Sasa verkleed als bodyguard van Turkse krijgsheer (1980)
Saša als bodyguard van een Turkse krijgsheer.
geschiedenis

De avonturen van mijn vader die soldaat en acteur was in Joegoslavië

In voormalig Joegoslavië was het heel normaal dat soldaten figureerden in grote filmproducties. “Meestal liep ik mee als bodyguard van de Turkse krijgsheer of reed ik op een paard.”
9.2.21

Bekende Hollywoodsterren waren in de jaren zeventig en tachtig vaak te vinden in de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. Richard Burton, Elizabeth Taylor, Orson Welles en Yul Brynner speelden aan de lopende band in Joegoslavische producties. In de hoofdstad Belgrado zaten grote studio’s waar internationale films en coproducties werden opgenomen. De cultuursector stond hoog in het vaandel, daarom investeerde de Joegoslavische staat veel geld en tijd in de filmindustrie. 

Advertentie

Voor al die films waren ook figuranten nodig. Het was vanzelfsprekend dat militairen – mannen tussen de 18 en 27 jaar oud – tijdens hun dienstplicht werden gerekruteerd voor figuratiewerk, net als voor hulp bij natuurrampen of het aanleggen van telefoonkabels. Het was immers allemaal voor de staat. 

In 1980 werd mijn vader Saša Stefanovski (61) opgeroepen om te dienen in Joegoslavië. Hij was 21, en woonde toen al twee jaar in Nederland. Zijn moeder was hierheen verhuisd om te werken. Maar hij had nog steeds de Joegoslavische nationaliteit, en moest daarom vertrekken voor zijn dienstplicht.

Hij werd gestationeerd in Prilep, een stad in Noord-Macedonië. Hij heeft 13 maanden in verschillende steden in Macedonië gediend. Tijdens deze periode werd hij niet alleen klaargestoomd als militair door middel van trainingen en oefeningen, hij kreeg ook een rol aangeboden in een film. Twee maanden lang van zijn dienstplicht speelde hij de bodyguard van een Turkse krijgsheer. Ik sprak hem over zijn uitzinnige tijd als soldaat en acteur in Joegoslavië. 

Sasa (rechts) met zijn beste vriend tijdens hun militaire dienst (1980)

Sasa (rechts) met zijn beste vriend Perić Dušan tijdens hun militaire dienst (1980)

‘‘Na vijf maanden van mijn dienst werd de helft van mijn compagnie, zo’n 75 militairen, door de officier bijeengeroepen, omdat hij een verzoek had gekregen vanuit het Ministerie van Culturele Zaken,” vertelt hij. “De officier zei: ‘De aankomende twee maanden gaan jullie figureren in de film Ilinden. Jullie zullen verblijven in tentenkampen in het bos, op een gebergte, in de buurt van Kruševo.’ Sommigen reageerden enthousiast, en anderen hadden er totaal geen zin in. Dat hoefde ook niet, het was niet verplicht. Maar mij was het om het even: of ik nou in een film zou spelen, of een telefoonkabel zou aanleggen.” 

Advertentie

De film is gebaseerd op de waargebeurde Ilinden-opstand in 1903. De Republiek Macedonië werd al eeuwenlang bezet door het Ottomaanse Rijk. Macedonische opstandelingen streden tegen Turkse soldaten om het gebied en de stad Kruševo in Noord-Macedonië te veroveren. Voor een korte periode was het de opstandelingen gelukt om het gebied terug te winnen. Helaas was die verovering van korte duur, want de Turken kwamen terug met veel sterkere troepen.

‘‘Alles verliep in het begin hetzelfde als in de kazerne, behalve dat we buiten sliepen. Een paar dagen nadat we gewend waren bereidde productie ons voor op figuratiewerk. Ze hadden dagelijks een aantal militairen nodig voor verschillende scènes. De figuranten moesten zich voordoen als Turkse soldaten of Macedonische opstandelingen,” vertelt hij. “Als figurant speelde ik maar een paar keer een Turkse soldaat. Ik droeg een Fez, een hoofddeksel dat symbool stond voor het Ottomaanse Rijk. Ik speelde in scènes waarbij Turkse soldaten op weg waren naar Kruševo om de Macedonische opstandelingen uiteen te drijven. Voor de scènes moesten we een choreografie leren. We moesten als echte Ottomaanse soldaten leren marcheren.” 

“Een week later werd ik aan de kant geroepen door de regie-assistente. ‘Wat zou jij ervan vinden om de bodyguard te spelen van een zeer gevaarlijke Turkse krijgsheer?’ vroeg ze. Ik moest lachen en dacht: dat komt zeker door mijn kale kop en snor. Zonder enige twijfel nam ik de rol aan.” 

Advertentie

Gelukkig had hij wel wat acteerervaring. Tijdens zijn tienerjaren zat hij vier jaar lang op de toneelschool in Kruševac, Servië. In het Servische theater had hij een aantal rollen gespeeld, maar nog nooit voor de camera. Hij was blij met zijn nieuwe rol, want het voelde als een verlengstuk van de toneelschool, en het betekende meer vrijheid en minder militaire oefeningen. Hij mocht zijn kamp verlaten en in het hotel verblijven waar de filmcrew zat. 

Sasa verkleed als bodyguard van Turkse krijgsheer (1980)

Sasa verkleed als bodyguard van Turkse krijgsheer (1980)

De film werd deels opgenomen in de stad Kruševo. ‘‘Iedere keer als ik op de set aankwam leek het alsof ik terug in de tijd ging. Ondanks de opstand en oorlogen, was de stad Kruševo bijna helemaal intact gebleven. De gebouwen en smalle straatjes zagen er nog hetzelfde uit als in het jaar 1903,” zegt hij. “Het leukste was dat ik iedere ochtend in de make-up en styling zat. Ik kreeg een dik litteken op mijn wang en een lange zwarte staart op mijn kale achterhoofd geplakt. Ik droeg een wijde broek met een zwaard vast aan mijn riem. Alle wapens die ik bij me had waren echt. Ook had ik over mijn blote bast een hesje aan. Tijdens de scènes moest ik een paar keer iets in het Turks zeggen, maar meestal liep ik mee als bodyguard aan de zijde van de Turkse krijgsheer of reed ik op een paard. De locaties, de verklede acteurs en mijn kostuum gaven me echt het gevoel dat ik een Ottomaanse bodyguard was.”

Sasa (2) achter de schermen van film Ilinden (1980).jpeg

Backstage

Op het einde van elke draaidag mochten mijn vader en de crew eten en drinken in de kroeg. Hij raakte bevriend met de kostuumontwerpers en de make-upartiesten, want die zag hij het vaakst. Terwijl hij in de make-up zat, kwam de secretaresse van de regisseur weleens langs. “Iedereen had inmiddels wel in de gaten dat we een oogje op elkaar hadden. Ik probeerde zoveel mogelijk indruk op haar te maken,” vertelt mijn vader. “Op een gegeven moment moest ik in een scène paardrijden. De regisseur vroeg zich af of ik wel kon paardrijden. Ik loog en zei ja. Vervolgens heb ik aan een stuk door paardgereden. Dat zag er goed uit voor de toeschouwers, maar ik had het geweten: ik had gigantisch veel pijn aan mijn kruis.” 

Advertentie

“De paardenverzorger was de enige die doorhad dat ik loog. Na de opnames vroeg hij: ‘Goh, Saša, vertel, waarom doe jij alsof?’ Ik vertelde hem dat ik indruk wilde maken op de secretaresse van de regisseur. Hij kon erom lachen en begreep het wel. Vervolgens leerde hij me paardrijden. Het werd mijn hobby en tussen de scènes door reed ik in de natuur.’’

Omdat militairen dienstplicht hadden, werden ze niet betaald – ook niet voor het figureerwerk. Maar de kostuumontwerpers spoorden mijn vader aan geld te vragen voor zijn rol, omdat-ie nogal substantieel was. Mijn vader besloot geen geld, maar een kleurentelevisie voor in de kantine van zijn compagnie te vragen. “Alle militairen waren blij met dat de zwart-wit televisie werd vervangen. We waren de enige in de kazerne met een kleurentelevisie.’’ 

In 1982 werd de film – die ook uitkwam als serie – in Joegoslavië en omstreken uitgezonden. ‘‘Om eerlijk te zijn heb ik de hele film en serie nog nooit gezien,” zegt mijn vader. “Ik had de behoefte niet, en het werd ook alleen maar uitgezonden op televisie.” Hij had zelfs tegen niemand in zijn omgeving gezegd dat hij een rol had. “Na mijn dienst, toen ik weer terug was in Nederland, kreeg ik telefoontjes binnen van mijn familie uit Servië. Zij hadden me herkend op de televisie.”

De enige fragmenten die mijn vader heeft gezien van zijn acteerperiode waren fragmenten die ik in 2017 vond op YouTube. “Ik kan er met een brede glimlach aan terug denken en ik ben trots op het vervullen van mijn dienstplicht,” vertelt hij ten slotte. 

In 1980, na de dood van de Joegoslavische president Josip Broz Tito, viel Joegoslavië langzaam maar zeker uiteen. De Joegoslavische oorlogen (1991-2001) en de Kosovo-oorlog (1998-1999) hadden de economie kapot gemaakt. Alles moest opnieuw opgebouwd worden. Het was dus vanzelfsprekend dat het ook niet goed ging met de filmindustrie, die werd verdeeld tussen particuliere filmmakers. Inmiddels is de filmindustrie in Servië en andere landen van voormalig Joegoslavië weer opgebloeid. Er worden steeds meer kwalitatief goede films en series gemaakt. Er was dit jaar zelfs een aantal geselecteerd voor het IFFR: Quo vadis, Aida?, Looking for Venera en Landscapes of Resistance. Maar dat militairen ingezet worden als figuranten, komt in voormalig Joegoslavië niet meer voor.