Sport

Hoe het is om je eerste UFC-gevecht te verliezen

"Terwijl ik mijn hond aan het uitlaten was, oefende ik hoe ik naar de kooi moest lopen."

door Derek Teoh; illustraties door Derek Teoh
10 april 2019, 12:56pm

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE Sports US.

Julie Kedzie is een van de pioniers in de vrouwen-MMA. Ze maakte in 2013, na tien jaar in het vak te zitten als MMA-vechter, eindelijk haar UFC-debuut. Ze verloor die partij van de Nederlandse kickbokser Germaine de Randamie door een split decision. Maar dat was voor haar bijzaak. We vroegen Kedzie om te vertellen over haar debuut in de grootste MMA-competitie ter wereld. Dit is haar verhaal.


Ik vocht op de undercard van de UFC, dus ik hoefde vooraf niet naar persconferenties. Toch was de hoeveelheid pers waar ik van tevoren mee te maken kreeg een stuk meer dan ik gewend was. Het verbaasde me dat zoveel mensen me wilden interviewen en over me wilden schrijven. Toen het tijd was om gewogen te worden en ik voor het eerst vanachter het gordijn naar het podium liep, dacht ik: Dat is (UFC-matchmaker) Joe Silva, dat is Dana White, daar zit Burt Watson. Dat moment – met de enorme menigte en het flitsen van de fototoestellen om me heen – overdonderde me een beetje. Wat de hel, dacht ik bij mezelf. Zelfs tijdens de weging voor Strikeforce, toen ik tegen Miesha Tate vocht, was er niet zo'n groot publiek. Waarom zijn al deze mensen hier, dacht ik. Ik sta hier straks in m’n ondergoed. Dat is best een gek idee.

Germaine liep voor ons gevecht als eerste de kooi in, terwijl ik me voorbereidde om hetzelfde te doen. Ze liep op een nummer van Fall Out Boy dat ik kende, dus ik zong en danste met de muziek mee. Ik ken dit nummer, dacht ik. De beste vriend van mijn zus zit in deze band en zingt dit nummer. Ik stond mee te zingen, toen ik ineens mijn eigen muziek hoorde. Cool, dacht ik. Ik ben inmiddels al vaak genoeg naar de kooi gelopen. Al die kleine en grote shows hadden me voorbereid op het moment dat ik daadwerkelijk de octagon van UFC binnen zou lopen. Ik had het sowieso al een paar keer eerder geoefend in hun achthoekige kooi, omdat al dat harde geluid en de mensen die naar me staren me snel te veel worden.

Ik leerde hoe ik naar de octagon moest lopen door goed naar mijn teamgenoten te kijken. Ik was bijvoorbeeld bij een gevecht van Donald Cerrone in Mandalay Bay, een hotel en casino in Las Vegas. Cerrone had het binnenlopen de avond ervoor ook nog geoefend. De avond voor het gevecht bereid je je mentaal voor. Je loopt door de kooi en denkt na over wat er gaat gebeuren. Soms denk je na over hoe je je handschoenen tegen die van de tegenstander aan tikt, dat soort dingen. Donald deed dat ook, terwijl zijn coach dingen tegen hem zei als: "Oké, luister naar de menigte. Je gaat dit voelen; je gaat dat voelen.” Op dat moment bedacht ik me dat ik dit ook zou moeten oefenen.

Soms oefende ik thuis ook, bijvoorbeeld als ik mijn hond uitliet. Dan probeerde ik me voor te stellen hoe het zou zijn als ik naar de kooi liep. “Oké, aan beide kanten staan mensen,” zei ik dan tegen mezelf. “Ze staren me aan en er staat een camera voor me.” Ik oefende mijn loopje terwijl ik over straat wandelde, waardoor mijn hond bijna een soort accessoire voor me werd. Oké, hier stop je met lopen, dacht ik af en toe tijdens het oefenen. Nu trek je je schoenen en je shirt uit. Blijven oefenen – ook op de trap. Dat heb ik serieus gedaan. Ik weet eerlijk gezegd niet waarom ik er zo bang voor was, maar ik denk dat ik vaak gewoon een beetje nerveus word als er mensen naar me kijken. Ik ben niet gemaakt voor het theater of de schijnwerpers. Het klinkt dom, maar dat oefenen zorgde er wel voor dat ik uiteindelijk die kooi in stapte en klaar was om te vechten.

Ik keek naar mijn tegenstander. Ik vind het fijn om wat jump squats te doen en een beetje rond te lopen in de kooi. Ik heb vrij grote benen voor mijn figuur, dus zorg ik er altijd voor dat ik ze kan voelen. Voor elk gevecht wil ik meer bloed in mijn benen wil pompen, zodat ik zeker weet dat ze me in beweging houden. Dat deed ik nu ook. Ik liep wat heen en weer en voerde mijn gebruikelijke routine uit. Ik deed mijn jump squats en bereidde me voor.

Toen was het tijd voor het gevecht. Eerlijk gezegd verschilde het vechten zelf niet veel van de andere gevechten die ik heb gedaan. Uiteindelijk zijn het gewoon twee mensen in een kooi, maar het zijn ook twee mensen in een kooi. Ik weet niet zo goed hoe ik het moet uitleggen, maar het is heel dubbelzinnig. Aan de ene kant besef je dat het gewoon een gevecht is, maar aan de andere kant is het ook echt een gevecht. Ik herinner me nog goed hoe ze in de eerste ronde op me afkwam en me meteen naar een hoek van de kooi dreef. Het lukte me niet om de dingen te doen waar ik al die tijd voor had getraind. Dat was heel gek. Ik weet nog hoe ik haar te pakken probeerde te krijgen, maar me tegelijkertijd afvroeg waar ik in hemelsnaam mee bezig was. Je vecht als een klein kind, dacht ik bij mezelf. Wanneer ga je laten zien wat je in huis hebt?

Op een gegeven moment ramde ze een paar keer met haar knie tegen mijn lichaam. O, dit kan ik wel aan, dacht ik in eerste instantie. Maar ineens raakte ze me zo hard dat alle lucht uit mijn longen werd geslagen. Shit, dat doet pijn, schoot er toen door m’n hoofd. Ze haalde nog eens uit en raakte me keihard tegen mijn neus. Mijn neus brak niet, maar het kraakbeen was behoorlijk goed gemold. Het bloedde namelijk flink en dat kost nogal wat moeite, aangezien mijn neus zo vaak gebroken is geweest. Oké, dat doet pijn, dacht ik, voor ze zich nog eens vol bovenop me stortte. Verdomme, dat is het knietje dat mensen normaal gesproken uitschakelt, maar ik sta nog, zei ik tegen mezelf. Nou, vind je het geen tijd om haar nu wat knieën te laten voelen?

Tijdens het gevecht had ik geen idee wat mijn volgende zet zou zijn. Ik weet nog wel dat we elkaar op een bepaald moment beet hadden en ze haar hoofd de hele tijd in een hele goede houding hield. Ze hield haar hoofd heel laag en deed dus precies waar ik normaal gesproken juist goed in ben. Dat maakte me kwaad. Die trut gebruikt mijn tactiek, dacht ik. Ze deed het zo goed. Ik moet toegeven dat ze hard heeft getraind en het haar echt is gelukt om van een kickbokser in een MMA-vechter te veranderen.

Tussen de rondes door vertelden mijn coaches me dat ik stoten moest uitdelen voor ik Germaine tegen de grond werkte. Ze waren nogal boos op me, omdat ik als een beginner sloeg. Mike Winklejohn is een opvallende coach. Hij vindt het leuk als je herhaalt wat hij tegen je zegt. Hij wilde dat ik haar met een rechte, directe stoot zou raken. Toen ze haar handen op een plek hield waarbij ik haar met een rechte directe kon raken, zei Winklejohn: “Wat ga je doen?” Waarop ik zei: “Ik ga haar slaan met een rechte directe.” Ik vond het lastig om voldoende afstand te nemen, maar Winklejohn bleef roepen dat ik moest doorgaan. “Ze kan niet terugvechten als ze achteruit loopt,” zei hij. “Maak een combinatie en haal d’r neer.” Ik besefte dat we dit vaak genoeg hadden geoefend. Ik kan dit, zei ik tegen mezelf. Gewoon blijven ademen.

In de tweede ronde had ik haar op de grond, maar ik deed er niks mee. Ik wist haar verdediging niet te breken. Ik wist precies wat ik moest doen, maar het lukte niet. Het was alsof ik bevroor. Ik kon gewoon niets doen. Mijn coaches waren razend. Ze schreeuwden dat ik iets moest doen, terwijl ik probeerde om een hoofd- of armgreep te doen die helemaal niet bestaat. Ik verveelde me. Ik lag gewoon een beetje op haar. Er gebeurde helemaal niks meer. Tijdens de trainingen ben ik doorgaans heel goed, sterk, constant in beweging. Het was alsof ik geblokkeerd werd. Natuurlijk vocht ze ook terug, en dat maakte het moeilijk. Maar het is zo absurd om daar in de ring te staan. Het kwam niet eens per se door de zenuwen – ik weet wat er gebeurt als ik nerveus ben, daar word ik alleen maar sterker en sneller van. Dit was anders.

Ik dacht dat we gelijk stonden na de tweede ronde. Ik wist vrij zeker dat ik de tweede ronde gewonnen had, maar was ervan overtuigd dat ik haar in de derde af moest maken. Je moet er nooit van uitgaan dat je gelijkstaat; uiteindelijk bleek ook dat zij de eerste en tweede ronde had gewonnen. Ik dacht dat de tweede ronde naar mij was gegaan omdat ik voor een groot deel de controle had. In de derde ronde raakte ze me met twee stevige klappen, en die tweede was genoeg om me aan het wiebelen te brengen. Ik herinner me nog dat m’n hoofd achterover sloeg. Het werd wazig voor m’n ogen. Ik kon niet opgeven, maar toen ik probeerde om haar neer te halen, verloor ik m’n evenwicht en viel ik op de grond. Mijn hoofd voelde door elkaar gehusseld.

Na het gevecht dacht ik niet dat ik gewonnen had. En zelfs als ze dat toch hadden besloten, was ik teleurgesteld geweest. Natuurlijk was ik nog teleurgestelder toen ik hoorde dat ik had verloren, maar ik begreep het wel. Sommige gevechten win je, maar dan houd je er toch een rotgevoel aan over, omdat je niet gevochten hebt zoals je wilde. En andere gevechten kan je verliezen maar nog steeds denken: damn, ik ben trots op mezelf. Deze keer zou ik niet tevreden zijn geweest als ik had gewonnen. Ik had bij mezelf gedacht: dat was ik niet op de mat. En ik wil wel het gevoel hebben dat ik het zelf ben, zelfs als ik verlies. Ik wil me een strijder voelen, en het idee hebben dat ik heb gedaan wat ik moest doen.

Naderhand, in de kleedkamer, was ik kwaad. Ik praatte met Greg Jackson. Ik kreeg wat berichten van vrienden die hadden gekeken. Ik moest huilen vanwege de steun en liefde van mijn teamgenoten, maar ik wilde niet huilen in de kleedkamer. Ik wilde niet de aandacht op mezelf vestigen, want Rory MacDonald was ook in de kleedkamer. Hij had als enige nog niet gevochten. Ik kon het beste maar gewoon gaan douchen en wegwezen.Ik probeerde mezelf groot te houden. Er is altijd een meisjesachtig deel van mij dat wil huilen op zo’n moment, en ik wilde echt niet dat dat zou gebeuren bij deze lui.

Na elk gevecht word je gecheckt door de dokter, en er was niets mis met me. Daar werd ik alleen maar kwader van. Ik dacht dat ik op z’n minst neergehoekt had moeten worden. Ik had alleen een bloedneus, meer niet. Ik ging het publiek in. Er waren vrienden van me helemaal vanuit Indiana gekomen en die wilde ik zien. Het publiek was zo overweldigend lief voor me. Mensen vroegen om foto’s en handtekeningen, en dachten dat ik gewonnen had. Een gast was zo enthousiast dat hij z’n hele biertje over mijn jurk liet vallen. Ik heb de rest van de dag naar bier gestonken. Stel je voor: ik, in een jurkje dat naar bier stinkt, omringd door enthousiast publiek. Ik was nog steeds wel kwaad, dus ben daarna teruggegaan naar het hotel. Ik heb twee biertjes gedronken, een hamburger gegeten en een dutje gedaan op m’n kamer.

Daarna sprak ik af met mijn zus en wat vrienden. Het was prettig om met een groepje te zijn die het over iets anders hadden dan MMA – als je daar drie maanden lang zo ongeveer 24/7 aan gedacht hebt, kan je wel even een pauze gebruiken. Ik heb best een tijd met hen gezeten. Ik had ook geen zin om te feesten.

Trouwens, [UFC commentator] Mike Goldberg kwam na het gevecht de kleedkamer in om gebruik te maken van de wc. En omdat ik ben wie ik ben begon ik hem vragen te stellen terwijl hij stond te plassen. Ik zei dat mijn gevecht ruk was en hij zei: “Nee, het was een vermakelijk gevecht om commentaar voor te doen, maak je geen zorgen.” Ik heb hem nog gevraagd of hij advies had voor een mede-commentator – ik doe commentaar voor Invicta – en zijn reactie was: oefenen, oefenen, oefenen. Ik heb ‘m bedankt. Aardig van hem, dat hij met me wilde praten terwijl hij stond te plassen. Ik ben niet bepaald iemand met een verfijnde smaak. Ik praat gewoon.