Munchies

In de Australische outback jaag je zelf op je eigen steak

Kangoeroes, emoes, zeeschildpadden en haaien: aan vlees geen gebrek in Australië. Je moet het alleen wel zelf vangen.

door Jessica Thompson
01 december 2015, 6:00am

Roebourne is een afgelegen mijnstadje bij Karratha, in het westen van Australië en is het snelst groeiende stadje van het land. Hier komen de mensen die hun fortuin hopen te vinden in de mijnen, terwijl ze zich tegoed doen aan liters ijskoffie en kilo's vleespasteien.

Skyline

Camel_skyline Dit is het kamelenland.

Als je aankomt op het vliegveld van Karratha zijn er nauwelijks bomen en de aarde is kurkdroog. Vanaf daar rij je in een uurtje naar Shire of Roebourne, waar ongeveer 1.200 mensen wonen. In de zomer is het er bloedheet, met een gemiddelde temperatuur van 40° C.

Drie jaar geleden verhuisde illustrator Wah Kong naar Roebourne en liet foodtrucks, markten en alle comfort van de westerse wereld achter zich. Allemaal om de kinderen van de lokale inheemse bevolking te leren hoe ze games en interactieve digitale strips kunnen maken.

Wah_student

Illustrator Wah Kong en een van zijn leerlingen.

Wah is een avontuurlijke eter en heeft een passie voor koken. Die passie zorgde ervoor dat hij zich ging interesseren voor de lokale cuisine — kangoeroestaarten en kameelworstjes, en natuurlijk gardangu.

"Ik leer hier van alles over de eetgewoonten door met de lokale bevolking om te gaan," vertelt Wah, die inmiddels heeft geleerd hoe hij dieren moet slachten en bereiden voor het avondeten. "Daardoor krijg je meer waardering voor je stukje vlees, en ik eet eigenlijk alle soorten vlees, maar wel met mate."

Mountain_Chicken

Bergkip.

Je zou het niet denken, maar het stadje ligt op maar 20 minuten rijden van het strand. Je hebt hier kangoeroes, slangen, valken, loslopend vee en kamelen, en regelmatig kom je dierenskeletten tegen die herinneren aan de meedogenloze natuur. Het ziet eruit zoals je zou verwachten van de Australische outback.

Noodle_view

Bush_Turkey De gevangen boskalkoen wordt geplukt en ontdaan van zijn ingewanden voordat het in de aarde wordt gegaard en wordt opgegeten met damper (Australisch sodabrood).
Seasnails Zeeslakken van de kust van Pilbara.

De Ngarluma wonen al 30.000 jaar in dit gebied, het volk bestond van origine uit jagers en verzamelaars. Mannen gingen op jacht en vrouwen verzamelden het dagelijks voedsel, zoals reptielen, planten en honing. Tegenwoordig heeft Roeborne een paar winkeltjes en zijn er een paar grotere supermarkten in nabij gelegen dorpen.

Toch zijn verse producten niet makkelijk te krijgen. "Het is deprimerend om een groot deel van je boodschappen bij Woolworths of Coles te moeten doen," zegt Wah. Gelukkig is er wel genoeg aanbod van vers lokaal vlees zoals kangaroo's en kalkoen. De lokale bevolking jaagt hier regelmatig op.

Het vlees dat ze buit hebben gemaakt wordt gegaard in een gat dat in de aarde wordt gegraven en met brandend hout is gevuld. Het dier wordt verpakt in bladeren en een vochtige doek en dan begraven in de hitte. Bij grote dieren zoals emoes worden er sissend hete stenen in de maag gestopt om het vlees aan alle kanten even gaar te krijgen.

Omdat het gebied zo dicht bij de zee ligt, eet men er ook een grote verscheidenheid aan zeevruchten. Tijdens eb gaat Wah er geregeld op uit om zeeslakken te verzamelen die zich aan de rotsen hebben vastgezogen. Hij bereidt ze met boter, knoflook, een scheutje witte wijn en peterselie, en serveert ze met een verse baguette. "Laatst had een vriend van me een paar witte zalmen en een haai gevangen, daar hebben we een hele week van kunnen eten," vertelt hij.

De van oorsprong Chinese Wah combineert de lokale cuisine met de smaken uit zijn jeugd en leert de lokale kinderen en hun ouders hoe ze dumplings en loempiaatjes moeten maken. De reacties op zijn gerechten variëren. "Ik maakte een keer wontonsoep voor een meisje en haar vader, en waarschijnlijk kwam het omdat ze de textuur niet herkende, want ze heeft er nauwelijks van gegeten." Maar toen hetzelfde meisje en haar vader een week later een kangoeroe hadden gevangen en voor hem meebrachten, bereidde hij daarmee een maaltijd waar ze hun vingers bij aflikten. Het mooiste aan het bereiden en samen opeten van een maaltijd is volgens Wah de vermenging van culturen, "zeker als het culturen zijn die enorm van elkaar verschillen en je twee hele specifieke ingrediënten uit die culturen met elkaar kunt combineren."

Oyster_Over_Coal

Rotsoesters en een dode vleermuis.

De maaltijden waar Wah het liefst aan terugdenkt waren de maaltijden met een oudere inheemse man, die men Uncle Bumba noemde. "Hij plukte verse rotsoesters vlak bij zijn huis en grilde ze boven het vuur. De oesters waren zoet en sappig, en we zaten hele avonden onder de sterrenhemel te eten terwijl hij grappen maakte en verhalen vertelde." Wah heeft inmiddels ook zeeschildpadden gegeten met jagers uit de Djarindjin-gemeenschap, maar emoes en goanna's, Australische varanen, moet hij nog proeven.

Wah raadt aan om altijd een schroevendraaier, een limoen en een fles water bij je moet hebben. Als je dan oesters tegenkomt, kun je ze ter plekke opeten.

Tasty_Turtle

Zeeschildpadden eten met een Djarindjin Ranger.

Als je gaat jagen zijn volgens Wah een paar andere dingen essentieel: goede messen, een jachtgeweer, zout, peper, goede olie, een gietijzeren pan, een goede snijplank en natuurlijk lekkere drankjes, ijs, en een stoel om tijdens het eten op te zitten. Maar als je als een echte Aussie wilt eten, moet je er vooral voor zorgen dat je het beste recept voor damper bij de hand hebt. Anders kom je er niet.