flubber

We vroegen jonge wetenschappers of zij hun werk nog wel leuk vinden

Wie zich door hard studeren opwerkt tot wetenschapper, wordt vervolgens steeds vaker getrakteerd op haatmail, tractorbelegeringen en scheldkanonnades. Is dat het allemaal waard?
Tim Fraanje
Amsterdam, NL
23.9.21
Algemeen
Van katers tot kamernood en studieschuld tot soa's: VICE sleept je door je studententijd heen.

Het leven van een wetenschapper is zwaar, vooral voor jonge onderzoekers: de werkdruk en de concurrentie zijn hoog, de salarissen zijn laag, en er is sprake van machtsmisbruik door oudere professoren. Tot overmaat van ramp worden de wetenschappelijke resultaten die met zoveel moeite vergaard worden niet eens altijd gewaardeerd. Juist het zoeken naar oplossingen voor de grote problemen van deze tijd zoals klimaatverandering, de stikstofcrisis, de coronapandemie en radicalisering, lijkt extra gevoelig te liggen. Sommige wetenschappers krijgen stickers van extreemrechtse groeperingen op hun deur geplakt, haatmail is sowieso aan de orde van de dag, het RIVM werd belegerd door tractoren en amateur-onderzoekers stellen alternatieve onderzoeksrapporten op om hun gelijk te halen. Hoe gaan jonge wetenschappers om met al die ellende, en wat maakt het werk in de wetenschap voor hen juist wél de moeite waard? We vroegen het er een paar. 

Wen Wu promoveert aan de Universiteit van Wageningen met onderzoek naar CRISPR-Cas. Simpel gezegd: ze knutselt met DNA. In deze hoek worden nieuwe behandelingen voor erfelijke ziektes ontwikkeld, en ook het genetisch modificeren van landbouwgewassen wordt onderzocht. Hoewel dit de mensheid flink vooruit zou kunnen helpen, staat niet iedereen positief tegenover het onderzoek dat Wen doet. 

Vaak is dat inhoudelijk: “Bij CRISPR-Cas denken mensen al snel aan het modificeren van embryo’s: waar gaat de wereld naartoe als rijke mensen straks sterke en slimme baby’s kunnen maken via gentechnologie, en arme mensen niet? Je krijgt al snel doemscenario’s.” Tijdens de paneldiscussies waaraan ze deelneemt probeert Wen dan ook te laten zien dat het helemaal zo’n vaart niet hoeft te lopen. “Als we het DNA van bacteriën aanpassen zodat ze insuline voor ons kunnen produceren, of bioplastics, dan vinden mensen dat al snel goed en mooi. Bij planten zeggen ze eerder: liever niet. GMO-voedsel wordt door veel mensen gezien als slecht en ongezond, maar normaal gesproken stellen ze miljoenen planten bloot aan willekeurige UV-straling, en kiezen dan de plant uit met de grootste appels, bijvoorbeeld. Met deze techniek verander je juist heel gericht één stukje van het DNA.” 

Advertentie

DNA veranderen in de veeteelt ligt volgens Wen nog gevoeliger, en bij de mens is het al helemaal omstreden. “Terwijl je door één letter van het DNA te fiksen ziektes als Duchenne of sikkelcelziekte kunt genezen.” Ze legt uit dat het scenario waarin geknutsel met DNA tot een elite van supermensen leidt technisch gezien nog erg ver weg is. En áls het ooit tot de mogelijkheden zou behoren, dan is het nog maar de vraag of de mensheid de ethische barrière zou willen doorbreken. “Het is net als met het internet: het heeft mogelijke nadelen en risico’s, maar in principe is het een goede ontwikkeling.” 

Eén van die nadelen van het internet is dat mensen niet alleen bang zijn voor wetenschappers die iets te grote doorbraken bereiken – sommigen vertrouwen de resultaten juist helemaal niet meer. Dat merkte Wen toen ze vanuit haar expertise een post over coronavaccins op facebook plaatste. “Als onderzoeker zit je in een bubbel, ik vind dat je daar ook af en toe buiten moet treden. Maar op die post kwamen heel bizarre reacties. Het is best moeilijk om te luisteren en in discussie te gaan met iemand die zegt dat Bill Gates vrouwen onvruchtbaar wil maken met een vaccin. Ik vind niet dat ik per se slimmer ben dan andere mensen, maar als je iemand ervan overtuigt om geen vaccin te nemen, dan loopt diegene een hoger risico. Als je dat dus doet, moet je het goed onderbouwen. Maar de mensen die zulke uitspraken deden hadden dat dan ‘ergens op internet gelezen’. Maar internet is een grote troll! Er staat van alles op.” 

Dat maakt haar soms moedeloos: “Dan denk ik, I’m done, ik ga niet meer in discussie. Maar daarna ga ik reflecteren en denk ik: wat gaat er mis in mijn communicatie, waarom werkt het niet?” Die onderzoekende houding motiveert haar niet alleen om in gesprek te blijven gaan met wetenschapshaters, maar ook voor de wetenschap in het algemeen. “Wetenschappers zoeken de antwoorden op vragen die mensen nog nooit hebben beantwoord, het is gebaseerd op nieuwsgierigheid. En als de wereld er tegelijkertijd beter van wordt, is dat mooi meegenomen.” 

Sleutelen aan DNA is altijd al enigszins omstreden geweest, maar de agressieve wetenschapsscepsis speelt ook in velden waarin je het niet verwacht. Promovendus Constant Swinkels doet onderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen naar het herstellen van insectenpopulaties op dijken. Daarmee probeert hij de natuur te helpen. Hoe zoet dat ook klinkt, ook hij heeft regelrechte intimidatie meegemaakt. “Twee keer. Niet zo vaak, in vergelijking met collega’s. Het hoort er helaas een beetje bij, tegenwoordig.” Veel vaker krijgt hij onprettige reacties, uit verschillende hoeken. “Iedereen heeft een mening over de natuur. Ik heb soms wel eens discussies met mensen die zeggen: er is niks aan de hand, want ik zie toch overal natuur? Anderen zeggen juist: er is helemaal geen natuur in Nederland dus natuurbehoud is zonde van het geld.” En dan zijn nog de radicale natuurbeschermers. “Ik zet ook insectenvallen op dijken om te kunnen tellen wat daar voorkomt, dat is beladen. Een stagiair van mij is ooit met iemand in discussie geraakt, en diegene had een paar dagen later alle vallen van de dijk af gesloopt. Niet leuk, want er zit veel werk en tijd in en de stagiair zat in de stress of hij zijn stage wel af kon maken.” 

De laatste jaren komt er bovendien veel tegenstand van mensen die last hebben van de resultaten van het onderzoek van Constant en zijn collega’s. “Sommige mensen geven ecologen en de natuur bijvoorbeeld de schuld van de stikstofcrisis.” Hij vertelt dan een van zijn collega’s eens bezig was met het tellen van plantjes op een bepaald stukje dijk. “Verderop in het veld was een boer in een tractor pesticiden aan het spuiten, en mijn collega vond dat een grappig contrast. Dus maakte hij een foto.” De boer was not amused, en wilde de camera kapot maken. “De boeren hebben het moeilijk, laten we eerlijk zijn. Ze hebben nu stikstofregels waar ze zich aan moeten houden en worden aan de andere kant uitgeknepen door supermarkten.” Ook tijdens een van zijn lezingen merkte hij dat mensen soms gewoon niet willen weten hoe het zit. “Ik gaf een lezing over bijen, en tijdens de discussie vroeg een bezoeker iets over het effect van honingbijen op wilde bijen. Nog voordat ik mijn mond open kon trekken stond er iemand anders op uit het publiek en riep: ‘DAT IS ALLEMAAL ONZIN!’” Constant is het ermee eens dat de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet altijd leuk zijn. “Wetenschap bracht eerder vooral vooruitgang, en juist leuke dingen. Nu zegt de wetenschap opeens allemaal dingen die betekenen dat jij je levensstijl moet veranderen, en dat is best wel intimiderend.” 

Hoewel de wereld niet altijd dankbaar is voor het goede werk van Constant, houdt zijn levenslange fascinatie voor de natuur hem enthousiast voor de wetenschap. “Vooropgesteld, de meeste mensen waarderen het onderzoek wél, en vertellen bijvoorbeeld heel aandoenlijke verhalen over de insectenhotels die ze hebben neergezet. Maar ook mensen met wie ik een felle discussie heb, bekommeren zich in ieder geval om de natuur. Je wordt niet boos om iets waar je niks om geeft. En soms zie je ook dat iemand na een discussie zegt: tof dat je dat zegt, daar had ik nog nooit aan gedacht. Dat motiveert me heel erg.”