Advertentie
Creators

Ik sleepte mijn ouders mee naar een pikkenmuseum en dat was niet bepaald een succes

Mijn moeder verliet de tour om sokken te breien.

door Caroline Thompson
19 juli 2017, 8:03am

Alle foto's door de auteur

Sigurður Hjartarson was zeer jong toen hij de penis van een stier cadeau kreeg. En hoewel het de bedoeling was om de schoongemaakte, gedroogde en uitgerekte koeienpik te gebruiken als zweep, wekte het zijn interesse. Hier startte zijn droom. Naarmate de jaren voorbij gingen begon hij penissen van andere dieren te verzamelen, gewoon voor de lol. Vrienden en collega's die deeltijd werkten bij het dichtstbijzijnde walvisstation in zijn geboorteland IJsland stelden hem voor aan walvis 'specimens' om hem te plagen, maar al snel ging hij zelf op zoek.

Hjartarson kreeg de stierenpenis in 1947. In 1980 was zijn verzameling gegroeid tot 13, in 1990 waren het er 34 en in 1997 had Hjartarson in totaal 62 penissen van verschillende dieren verzameld. Hij was er klaar voor om dit met de rest van de wereld te delen. In augustus van dat jaar opende hij het IJslandse Phallological Museum in Reykjavik, de hoofdstad van IJsland. Het is twintig jaar later en het museum is een succes. Na twee verhuizingen heeft het nu een chique locatie in de buurt van een wokrestaurant en stelt het 282 exemplaren van 93 verschillende soorten dieren tentoon. En ja, tussen die 282 exemplaren zitten ook menselijke deeltjes.

De zoektocht van Hjartarson naar die menselijke geslachtsdelen was onderwerp van een documentaire uit 2012, The Final Member.

De film richt zich op Hjartarson en twee potentiële donoren – een oudere IJslandse man met een verleden als rokkenjager die beloofd had om zijn penis aan het museum te geven na zijn dood en een eigenaardige Amerikaanse ranch-eigenaar, Tom Mitchell genaamd. Mitchell refereert liefdevol aan zijn penis als 'Elmo' en is er trots op om zijn pik aan te kleden in verschillende outfits (en er foto's van te sturen naar Hjartarson, die zijn ongein steeds meer kan waarderen, naarmate de film vordert). Zijn doel is om zijn penis operatief te laten verwijderen, TERWIJL HIJ NOG LEEFT, met de hoop om van Elmo "de meest beroemde penis van heel de wereld te maken."

The Final Member is een wilde rit van het begin tot eind. Het is bovendien de reden geweest dat ik samen met mijn ouders een museum in IJsland bezocht dat bol staat van dierenpikken.

Mijn ouders doen niets anders dan het ondersteunen van mijn 'carrière' in de 'journalistiek' en besloten daarom om mee te gaan. Toen we binnenkwamen werd het pas echt duidelijk in wat voor soort museum we stonden. Mijn ouders zijn hoogopgeleide professionals die op de rand van pensioen staan. Ze vonden het prima om mee te gaan, maar stonden niet bepaald te springen bij het vooruitzicht van de foto's die naast elk stuk hingen, en het feit dat hun gezichten werden vereeuwigd naast reusachtige pikken van walvissen. Raar, maar OKE!! Als compromis beloofde ik om hun gezichten te verdoezelen achter emoji's die lieten blijken hoe ze zich op het moment voelden.

Het museum bleek kleiner te zijn dan ik dacht. Maar het is nog steeds best wel precies hoe ik dacht dat een heiligdom van het mannelijke geslacht eruit zou zien. Piemels in verschillende vormen en maten die uit muren steken en in glazen kisten zijn gepropt. In elke vierkante meter staat pik.

Naast honderden dierenpiemels hangen er ook honderden vadergrappen over piemels. Bijvoorbeeld een ingelijste kleurafdruk van de cartoonpenisjes van diverse historische figuren, waaronder Bill Gates, Michael Jackson en Adolf Hitler. Hoewel ik aandacht voor details erg kan waarderen (bijvoorbeeld Einstein's ballen afgebeeld als hersenen), lijkt me de keuze om gebruik te maken van dikgedrukte Comic Sans, en het geven van een pik aan de androgyne zangeres Grace Jones, best problematisch.

In de eerste vijftien minuten probeerde ik zoveel mogelijk foto's te maken. Mijn telefoon piepte elke paar minuten omdat de batterij bijna leeg was. Het volpompen van mijn telefoon met 400 piemels leek me desalniettemin een uitstekende manier om de laatste energie van mijn telefoon te verbruiken. Eerlijk waar, laat dit een les zijn voor iedereen die denkt dat het oké is om achteruit te scrollen in iemands foto's als ik probeer een schattige foto van mijn hond te laten zien. SORRY, DEBORAH, DAT IS EEN FOTO VAN MIJ NAAST EEN GIGANTISCHE WALVISSENLUL. WAT HAD JE DAN VERWACHT TOEN JE NAAR LINKS SCROLDE?!?

Er is een afdeling in het museum volledig gewijd aan de piemels van mythische wezens. Ik besloot om niet stil te staan bij de gedachte dat elven enorme piemels hebben die we niet kunnen zien omdat ze onzichtbaar zijn. Maar om eerlijk te zijn gaat het lastig worden om mijn toekomstige kinderen te vertellen over de werkplaats van de kerstman zonder dat beeld in mijn achterhoofd.

Een ander opvallend kunstwerk is zilveren afgietsels van penissen uit het IJslandse Olympische handbalteam uit 2008. Het museum presenteert dit zonder al te veel ophef, maar ik ontdekte dat het team uit 2008 niet in de rij stond om hun erecte piemels in het gips te stoppen. Deze zilveren afgietsels zijn in plaats daarvan gebaseerd op de 'persoonlijke ervaringen' van kunstenaar. En die kunstenaar is de dochter van Hjartarson, die – naar mijn weten – nooit een van deze atletische pielemuizen in het echt heeft gezien. Het lijkt er dus op dat ze een keer een foto van het team zag en dacht: ja, dit is waarschijnlijk hoe de piemel van die dude eruit ziet. Een gewaagde zet, die net als het bestaan van het museum in zijn geheel, de vraag oproept: "OKÉ MAAR WAAROM??"

Hier is mijn vader die een sceptische blik werpt op het IJslandse handbalteam en haar neppe, zilveren piemels.

Mijn ouders waren niet onder de indruk van de handbalpenissen, en na ongeveer een half uur van stilzwijgend en aandachtig naar piemels kijken verloor ik ze uit het oog. Totdat ik een hoek omsloeg en daar mijn moeder aantrof achter een rij van zeedierpikken en een lamp in de vorm van een piemel, TERWIJL ZE EEN PAAR SOKKEN AAN HET BREIEN WAS. Zegen deze vrouw.

Mijn vader dook uiteindelijk op in de ruimte met mythische figuren, en zag er ietwat verslagen uit – "Zijn we klaar hier?" vroeg hij – en ik besloot dat het waarschijnlijk tijd was om te gaan voordat ik ze kwijt raakte in de oneindige zee van walvispiemels. We stapten het museum uit en bij de cadeauwinkel overwoog ik heel kort om een fortuin uit te geven aan een van de vreselijk lelijke t-shirts met zinnen erop als, "It's all about dicks," "I'm NOT a donor, " en, natuurlijk, "This museum is not for pussies" bedrukt met een glad, impact-bold lettertype.

Het IJslandse Phallologische museum is een modern wonder, een van die gekke plekken die je gezien moet hebben als je in Reykjavik bent en niets anders te doen hebt. Het is elke dag open van 10.00 tot 18.00, en het kost je een schappelijke 1.500 kronen (ongeveer 13 euro). Als je een hele slechte ouder bent, zul je blij zijn om te horen dat kinderen onder de 13 helemaal gratis kunnen kijken naar bijvoorbeeld een walvispik die aan het ontbinden is.

Mijn ouders waren uiteindelijk niet onder de indruk van een ingelijste foto van een naakte Tom Mitchell met een slappe lul. Waarschijnlijk spreken we nooit en te nimmer meer over deze dag.