Food by VICE

Waarom Surinaamse Nederlanders boos worden als Nederlandse bedrijven hun eten kapen

Wie fantasiegerechten durft te serveren als ‘bananenketchup’ of ‘roti met rijst’ zonder rotiplaat, heeft behoorlijk weinig begrepen van de Surinaamse eetcultuur.

door Felicia Alberding; illustraties door Sander Abbema
01 juli 2019, 10:59am

Illustraties door Sander Abbema

Toen de Hema in 2017 ‘roti met rijst’ in haar restaurants ging verkopen, stond het internet in brand. Hoe durfde de winkelketen Surinaams eten zo te verkrachten en Hindoestanen te disrespecten? De rotiplaat was namelijk nergens te bekennen. Het was gewoon rijst met wat toespijs: kerriekip met aardappels en een eitje. De foto van de menukaart ging viral: mensen vonden dat Hema het voortaan maar beter bij rookworsten kon houden.

Het was niet de enige misser met Surinaams voedsel. In april bracht kruidenfabriek Verstegen een Surinaams fantasiegerecht op de markt: Surinaamse bananenketchup “naar authentiek recept”. Comedian Howard Komproe ging in zijn youtubeserie Komproeven namens de Surinaamse gemeenschap verhaal halen bij Verstegen, want van Surinaamse bananenketchup had nog nooit iemand gehoord. “We waren heel verrast als Surinamers dat we ineens een cadeautje van jullie kregen.”

Komproe drukte zich nog mild uit, maar de rest van het internet is minder vriendelijk. In 2018 was er het patatje roti stoof van Bram's Gourmet Frites, een aftakking van patatbakker Bram Ladage. Onder de patat zat weliswaar een rotiplaat, maar de combinatie werd alsnog niet zo goed ontvangen. “Dit is een of andere rare kerel die dit heeft verzonnen, een Nederlander,” zei vlogger Baba Tori Mang Yaga erover. “Jullie willen alles stelen. STOP MET SURINAAMS VOOR JULLIE DINGEN ZETTEN!”

1561975343180-screenshots
Screenshots van verschillende reacties op onder andere de 'bananenketchup' en 'roti met rijst'. Afbeeldingen via Facebook

Waarom deze felheid? Is het opnemen van gerechten uit andere culturen niet een teken dat die culturen naar elkaar toegroeien, een voorbeeld van integratie? Als de gemiddeldste winkel van Nederland Surinaams-Hindoestaanse ‘roti’ naast hun rookworsten legt, is dat dan niet juist een compliment?

Die vragen stelde ik ook toen ik aan een podcastaflevering werkte over culturele toe-eigening van Surinaams eten door Nederlandse bedrijven. De aflevering is onderdeel van de VPRO Dorst-serie Mijn Vader is een Afhaalchinees, die gaat over Nederlandse afhaalhits die we danken aan immigratie, en de verhalen daarachter.

Als je mij vraagt wat er typisch is aan de Nederlandse eetcultuur, dan is dat het adopteren en aanpassen van andermans eten. Soms ontstaan hieruit nieuwe gerechten, zoals de kapsalon. Aan deze caloriebom van patat, kebab (of shoarma) met kaas, sla en knoflooksaus is nog weinig authentiek Turks. De kebabpurist vindt het niks, maar iedereen eet het. Het groeide uit tot een favoriet middel om je kater alvast mee in het gezicht te slaan na een avondje zuipen. Het werd onderdeel van de Nederlandse eetcultuur.

Maar verbasteringen zijn niet altijd zo onschuldig. Er zijn Amerikaanse chefs die pronken met de Mexicaanse keuken, terwijl Mexicanen in de VS worstelen om geaccepteerd te worden. Er was een wit meisje dat een Chinees restaurant in New York opende en het eten promootte als “gezond alternatief voor Chinees eten”. En in Amsterdam openden twee witte jongens een kebabzaak met biologische kebab waar ze champagne bij serveerden; bloggers schreven dat er eindelijk een “gezellige” kebabzaak was. De ondernemers zijn er inmiddels alweer mee gestopt.

Het is minder pijnlijk als je precies weet hoe je je eigen keuken aan de man brengt en je recepten beschermt, zoals de Italianen. Italianen zijn trots op hun eten, en pikken het niet als iemand slagroom in carbonarasaus stopt, of als je spaghetti in plaats van tagliatelle eet bij je bolognesesaus. Italianen lieten het officiële recept van ragù bolognese zelfs vastleggen bij de Kamer van Koophandel in Bologna.

In Nederland vinden we het overdreven om een recept op deze manier te beschermen, en ook in de Surinaamse keuken gebeurt het niet. En je kunt je natuurlijk afvragen of het überhaupt nut heeft. Knorr stopt bolognesesaus alsnog in poedervorm in een zakje en gebruikt daarbij heus geen echte pancetta.

De woede over het verbasteren van Surinaams eten in Nederland komt voor een deel ook voort uit trots. Er zijn niet veel keukens in de wereld die zo rijk aan smaken en veelzijdig zijn als de Surinaamse. Ik sprak daarover met Mavis Hofwijk, een tachtigjarige vrouw die nog altijd alle dagen van de week een cateringbedrijf in Amsterdam runt. Haar knieën willen haar soms niet meer dragen, maar stoppen met koken kan ze niet. Ze is bang dat de authentieke Surinaamse keuken verloren gaat als ze stopt. Niet alleen Nederlandse bedrijven verprutsen het, vertelde ze me, maar er zijn sowieso nog maar weinig mensen die roti, bara, pom, maizenakoekjes, pasteitjes of tjauw min bereiden zoals het hoort. En dus sleept ze dagelijks met zware kratten van de groothandel, staat ze op zondagochtend vroeg op om een grote partij pasteitjes met de hand te vouwen en ontvangt ze jongeren waarmee het niet wil vlotten op school om ze een lesje ondernemen te leren.

illustratie door sander abbema

Eten, legde Hofwijk uit, heeft een diepere betekenis in de Surinaamse cultuur. De periode van de slavernij heeft daaraan bijgedragen. Creoolse vrouwen die in de huizen van witte plantagehouders moesten koken wat ze werd opgedragen, wilden ook iets voor zichzelf. Zo kwam pom tot stand, aldus Hofwijk, een gerecht van de geraspte Surinaamse knolsoort pomtayer. Er werd een cultuur gevormd met eten. Na de afschaffing van de slavernij werden er mensen uit alle windstreken naar Suriname gelokt om als contractarbeiders onder vergelijkbaar slechte omstandigheden op de plantages te werken. Javanen uit Indonesië, Hindoestanen uit India en mensen uit China namen eigen eetculturen mee, en zo ontstond de Surinaamse keuken zoals we ‘m nu kennen.

Eten is dus niet zomaar eten, leerde ik bij Hofwijk. De voedselindustrie gaat steeds weer de fout in omdat ze dit vergeten. Net als dat ze vergeten om een chef met Surinaamse roots te vragen om een product te ontwikkelen. Als ze dat wel zouden doen, zou het misschien voor eens en altijd afgelopen zijn met die sperzieboontjes in plaats van kousenband. In Surinaams eten hoort liefde, en, zo vertelde chef-kok Ryan Bahadoer me: je nuttigt het bij voorkeur met zoveel mogelijk mensen. Daar kunnen we in Nederland nog wel wat van leren. Hier wordt eten vaak gezien als brandstof, snel je maag vullen en weer door met belangrijkere zaken. Om 18.00 uur aan tafel, want dan heb je nog wat aan je avond.

Toen ik dit allemaal besefte, voelde ik me ineens zo’n domme kaaskop. Hoe kon ik niet weten waaróm Surinaamse eethuizen vaak een verzameling van Chinese, Javaanse, Hindoestaanse en creoolse gerechten (of een deel daarvan) bereiden? Van een land dat driehonderd jaar een kolonie van Nederland is geweest, en waarvan na de onafhankelijkheid zo’n groot deel van de bevolking naar Nederland is verhuisd, wist ik schokkend weinig. Het wordt echt tijd dat daar verandering in komt.

Ik voelde me ongemakkelijk. Ik zat midden in het maken van de aflevering over culturele toe-eigening en dacht: maak ik mezelf ook niet schuldig aan toe-eigening door dit verhaal te vertellen? De mensen vertellen in de podcast hun eigen verhaal, maar ik klets alles aan elkaar. Ik besloot het voor te leggen aan Howard Komproe, die in zijn youtube serie niet alleen zijn ongezouten mening geeft over bananenketchup, maar ook over andere verbasterde Surinaamse gerechten of interculturele smaakinnovaties. Meestal krijgt Bonduelle, de Hema, Knorr, de Lidl of een andere grootgrutter vervolgens het advies: stop met deze shit, dit heeft niks met Surinaams eten te maken. Als ik van iemand een eerlijk antwoord kon verwachten, dan was het wel van hem.

De grote katalysator van de woede over het verbasteren van eten is onze gezamenlijke geschiedenis, zegt Komproe. “Het is de voedingsbodem waarop onze relatie is gebouwd. En die voedingsbodem is niet oké.” Bedrijven die met Surinaams eten aan de haal gaan hebben gewoon schijt aan Surinamers, vindt hij. “Je vraagt ze niks, maar je gebruikt wel de naam en de cultuur. Het erfgoed.”

En wat vindt Komproe ervan dat ik, als Nederlander zonder Surinaamse achtergrond, dit verhaal vertel in een podcast? Dat kun je horen in de tweede aflevering van Mijn vader is een afhaalchinees.