Drugs en politiek
Afbeelding door Faye Wilkie 
Drugs

Ga je linkser of rechtser stemmen van drugs? We vroegen het de wetenschap

Stem je VVD door te veel 2-CB? Of ineens Partij voor de Dieren na twaalf bieren?
Tim Fraanje
Amsterdam, NL
FW
illustraties door Faye Wilkie
4.3.21
kiezenmetvice3
Op 17 maart gaat Nederland naar de stembus. Wij zijn jouw bron van verlichting in de democratische duisternis.

Drugs worden vaak geassocieerd met de linkerkant van het politieke spectrum. Dat zou aan “links” zelf kunnen liggen. De hippies koppelden hun linksige idealen van peace en love aan een voorliefde voor wiet, hasj en psychedelica, partijen als D66, Groen Links en PvdA willen een liberaal drugsbeleid en Jesse Klaver zei zelfs ooit dat hij als een “totale loser” gold binnen Groenlinks omdat hij nog nooit drugs had gebruikt. Rechts probeert zich daarentegen juist zoveel mogelijk van drugs te distantiëren, zo zei VVD’er Rutte tegen de Canadese jeugd dat ze van de wiet moeten afblijven, kent ex-VVD’er Ard van der Steur naar eigen zeggen “mensen die aan wiet zijn gestorven”, en vindt CDA’er Ferd Grapperhaus dat er minder pilletjes geslikt moeten worden op festivals. Om maar een paar voorbeelden te noemen. 

Maar hoe zit het eigenlijk echt, met drugs en linksheid? Is het meer dan een associatie? Word je linkser als je drugs gebruikt? En zijn er ook rechtse drugs? Ik probeerde het uit te zoeken door onderzoeken te googelen, en door te praten met wetenschappers en andere experts. 

Word je links van drugs? 
Uit een vrij recente een peiling van Maurice de Hond bleek dat mensen met een linkse voorkeur vaker inderdaad vaker één of meerdere wietervaringen hebben gehad, en volgens een Amerikaanse peiling zijn “liberals” zelfs zes keer meer geneigd om af en toe een jonko te klappen dan “conservatives”. 

Advertentie

Toch is het bijna niet wetenschappelijk te onderzoeken of deze mensen links zijn geworden in doordat hun high ze opeens een eindeloze stroom onuitvoerbare wereldverbeterplannen voorschotelde. “De vraag is altijd, wat veroorzaakt wat?” vertelt Leon Kenemans me aan de telefoon. Kenemans is hoogleraar psychofarmacologie, een onderzoeksterrein waarbinnen men zich bezig houdt met de invloed van drugs op het gedrag, aan de Universiteit Utrecht. “Om een causaal verband aan te tonen tussen iets complex als politieke voorkeur en het gebruik van drugs zou je over een lange tijd heel veel vergelijkbare mensen moeten volgen, en sommigen op een drugs-regime zetten en anderen niet. Dat is natuurlijk volstrekt onmogelijk.” 

Dat vooroordelen over bepaalde drugs desondanks niet altijd kloppen is wel tot op zekere hoogte te bewijzen. Kenemans deed bijvoorbeeld onderzoek naar het “demotivationeel syndroom” bij het gebruik van wiet. Naast dat wiet wordt geassocieerd met “linksheid” wordt de drug geassocieerd met ambitieloos en lui op de bank hangen, maar deze associatie bleek ongegrond. “Er leek eerder een samenhang met de alcohol die mensen naast de cannabis gebruikten,” zegt Kenemans. Hij heeft geen onderzoek gedaan naar politieke voorkeuren en drugs, maar zijn educated guess is dat de drugs je over het algemeen onverschillig maken, ook op politiek vlak. “Ook vanwege de negatieve bijwerkingen, de katers enzo.” 

Advertentie

Er zijn wel een aantal onderzoeken gedaan die meer specifieke verbanden aantonen tussen drugs en politieke voorkeur. In 2017 hielden de Engelse neurowetenschapper Matthew Nour en consorten bijvoorbeeld een anonieme internet-enquête met gebruikers van verschillende soorten drugs, waaruit ze een aantal statistisch onderbouwde conclusies konden trekken. 

Het onderzoek spitste zich toe op drie verschillende aspecten van politieke voorkeur aan de hand van stellingen waarvan de deelnemers moesten aangeven in hoeverre ze het ermee eens waren. Sociaal-economische oriëntatie (liberalisme versus conservatisme), libertarisme versus autoritarisme (“Scholen moeten kinderen leren om te gehoorzamen,” en “Demonstreren tegen de overheid zou verboden moeten worden”) en de mate van verbondenheid met de natuur (“Ik voel me verbonden met alles wat leeft” en “Mijn relatie met de natuur en het milieu is deel van mijn spiritualiteit”). Wat bleek? Mensen die geregeld psychedelica gebruikten hielden meer van de natuur, en waren liberaler. Ook scoorden ze lager op de behoefte aan autoriteit. Dat zou je, vertaald naar de Nederlandse context, links kunnen noemen. 

Psychofarmacologe Taylor Lyons deed in 2018 een onderzoek waarin het verband tussen linksheid en psychedelica nog wat sterker wordt aangetoond. Ze onderzocht het effect van een behandeling voor zware depressie met psilocybine (de werkzame stof in paddo’s) in combinatie met psychologische hulpverlening op politieke voorkeur. Daarbij werden dezelfde elementen van politieke voorkeur werd getoetst als in het onderzoek van Nour. De verbondenheid met de natuur was bij de patiënten significant toegenomen voor de patiënten en de behoefte aan autoriteit was significant afgenomen. 

Advertentie

Volgens Kenemans is daarmee nog steeds niet aangetoond dat psychedelica ‘links’ maakt. “De niet-behandelde, gezonde controlegroep vertoonde geen verschil, en belangrijker is dat er geen patiënten-groep met placebo-interventie was meegenomen in het onderzoek. Daardoor kan niet uitgesloten worden dat zelfs een nep-interventie hetzelfde effect op politieke voorkeur zou hebben gehad.” Toch concluderen de onderzoekers voorzichtig dat psychedelische drugs een verandering van politieke voorkeur teweeg zouden kunnen brengen. Abbie Hoffman, de hippie die in de sixties dreigde om LSD in de watervoorziening te gooien, had, als hij het wel gedaan had, misschien inderdaad de loop van de geschiedenis kunnen veranderen. 

Er zijn hoe dan ook wetenschappelijke verbanden aangetoond verband tussen psychedelica en linksheid (al is dat dus geen causaal verband). Het imago klopt dus, al zijn ayahuascasessies en microdosen met LSD pas de laatste jaren een echte hype in corporate kringen. De grote vraag blijft: worden de techbonzen daar linkser van, of wordt het imago van psychedelica rechtser? 

En rechtse drugs dan? 
Er zijn ook drugs met een meer rechts imago. Cocaïne is bijvoorbeeld, in de beeldvorming, onlosmakelijk verbonden met een rechts wereldbeeld. Patrick Bateman, de moordlustige yup uit American Psycho snuift coke, Jordan Belfort, de ontspoorde beurshandelaar uit the Wolf of Wall Street snuift coke. De Zuidas heet in de volksmond de snuifas, en dat is niet omdat er zoveel cultuur te snuiven is. Zeg cocaïne en je zegt laissez-faire kapitalisme. Toch hadden de mensen die geregeld cocaïne gebruikten in het onderzoek van Nour geen specifiek politiek profiel. 

Alcohol bleek wél te correleren met rechtsheid. Hoewel het stelen van verkeersborden en het uitschelden van politie-agenten voor zover ik weet kenmerkend dronkenmansgedrag is, bleken mensen die wekelijks alcohol drinken gemiddeld genomen bijvoorbeeld juist van autoriteit te houden. Ook bleken ze zich niet zo verbonden te voelen met de natuur, een minder verrassende conclusie voor wie bekend is met het fenomeen “struikduiken”. 

Word je rechtser van stoppen met drugs?
Stél dat het zo is dat je links wordt van bepaalde drugs (wat dus niet wetenschappelijk aangetoond kan worden), dan zou je rechtser moeten worden als je geen drugs meer gebruikt. Dat legde ik voor aan Dick Trubendorffer, de directeur van acht naar hemzelf genoemde verslavingsklinieken. Onder zijn hoede maken jaarlijks een heleboel mensen een persoonlijke ontwikkeling door, wat zich misschien ook wel vertaalt naar hun stemgedrag. 

“Ik heb geen uitgekristalliseerde data.” zegt Trubendorffer. “Wij brengen het kiesgedrag van onze patiënten niet in kaart. Wij kunnen niet tegen jou zeggen: mensen die blowen stemmen altijd Partij voor de Dieren, en als ze dan clean geworden zijn stemmen ze opeens VVD. Maar in zijn algemeenheid kun je wel zeggen dat mensen doordat ze clean geworden zijn grotere mate van bewustzijn ervaren, op basis waarvan ze in ieder geval keuzes kunnen maken die waarschijnlijk dichter liggen bij wie ze werkelijk zijn,” vertelt hij. 

“In zijn algemeenheid worden mensen minder militant of agressief als ze stoppen met gebruiken. Ze krijgen een grotere sociale bewogenheid. Dat zou zich uit kunnen kristalliseren in ander stemgedrag. Dat mensen iets meer naar het midden opschuiven.” Trubendorffer zelf richtte zijn klinieken op nadat hij zelf gestopt was met een verslaving aan alcohol, coke en speed. “Ik denk dat ik wat rechtser ben geworden toen ik clean werd. Vroeger had ik een linkse oriëntatie, maar ik vond dat links teveel het stokpaardje had van zich buigen over groepen, die in de optiek van links onvoldoende weerbaar waren. Dat sprak me vroeger meer aan dan nu, nu vind ik dat vaak toch contraproductief.”

Hij vertelt dat het links-liberale beleid in Amsterdam, waar hij opgroeide, hem destijds niet heeft kunnen helpen. “In mijn jeugd had je veel tenten die 24 uur rond de klok open waren, daar werd geblowd, er werd cocaïne gebruikt. En de hulpverlening deed onvoldoende een app`el op je eigen verantwoordelijkheid. Als je verslaafd was was je een sneue figuur, die voor hulp altijd kon aankloppen. De hulpverlening was gericht op het toesteken van een helpende hand, maar wel vanuit een hiërarchische positie. Ik ben clean geworden in Amerika, en georganiseerde verslavingszorg is daar heel basaal. Je krijgt een ambulante behandeling en je moet naar zelfhulpgroepen gaan. En als je dat niet doet, dan zoek je het maar uit. Dat appèl op eigen autonomie dat vind ik Amerikaans, en ook wel iets rechts hebben. Dat spreekt mij veel meer aan. Ik zie mezelf nu als rechts van het midden.”  

Concluderend kunnen we dus wel zeggen, dat de associatie van drugs met een linkse politieke voorkeur niet helemaal uit het niets komt. Wel speelt rechts vals doordat de enige objectief rechtse drug, alcohol, meestal niet onder de drugs wordt gerekend. De morele zelfgenoegzaamheid aan rechterzijde is wat mij betreft dan ook niet gepast.