Ik spioneerde voor de Britse geheime dienst bij Al Qaida

We spraken Aimen Dean, die tien jaar lang bommen maakte voor de jihadisten.

|
aug. 11 2018, 5:00am

Aimen Dean in London. July, 2018. 

In een internetcafé in Peshawar nam hij – een van de belangrijkste bommenmakers van Al Qaida – het besluit. Hij had jarenlang in Darunta gezeten, een jihadistisch kamp in Afghanistan. Overlopen naar de vijand en de mannen bespioneren met wie hij al zo lang had gewerkt was een risicovolle beslissing. En hij zou zijn zet niet kunnen terugdraaien: terwijl hij worstelde met zijn eigen geloofsovertuiging, hijgde Al Qaida in zijn nek.

In 1999, vier jaar nadat hij begon mee te doen aan de jihad, kreeg Aimen Dean er genoeg van. Wat begon met moslims redden van vervolging in Bosnië, was veranderd in iets heel anders: hij werd onderdeel van een groep die twee Amerikaanse ambassades bombardeerde in Kenia en Tanzania, met 224 doden tot gevolg. Met één oog op de deur en een luid bonkend hart, zag Dean hoe alle Al Qaida-bestanden over bommen en giftige stoffen naar een andere harde schijf werden gekopieerd. Hij wist dat deze schijf hem bescherming zou bieden als hij de autoriteiten kon bereiken. Maar als hij gesnapt zou worden, kon hij erop rekenen dat zijn kop eraf ging, letterlijk.

Met zijn harde schijf als vrijbrief vloog Dean naar Qatar, waar hij gearresteerd werd door de autoriteiten. Het arrestatieteam gaf hem een keus: hij kon óf aan de slag voor de Britse veiligheidsdienst, óf voor de Franse. Dean koos voor de Britse en werd al snel het meest gewaardeerde lid van MI6. Hij kon toegang bieden tot een deel van Afghanistan dat grotendeels was afgesloten van internet en onzichtbaar was voor de radar. Op een zeker moment was hij de enige spion die op de hoogte was van de massavernietigingswapens van Al Qaida. Hierdoor kon hij aan het licht brengen dat Al Qaida de metro in New York wilde vergassen, en dat Britse imams zoals Abu Hamza en Abu Qatada zich bezig hielden met financiering en recruitment voor terreurcampagnes.

Deans identiteit werd verraden in 2006, toen een uittreksel van The One Percent Doctrine – een boek over de Amerikaanse strijd tegen terrorisme – gepubliceerd werd in TIME magazine. De geciteerde bronnen in het boek gaven details over een spion die bekend stond als “Ali”, waardoor Al Qaida waarschijnlijk makkelijk kon uitvogelen wie de mol was: het was de man die al tien jaar lang bommen voor ze maakte.

Vandaag zit hij tegenover me in een café in Londen, aan Tottenham Court Road. Hij is 39 jaar, draagt een bril en spreekt met zachte stem; hij ziet er niet uit als jihadist, en ook niet als een superspion die tien jaar lang heeft rondgehangen met gevaarlijke mannen zoals Osama Bin Laden. Dean vertelt me dat hij eerst bewondering had voor de man die later de meest gezochte terrorist werd. “Hij was groot – langer dan 1,80 meter – en hij sprak heel rustig, als een vriendelijke directeur”, zegt hij. “Hij had niet dat dreigende of die woede die hij later had.”

Deans keuze om zich bij Al Qaida aan te sluiten werd ingegeven door persoonlijke drama’s. Toen hij opgroeide in Saoedi-Arabië, verloor hij al vroeg zijn ouders: zijn vader kwam om het leven bij een verkeersongeval toen hij vier was, zijn moeder stierf plotseling op zijn veertiende. Toen Dean zestien was, wist hij heel zeker dat hij zijn oudere vrienden en zijn leraar van de middelbare school achterna wilde gaan. Zij vochten nu tegen Servische milities, zij aan zij met de Bosnische moslims.

“De jihad had mij niet nodig, maar ik had de jihad nodig”, zegt hij. “Ik zag op televisie hoe Bosnische moslims werden neergeschoten door Servische scherpschutters, of hoe ze opgeblazen werden als ze brood gingen kopen. Ik wilde martelaar worden voor dit doel.”

Na maar twee dagen medische training werd hij als paramedicus aan de frontlinie gestationeerd. Al snel realiseerde hij zich dat oorlog niet alleen maar roemrijk en heldhaftig is. “Mannen schreeuwden het uit van de pijn, en elk geluidje of kreetje om hulp kon een nieuw schot van een sluipschutter betekenen”, zegt hij. “Een man was door een machinegeweer in zijn buik geraakt. Ik heb mijn sjaal om zijn middel gehouden om zijn darmen erin te houden.”

Op school had Dean altijd uitgeblonken in wiskunde en topografie. Die vaardigheden kwamen van pas als hij met 120 mm-mortieren op de vijand moest schieten. Eén keer vuurde hij een granaat af die precies landde op Servische soldaten die zich hadden verstopt op een begraafplaats. “Ik voelde geen sympathie voor hen”, zegt hij. “In moslim-dorpen hadden we de lichamelijke resten van veel baby’s en vrouwen zien liggen. De Serven tegen wie we vochten, waren verantwoordelijk voor verschrikkelijke daden.”

Toen de Bosnische oorlog voorbij was, wilde hij nog steeds martelaar worden. Hij ging naar Darunta, een schuilplaats van Al Qaida in Afghanistan. Maar hier zou hij langzaam steeds meer gaan twijfelen aan de bedoelingen en de daden van de groep.

In de drie jaar dat hij weg was geweest van huis, had hij gezien hoe kameraden Servische gevangenen vermoorden. Nu kreeg hij de taak gif en wapens te maken om burgers mee te vermoorden, en moest hij botulinetoxine testen in hokken vol konijnen. Waar het eerst nog draaide om bescherming voor kwetsbare moslims, ging het nu om zelfmoordaanslagen tegen het Westen en wapens om bioscopen, stadspleinen en nachtclubs mee te terroriseren. “Al Qaida ging onschuldige mensen vermoorden”, zegt hij. “En het schuldgevoel over die bomproeven knaagde ook aan mij als dierenliefhebber. In mijn dromen werd ik achterna gezeten door konijnen.”

Dean voelde steeds meer behoefte zich tegen de groep te keren, wat werd aangewakkerd door de mensen met wie hij in het kamp zat. “Abu Nassim – hij werd later het brein achter de Tunesische strand-aanvallen – genoot er enorm van konijnen te mishandelen bij onze wapenproeven”, zegt Dean. “Hij was een echte psychopaat. Hij vertelde weleens verhalen over de tijd dat hij drugs dealde in Milaan, maar hij ratelde vooral over hoe hij het Westen wilde vernietigen.”

Bommen maken was riskant. Ze gebruikten een mengsel van chemicaliën en batterijen uit Casio-horloges die gekocht waren in Pakistan. “Abu Hamza beweerde altijd dat hij zijn handen en oog was verloren tijdens het vechten tegen de Sovjets of bij het weghalen van landmijnen. Maar in werkelijkheid negeerde hij gewoon de adviezen over de temperatuur waarop je de chemicaliën moet mengen”, beweert Dean. “Een mengsel ontplofte toen hij het vasthield. Zijn hand werd eraf geblazen en plakte tegen het plafond.”

Nadat Dean had beloofd MI6 aan informatie over Al Qaida te helpen, moest Dean doorgaan met bommen maken. Maar hij zegt dat hij er bewust voor zorgde dat de spullen niet echt werkten of moeilijker te gebruiken waren.

Dean gaf informatie over het Britse jihadist Hamayun Tariq door aan de inlichtingendienst. In het verleden had Dean de monteur ooit op een opzettelijk foutief plan gebracht: autodeurhendels vergiftigen met nicotine, om zo mensen te kunnen vermoorden bij een simpele aanraking. "Sindsdien", zegt Dean, "is hij zeer bekwaam geworden en is hij ongetwijfeld de beste bommenwerper in Groot-Brittannië. Hij wil nu stadions en openbare evenementen teisteren met drone-aanvallen. Door hem werden laptops in vliegtuigen verboden."

In de tijd dat hij bij MI6 werkte, was Dean regelmatig in het Verenigd Koninkrijk, waar hij in de vroege jaren-2000 de jihadistische scene rondom de Finsbury Park-moskee infiltreerde. De mannen die in deze kringen aan het hoofd stonden – onder anderen Abu Hamza en Abu Qatada – hadden volgens Dean nooit imams mogen worden, omdat ze bedriegers waren. “Mannen als Qatada kenden de Koran niet eens, maar tegelijkertijd gaven ze fatwas [decreten] aan psychotische mensen om anderen te vermoorden”, zegt hij. “Hij schreef fatwas voor Algerijnse mannen om politieagenten, diplomaten en de familieleden van gemeentewerkers om te brengen – ze hebben hoofden van baby’s tegen muren gesmakt.”

Als spion is Dean op verschillende momenten bang geweest. In Afghanistan kreeg hij de loop van een geweer tegen zijn rug; achter hem stond een lid van de geheime politie van al Qaida die zijn reactie wilde testen. “Hij zei: ‘het is voorbij, we weten wie je bent.’ Dat soort intimidatie had je binnen Al Qaida, al was het verboden om je geweer op iemand te richten.’

Toen zijn identiteit ontmaskerd werd, ging Dean naar het Verenigd Koninkrijk. Hij ging werken in terreurbestrijding in andere gebieden en probeerde zo een normaal leven te leiden. Hij is opvallend onverschillig over de gevaren van zijn werk, en bedenkt zich dat veel van zijn potentiële beulen nu langdurig achter de tralies zitten. Maar soms achtervolgt zijn verleden hem. In 2016 zag hij af van een familiebruiloft in Bahrein, nadat de autoriteiten hem getipt hadden dat twee huurmoordenaars hem daar zouden opwachten. Op een ander moment ontweek hij zelfs een voormalig Al Qaida-collega in de metro in Kensington. Hij verstopte zich in een apotheek totdat de kust weer veilig was.

Met nog een lange strijd tegen terrorisme in het vooruitzicht, geeft Dean een waarschuwing aan mensen die jihadist zijn of willen worden. “Ik heb zes jaar van mijn leven in vijf verschillende oorlogsgebieden gezeten. Nu heb je misschien een hekel aan een land, maar je mag dat nooit als vanzelfsprekend beschouwen. Denk aan politie, ziekenhuizen, de hele samenleving.” zegt hij. “Een hoop mensen die jihadist zijn worden, hebben nog nooit een dag zonder warme maaltijd meegemaakt. En zonder internet kunnen ze niks. Ze moeten goed nadenken over wat ze nou willen bereiken."

Meer VICE
VICE-kanalen