Creators

We vroegen museumbeveiligers naar hun favoriete kunstwerk

“Ik loop vaak even bewust langs dit schilderij, dan denk ik: godver, wat is dat ding toch mooi.”

door Gwen van der Zwan
16 april 2018, 7:40pm

Alle foto's door de auteur.

Je krijgt ze niet uit het gareel en van hun stalen gezicht is nauwelijks af te lezen wat er in ze omgaat. Je weet weinig van de museumbeveiliger, behalve dat ze liever hebben dat je met je tengels van de kunst afblijft. Voor je het weet sloop je per ongeluk een werk van Jeff Koons.

Maar je kunt natuurlijk ook gewoon aan ze vragen wat er in hun hoofd omgaat. Niemand brengt zoveel tijd tussen al die werken door als beveiligers dat doen, dus ze hebben in ieder geval genoeg tijd om de kunst op zich te laten inwerken. Ik besloot er eens een aantal te vragen hoe ze het vinden om jaren in een museum te slijten, en wat na al die tijd hun favoriete werk is.

Frank van Hoorn (54), Hermitage Amsterdam

Ik werk hier vier jaar, en vind het super. Bezoekers zeggen vaak tegen me dat mijn baan zo bijzonder is, omdat ik elke dag tussen de kunst sta. Er komen vaak vrouwtjes naar me toe om te vragen of ze er ook mogen werken. Dan zeg ik: nou, er moet ook gewerkt worden hoor, niet alleen gekeken. We hebben een vaste post bij het meisje met de oorbel ( Jonge Vrouw met Oorbellen, red.). Daar hoor ik mensen ook vaak zeggen dat ik bevoorrecht ben om daar te staan. Dan zeg ik altijd dat het er lekker rustig is. Het meisje met de oorbel zegt nooit wat terug, in tegenstelling tot mijn vrouw.

Mijn favoriete werk is Vogels in het park van d’Hondecoeter, een leerling van Rembrandt. Er zijn pelikanen en eenden op te zien die hele mooie felle kleuren hebben. Toen ik het schilderij voor het eerst zag, was ik meteen verliefd. Ik loop er vaak even bewust langs, dan voel ik me gelukkig en denk ik: godver wat is dat ding toch mooi.

Kijken naar mooie werken geeft rust. Ik merk dat vooral als er ‘s ochtends nog niemand is. Dan sta je alleen in die zaal. En ook al hangen de werken er al een half jaar – je ziet elke dag wat anders.

Voordat ik hier kwam werken, keek ik nooit echt naar kunst. Ik ging nooit naar musea. Dat is behoorlijk veranderd. Laatst was ik met mijn vrouw in Parijs en toen zei ik tegen haar: kom, we gaan even naar het Picasso Museum. Tegenwoordig vind ik dat wel mooi. Je moet schilderijen als televisie zien. Schilderijen werden vroeger gemaakt omdat mensen geen televisie hadden. Een schilderij werd dan in een woning geplaatst en dan gingen de bewoners er met z’n allen naar kijken. Het is vermaak. Ik heb het zelf ook, ik kan wel tien minuten naar een mooi schilderij kijken.

Hannah Sipma (29), Groninger Museum

Beveiligers zijn meer dan mensen die ergens stoïcijns staan en mensen erop wijzen dat ze niks mogen aanraken. Ik ben ook een gastvrouw. Onlangs was er nog een mevrouw die last had van haar been. Het is dan mijn taak om even hulp te bieden.

Ik zie hier natuurlijk veel kunst, maar Huiswaarts van Siert Dallinga vind ik het allermooiste werk hier. Het heeft een klassieke schilderstijl en compositie, maar het onderwerp is een kip. Die kip staat daar alsof ze het avontuur van haar leven aan het beleven is. Je vraagt je af wat die kip heeft meegemaakt en waar die naartoe gaat. Ik zelf denk dat ze is meegebracht in een auto, is ontsnapt en nu haar weg naar huis zoekt omdat ze haar eieren nog moet uitbroeden.

Veel mensen vragen zichzelf af wat kunst precies, maar ik vind alles wel kunst eigenlijk. Ik hou er alleen niet van als het enige doel is om mensen te choqueren. Want dat kan eigenlijk helemaal niet meer. We hebben al zoveel borsten en piemels dat mensen nu wel kunnen ophouden met proberen hier indruk mee te maken.

Youssri Aadi (20), Stedelijk Museum Amsterdam

Wij zijn niet zomaar beveiligers. We staan niet in een discotheek, maar soms moet ik wel streng moet zijn, want kunst heeft de eerste prioriteit. Als iemand een kunstwerk aanraakt, met een tas naar binnen loopt of zijn kinderen niet onder controle heeft, zeg ik er wat van. We hadden in de Borgmann-collectie een keer een schoen tentoongesteld, dat was kunst. Omdat mensen dat niet snapten, raakten ze het aan. Dat kan natuurlijk niet. Ik wil mijn werk goed doen en de directeur tevreden houden.

Het mooiste werk hier vind ik het zelfportret van Charley Toorop uit 1942. Je ziet op de achtergrond van het portret de ruïnes van Rotterdam en in de ogen van Toorop zie je echt dat ze veel heeft meegemaakt. Zoiets raakt me – en ik raak niet snel ontroerd van een kunstwerk, alleen als het echt zielig is. Een schilderij van een begraafplaats bijvoorbeeld, of een huilend klein meisje die haar vader verloren is omdat die soldaat was.

Als ik me verveel, maak ik ook zelf weleens kunst. Dan teken ik heel veel streepjes. Een beetje zoals Piet Mondriaan dus eigenlijk. Ik ben niet zo creatief, en Mondriaan is best makkelijk. Al snap ik best waarom hij zo beroemd is: in zijn tijd was dat makkelijker. Als je iets bedacht wat er nog niet was, kon je doorbreken.

Als er nieuwe tentoonstellingen zijn, sta ik bij elk nieuw kunstwerk even stil en lees ik aandachtig het informatiebord. Ik laat de kunst op me inwerken zodat ik bezoekers ook beter kan helpen als ze een vraag hebben. Bezoekers zien alleen een zaal en een kunstwerk, maar er komt zoveel meer bij kijken. Wij als beveiligers zien dat allemaal.

Wat we ook zien – en dat is best vreemd – is dat best veel mensen proberen te slapen in het museum. Ik had het vandaag nog. Er lag iemand in de filmzaal te tukken, achter een bankje. Dan maak ik diegene wakker en zeg ik dat dat niet de bedoeling is. Eigenlijk raar dat ik dat moet zeggen.

Theo van den Broek (33), Rijksmuseum, Amsterdam

Het ene kunstwerk is mooier dan het andere, maar voor mij is het verhaal dat erachter zit het belangrijkste. In de vier jaar dat ik hier werk, heb ik veel geleerd over kunst. Mijn lievelingsschilderij is er een van Breitner uit de negentiende eeuw. Je ziet op die brug nu een hele sjieke dame staan, maar er stond oorspronkelijk een dienstmeid. Breitner moest dat veranderen omdat hij het werk anders niet kon verkopen. Dat schilderij moest in de salon komen te hangen, en daar werd je bediend door de dienstmeid.

Zo snap je hoe groot de verschillen tussen arm en rijk toen waren. Al zijn die er ook tegenwoordig nog wel, natuurlijk. Ik vraag me ook af of het kunstwerk wel in het Rijks had gehangen als er nog steeds een dienstmeid op zou staan. Misschien niet.

Voordat ik hier ging solliciteren, was ik eigenlijk nooit bezig met kunst. Maar binnen zes maanden wist ik best wat. Genoeg om de schilderstijl van Vermeer te herkennen, toen mijn zoontje thuis kwam met een poster van zijn werken. Het mooiste stukje kunst dat er voor mij bestaat, hangt bij mij thuis. Dat heb ik samen met mijn zoontje gemaakt toen ik in een scheiding lag. Daar staat op: ‘Blij met jou’. Dat was een moeilijke tijd voor mij. Hij koos de tekst en de kleuren en het is echt mooi geworden. Kunst moet je uiteindelijk raken en dat doet dit werk. Het hangt pontificaal boven mijn bank.

Ik denk dat iets kunst is zolang het authentiek is. Van de vlakken van Piet Mondriaan of de Rietveld-stoel snap ik overigens weinig. Waarom is zoiets kunst? Ik kan Mondriaan dan wel weer waarderen als ik me bedenk dat hij eerst allemaal landschappen heeft geschilderd, en van daaruit steeds abstracter is geworden. Dat maakt het juist bijzonder. Maar verder zie ik er niet zoveel in. Gewoon wat vlakken en kleuren.

Er hangt ook een wegwijsbord van Schiphol op de afdeling moderne kunst. Als ik het verhaal erachter zou weten zou ik het misschien snappen, maar zonder vind ik dat lastig. Net zoals die bloederige schilderijen van Anish Kapoor die we hier een tijdje terug hadden. Zijn werk moest spierweefsel en bloed voorstellen. Eerst schrok ik een beetje, maar met uitleg van de conservator ga je het toch meer waarderen.

Dit artikel is aangepast. In een eerdere versie werd een schilderij in de Hermitage aangeduid als Meisje met de Parel, terwijl dat Jonge Vrouw met Oorbellen moet zijn.