EXIT FESTIVAL – ONDANKS DUIZENDEN BRITTEN EN PRODIGY TE GEK


De goede mensen van het Servische Exit Festival leek het leuk als wij, de goede mensen van Vice Magazine, op hun kosten werden ingevlogen en in een hotel gestopt om verslag te doen van het festival. Ons leek dat ook geen slecht idee. We hebben er een mooie tijd gehad, ondanks de tienduizenden aanwezige Britten en het feit dat we onze camera verloren in de vuigste tent van Servië.


Het festival wordt gegeven in een middeleeuws fort in de Noord-Servische stad Novi Sad. Exit begon tien jaar geleden als een zomers protest tegen de toenmalige Servische president Milosovic en de oorlog waarin hij het land stortte. Dat festival in de zomer van 2000 duurde drie maanden, de huidige editie duurde vier dagen. De locatie van het festival was trouwens te gek. Overal waren hoge muren en kleine gangetjes waar allerlei maffe podia tussen waren geïnstalleerd, waardoor je constant roept dat dit “de beste locatie voor een festival ooit is!” We bleven bij dat standpunt, zelfs toen we ingeklemd stonden tussen tienduizenden Prodigy-fans en een 22-jarige brit van een muur was gevallen en gestorven. True story.  Maar kijk naar hoe tof het festival eruit zag:

 

Videos by VICE

 


Gruwelijk.


Het betaalsysteem voor drank was gek. De organisatie had besloten dat je als bezoeker van het festival de keus had uit verschillende soorten consumptiemunten: biermunten, fris- en wijnmunten, energydrankmunten en six pack-munten. Van die laatste begrepen we dat je daarmee meer bier voor minder geld kon kopen, dus die namen we dan maar.  Slim toch?

 
Nou, nee. Met six pack munten kon je namelijk alleen zes halve liters tegelijkertijd kopen. En zoals iedereen weet is bier drinken hard werken, dus aan het eind van de eerste avond waren we kapot en ladderzat. Maar wel voor een zacht prijsje. (Het festival is zowieso best cheap. Een passe-partout voor het festival kost je ongeveer 100 euro, bier is ook veel goedkoper, en in Novi Sad eet je voor een schamele 5 euro je buik rond aan de beste Servische bonen met vlees. Super)

 

Een klein minpunt aan het festival is de overvloedige aanwezigheid van Britten. Na de Serviërs zelf zijn zij de grootste etnische groep op het festival. Aan afgrijselijke hufters was dus geen gebrek. Kijk:

 

 

 

 

 

 

 

 

Met zulke mensen hoop je stiekem toch dat er nog wat meer mensen van muren waren gevallen. Maar deze gast spande de kroon:

Wat een hufter. Gelukkig waren er ook dit soort schatjes:

 

 

Bovenstaand meisje vertelde ons dat ze geneeskunde studeert en ons organen kon verkopen. Hierna hebben we het hele festival geprobeerd haar terug te vinden, wat uiteindelijk gelukt is. Hierover later hope
lijk meer.

 

Overdag liepen we rond door Novi Sad, de stad waar het fort lag. We gingen er op zoek naar de ziel van de Servische samenleving, maar we ontdekten er de reden waarom bijna iedere Serviër zich hult in kleding waar het Leger des Heils nog niet eens op zou schijten: er zijn superveel kledingwinkels zoals die je op bovenstaande foto ziet. Winkels die kleding verkopen die functioneel, doch modieus is door toevoegingen als Mickey Mouse-prints op T-shirts en palmbladeren op bermuda’s. Superlelijk.

 

De nacht voor we deze man ontmoetten, hadden we het festival in de vroege ochtend verlaten, op zoek naar het echte, ongeorganiseerde Servië. We lieten ons door een taxi-chauffeur in het smerigste hol afzetten. Daarbinnen speelde een etnische man Balkan-deuntjes op een keyboard, en dansten hoeren op tafel voor ex-militairen. Wij waren onaanspreekbaar dronken, en zijn dientengevolge onze fotocamera kwijtgeraakt. Toen we wakker werden, besloten we dat we nog niet genoeg vuiligheid hadden gezien. Dus toen we tijdens onze stadswandeling een gokhal ontdekten, gingen we naar binnen, op zoek naar avontuur. Binnen zat aan de roulettetafel een man die zei: “I have just woken up on a bench!”  ‘Sweet’, dachten we. Na enige conversatie bleek echter dat hij niet Ivan uit Moldavië (of een ander spannend land) was, maar gewoon Dennis uit Venray. Fuck. Gelukkig gaf hij ons een speciale Servische cognac, die ons opkikkerde.

 

The Moi Non Plus speelden ook op Exit. Psych!

 

En Fucked Up! Wow!

Dit is het dance-podium. Dat was tof. In de punt van het fort was namelijk een door hoge vestigingsmuren omgeven weide, waar bovenstaand podium was en tienduizenden uitzinnige mensen die na iedere climax in de house of technoplaat opnieuw enthousiast tekeer gingen.

 

En omdat het Servie is en niet Nederland ofzo, ging dat tot 8, soms 9 uur ’s ochtends door. Als ‘met z’n allen op hersenloze dance knallen’ je bevalt, is dit een van de beste festivals ooit om naar toe te gaan.

 

Ondanks het feit dat het tot zo laat doorging, was het festival niet slecht geregeld. Integendeel. Er waren zoveel security-dudes, dat het soms leek of er voor iedere festivalbezoeker twee beveiligers waren. Als je het rauwe Servië verwacht (jeweetwel, rakija, dansende beren op gloeiende platen en slecht geklede maffia), kom je op het festivalterrein zelf van een koude kermis thuis – de productie is zo glad als het kapsel van een Italiaanse Guido.

 

Dat bleek ook uit de registratie van het festival: overal stonden camera’s om alles vast te leggen. Hierboven zie je onze lievelings cameraman.

 

En dit was ons lievelingsmoment: vuurwerk terwijl Buraka Som Sistema de beste liveset van het festival speelde.

 

Dit was ons naarste moment: ingeklemd staan tussen tienduizenden smeerlappen die het voor elkaar kregen om precies tegelijkertijd naar bier en zweet te stinken, fan te zijn van The Prodigy en ons mateloos te irriteren. Ik vind het vervelend om dit te moeten zeggen, omdat ik weet dat velen van jullie die dit lezen straks ook op Lowlands uit je dak zullen gaan op deze droevige kloteband die al jaren geleden hadden moeten stoppen. Als je mij vraagt om steekwoorden om The Prodigy te beschrijven, zou ik zeggen: “Infantiel, kut, lelijk, stom, diarree.”

 

De jongen hier links op de foto zorgde voor ons pijnlijkste moment. Hij had een dj-wedstrijd gewonnen die DJ-Broadcast had uitgeschreven. De winnaar mocht draaien op het festival. Voor we naar het terrein gingen aten we iets met die DJ-Broadcast boys en Rene, de prijswinnaar. Toen we het over muziek kregen, begonnen we keihard op drum ’n bass in te hakken. We zeiden dingen als: “Haha, wie luistert er nou naar drum ’n bass”, en: “Werkelijk iedere drum ’n bass cd is superslecht!” Zijn versteende blik na die opmerkingen maakten ons duidelijk dat Rene een echte drum ’n bass dj’s, met uitstapjes naar dubstep en electro. Oei. Maar ere wie ere toekomt: hij kon er later om lachen en hij draaide erg goed (als drum ’n bass je ding is).

Zo, daarna waren we moe, en sliepen we lang. Leuk festival. Dag!

tekst: JAN VAN TIENEN
Mooie foto’s door: JASPER VAN VUGT

Thank for your puchase!
You have successfully purchased.