SPORTBELEID

Vincent werd door een praatje op een feest de fysio van het Ajax van Madagaskar

“We konden een keer niet op ons veld terecht, omdat een veteranenteam wilde trainen.”

door Trevor Wagener
27 mei 2019, 10:49am

Foto's via Vincent van Dorp. 

Vincent van Dorp (24) zit lekker uit te rusten op het balkon van zijn appartement in in Mahajanga, in het noorden van Madagaskar. Het is iets na vijf uur ‘s middags en hij vertelt hoe de boulevard begint vol te stromen met mensen die een hele dag hard hebben gewerkt. “De mensen zijn hier goed in rondhangen en socializen, maar lui zijn ze niet. Vooral in de armere delen van het land gebruiken ze hun lichaam alsof het een machine is.”

Van Dorp moet zelf ook hard werken. Sinds januari van dit jaar is de amateurvoetballer, die komend seizoen voor SVV Scheveningen gaat spelen, de fysiotherapeut van de Malagassische topploeg Fosa Juniors FC. Die club draait dit seizoen volop mee in de strijd om het kampioenschap en zit ook nog in het nationale bekertoernooi. Aan hem de taak om de spelers van Fosa fit te houden en weer op te lappen als ze geblesseerd raken. VICE Sports sprak hem over trainen in waterplassen, een ritueel met eieren, van club wisselende supporters en zingende spelers.

Vincent van Dorp. Fysio in Madagascar.

VICE Sports: Ha Vincent, hoe ben je in Madagaskar terechtgekomen?
Vincent van Dorp: Ik ging vorig jaar mee met mijn vriendin naar een afscheidsfeestje van een van haar vriendinnen. Daar raakte ik aan de praat met de vader van dat meisje, Bob Kootwijk. Hij is al drie jaar de trainer van Fosa en we komen allebei uit hetzelfde circuit. Hij had meerdere amateurclubs getraind en werkte bij Vitesse en ADO Den Haag. Ik heb onder meer bij ADO in de jeugd gespeeld. Toen mijn achtergrond als fysio aan bod kwam, zei hij als geintje: “Waarom kom je ons niet een paar maandjes helpen?” Nou, dat leek me wel wat.

Wist je iets over het land voordat je erheen ging?
Nou, omdat ik weleens Risk speel, wist ik waar het lag. Ook wist ik dat het land miljoenen jaren geleden werd gescheiden van het Afrikaanse continent en dat er daardoor veel unieke planten en diersoorten voorkomen, zoals de fosa, een roofdier waar onze club naar vernoemd is. Dat is een fretkat die twee keer zo groot is als een normale huiskat. Ook zijn er wel tachtig soorten lemuren, maar die kom je vooral tegen in de jungle.

Wat viel je nog meer op aan het begin in Madagaskar?
Een dag nadat ik landde, reed ik met de auto 500 kilometer naar Mahajanga. Tijdens die rit was het net alsof ik in een rijdende bioscoop zat. De weg was wel verhard, maar soms zaten er zieke kraters in. Ook moest ik opeens uitwijken omdat er een kudde koeien op de weg stond. Het viel me ook al snel op hoe hard de mensen hier werken en dat ze vrij onderdanig zijn.

Vincent van Dorp. Fysio in Madagascar.

Wat bedoel je daarmee?
Zij denken misschien dat een westerling zo min mogelijk hoeft te doen. Het is niet zo dat ze op hun knieën gaan voor mij, maar als ik bijvoorbeeld iets aan het tillen ben, pakken de spelers van Fosa het meteen uit mijn handen. Aardig hoor, maar voor mij hoeft dat allemaal niet. Soms roepen kinderen hier ‘vaza’ naar mij, wat buitenlander betekent. Dat hoef je in Nederland echt niet naar iemand te roepen.

Kunnen ze bij Fosa goed voetballen?
Het niveau is niet te vergelijken met Nederland. Deze jongens hebben op straat leren voetballen. De spelers zijn retesnel en technisch behendig, alleen tactisch wat minder goed. Dan schieten ze de bal naar voren en rennen ze er met zijn allen achteraan. Bij Fosa valt dat nog wel mee, want Bob hamerde sinds hij hier begon op de ‘passing game’. Verder worden dingen hier vaak op het laatste moment geregeld. In Nederland krijg je bijvoorbeeld twee maanden voor het seizoen begint een jaarschema. Hier wordt dat pas drie weken van tevoren bekend, en dat is voor Malagassische begrippen nog ruim.

Lijkt het op het profvoetbal dat wij kennen?
Laat ik het zo zeggen: voor Malagassische begrippen is het zeker professioneel. Met Fosa reizen we bijvoorbeeld met een bus naar uitwedstrijden. Onze spelers zijn betaalde profs. Ze krijgen een salaris waar hun landgenoten niet aan kunnen tippen. De spelers hoeven naast het voetbal niet te werken en wonen in een spelershotel. We trainen ook vijf of zes keer in de week, en dan soms zelfs twee keer per dag. Ik krijg trouwens ook gewoon een salaris voor mijn werk – iets minder dan in Nederland, maar voor omgerekend vijf euro kan ik hier heerlijk uit eten. Dus ik kan er prima van leven.

Vincent van Dorp. Fysio in Madagascar.

Zijn er andere dingen ook minder professioneel?
In het begin van het seizoen konden we bijvoorbeeld een paar keer niet op ons eigen veld terecht omdat een of ander veteranenteam ook wilde trainen. Ook dat is heel normaal hier, terwijl wij bij wijze van spreken het Ajax of PSV van Madagaskar zijn. Konden wij uitwijken naar een achterstallig veldje dat vol zat met hobbels en waar geen grasspriet op te bekennen was. Een andere keer moesten we uitwijken naar een veld waarin we tot onze enkels in het water stonden. Aan ons als staf de taak om alsnog een functionele training uit te zetten. We moeten wel. Echt, je kan in Madagaskar over zoiets onderhandelen wat je wil maar erover zeuren heeft geen zin. Niemand gaat er iets aan veranderen.

Is je werk als fysio daar anders dan in Nederland?
Ja, in Nederland werkte ik vanuit een praktijk, maar hier heb ik niet een speciaal hokje ofzo. In principe kan ik de spelers dus overal behandelen, ook omdat we een draagbare verzorgingstafel hebben.

Vincent van Dorp. Fysio in Madagascar.

Ah, handig.
Ja, Bob liet die uit Nederland overkomen. Nog veel meer spullen trouwens, een hele container vol. Gewichten, stangen, kettlebells, elastieken, noem maar op. Bob en ik hebben gedemonstreerd hoe het allemaal werkte, want de spelers kenden die apparaten nog niet. Ze waren wel erg enthousiast. Ze mogen er alleen mee oefenen als wij erbij zijn, om te voorkomen dat ze de oefeningen verkeerd doen. Dat kan tot blessures leiden.

Zijn er vaak spelers geblesseerd?
Dat valt gelukkig mee. De spelers zijn superfit en tot nu toe heeft niemand een ernstige blessure opgelopen. Op de training zijn de spelers echt een stel tijgers en sommigen lijken wel van titanium. De spelers zullen ook niet zo snel naar me toekomen om te zeggen dat ze een blessure hebben. Niemand wil gewisseld worden, want dat ervaren ze als een persoonlijke nederlaag. De spelers hebben een enorme bewijsdrang. Ze willen de fans, hun vrienden en familieleden niet teleurstellen door voortijdig van het veld te gaan. In Nederland had ik altijd sneller door of iemand ergens last van had, al komt het misschien ook doordat ik me hier minder goed in hun taal kan uitdrukken.

Vincent van Dorp. Fysio in Madagascar.

Levert die taalbarrière weleens onhandige situaties op?
Niet echt, al moest ik in het begin wel wennen. Toen ik hier kwam, was mijn Frans nog niet zo goed. Ik was in Nederland al aan een cursus begonnen, maar die moest ik hier stevig doorzetten. Als fysio en verzorger in één zijn misverstanden natuurlijk niet handig. Ze spreken hier Malagassisch-Frans en dat is af en toe lastig te verstaan. Toen ik hier net kwam, keken sommige spelers me wel aan van: wat bedoelt deze nieuweling allemaal?

Valt er wat te lachen met de Malagassiërs?
In maart was ik jarig. Ik stond met mijn rug naar de spelers toe, om een taart aan te snijden. Gooien die gasten vanuit het niets een heleboel eieren in mijn nek, en een zak meel erachteraan. Stond ik daar, helemaal onder de drab. Kennelijk is dat een traditie hier. En die spelers lachen! Ze kwamen niet meer bij. Wat ik ook onwijs leuk vind, is dat de spelers voor de wedstrijd met z’n allen een meerstemmig lied zingen in de kleedkamer. Dan komt ook het clublied voorbij. Daar krijg ik soms echt kippenvel van.

Vincent van Dorp. Fysio in Madagascar.

Ik zag dat Fosa Juniors FC zelfs ultra’s heeft.
Mooi hè? Ze hebben hun eigen vak, maken spandoeken, zingen continu en spelen op instrumenten. Wat me opvalt, is dat Fosa meer fans heeft als we beter presteren. Voordat de landelijke competitie begint, is er eerst een regionale. Supporters van rivaliserende teams juichen later voor het andere team zodra ze het landelijk goed doen. Alsof er Feyenoorders op de tribune bij Champions League-duels van Ajax zitten. Dat zou in Nederland ondenkbaar zijn.

Aangezien je zelf ook voetballer bent, heb je er weleens over nagedacht om bij Fosa te gaan spelen?
Nou, Bob maakt daar een keer een grapje over, en de spelers hebben het ook weleens gevraagd. Maar als ik echt met Fosa mee had willen voetballen, had ik wat extra sprintjes moeten trekken. Soms doe ik wel mee met de training, en ik trap ook graag een balletje met de spelers op het strand, maar daar blijft het bij. Ik ben praktisch het hoofd van de medische staf en heb genoeg te doen, dus dat kost me al een boel energie.