Alle hens aan Dekmantel

Een Britse invasie, een Duits lesje in kitsch en verder alleen maar leuke dingen!
3.8.18
Beeld via Getty Images, beeldbewerking door de auteur

Het is woensdag, de eerste dag van de zesde editie van Dekmantel Festival. Ik zit buiten op het terras bij het Muziekgebouw aan het IJ een bak ramen (of ‘remen’, zoals iemand naast me in de rij het noemt) weg te slobberen voordat openingsact Tangerine Dream begint. Het gesprek links van me gaat over ‘fluffy chips’, ‘the creamiest mashed peas’ en wat de beste vissoort is om te frituren. Rechts van me hebben ze het over ‘containers full of alcohol’. Iets later, als Tangerine Dream net klaar is met hun powerpointpresentatie over het begrip ‘kitsch’ (meer hierover zometeen), heeft er al iemand een plas kots achtergelaten in de gang naar de toiletten. In het toilet tref ik de verantwoordelijke persoon aan, die net een hokje in zwalkt voor nog een braakje. “Sorry, mate,” weet hij nog uit te brengen.

Advertentie

Het lijkt op de eerste twee dagen van Dekmantel Festival (de zogenoemde opening concerts) af en toe wel alsof je op de Wallen bent, zoveel Britse toeristen lopen er rond. Dat is aan de ene kant logisch – ze zijn overal, dus waarom niet hier? – en aan de andere kant ook wel gezellig: de sfeer zit er meteen in.

Op de eerste avond eert Dekmantel de helden en pioniers van de elektronische muziek door middel van een optreden van Tangerine Dream. Ik ben geboren in de jaren tachtig, dus ik ken dat eigenlijk alleen van documentaires over krautrock en de soundtrack van GTA V. Wat ik wel weet, is dat het een invloedrijke groep is geweest in de muziekgeschiedenis en dat er tegenwoordig geen enkel origineel lid meer bij is. De oprichter, Edgar Froese, overleed drie jaar geleden. Zijn weduwe kondigt de band aan. Op het podium is een volledige opnamestudio aan apparatuur neergezet: een stuk of vijf synthesizers, drie rekken met effecten, twee computers, een mengpaneel en wat microfoons. Met al die spullen maken ze een indrukwekkende verzameling geluiden. Voortdenderende arpeggio’s, digitale gitaren die zweven als zeearenden, enorme baslijnen. Het is met vlagen prachtig. Voor de rest is het alsof iemand je probeert uit te leggen wat het woord ‘bombastisch’ betekent. Echt muzikaal wil het ook niet worden. Ik zou het geneuzel willen noemen, zonder pakkende melodieën.

Hoogtepunt is de lichtshow, waarvan ik vermoed dat-ie het resultaat is van twee lichtmannen die elkaar hebben uitgedaagd voor een battle. Er worden ook nog foto’s van de overleden Froese geprojecteerd over beelden van een wolkendek, waarop hij met zijn armen gespreid staat. Een beetje zo:

Advertentie

Het is zo kitscherig dat ik er blij van word. Andere dingen waar ik aan moet denken tijdens dit optreden zijn: Steve Vai, de Blue Man Group, Cirque du Soleil en mijn favoriete soort youtubefilmpjes: van die demonstraties van hele dure Korg-synthesizers. Wat Tangerine Dream vanavond doet is erg knap. Het is al knap om al die apparatuur bij elkaar te sparen, laat staan het te leren gebruiken, programmeren en meezeulen naar een ander land. Maar wat mist is rauwe emotie en muzikaliteit. Aan het eind heb ik vooral het gevoel dat ik heel lang heb gewacht om een potje GTA te spelen wat maar niet kwam.

Wat me erg bevalt, merk ik achteraf, is dat er vanavond maar twee optredens zijn. Alsof de organisatie wil zeggen: “Dit is het, ga er maar eens goed voor zitten.” Geen keuzestress. Heerlijk! Ik hoop dat in de toekomst alle festivals uit slechts drie concerten bestaan, verdeeld over zes avonden. Maar nu is het eerst tijd voor het tweede en laatste optreden van vanavond: Four Tet, ook wel bekend als Kieran Hebden en ‘die man die er altijd uitziet alsof hij heel stoned is en nooit slaapt’.

Wat ik hier vooral knap aan vind, is dat het in alle opzichten het compleet tegenovergestelde is van Tangerine Dream. Hebden heeft slechts één tafeltje met wat apparatuur (ik zie twee laptops, een controller en een kleine synthesizer).

In plaats van een orgastische lichtshow is het aardedonker in de zaal. Er staan alleen twee kleine lampjes op de tafel van Hebden. Ook qua muziek is dit het tegenpool van wat hiervoor was. Er zijn herkenbare melodieën. Ik voel emoties. De drums zijn niet extreem houterig, maar springen in het rond. Ik kan er nog veel meer over vertellen, zoals dat ik het hele optreden vooraan sta te kwijlen als een verliefde tiener, hoe leuk het is om Four Tet eindelijk eens live te zien, hoe goed hij de nummers van zijn laatste plaat bewerkt en met allerlei laagjes van dreunende jungle-achtige breaks, hoe hij de hele tijd in opperste concentratie naar zijn spulletjes tuurt, maar op een gegeven moment iets onverwachts doet, daarvan schrikt en begint te lachen, hoe hij speelt met je verwachtingen door een stukje van een melodie erin te gooien, maar pas veel later het volledige nummer begint, maar ik denk dat je inmiddels wel begrijpt dat het sick was. Ik ga naar huis om te slapen en dan is het alweer dag twee.

Advertentie

Die dag begin ik met het bijwonen van wat panels en interviews in de middag. Naast een uitstekende reden om niet op kantoor te zijn, leek het me ook leerzaam en leuk. Ze hadden bijvoorbeeld nogal onverwachte gasten uitgekozen voor een panelgesprek over hoe jezelf te marketen als artiest in 2018, zoals Jamal Moss, de experimentele houseproducer die werkt onder de naam Hieroglyphic Being en net zover van het concept ‘marketing’ af staat als een zeehond van de Sahara. Gelukkig ben ik geen artiest, want over jezelf verkopen leer ik niks.

Aan het eind van de middag speelt Yasuaki Shimizu in het Muziekgebouw. Dat is een oude Japanse man die weet hoe je op een saxofoon moet spelen. Zo heeft hij de cellosuites van Bach op een saxofoon gespeeld (ik krijg al kippenvel als ik er aan denk). Hij heeft ook een van de leukste albums ooit gemaakt, Kakashi, een waar feest om naar te luisteren. Vandaag is hij met een compagnon op het podium die een laptop bedient en af en toe piano speelt terwijl Shimizu zelf alle geluiden maakt die er bestaan, met enkel zijn sax. Af en toe slaakt hij kleine kreetjes, brabbelt hij door zijn instrument heen, of hij loopt eventjes de zaal in. Hij speelt de hoofdmelodieën die ook op Kakashi te horen zijn, maar dan helemaal uitgekleed en opgebouwd uit loops. Het zou denk ik een van de beste concerten zijn geweest, als er niet om de vier seconden mensen half schreeuwend de zaal binnen komen lopen, waarbij je telkens als de deur open gaat de muziek van de dj in de foyer door de breekbare muziek in de zaal hoort dreunen. Het is werkelijk stuitend dat je zo’n respectabele artiest uit Japan laat komen, maar er vervolgens niet voor zorgt dat zijn optreden onverstoord kan verlopen.

Ik pak een stukje W.I.T.C.H. mee, een Zambiaanse band die wordt bijgestaan door Jacco Gardner. Het is het soort psychedelische rock waar je lekker in kan verdwijnen, vooral dankzij de zanger, die in een vorig leven het idee van charisma heeft uitgevonden. Daarna ga ik even naar huis om wat te eten, maar daar hoef ik verder niet zoveel over te vertellen.

Weer terug op het festival zie ik hoe er in het laatste kwartier van Actress niemand danst en hoor ik dat de muziek zich daar ook niet voor leent. Wel altijd leuk als Actress optreedt, maar eigenlijk had hier John Maus moeten staan. Ik ben te verdrietig om nog iets te typen over John Maus. Ik ben nu ook te verdrietig om nog iets te typen over Actress.

Toch moeten we door. En wat is er beter om je verdriet te verbannen dan naar hele luide muziek luisteren? Laat het toeval nou zijn dat Volition Immanent in Shelter speelt! Rahhhh!!! Nadat Mark van de Maat en Parrish Smith mijn tinnitus een vriendschappelijke por geven, en ik te ver heen ben om nog aantekeningen te maken, ga ik lekker naar huis om te slapen.

Wat moet Dekmantel volgend jaar doen om het nog leuker te maken? Iets minder Britten uitnodigen, silent disco in de foyer als Yasuaki Shimizu optreedt en Gratis Bier Voor Iedereen YES LET’S GO!