geduwd, maar er lijkt zich niemand echt hard tegen te maken. Dat zijn verschrikkelijke dingen, waarvan ik mezelf ook echt kwalijk neem dat ik er niet harder tegen in opstand kom. Eigenlijk ben ik ook gewoon een slapjanus. Veel te druk met mezelf. 

Zijn er docenten die jou hebben getekend voor het leven? 
Ja, zeker. Die heb je ook nodig. Juffrouw van der Vleuten, op de basisschool, mijn eerste liefde. Die liet mij al op m’n zesde voorlezen voor een cassettebandje. Zij zag in mij dat ik dat goed kon, en dat heeft me veel zelfvertrouwen gegeven. Op de middelbare school kreeg ik een toneeldocent die bewustzijn over de wereld en het sociale gevoel in toneelstukken stopte, en daar deed ik dan aan mee. Op de toneelschool begreep ik – als boer uit Brabant – er in het begin niets van, tot Gijs de Lange tegen me zei dat toneelspelen ‘staan en mooi lullen’ is. Dat begreep ik dan wel. 

Stel je hebt een tijdmachine, naar welke periode ga je dan? 
Ik wil sowieso achteruit. Die toekomst hoef ik niets van te weten. Ik denk dat ik tot voor kort de middeleeuwen zou hebben gezegd, maar ik denk dat het daar heel erg stonk. Ik heb Michiel de Ruyter gespeeld, en daar geleerd dat ze met vierhonderd man op een schip zaten waar ze twee wc’s deelden en waar je je reet kon afvegen met een stuk touw. Dus ik denk toch dat ik dan de jaren zestig mee zou willen maken, omdat ik niet begrijp wat er met al die mooie idealen is gebeurd. Een te ver doorgeslagen vrijheid, die niet houdbaar is, maar waarom ook alweer niet? 

Het beste verhaal wat ik daarover ken komt uit de Doe Maar-commune. Joost Belinfante werd gevraagd naar waarom dat ooit is gestopt, en toen zei hij de onvolprezen woorden: “nou ja, weet je, op een gegeven moment stond ik af te wassen terwijl de rest m’n wijf lag te neuken. Toen vond ik het wel welletjes.”