Emile Mbamba bij Vitesse.
Sport

Welkom in het wilde voetballeven van Émile Mbamba

Hij kwam als groot talent van Kameroen naar Nederland. In Indonesië werd hij een held. Tussendoor woonde hij in een dikke villa in Mexico, die waarschijnlijk van een drugsbaron was.
foto's door Pro Shots
Sam van Raalte
zoals verteld aan Sam van Raalte
24 juni 2020, 1:02pmUpdated on 24 juni 2020, 1:41pm

Émile Mbamba heeft een wild voetballeven achter de rug. Vitesse haalde de spits in 1997 als groot Kameroens tienertalent naar Nederland. Hier werkte Mbamba hard aan zijn doorbraak. Maar toen hij topscorer van Vitesse werd, zat de club in flinke geldnood. In de zomer van 2004 werd Mbamba door Vitesse verkocht aan Maccabi Tel Aviv.

Dat was het begin van een wereldreis voor Mbamba. Hij speelde met wisselend succes voor clubs in Israël, Portugal, Zuid-Korea, Bulgarije, Mexico en Indonesië. We zochten contact met hem, om erachter te komen hoe het nu met hem gaat. Mbamba is nu 37 en woont op Bali. Hij vertelde over zijn jaren bij Vitesse, zijn speciale band met Theo Bos, de dood van zijn grootvader, drugscriminaliteit in Mexico en zijn heldenstatus in Indonesië.

Dit is het verhaal van Émile Mbamba.


Émile Mbamba in 2002 bij Vitesse. (Foto: Proshots)

Ik zal de wedstrijd tegen Werder Bremen nooit vergeten. We waren aan het verliezen met Vitesse, stonden 3-2 achter. Ik stond niet in de basis, Bob Peeters mocht beginnen. “Geen probleem,” zei ik. “Ik ben de baas niet.” Vlak voor de wedstrijd had Theo Bos een arm om mijn schouder gelegd. Hij was toen assistent-trainer van Vitesse. “Maak je geen zorgen, ik weet dat jij het verschil gaat maken,” zei Theo tegen me.

Tijdens die wedstrijd zei ik tegen Theo dat ze me in moesten brengen. Ik had ook het gevoel dat ik wat kon doen voor het team. Theo sprak met hoofdtrainer Mike Snoei, en in de laatste minuut brachten ze me in. Aleksandar Rankovic had een rode kaart gekregen, dus we stonden onder druk. Als het 3-2 zou blijven, zouden we doorgaan, omdat we thuis met 2-1 hadden gewonnen. Maar het werd erg spannend, zeker met tien tegen elf. Werder Bremen ging vol in de aanval. Toen kwam ik erin, diep in blessuretijd.

Werder Bremen kreeg een inworp op onze speelhelft. De bal ging naar een verdediger van Werder, die de bal aannam met zijn rechterbeen. Ik wist: hij is linksbenig. Dus ik rende naar zijn linkerbeen, zodat hij geen pass kon geven. Ik zette druk. Hij probeerde me te ontwijken, maar ik wist al wat hij van plan was. Ik pakte de bal af, zonder erbij na te denken. Ik rende naar de keeper en maakte een schijnbeweging, alsof ik al wou schieten. De keeper dook, en ik speelde om hem heen. Met links schoot ik de bal erin.

Man, dat gevoel was geweldig. Iedereen van Vitesse was door het dolle heen aan het schreeuwen. Al mijn teamgenoten sprongen bovenop me. Ik kon nauwelijks ademhalen, want ik was nog helemaal kapot van die sprint met de bal. De assistent-scheidsrechter zag dat ik geen adem meer had, onderop de stapel spelers. Hij moest iedereen van me af halen. De sfeer was ongelooflijk, het hele team werd gek. Iedereen was zo trots op mij. We gingen door in de UEFA Cup, ik was zielsgelukkig.

Vijf jaar daarvoor was ik als tiener vanuit Kameroen naar Vitesse gekomen. Directeur Jan Streuer had mij gescout op een jeugdtoernooi. Mijn familie in Kameroen vond het goed dat ik naar Vitesse ging, onder één voorwaarde: ik moest er mijn school afmaken. Vitesse regelde dat ik ‘s ochtends naar school kon en ‘s middags kon voetballen. Ik verbleef in het sportcentrum van Papendal. Vitesse trainde daar ook, dus dat was perfect voor mij. Na school hoefde ik me niet naar de training te haasten, die was om de hoek.

Jan Streuer was fantastisch. Hij en zijn vrouw stelden hun levens open voor mij. We hadden een geweldige band en ik spreek Jan nog steeds af en toe. Met Theo Bos en zijn vrouw Marieke had ik ook heel goed contact, net als een hoop andere mensen die me opvingen bij Vitesse. Theo werd een soort mentor voor me. Toen ik aankwam bij Vitesse, voetbalde hij nog zelf. Daarna ging hij de jonge spelers coachen. Hij was een van de mensen met wie ik heel close werd. Theo hielp me met het voetbal, maar ook erbuiten.

Zijn vrouw Marieke werkte op Papendal. Volgens mij werkt ze daar nu nog steeds. Marieke is geweldig. Ik noemde haar altijd mijn moeder, want zij nam in Nederland de rol van mijn moeder over. Marieke leerde me hoe ik moest praten en hoe ik me moest gedragen in Nederland. Ik sprak altijd met haar over mijn familie in Afrika. Ze zorgde dat ik genoeg at, dat ik op tijd kwam op school en naar de trainingen van Vitesse ging. “Je moet harder werken, net als Theo,” zei ze weleens.

Theo Bos in 2002 als assistent-trainer van Vitesse. (Foto: Proshots)

Het was voor mij ook lekker dat er in die tijd meer Afrikanen rondliepen bij Vitesse, zoals Kallé Soné en Job Komol, die tegelijk met mij vanuit Kameroen naar Nederland waren gekomen. Later kwamen Mamadou Zongo uit Burkina-Faso en Mahamadou Diarra uit Mali er ook bij. Met jongens als Ruud Knol, Remco van der Schaaf, Nicky Hofs en Theo Janssen ging ik ook veel om. Na de training dronken en aten we vaak samen wat in de stad, voordat iedereen naar huis ging. Vitesse voelde in die jaren als een familie.

Hoofdtrainer Ronald Koeman haalde me naar het eerste team, toen ik nog niet eens achttien was. Hij zorgde dat ik een contract kreeg. Koeman heeft als verdediger veel grote spitsen tegenover zich gehad, dus hij wist hoe ik als spits mijn lichaam kon gebruiken tegen verdedigers. Op de training leerde hij me zo van alles. Theo Janssen tipte Koeman ook eens dat ik goed vrije trappen kon nemen. Dus na de training gingen Theo, Ronald en ik vaak met zijn drieën op vrije trappen oefenen. Dat soort mooie momenten zal ik nooit vergeten.

Mijn beste moment met Vitesse was de reeks in de UEFA Cup. Dat seizoen ging het in de competitie helemaal niet goed, dus niemand verwachtte wat van ons in Europa. Maar onder trainer Mike Snoei speelden we goed tegen Rapid Boekarest en Werder Bremen. Na die goal van mij tegen Werder, mochten we tegen Liverpool. We gingen naar Anfield Road. Vijf minuten voor de wedstrijd zat er nog haast niemand, maar toen we begonnen, zag ik opeens een hoop mensen op de tribunes. Ik stond tegenover spelers als Steven Gerrard, Jamie Carragher en Michael Owen. We verloren met 1-0 en lagen uit het toernooi, maar het was een geweldige ervaring.

Ik weet niet precies wat er daarna misging met Vitesse, maar er ontstonden financiële problemen. Er moest geld binnenkomen uit transfers. In de zomer van 2004 miste ik bijna de hele voorbereiding op het seizoen, omdat ik tijdens een vakantie in Afrika malaria op had gelopen. Ik was daar flink ziek van. Toch wilde Maccabi Tel Aviv me die zomer hebben. Van mij hoefde dat niet. Vitesse had me niet voor niets gekocht en een opleiding gegeven. Ik was pas net topscorer van de club en wilde mijn naam eerst gevestigd hebben, voordat ik er vertrok. Maar Vitesse wou me graag verkopen vanwege de financiële problemen.

Ik vloog eerlijk gezegd met flinke tegenzin naar Israël om bij Maccabi Tel Aviv te tekenen. Zodra ik het contract er had getekend, kocht ik in Kameroen meteen een huis voor mijn moeder en een huis voor mezelf, met een stuk land erbij. Mijn jongere broer woont daar sindsdien, als ik er niet ben. Het is altijd het belangrijkst geweest voor mij om voor mijn familie te zorgen. Mijn vader ken ik niet. Op zijn sterfbed vroeg mijn opa aan mij om te beloven voor mijn moeder en broers te zorgen. Dus zolang ik dat kan doen, doe ik dat. Ik hou veel van mijn moeder. Ik zeg voor de grap weleens dat zij mijn eerste vrouw is.

Met Maccabi Tel Aviv ging ik voor het eerst de Champions League in. We speelden tegen Bayern München, Juventus en Ajax. Ik zal nooit vergeten dat ik tegen spelers als Alessandro Del Piero en Zé Roberto heb gestaan. Maar het duurde dat seizoen lang voordat ik echt fit was, omdat ik nog zat met de nasleep van de malaria. Pas tegen het einde van het seizoen begon ik te scoren. “Waarom hebben we dit niet eerder gezien?” vroegen mijn teamgenoten. Na een jaar besloten Maccabi en ik dat we beter uit elkaar konden gaan.

Ik heb daarna een jaartje voor Maccabi Petah Tikva in Israël en een jaar voor Vitória Setúbal in Portugal gespeeld, voordat ik uit het niets een bijzondere aanbieding kreeg uit Azië. Ik kon een goed contract tekenen bij Arema Malang, een club op het Indonesische eiland Java. Ze wilden me heel graag hebben en stuurden me een vliegticket naar Indonesië op. Ik was al op weg naar het vliegveld, toen mijn zaakwaarnemer me opeens belde. Olympique Marseille had ook interesse in me. Dat is natuurlijk een veel grotere club dan Arema Malang. Dus ik belde Arema Malang op en deed ik alsof ik het vliegtuig had gemist.

Ik wilde wachten op Olympique Marseille. Maar zij lieten me maar wachten en wachten, de weken gingen voorbij. Ik wou heel graag naar die club, maar de transferdeadline kwam steeds dichterbij. Ik moest een keuze maken, dus ik vloog alsnog naar Indonesië. De dag nadat ik het contract met Arema Malang had getekend, belde mijn zaakwaarnemer me op. Hij zei dat Olympique Marseille me alsnog wilde hebben. “Ik heb twee maanden op Marseille gewacht,” zei ik. “Nu ben ik al in Indonesië en heb ik getekend.” Er was geen weg meer terug. Zo werd ik een speler van Arema Malang op Java.

Ik woonde op Java in een groot complex voor buitenlandse spelers, met een zwembad en gym erbij. De club stond er niet best voor in de competitie toen ik er aankwam. Maar ik kreeg het volle vertrouwen van de trainer, een Tsjechische man met de naam Miroslav Janu. Ik wou iedereen in Indonesië graag laten zien dat ze een van de beste spitsen binnen hadden gehaald, dus ik ging er vol voor. In 25 wedstrijden scoorde ik 14 goals en gaf ik een hoop assists. De mensen op Java waren geweldig. Ik heb nog steeds een goede relatie met hen, omdat ze weten wat ik voor hun club heb gedaan. Mijn leven daar was goed.

Het viel andere clubs in Azië op dat ik veel scoorde. De Zuid-Koreaanse club Daegu FC vroeg of ik bij hen wilde tekenen. Dat vond ik prima, want mijn contract bij Arema Malang liep na een jaar af. Maar ik heb helaas een moeilijke tijd gehad bij Daegu FC. Mijn opa overleed op de dag dat ik naar Zuid-Korea ging. Ik kon niet meer naar zijn begrafenis, omdat de competitie al begon. Op het veld was het communiceren lastig in Zuid-Korea, omdat ze alles voor mij moesten vertalen. De coach sprak niet eens Engels. Na een half seizoen vroeg ik Daegu FC of ik er weg mocht, omdat ik er niet gelukkig was.

Dat was niet het einde van mijn reis. Toen ik klein was, wou ik altijd zoveel mogelijk van de wereld zien. Dus ik bedank god nog vaak dat hij me via voetbal de kans heeft gegeven de wereld over te reizen. Na die slechte periode in Zuid-Korea, had ik een goed seizoen bij Botev Plovdiv in Bulgarije. Ik heb daar best wat gescoord, waarna ik een deal kon krijgen in Mexico. Ik tekende er een contract bij CF Atlante. Maar ik kwam er snel achter dat het leven in Mexico gestoord is. Door alle drugscriminaliteit is het er niet veilig. Toen ik er zat, werd er een voetballer, Salvador Cabañas, neergeschoten in een discotheek. Ik vond het doodeng.

Ik woonde in een gigantisch huis van de voorzitter van mijn voetbalclub. Er zat een zwembad, discotheek en barbecue in, maar het stond verder helemaal leeg. Ik woonde er alleen, met een paar beveiligers. Die vertelden me dat ik daar eigenlijk ook niet veilig was, omdat er altijd wat kon gebeuren. Van andere mensen hoorde ik dat het huis eigenlijk van een drugshandelaar was. Wat de voorzitter van de club nou precies deed, is me nooit duidelijk geworden. Dat wou ik ook niet weten. Ik wilde er zo min mogelijk mee te maken hebben. Het huis was mooi en groot, maar ik deed er ‘s nachts geen oog dicht.

Toen de club ook nog eens mijn salaris niet volledig uitbetaalde, besloot ik weg te gaan uit Mexico. Ik wou terug naar Indonesië, waar ik me wel echt thuis voelde. Ik heb de laatste vijf jaar van mijn voetbalcarrière voor verschillende clubs in Indonesië gespeeld, van Borneo tot Java, en ben er nooit meer weggegaan. Elk jaar had ik wel een nieuwe club en overal scoorde ik mijn doelpunten. Bij mijn laatste club, Gresik United, liep ik eind 2016 helaas een zware knieblessure op, waar ik een tijd last van heb gehad. Voor de revalidatie ben ik naar Bali gegaan, omdat hier een Nederlandse fysiotherapeut zit die ik ken en vertrouw.

Émile Mbamba op Bali. (Foto's via Mbamba)

Op Bali huur ik sindsdien een klein appartement dat ik kan betalen met het geld dat ik heb verdiend als voetballer. Mijn appartement zit niet ver van het strand. Elke dag ren ik op het strand, omdat de fysio zegt dat dat goed is voor mijn herstel. Op dit moment moet ik eerlijk gezegd wel weer wat geld verdienen, om weer een goede financiële situatie te krijgen. Ik wil graag een comeback maken als profvoetballer, ook al heb ik er jaren uit gelegen. Ik hoop nog een jaar of twee te kunnen voetballen. Laatst toonde een club uit Cambodja interesse in mij, maar door de uitbraak van het coronavirus ging die deal helaas niet door.

Voetbal heeft me een beter leven gegeven. Ik ben de mensen dankbaar die me onderweg kansen hebben gegeven. Door mijn werk als profvoetballer heb ik allemaal landen kunnen zien die ik anders niet had gezien. Die kansen wil ik nu geven aan andere kinderen. Ik ben hier op Bali veel bezig met een Indonesische amateurclub, Sulut Bali FC. Ik wil voor hen ook een voetbalschool openen, voor de opleiding van talenten. Maar voor zo’n project moet ik eerst wat geld hebben. Dat is een van de redenen dat ik weer hoop ergens nog een contract te kunnen tekenen als profvoetballer.

Ik heb geen gezin, omdat ik altijd van continent naar continent heb gereisd. Maar daar hoor je me niet over klagen. Elke dag hier is een goede dag voor mij. Ik ben een vrij mens. Ik weet niet of ik hier altijd blijf wonen, of ooit terug ga naar Kameroen. Als je me nu zou zeggen dat ik de rest van mijn leven in Nederland zou wonen, zou ik ook blij zijn. Ik plan niets vooruit. Ik ga daarheen waar god me wil hebben. Ik dank god dat ik deze reis heb mogen maken, en dat ik er nog ben.

-

Tijdens de coronacrisis bellen we met voormalig spelers uit de Eredivisie, om erachter te komen hoe het nu met ze gaat. Van Shinji Ono in Japan tot Jozy Altidore in Canada. Al deze interviews zijn hier te vinden. Naast onze geschreven verhalen en video's hebben we nu ook een podcast: De Wereld van VICE Sports. De afleveringen zijn hier te luisteren bij Apple of hier op Spotify: