Minirepo

Op bezoek bij de sociale werkplaats waar Dikke Dennis tegenwoordig T-shirts bedrukt

De beroemdste rockmascotte van Nederland heeft zijn cokeverslaving aan de wilgen gehangen en werkt nu in een zeefdrukkerij.

door Ewout Lowie
16 juni 2018, 7:00am

Roy en Dikke Dennis. Alle foto's door de auteur.

In Amsterdam-West zit zeefdrukkerij Zeefdrukmakers. Als ik aanbel doet een jongen open die vraagt wat ik kom doen. “Ik kom voor Dennis,” zeg ik. “Ja, die is er,” zegt hij. “Dikke he?” “Ja, Dikke,” zeg ik.

Dikke Dennis staat een klodder verf uit zijn grijze paardenstaart te krabben. “Het zit ook op je shirt man, vetklep!” schreeuwt Roy, met de puntsnor, waarna Dennis tierend z’n shirt uittrekt en in z’n blote pens, een bolle wonderton vol tatoeages, z’n shirt begint schoon te maken. Er zijn verder zo’n tien mensen in de drukkerij, druk in de weer met het drukken van T-shirts voor een wielrenclub. Roy is met inkt bezig, iemand anders spant de shirtjes om een zeefdrukapparaat, en weer iemand anders staat te wachten tot de shirts via een loopband uit een droogmachine komen rollen. Er worden onophoudelijk dingen geschreeuwd en geintjes gemaakt, vooral tegen Dennis, over Dennis en door Dennis. Hij is duidelijk een sleutelfiguur hier, waar de sfeer zich laat omschrijven als een kruising tussen een café, het knutsellokaal op de middelbare school en een bloedserieuze drukkerij.

Dennis werkt hier al vier jaar, sinds-ie uit de afkickkliniek kwam. Daarvoor had hij dertig jaar een tattooshop: 666, in de Goudbloemdwarsstraat in Amsterdam. Ook tourde hij sinds 1998 met Peter Pan Speed Rock als ‘rock mascotte’. Tijdens optredens deed hij dan vaak zijn nummer Schoppen Aas, een zeer letterlijke vertaling van de Motörhead-hit. Je zou Dennis ook kunnen kennen van zijn elegante sprong van de duikplank in het SBS6-programma Sterren Springen.

Screenshot via SBS6 (YouTube)

“Ik had een tattooshop en ik zat in een rockband, dus mijn hele leven bestond uit zuipen, snuiven en hoeren neuken – de hele dag,” vertelt Dennis. “Op een gegeven moment werd ik vijftig en toen zei de dokter: ‘Je moet daar nou echt eens mee stoppen, anders ga je dood.’ Andre Hazes en Herman Brood gingen ook dood rond hun vijftigste, en die had ik hoog zitten, dus ik dacht: hij heeft gelijk. Toen ben ik de kliniek in gegaan.”

In de kliniek kickte hij af van zijn cokeverslaving. Een flinke. “Ik gebruikte coke, wel vijf gram per dag. Ik ging elke dag om zes uur ’s ochtends naar bed en kwam er om drie uur ’s middags uit. Dan werden er meteen dealers en hoeren gebeld.” Toen Dennis was afgekickt kon hij niet meer terug. “Dat was te confronterend, dus die shop moest ik weg doen. Ik had geen werk meer, maar ook geen onderdak, want ik sliep daar ook altijd, in de kelder."

Dennis kon gelukkig een tijdje bij een vriendin in huis en werd door de sociale dienst in een fabriek gezet. “De hele dag achter een lopende band, dingen inpakken. Wat je in de gevangenis ook weleens moet doen. Bij het schaften had je drie ruimtes: een tafel met alle donkere jongens, een tafel met alleen Polen, en een tafeltje voor de blanken, waar ik in m’n eentje zat. Daar zat ik dan. Ik zei tegen die sociale dienst: als ik nog één keer terug moet ga ik weer drugs halen. Ze waren als de dood dat ik zou terugvallen, dus dat werkte. Inmiddels kwam ik af en toe in de zeefdrukkerij hier, waar ik vrijwilligerswerk kon gaan doen. De sociale dienst laat me hier met rust. Hier heb ik een ritme: elke ochtend sta ik om zes uur op, ik ontbijt en ga ik hierheen, tot één uur ‘s middags. Daarna heb ik ander dingen. Ik ben weer met een band bezig, ik heb een tuintje met een zwembad dat ik moet onderhouden.”

Dennis slurpt aan een Cup-a-Soupje champignon crème. De brullende rockclown die hij in mijn hoofd was komt een stuk minder brullerig en onbezonnen over dan ik had gedacht. Dennis praat als een wijze man en is soms wel vijf minuten achter mekaar serieus. “Kijk, ik heb dertig jaar een eigen winkel gehad, dus ik heb een bepaalde instelling,” vertelt hij. “Ik kom ’s morgens om negen uur binnen en ga meteen werken. Anderen zitten soms tot half elf aan de koffie, of kijken de hele dag skatevideo’s. Dat bedoel ik niet slecht of zo, iedereen heeft zo z’n dingen en we mankeren allemaal wat, snap je wat ik bedoel?”

Ik snap wat hij bedoelt. Iedereen die ik in de zeefdrukkerij zie of spreek lijkt me een interessanter persoon dan de gemiddelde normalo die je op saaie kantoren tegenkomt. Neem Ricardo, de jongen die de deur voor me opendeed. Hij werkt hier het langst, al tien jaar. Hij vertelt me dat hij een tijd geleden een psychose kreeg, maar dat hij het hier geweldig vindt. Hij is enorm bedreven in het op de millimeter goed leggen van de shirts waarop gedrukt wordt.

Of Lucien, die er vandaag helaas niet is. In 1986 scoorde hij als Mc Miker G een wereldhit met zijn nummer Holiday Rap. Hij had van de een op de andere dag een paar ton op zijn rekening staan, maakte alles op aan drugs, drank en dure dingen, raakte aan lagerwal, werd dakloos, probeerde zijn leven weer op te pakken en werkt nu in de drukkerij. “Dit is een sociaal activeringsbedrijf, vooral bedoeld om mensen een dagbesteding te geven, legt Dennis uit. “Er werken mensen met een verslavingsachtergrond, met een psychische achtergrond, enzovoort.”

“Sommige mensen slikken bijvoorbeeld een hoop pillen en zijn daardoor minder snel dan de rest. Of laatst, toen zei ik tegen een jongen dat-ie de shirts beter andersom kon leggen tijdens het drukken. Bleek even later dat-ie alle shirts binnenstebuiten aan het drukken was. Je moet weten hoe je met dat soort mensen om moet gaan. Ik weet dat inmiddels wel.” Toch is Dennis officieel geen begeleider – dat zijn de gediplomeerde mensen die de drukkerij runnen. Vandaag loop Nadine rond. Dennis heeft wel een iets andere rol dan de rest. “Kijk, als je jarenlang een tattooshop runt, waar al het gespuis van de wereld op afkomt, leer je wel met mensen omgaan.”

De druk staat er flink op vandaag, want er is een enorme bestelling aan shirts binnen gekomen. Dat is soms lastig, zegt Dennis. De zeefdrukkerij moet namelijk wel geld verdienen om te blijven bestaan, en dus worden er soms enorme opdrachten aangenomen, terwijl het ook een sociale werkplaats is waar mensen werken die weleens te laat komen, of helemaal niet, of gewoon eens een dagje wat trager zijn. Vandaag staat iedereen zich in het zweet te zeefdrukken. Wel worden er onophoudelijk gebbetjes door de ruimte geschreeuwd. “Iedereen hier heeft een verhaal, en soms zijn die verhalen best wel triest, weet je wel?” zegt Roy. “Daarom maken we hier zoveel lol.”

Ik merk dat ik toch vooral in de weg loop en doe Dennis en Roy en iedereen de groetjes. Als je nou eens een flinke bups textiel wil laten bedrukken, doe dat dan even op Zeefdrukmakers.nl.

Tagged:
dikke dennis
sociale werkplaats
zeefdrukmakers