Bekentenissen van een Nederlandse serveerster in een foute rooftopbar in New York

Geen champagne en dure cocktails, maar happy hour en zuipende zakenmannen. Als ‘cocktail waitress’ in een rooftopbar in Manhattan werken is lang niet altijd zo glamourous als het klinkt.
18.2.16

Een paar jaar geleden zat ik in New York op de toneelschool en had ik dringend een baantje nodig; de zes vrije weken in de zomer waren de perfecte tijd om de stad te ontdekken, maar daar had ik wel centen voor nodig. Omdat ik in de VS verbleef op een studentenvisum, mocht ik niet werken. Gelukkig draait de halve stad op zwart werk en ik was dan ook blij toen ik via een Australische medestudente een baantje als 'cocktail waitress' vond in een bar in Manhattan.

Nou klinkt 'cocktail waitress' al best goed, maar het fantastische van dit baantje was dat ik drankjes zou serveren in een zogenaamde rooftopbar. Die zijn in New York enorm populair in de zomer en er komen vooral toeristen en mensen met een dikke portemonnee. Dat moet ook wel, aangezien de drankjes er vrij duur zijn; voor het uitzicht moet immers betaald worden. Ik kreeg al dollartekens in mijn ogen bij het vooruitzicht aan rijke drinkers die vette fooien geven, terwijl de zon ondergaat en over Manhattan schijnt. Anders dan in Nederland moet je het in de VS hebben van de fooi – het basissalaris in de bar waar ik werkte was 25 dollar per dienst van acht à negen uur.

Ik wilde liever niet drinken, maar ook geen nee zeggen tegen de klanten; ten eerste omdat ik mijn baantje wilde houden, ten tweede omdat ik natuurlijk op een grote fooi hoopte als ik gezellig meedeed.

Ik begon dus vol goede moed, maar realiseerde me al snel dat mijn bar verre van glamoureus was. Het dakterras bevond zich op de derde verdieping en zat ingeklemd tussen twee hogere gebouwen – voor het uitzicht hoefde je er niet te komen. De drankjes werden een verdieping lager ingeschonken, dus wij serveersters moesten vanaf de tweede verdieping non-stop de lange, smalle trap naar het dakterras op en af. Tijdens mijn eerste dienst droeg ik schoenen met een hakje en daar had ik na een uur al gruwelijke spijt van. Daarna verscheen ik alleen nog maar op platte schoenen op mijn werk, maar dat nam niet weg dat ik na acht uur werken alsnog naar de metro strompelde, zo veel pijn had ik in mijn kuiten en bovenarmen van het constant naar boven en beneden lopen met volle dienbladen.

Hoewel we met dure cocktails adverteerden, werden die eigenlijk nauwelijks besteld. De bar deed aan happy hour, dus de zakenmensen die in de gebouwen om ons heen werkten kwamen vaak gelijk na hun werk zuipen. We hadden deals voor emmers met flesjes bier, en korting op vijf of tien shots sterkedrank. Als serveerster werd ik geacht met de klanten mee te drinken, in de hoop dat ze dan langer bleven plakken. Zo maakte ik kennis met onder andere skittles shots (een mierzoet shotje met onder andere wodka en sour mix) en pickleback shots (een shot whiskey, gevolgd door een shot augurkensap). Ik wilde liever niet drinken, maar ook geen nee zeggen tegen de klanten; ten eerste omdat ik mijn baantje wilde houden, ten tweede omdat ik natuurlijk op een grote fooi hoopte als ik gezellig meedeed.

Na het werk bleef bijna al het personeel hangen om te drinken en te dansen. De dj's waren verschrikkelijk slecht, maar dat leek niemand wat uit te maken. We hadden op de tweede verdieping wel eens speciale evenementen, zoals verjaardagen en vrijgezellenfeesten met een open bar, en sommige serveersters zagen die gelegenheden als een perfecte kans om na hun dienst gratis te eten en te drinken. Ik ging bijna altijd meteen naar huis als mijn dienst erop zat, maar kletste tijdens rustige diensten heel veel met het overige personeel. Zo kwam ik erachter dat een van de meisjes het liefst gogo-danseres wilde worden, omdat halfnaakt dansen in een club je de grootste fooien oplevert. Ze ging vaak naar clubs in de hoop de juiste connecties op te doen. Bij haar uitstapjes was ze ook op mannenjacht en tot haar vreugde had ze daar een sugardaddy aan overgehouden. "Een paar minuten op mijn rug en hij geeft me 300 dollar. Makkelijk verdiend, toch?"

Een ander meisje had een tweede baantje in een chiquere bar. Zij vertelde altijd verhalen over de beroemdheden die daar kwamen, wat ze dronken, en welke acteurs er stiekem onder tafel het been van een mannelijk metgezel masseerden.

Tegenover ons zat een vestiging van het dure Gansevoort Hotel, en toen de Kardashians daar een keer logeerden, werden mijn collega's collectief gek. Ze brachten de hele avond voor het raam door, in de hoop een Kardashian in het wild te zien. Ik was de enige die zich leek te realiseren dat we ook nog klanten hadden en werkte extra hard – om mijn fooien aan het eind van de avond in de grote pot te zien verdwijnen die over iedereen verdeeld werd. Ik ben er niet trots op, maar op zo'n avond stopte ik wel eens tien dollar in een apart vakje in mijn heuptas, omdat ik een stukje van het zuurverdiende geld helemaal voor mezelf wilde houden. Ik kan het niet bewijzen, maar ik heb het vermoeden dat mijn collega's hetzelfde deden.

Hij probeerde me de hele avond lang te versieren, deed dat op een vrij agressieve manier, en maakte seksueel getinte opmerkingen die ik normaal gesproken nooit getolereerd zou hebben.

Uiterlijk was belangrijk in de bar. We werden gelukkig niet verplicht om hakken te dragen, maar strakke kleding werd wel aangemoedigd. Ik merkte zelf ook dat ik meer fooien kreeg als ik een rokje droeg (wel met een panty als bescherming tegen de blikken en soms zelfs ongewenste aanrakingen). Grote borsten heb ik niet, maar een strak t-shirt met een diepe V-hals wekte genoeg suggestie. De manier waarop we door klanten bekeken en benaderd werden, was mijn minst favoriete deel van het werk. Flirten en shots achterover slaan leverde soms grote fooien op, maar het was geen garantie. De grootste schreeuwers en opscheppers lieten regelmatig een lachwekkend klein bedrag op tafel achter.

De vervelendste avond was met een groepje kerels dat op kroegentocht was voor een vrijgezellenfeest. De bruidegom, een boom van een kerel met een kaal hoofd, had besloten dat hij mij wel zag zitten. Hij probeerde me de hele avond lang te versieren, deed dat op een vrij agressieve manier, en maakte seksueel getinte opmerkingen die ik normaal gesproken nooit getolereerd zou hebben. Ik werd uitgenodigd om na mijn werk mee te gaan naar een stripclub, en daarna naar een hotel. Ik bedankte. Ook met de bruidegom zoenen in het trappenhuis sloeg ik af. Toen ik het na een shotje meedrinken genoeg vond geweest, volgde er luid boegeroep van de hele groep. Na een uur of twee waren ze ineens verdwenen. Waren ze buiten gaan roken? Ze hadden hun rekening niet betaald! Ik rende naar beneden, waar de bouncer me vertelde dat de kerels agressief gedrag vertoonden en hij ze eruit had gegooid. Met de nare mannen verdween ook mijn beloofde fooi, en ik had dus drie uur lang ranzige opmerkingen aangehoord en handen bij mijn lichaam weggeslagen voor niets. Die avond besloot ik dat hoe hard ik het geld ook nodig had, ik me nooit meer in zo'n situatie wilde begeven.

Regelmatig vroeg ik me af hoe het kon dat de bar überhaupt nog open was. De huur in deze wijk, tegenover zo'n duur hotel, moest torenhoog zijn. Hoe maakten deze mensen winst terwijl ze hun bedrijf zo slecht runden? We serveerden barvoedsel als nacho's en hamburgers, maar de keukenjongens hadden vaak urenlang niets te doen. Op hele hete dagen was het erg rustig; onze airco was niet geweldig en het dakterras had geen uitzicht. De drukste tijden waren vrijdagmiddag na werktijd, en in het weekend. Het personeel dronk nachtenlang voor niks en de vele vrienden van de norse eigenaars (die af en toe binnenkwamen, overal wat op aan te merken hadden, en vertrokken met een paar flessen drank onder hun arm) ook.

Een week voordat school weer begin, vond ik het mooi geweest en nam ik ontslag. Een paar weken later zag ik in de metro een van mijn voormalige collega's. Ik vroeg hoe het in de bar ging en ze keek me woedend aan. Wist ik niet wat er gebeurd was? Op een dag had het personeel de bar dicht aangetroffen. Mensen die niet op fooibasis werkten, zoals de bouncers en de crew in de keuken, hadden nog twee weken loon tegoed. Ook sommige barmensen hadden de afgelopen week niet hun hele fooienpot uitbetaald gekregen. Niemand kon de eigenaars bereiken. Ik reageerde geschokt, maar eigenlijk verbaasde het me niets.

Na die zomer als cocktailserveerster heb ik nooit meer in de horeca gewerkt.