Identiteit

Vrouwen vertellen over hun ergste angsten tijdens een paniekaanval

"Toen er op een avond vrienden kwamen eten, durfde ik ze de hele avond niet aan te kijken. Ik was bang dat ze mij iets aan zouden doen."

door Milou Deelen
02 januari 2019, 8:30am

Illustratie door Titia Hoogendoorn

Waarschuwing: lezen over paniekaanvallen kan angst bij mensen opwekken. Heb je hulp nodig? Via MIND Korrelatie vind je meer informatie.

Ik ben mijn hele leven al bang voor bevallen. Het idee dat ik een allesomvattende pijn moet ondergaan waaraan niet te ontsnappen valt, lijkt me verschrikkelijk. Mijn ‘baringsangst’ werd nog groter toen een collega me vertelde dat ze werkte aan een artikel over mannen die plotseling vader werden. In diezelfde week las ik een verhaal over een meisje dat onverwachts een kind had moeten baren, en dat bleek de druppel. Of beter: de trigger.

Een week later lag ik op bed toen ik in één klap werd overvallen door paniek: mijn hart ging tekeer en ik was doorweekt van het zweet. Ik was doodsbang dat dit het begin was van een bevalling. Maar dat was natuurlijk onzin: ik had geen buik, geen pijn, en was zelfs ongesteld op dat moment.

Het was geen reële angst, wat vaak zo is bij paniekaanvallen weet ik inmiddels. De dagen daarna schaamde ik me voor wat er was gebeurd, totdat ik erover begon te praten. Ik kwam erachter dat ik lang niet de enige ben met paniekaanvallen in mijn omgeving. En in heel Nederland zijn er ongeveer 15 op de 1000 vrouwen, en 10 op de 1000 mannen in behandeling voor een paniekstoornis.

Een paniekaanval is niet voor iedereen hetzelfde, en de angsten die mensen hebben kunnen ook enorm van elkaar verschillen. Ik vroeg een paar vrouwen die ook last hebben van paniek waar zij precies bang voor zijn.

Emma (25)

Tijdens mijn paniekaanvallen denk ik dat ik een hartstilstand of hartaanval krijg. Ik durf niet te gaan slapen omdat ik bang ben dat ik niet meer wakker word. Trillend van paniek lig ik dan met hartkloppingen in bed. Mijn vader vertelde me een keer dat hij die angst vroeger had, daarna heb ik het zelf ook gekregen.

Een paar jaar geleden bereikte het een dieptepunt. Ik was op vakantie met vrienden en na het uitgaan gingen we bij het zwembad liggen. Toen ik opstond kreeg ik zwarte vlekken voor m’n ogen en dacht dat ik dat ik iets aan mijn hart kreeg. De rest van de vakantie ben ik bang geweest en wilde ik in bed liggen. Ik ontwikkelde agorafobie en werd bang voor drukke ruimtes, zoals clubs en festivals.

Toen ik terugkwam van vakantie zat ik elke avond trillend bij mijn vriendin op de bank. Ik ben naar mijn moeder gegaan. Daar brak ik: ik kon alleen maar huilen en vertelde aan haar hoe bang ik was. Mijn moeder heeft een afspraak bij de psycholoog gemaakt. Na drie gesprekken ging het al beter. Het belangrijkste voor mij was om te horen dat ik niet de enige was met zulke angsten. Er zijn best veel mensen met paniek, alleen wordt er weinig over gepraat.

Juul (21)

In februari studeerde ik een halfjaar in het buitenland, en daar leerde ik veel over terrorisme. Al snel werd ik steeds angstiger. Ik kreeg paniekaanvallen waarin ik voortdurend bang was dat er iemand een aanslag op mij zou plegen.

Als ik mensen aankeek, zag ik hun hoofd veranderen in een kwaadaardig monster. Ik vertrouwde niemand meer. Toen er op een avond vrienden kwamen eten durfde ik ze de hele avond niet aan te kijken. Ik was bang dat hun hoofd er eng uit zou gaan zien en ze mij iets aan zouden doen. Toen ze opmerkten dat ik afwezig was, zei ik dat ik moe was. Ik durfde niks te zeggen over mijn angst, omdat ik bang was dat ze me raar zouden vinden.

Tegenover mijn huis lag een begraafplaats, en ik was ervan overtuigd dat er kwaadaardige geesten in mijn kamer zaten. Regelmatig moest ik door mijn heftige paniekaanvallen ook naar huis van school. Ik lag dan uren in bed met mijn ogen open, een oppervlakkige ademhaling en hartkloppingen, wachtend tot iemand zou komen om me iets aan te doen. Ook had ik last van zweetaanvallen – vier keer per dag moest ik schone sokken aantrekken omdat ze doorweekt waren.

Mijn beste vriendin heeft mijn ouders gebeld om te zeggen dat het niet goed met me ging. Ik ben weer thuis gaan wonen en heb een half jaar rust genomen. Ik vroeg mijn ouders eerst constant of ze dachten dat ik in een psychose zat of dat ik schizofreen was. In therapie heb ik handvatten gekregen om te leren wat ik moet doen als ik een paniekaanval krijg. Nu weet ik dat het irreële angsten waren – waar ik bang voor was is nooit werkelijkheid geworden.

Esmee (24)

Mijn paniekaanvallen begonnen tijdens mijn scriptie. Ik was onzeker over mijn toekomst, voelde me mislukt en vergeleek mezelf constant met anderen. Als ik met een groep mensen was, had ik het gevoel dat ik uit mijn lichaam trad. Mensen denken vaak dat paniekaanvallen altijd gepaard gaan met hyperventileren, maar ik keerde compleet in mezelf. Ik voelde de paniekaanval vanuit mijn tenen opkomen, maar je zag niks aan de buitenkant. Het naarste vind ik dat ik op zo’n moment geen controle over mezelf heb. Meestal ging ik naar huis of zei ik een uur lang niks – mensen dachten vaak dat ik chagrijnig was.

In de zomer was ik op vakantie met mijn vriendin. We zaten gezellig op een plein te eten toen dat gevoel me ineens weer overkwam. Voor het eerst vertelde ik haar dat ik daar last van had. Door het te benoemen voelde ik dat het minder werd, omdat ik minder in mijn eigen wereld zat.

Paniek is zo’n intens naar gevoel. Ik was bang dat het niet meer weg zou gaan en ik mezelf daardoor iets zou aandoen. Daarom ben ik naar een psycholoog gegaan en sindsdien heb ik elke week groepstherapie. Bijna niemand van mijn vrienden weet het. Ik vind het moeilijk om mijn gevoel uit te leggen, omdat ik zelf niet weet wat het is. Ook ben ik bang dat ze denken dat ik gek ben. In de groep leer ik vooral over mijn gevoel te praten – die verbondenheid met anderen is heel fijn. Ik voel me minder alleen. Gelukkig gaat het nu veel beter met me, ook omdat ik meer rust in mijn hoofd heb.

Noor (35)

Ik was begin twintig en zat met mijn moeder aan de keukentafel. Ineens voelde ik me raar in mijn hoofd; ik herkende mijn moeder niet meer en zag een vrouw die ik nog nooit had gezien. Ik raakte compleet in paniek en begon te huilen. Mijn moeder probeerde me te kalmeren en zei dat het een paniekaanval was. De maanden daarna kwamen die aanvallen – waarin ik haar niet herkende – steeds weer terug.

Toen ik terugkwam van een paar maanden buitenland begon ik mezelf als een vreemde te zien. Mensen hebben altijd een rol in het leven: je bent iemands dochter, zus of vriendin. Maar ik snapte niet meer wie ik was. Ik voelde me onveilig in mijn eigen lichaam. Elke keer als ik aan mezelf dacht voelde ik een golf van paniek door mijn lichaam stromen. Ik was bang dat ik erin bleef hangen en dat ik schizofreen was.

Met vrienden had ik er niet echt over. Ik dacht dat ze het toch niet zouden begrijpen, wat best eenzaam was. Gelukkig kon ik wel goed praten met mijn moeder en zus, en een paar gesprekken met de psychiater hebben me ook erg geholpen.

Mijn paniekaanvallen gingen over toen ik in een andere stad ging studeren. Ik had zoveel afleiding dat ik niet meer met de paniek bezig was. Dat was blijkbaar wat er nodig was: er geen aandacht aan geven. Inmiddels realiseer ik me goed dat het vooral de angst voor de angst was.