dirkje kuik
Foto met dank aan het archief van Stichting Dirkje Kuik
Identiteit

Dirkje Kuik was een van de eerste publieke trans vrouwen van Nederland

Haar ouders vonden het prima dat ze in jurkjes liep, en ook haar vrouw accepteerde haar vrouwenkleren. Toch verloor ze veel vrienden en fans door haar transitie.
04 februari 2019, 1:55pm

Geen zin om dit verhaal te lezen? Beluister dan hieronder de ingesproken versie.

“Dirkje was iemand die moest strijden voor het leven, en dat gedáán heeft,” vertelt een huilende Arthur Japin in een interview uit 2018. Hij heeft het over kunstenaar en schrijver Dirkje Kuik, die niet alleen een lokale beroemdheid was door haar kunst, maar ook omdat ze een van de eerste publieke transvrouwen in Nederland was. Ze werd geboren in 1929 in Utrecht als William D. Kuik, maar stierf in 2008 als Dirkje Kuik.

En gestreden had Dirkje zeker. Zo zag ze er aan het einde van haar leven ook wel uit: door mondkanker was haar gezicht ingevallen, en met haar bril en dunne witte haar leek ze net een jong duifje dat te vroeg uit het nest gevallen was. Volgens bewonderaar Jos te Water Mulder, die haar in 2003 thuis was komen opzoeken om een tentoonstelling over haar te maken, leefde ze van niets anders dan chocomel en bruin bier, weggestopt tussen haar talloze stapels boeken en schilderijen.

Psychische waanbeelden

Als kind droeg Dirkje Kuik graag jurken en maillots, en dat vonden haar ouders prima. Op de lagere school werd ze er hevig om gepest, waardoor ze uiteindelijk toch maar een broek aantrok. Ze maakte de middelbare school niet af en werd van de kunstacademie weggestuurd omdat ze te eigenwijs was. Ze leerde het vak in de praktijk, en vond al snel een eigen stijl en creatief succes als grafisch kunstenaar. In 1960 richtte ze samen met twee andere kunstenaars het grafisch gezelschap De Luis op, omdat ze vonden dat hun vak niet op waarde werd geschat – ze wilden de luis in de pels van de kunstwereld zijn.

Ondertussen presenteerde Dirkje zich als man, in ieder geval naar de buitenwereld. Ze gebruikte haar geboortenaam, William D. Kuik, en trouwde in 1958 met Marieke van Vuren. Zij vond het niet erg als William thuis vrouwenkleding droeg, zolang niemand anders er maar iets van merkte. Maar halverwege de jaren zestig gingen William en Marieke toch uit elkaar.

In de jaren vijftig en zestig was bij het Nederlandse publiek nog niet zoveel over transseksualiteit bekend. Als er al over geschreven werd in de pers, was dat vaak hijgerig en sensationeel: ‘EX-GI BECOMES BLONDE BEAUTY’, kopte de New York Daily News over Christine Jorgensen, de Amerikaanse ex-soldaat die in Denemarken een geslachtsbevestigende operatie onderging.

Transseksualiteit werd in de medische wereld voornamelijk gezien als een psychologische waan, een vorm van schizofrenie die voortkwam uit onderdrukte homoseksuele gevoelens. Voor trans personen waren er eigenlijk geen mogelijkheden – jezelf zijn betekende hooguit op zoek gaan naar hormonen op de zwarte markt, of je laten opnemen in een psychiatrische inrichting.

Pinokkio

De kunst die Dirkje maakte was donker en een beetje grimmig. Ze hield van vervallen steden, en maakte bijvoorbeeld deze onheilspellende afbeelding van Alkmaar. Tegelijkertijd was haar kunst ook sprookjesachtig; zelf noemde ze dat ‘fantasisme’, een soort milde variant op het surrealisme. “Met een luciferdoosje moet je je een landhuis kunnen voorstellen; dat is eigenlijk wat het fantasisme inhoudt,” legde ze in 1976 uit aan dagblad Het Vrije Volk.

Ook de figuur van Pinokkio, de houten marionet die ervan droomt een echt jongetje te worden, is een terugkerend thema in Dirkjes’ werk. Haar vader werkte als houtsnijder, net als Geppetto, dus dat schepte een band. In het interview met Het Vrije Volk vertelt ze dat de lokale dominee haar met Kerstmis een tweedehands uitgave van Pinokkio cadeau gaf: hij wilde haar zo vertellen dat als ze braaf haar best deed, ze ook een echt jongetje zou worden. “Het is niet gelukt, ik ben altijd een Pinokkio gebleven,” voegt ze daaraan toe. Dit interview is een van de laatsten die ze gaf als William D. Kuik; een jaar later begon ze aan een hormoonbehandeling en koos ze de naam Dirkje.

Genderstichting in Nederland

Gedurende de jaren zeventig kwamen er een stuk meer mogelijkheden voor transgender personen in Nederland. Dat was voor een groot deel te danken aan het werk van dokter Otto Vaals, die vond dat transseksualiteit niet als psychische aandoening, maar als medisch probleem moest worden behandeld. Hij richtte de Genderstichting op, waarmee hij onder andere voor elkaar kreeg dat gecontroleerde hormoonbehandelingen mogelijk werden en dat geslachtbevestigende operaties in het ziekenfonds kwamen.

Eind jaren zeventig begon het VU-ziekenhuis zorg voor transgender personen aan te bieden, wat volgens historicus Alex Bakker een belangrijke stap vooruit was: “Het ziekenhuis had een goede reputatie als integere en zorgvuldige instelling, waardoor de medische zorg voor transgenders blijvend serieus werd genomen door ziektekostenverzekeraars, politici, media en ethici,” schrijft hij in Transgender in Nederland.

Dat betekent overig niet dat het bestaan als trans vrouw ineens makkelijk was voor Dirkje Kuik: na haar operatie begin jaren tachtig waren er alsnog veel mensen die haar bestaan niet accepteerden, of juist een overmatige interesse toonden voor haar geslachtsdelen. Dirkje Kuik verloor na haar transitie veel vrienden, en sommige mensen brachten zelfs de prenten die ze van haar hadden gekocht weer terug naar de galerie. Ze wilden kunst van William D. Kuik, niet van Dirkje.

Een boerenvrouw met een neovagina

Dirkje Kuik ging hiermee om door erg open te zijn over alles wat er bij haar vrouw-zijn kwam kijken. Ze had een bijzonder goed gevoel voor woorden, en gebruikte dat om haar eigen verhaallijn vorm te geven. Zoals de meeste mensen tegenwoordig, hield ze niet van het woord ‘transseksueel’. Ze beschreef zichzelf als ‘interseksueel’ of mooier nog, als ‘genderdiasporapatient’.

In een essay uit 1980 dat in NRC Handelsblad verscheen, legt ze fijntjes uit wat transseksualiteit is en hoe transities in hun werk gaan. Prettige seks is na een operatie zeker mogelijk, schrijft ze, zolang beide partijen maar een beetje weten wat ze doen – dat is eigenlijk niet anders voor cis heteroseksuele relaties. “Voor de rest is een behoorlijke seksuele ontwikkeling van de kant van de vrouw en een goede minnaar een vereist, zoals in iedere vrouw-man verhouding. Goede minnaars zijn echter niet dik gezaaid, vernam ik van een vogeltje.”

In hetzelfde essay rekent ze af met Janice Raymond, een trans-exclusieve feminist die in haar boek The Transsexual Empire transseksualiteit beschrijft als een complot van kwaadaardig patriarchale artsen die door het creëren van kunstvrouwen de feministische beweging willen onderdrukken. “Dit nu, geachte lezer,” schrijft Dirkje, “is geheel waanzin, nogal paranoïde getint.”

Ook schreef Dirkje het boek Huishoudboekje met Rozijnen, waarin ze het even makkelijk over de geschiedenis van Venetië, als over haar operatie heeft: de arts heeft haar op kunstige wijze voorzien van een “neovagina”, gemaakt van “penile resten”. Haar uiterlijk omschrijft ze als dat van “een belegen boerenvrouw uit Jutland”, en daar is ze best mee in haar nopjes.

Proces tegen de Nederlandse Staat

Vanaf het moment dat ze in transitie ging, was Dirkje naast veelzijdig kunstenaar en schrijver dus ook voltijd activist. Ze ergerde zich eraan dat ze in de Burgerlijke Stand als man stond ingeschreven – ze vond dat mensen hun eigen naam en geslacht zouden moeten kunnen kiezen. Na haar operatie spande ze daarom een proces aan tegen de Nederlandse Staat. In 1985 gaf de Hogere Raad haar gelijk. Niet lang daarna werd de wet gewijzigd, en werd het mogelijk voor transgender personen om na een operatie hun geslacht ook voor de wet aan te passen (pas sinds 2014 is hier overigens geen operatie meer voor nodig).

Maar het strijden voor haar identiteit gaf zichtbaar ook veel moeilijkheden. Ze had niet veel vrienden, en stond bekend als een prikkelbaar persoon, die nog wel eens iemand van de trap kon duwen na een verkeerde opmerking. Ze dronk kennelijk ook erg veel. Na het overlijden van haar vriend woonde ze praktisch als kluizenaar, in het negentiende-eeuwse huisje dat van haar ouders was geweest, met vooral haar stapels geschiedenisboeken als gezelschap.

Als publiek persoon in het openbaar in transitie gaan is een moeilijk gegeven, en dat was het veertig jaar geleden al helemaal. Arthur Japin heeft groot gelijk dat-ie daar een traantje om laat.


Ook op Instagram spetteren de verhalen van Broadly van je scherm af. Mis niks en volg ons hier