Sport

Hoe het gaat met Shota “Showtime” Arveladze als trainer in Oezbekistan

We spraken hem over het Oezbeekse voetbal en Johan Cruijff.

door Guus Hetterscheid; foto's door Proshots/Shota Arveladze
07 april 2020, 9:32am

Tijdens de coronacrisis bellen we met voormalig spelers uit de Eredivisie, om erachter te komen hoe het nu met ze gaat. Van Shinji Ono in Japan tot Jozy Altidore in Canada. Al deze interviews zijn hier te vinden. Vandaag is de beurt aan Shota Arveladze.

Ik herinner me Shota Arveladze (47) vooral als de makkelijk scorende spits van Ajax en AZ, in de jaren negentig en nul. De Georgiër kreeg in Amsterdam niet voor niets de bijnaam Showtime Arveladze. Arveladze wist in die tijd wel hoe hij een goal moest maken, maar had niet per se het uiterlijk van een dodelijke spits. Arveladze leek eerder op een knullige accountant, ploeggenoten bij Ajax noemden hem dan ook Mr. Bean.

Met voetballen is Arveladze inmiddels al een tijdje gestopt. Hij is nu trainer in Oezbekistan, bij topclub Pakhtakor Tashkent. Ik ben benieuwd hoe het nu met hem gaat. Vorig seizoen won Arveladze drie prijzen in Oezbekistan. Als ik hem bel, zit hij al etend en drinkend anderhalf uur op de praatstoel. Arveladze vertelt over de coronacrisis, zijn werk bij Pakhtakor, de cultuur in Oezbekistan en een bezoek aan Johan Cruijff vlak voor zijn dood.

VICE Sports: Hoi Shota, hoe gaat het met jou en je familie in deze gekke tijden?
Shota Arveladze: Ik ben extra op mijn hoede omdat ik astma heb, maar het gaat wel goed met mijn gezin. We zitten met zijn allen in Istanboel, hier heb ik een huis gekocht toen ik in Turkije voor Kasimpasa werkte. Ik kon alleen nog met een privéjet vanuit Tashkent hierheen vliegen, omdat er al bijna geen lijnvluchten meer vertrokken.

Hoe kom jij nu de dagen door?
Ik lees boeken, bel met vrienden en familie, praat met mijn vrouw en kinderen en kijk films. Soms zit ik op Instagram en zie ik jongens foto’s en voetbalfilmpjes van vroeger posten. Dat is leuk, en nostalgisch. Maar ik vind het moeilijk om me te concentreren. Alles wat vanzelfsprekend was, is dat niet meer. Koffie drinken met vrienden, uit eten gaan, op het voetbalveld staan en boodschappen doen. Deze crisis gaat diepe sporen achterlaten. Eén voordeel van deze tijd is dat de natuur zich nu kan herstellen. Ik zie dit moment ook als een wake up call. Dat we meer naar elkaar moeten omkijken en elkaar helpen, ook nu in deze crisis. We zijn zelfzuchtig geworden, maar het leven draait niet om veel geld verdienen of veel views en likes scoren op social media. Nu iedereen thuis zit met geliefden hebben we ook weer meer tijd voor elkaar. Misschien zien we over negen maanden een babyboom. Of veel scheidingen, als de crisis nog heel lang duurt.

Is je tweelingbroer Archil ook bij jou in Istanboel?
Nee, hij zit bij zijn gezin in Georgië. Normaal gesproken zijn we onafscheidelijk. Archil assisteert mij ook bij Pakhtakor. Spelers kunnen ons goed uit elkaar houden: ik ben veel knapper dan hij. Vroeger deden we ons weleens voor als de ander op school. Nu is Archil veel grijzer dan ik.

Arveladze
Shota Arveladze in zijn tijd bij Ajax. (Foto: Proshots)

Pieter Huistra en Laszlo Jambor, die jaren conditie- en revalidatietrainer was bij Ajax, zijn ook twee assistenten bij Pakhtakor. Hoe bevalt die samenwerking?
Heel goed. Pieter leerde ik kennen via zaakwaarnemer Guido Albers. We zijn nu goede vrienden, behalve als we tafeltennissen. Laszlo leerde ik kennen bij Ajax, hij was al de conditietrainer bij het Ajax van Louis van Gaal. Pieter, Laszlo en Archil zijn geen assistenten die enkel doen wat ik zeg en ja knikken. Ze laten van zich horen als ik iets niet goed doe of zie, en ze hebben eigen ideeën. Pieter en Laszlo wachten in Tashkent nog op een vlucht naar Nederland. Vanuit Amsterdam kun je normaal gesproken alleen via een tussenstop in Istanboel of Moskou naar Tashkent, maar nu zijn er allerlei beperkingen. Ik bel ze elke dag. Zij verzorgen nu online trainingsoefeningen voor de spelers.

Je bent komende zomer drie jaar trainer bij Pakhtakor, hoe ging het tot de coronacrisis uitbrak?
Heel goed. We stapten in 2017 in, toen de club dertiende stond in de competitie. Ik zag een avontuur buiten Europa wel zitten en kende Pakhtakor ook. In een ver verleden heb ik nog met Dinamo Tbilisi tegen Pakhtakor gespeeld. De club zat een paar jaar in een dip, maar is de beste club van Oezbekistan aller tijden. De nummer twee op die lijst is Netfchi, onze rivaal. Zij zijn twee jaar geleden gedegradeerd. Die wedstrijden waren in het verleden behoorlijk intens, heb ik gehoord. Vorig seizoen wonnen we de Supercup, de beker en de landstitel. Dat was extra speciaal omdat het dat jaar veertig jaar geleden was dat een vliegtuig met zeventien spelers, trainers en officials van Pakhtakor verongelukte op de terugweg van een wedstrijd bij Dinamo Minsk. Alle 179 inzittenden kwamen om het leven. Elk jaar worden zij herdacht. Dat wij hen op deze manier konden eren was erg bijzonder. Maar niemand weet hoe en wanneer het nu verder gaat. Mijn contract loopt dit kalenderjaar af.

Ik las dat Alisher Usmanov, een in Oezbekistan geboren Russische oligarch, jullie grote sponsor is. Welke rol speelt hij in jullie succes?
Het trainingscomplex en het stadion zijn vernieuwd. Maar het is niet zo dat we buitenlandse toppers kunnen halen. Eren Derdiyok is misschien bekend in Europa. Uiteindelijk win je wedstrijden ook niet met een grote zak geld op je rug. Zoiets zei Johan Cruijff ook ooit toch?

Hij zei: “Ik heb nog nooit een zak geld zien scoren.”
O ja. Maar goed, we hebben wel kunnen investeren in onder andere video- en data-analyse en de medische staf is verder uitgebreid. Daarvoor zaten jongens die blessures of lichte pijntjes hadden thuis te niksen, nu kunnen ze met specialisten aan de slag. Het jeugdcomplex is ook aangepakt. Met onze kennis en ervaring vanuit Europa konden we aangeven waar nog in geïnvesteerd moest worden. Zo willen we Pakhtakor op de korte én lange termijn helpen.

1586251773491-Copyright-ProShots-131113
Shota Arveladze met Demy de Zeeuw bij AZ. (Foto: Proshots)

Hoe ziet het leven in Tashkent eruit?
Het is een moderne, drukke stad, en ook heel veilig. De criminaliteitscijfers zijn hier heel laag. Er is veel groen. Het is een soort oase. Het kan hier wel bloedheet zijn, soms wel vijftig graden Celsius. Veel mensen in Nederland zullen Oezbekistan niet zo goed kennen, maar Tashkent was in de Sovjet-jaren een poort naar Azië, als belangrijke stad aan de zijderoute. Oezbekistan staat bekend om haar architectuur. Wist je dat de Taj Mahal in India is gebouwd door Oezbeken? Samarkand en Buchara zijn ook heel populair bij toeristen. Die steden zijn al duizenden jaren oud. Als de crisis voorbij is moet je maar eens deze kant op komen.

Ik ga het thuis bespreken. Is Oezbekistan een voetballand?
De Oezbeekse competitie zit in de lift. Er wordt nu veel geïnvesteerd in stadions. Er waren eerder nog teams die alleen uitwedstrijden speelden, omdat hun stadion of veld niet aan de eisen voldeed. We speelden soms ’s middag in de hitte, omdat clubs geen lichtmasten hadden. Nu zijn bijna alle duels ’s avonds. Bij de topclubs zitten rond de 30 duizend man. Ook internationaal voetbal is populair. Als El Clásico op tv is, ligt het leven hier stil.

Hiervoor was je trainer bij Maccabi Tel Aviv, waar Jordi Cruijff toen directeur was. Hoe was jullie samenwerking?
Dat was een leerzame periode. We werkten ruim een half jaar samen. Ik was er de opvolger van Peter Bosz. We wonnen onder andere nog bij AZ in de Europa League, maar toen de resultaten tegenvielen moest ik weg. Met Jordi heb ik niet veel contact meer. Ik heb hem pas geleden nog wel een berichtje gestuurd vanwege de sterfdag van zijn vader. Een paar maanden voor zijn dood zat ik nog bij Johan Cruijff op zijn kantoor in Barcelona.

Waarom was je bij hem?
Johan is altijd een inspiratiebron geweest. Toen ik mijn goede vriend Sjaak Swart bij een Lucky Ajax-wedstrijd tegenkwam vroeg ik hoe ik met Johan in contact kon komen. Ik wilde graag eens met hem filosoferen over voetbal en de foundation voor kansarme kinderen in Georgië die ik met mijn broers Archil en Revaz heb opgezet. Sjaak gaf me het nummer van zijn huistelefoon, want hij had geen mobieltje. Toen ik belde stond het zweet in mijn handen. Maar Johan wilde heel graag tijd vrij maken. Ik vloog naar Barcelona en we hebben zo’n zes uur op zijn kantoor gesproken.

Waar hebben jullie het over gehad?
Over voetbal, het leven. We vergaten bijna te drinken en te eten. We kwamen toen nog op het punt van op kunstgras spelen. Ik zei: “Op kunstgras spelen is hetzelfde als seks met een condoom.” Johan kon daar om lachen. We waren het eens dat kunstgras niets is, al omschreef hij dat op een andere manier, haha. “Heaven has it’s own playmaker now,” zag ik staan bij een foto van Johan na zijn dood. Dat vond ik een mooie gedachte. Johan kwam vaak met simpele, maar geniale oplossingen of ideeën voor problemen en ingewikkelde kwesties. Hij had ook vast iets zinnigs kunnen zeggen over hoe we met de coronacrisis hadden moeten dealen. Ik voel me nu nog een gelukkig mens dat ik die uren met heb hem gesproken en gelachen.

-

Naast onze geschreven verhalen en video's hebben we nu ook een podcast: De Wereld van VICE Sports. De afleveringen zijn hier te luisteren bij Apple of hier op Spotify:

Tagged:
voetbal
VICE Sports Coronastop Q&A's