Chagrijnen

Ik zocht uit of het nuttig is om chagrijnig te zijn

Als ik me een stuk chagrijn voel kan ik mezelf wellicht opvrolijken door te bedenken dat ik daar juist hartstikke veel baat bij heb.

door Lisa Lotens
26 september 2017, 9:51am

Foto door Djanlissa Pringels

Chagrijnig zijn is moeilijk te definiëren. Je bent namelijk niet eventjes geïrriteerd, je bent niet somber of depressief, je bent gewoon – in mijn geval – een paar uur nors. Hoewel ik niet altijd weet wáárom ik af en toe in zo'n mopperbui ben, kan ik me voorstellen dat het, los van een emotionele reden – bijvoorbeeld je moeder die alweer loopt te jammeren over wanneer je weer eens langskomt – ook een functie heeft. Dat chagrijnigheid je misschien juist weer ergens bovenop helpt.

Veel dingen in het leven zijn namelijk evolutionair te verklaren, en veel gedragingen hebben nut om onszelf in leven te houden, of om wat makkelijker met de dingen om te kunnen gaan. Stress is op de korte termijn bijvoorbeeld best handig, want je maakt in situaties die je als bedreigend ervaart cortisol en adrenaline aan waardoor je prestatie- en concentratievermogen groter wordt. Ik vraag me af of mijn lichaam me eigenlijk een hartstikke leuk cadeau geeft, als ik grommend achter mijn laptop zit, of kniezend en vermoeid door de Ikea loop – namelijk nut, waardoor ik, bijvoorbeeld, beter met een situatie om kan gaan. Er zal toch wel een reden zijn dat ik soms in mijn eentje en met naar beneden gekrulde lippen naar de broodjeszaak loop omdat ik echt effe geen zin heb in mijn vrolijke collega's? Of is het nou eenmaal zo dat chagrijnig zijn een vervelende psychologische bijkomstigheid van het mens-zijn is?

Ik bel met Liesbeth Sterck, professor gedragsbiologie aan de Universiteit Utrecht, en Bram Buunk, hoogleraar evolutionaire sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen om het even over mijn mopperkonterij te hebben, en te vragen of het zijn van een foeterend stuk chagrijn in sommige gevallen niet juist vreselijk waardevol kan zijn.

Sterck legt me uit dat humeurig zijn te maken heeft met drie dingen, namelijk je verwachtingen, zelfbescherming en je persoonlijkheid. Dat eerste, je verwachtingen, en de reden dat je daardoor sikkeneurig wordt, heeft te maken met de negatieve ervaringen die je (vroeger) in je leven hebt gehad. Die kunnen invloed hebben op je verwachtingen in bepaalde situaties. Door die negatieve ervaringen neem je bijvoorbeeld minder risico, of heb je minder vertrouwen in een situatie. Kortom, als je in je vroege leven rotdingen hebt meegemaakt, of veel stress hebt ervaren, kun je wat sneller een brompot zijn – omdat je eerder verwacht dat nieuwe situaties slecht af zullen lopen. Humeurig zijn heeft dan een waarschuwingsfunctie, volgens Liesbeth.

Maar als ik op kantoor zit, en aan het sputteren ben, om vervolgens alleen te gaan lunchen omdat ik liever niemand om me heen wil hebben, lijkt het me minder waarschijnlijk dat dit komt omdat ik vroeger een hoop ellende heb meegemaakt.

Buunk vertelt me dat zo'n bokkige bui een vorm van het reguleren van je emoties is: "In je eentje weglopen kan dan een poging zijn om alles even helder te krijgen, maar het kan ook een zelfbeschermende functie hebben: je loopt weg om je sociale relaties met anderen niet te bederven." Dat kan ik me wel voorstellen, niemand zit namelijk te wachten op een strontchagrijnig mens dat de sfeer op kantoor loopt te verstieren.

Sterck voegt toe dat het, aan de andere kant, juist ook een sociaal doel kan dienen. Mopperen kan namelijk een schreeuw om hulp zijn, waarmee je anderen laat weten dat het even niet goed met je gaat. "Kijk", vervolgt ze, "en daar is nog geen uitgebreid onderzoek naar gedaan, maar op de een of andere manier tonen mensen hun zwakte – in tegenstelling tot dieren. Als wij ziek zijn, huilen we, en vragen we om hulp. Maar apen bijvoorbeeld, die zullen nooit laten zien dat het niet goed gaat, want dan worden ze uit de groep verstoten."

Af en toe moeten mijn collega's hard lachen omdat ik vaak zuchtend en steunend door het leven ga, vertel ik Sterck. "Dat is een goed voorbeeld om die bovenstaande functie te onderstrepen, want door te tonen aan je collega's – die je waarschijnlijk goed kent – dat je chagrijnig bent, vraag je om hulp, of om begrip. En het mooie is dat ze die hulp geven, door te erkennen dat je je in die emotionele staat bevindt. Ze voelen zich dan misschien geroepen om jou eruit te halen." En, voegt Buunk toe, "als ze lachen, zorgt dat er ook weer voor dat jij je beter voelt. Je krijgt de aandacht die je nodig hebt."

Als chagrijnig zijn eigenlijk hartstikke veel nut heeft in bepaalde situaties – bijvoorbeeld wanneer je loopt te foeteren op je laptop en je collega's erom moeten gnuiven – hebben mensen die vaker chagrijnig zijn dan evolutionair gezien ook meer overlevingskansen?

"Negatieve emoties hebben een adaptieve functie. Je past je aan aan een bepaalde omstandigheid," vertelt Bram. "In principe wijzen ze op gevaar. Dus heeft het absoluut evolutionair nut: het kan een positief effect hebben op de kans dat je overleeft. Het signaal dat er gevaar dreigt maakt het mogelijk om daarop te reageren, en jezelf veilig te stellen. Maar we weten ook dat te veel verzanden in je norse bui helemaal niet nuttig is, want de stresshormonen die je daardoor aanmaakt hebben effect op je cardiovasculaire systeem en kunnen uiteindelijk zorgen voor hartproblemen. Over het algemeen is het zo dat neurotische mensen – mensen die sneller paniekerig en humeurig zijn – eerder doodgaan dan mensen die het leven met opgeheven hoofd tegemoet gaan."

Hoewel een brompot zijn fysiologisch gezien dus niet echt gezond is, heb ik op de korte termijn absoluut baat bij het feit dat ik soms vreselijk korzelig aan mijn artikelen werk en op een sombere werkdag moederziel alleen richting de supermarkt loop, en van die wijsheid word ik gelukkig een heel stuk vrolijker.