Wedstrijdprijzen door Abel Minée
Prijzen van andere wedstrijden. Foto door Abel Minée
Identiteit

Een huis kopen in deze tijden voelt als winnen op een bizar gokfestijn

Woningnood voor de één betekent gouden tijden voor de ander. Ik kwam onverwacht aan de "goede kant" van de woon-ongelijkheid terecht en dat voelt gek.
Tim Fraanje
Amsterdam, NL
AM
foto's door Abel Minnee
1.12.21

De woningmarkt is een raar ding. Er zijn op dit moment een heleboel jonge mensen voor wie het moeilijk is om een huur- of koophuis te vinden dat ze kunnen betalen. Voor wie wél een koophuis (of meerdere panden) heeft zijn het juist gouden tijden, want de huizenprijzen blijven maar stijgen. Donderdag komt er een rapport uit van het CBS, waarin staat dat de “kloof” tussen mensen met een koop- en huurhuis weer groter is geworden, zo meldde de Volkskrant vandaag. Zelf belandde ik afgelopen jaar aan de “goede” kant van deze tegenstelling, waardoor ik erachter kwam waarom het zo moeilijk is om hem op te lossen. 

Advertentie

Eind vorig jaar sprak ik stadsgeograaf Cody Hochstenbach over de situatie op de woningmarkt. Aanleiding voor het interview was één van zijn onderzoeken, waar hij op OneWorld een kritisch stuk over had geschreven, getiteld “Hoe een koopwoning een onbereikbare droom werd”. De conclusie van dat stuk was niet dat die droom wél bereikbaar moest worden. Hij was juist kritisch op de “koopobsessie” van de Nederlandse woningmarkt. Het idee dat kopen beter is dan huren zit er volgens hem diep ingesleten, en wordt door politici, vooral van de VVD en het CDA, ook actief uitgedragen. Voormalig CDA-lijsttrekker De Hoop Scheffer zou zelfs hebben gezegd dat mensen met een koopwoning “geneigd zijn het goede te doen”.

Die opvatting is terug te zien in het beleid: er zijn allerlei subsidies om huiseigenaarschap te belonen, zoals de hypotheekrente-aftrek. Ook kunnen ouders belastingvrij een “jubelton” schenken aan hun kinderen om een huis te kopen. Dat heeft weer tot gevolg dat de huizenprijzen zo erg stijgen dat mensen die die ton niet hebben er niet tussen komen, en dat bovendien de huren omhoog gaan. Volgens Hochstenbach moet dit soort beleid worden afgeschaft, want in principe is er volgens hem helemaal niets mis met huren. 

Toen ik Hochstenbach sprak woonde hij op zijn eenendertigste, ondanks zijn goede baan aan de universiteit, samen met een huisgenoot omdat hij niets voor zichzelf kon betalen. Ik zat op dat moment in een vergelijkbare situatie. Ik maakte elke maand huur over aan de huisbaas voor een kamer in een huis dat ik deelde met vijf huisgenoten, van wie de meesten ruimschoots afgestudeerd waren. Al jarenlang timmerden ze net als ik aan min of meer succesvolle carrières in de creatieve sector, maar een eigen appartement kopen of huren bleef buiten bereik.

Advertentie

Inmiddels heeft de huisbaas besloten het pand te verkopen, waardoor mijn huisgenoten weer op zoek moesten naar iets anders. Ikzelf kreeg door een mix van voorspoed, tegenslag, een liefdesrelatie, een vast arbeidscontract en (inderdaad) generositeit uit de familiesfeer begin dit jaar onverwachts de kans om wél wat te kopen. Zo stond ik ineens aan de “goede” kant van de kloof. Ik kwam erachter dat de transitie van huurder naar koper gepaard gaat met allerlei vreemde overgangsriten, en dat die “koopobsessie” nog geraffineerder in elkaar zit dan ik al dacht. 

Om te beginnen legde ik mijn lot in de handen van een makelaar (meerdere, eigenlijk), wiens rol veel verder gaat dan de transacties alleen. Tijdens de bezichtigingen prevelt deze vastgoedsjamaan zijn toverspreuken, waarmee hij de casco opgeleverde appartementen verandert in paleizen. De buizen weggewerkt achter denkbeeldige koofjes, de afgeragde keuken een denkbeeldig kookeiland, een denkbeeldig schilderij verschijnt onder een denkbeeldig spotje. “Kijk! geen scheur in de muur,” zegt hij terwijl hij wijst naar een scheur in de muur. De makelaar gebruikt de wirwar van kinderfietsjes, klusspullen en groen uitgeslagen planken in de tuin van de mogelijk toekomstige onderburen om ook mij te veranderen: “Daar is het een beetje een rommeltje, er wonen waarschijnlijk huurders.” Samenzweerderig knipoogt hij naar mij, een noviet op het pad naar het huiseigenaarschap. “Maar ze zijn van plan al deze appartementen te verkopen, hoor.” 

Advertentie

Aspiratie alleen is niet genoeg, voor toetreding tot de eigenarenkaste dient ook een hypotheek worden aangevraagd. Om het geld te lenen dat je in geen tientallen jaren bij elkaar zou kunnen schrapen creëer je een papieren werkelijkheid van jezelf als brave, liquide burger. Een burger die, in ieder geval totdat de deal bezegeld is, niet rood staat. Een burger die geen studieschuld heeft, of er in ieder geval niet over praat. Het schijnt zelfs dat je toch wat bohemièneske aanduidingen als “podiumkunstenaar” beter van je kvk kunt schrappen voor sommige hypotheekverstrekkers, hoeveel je ook verdient met je kunsten. In spanning en nederigheid wacht je af tot de bank akkoord geeft, daarna hoef je alleen nog op bezoek bij de hogepriester van het bezit: de notaris. “Gefeliciteerd, je hebt nú een huis,” zegt die na een blik op zijn horloge als de krabbels gezet zijn. Hij maakt een gul handgebaar, en lacht er mild ironisch bij, alsof hij zichzelf bewust is van de absurditeit van het hele gedoe. 

Maar als je dan bent ingewijd, wacht je wel degelijk een leven als in een droom – al moet je oppassen dat het geen manische koortsdroom wordt. Mijn belangen lijken lijnrecht tegenover die van vrienden en collega’s te staan die niet op de voortdenderende trein hebben kunnen springen. De berichten over stijgende huizenprijzen die hen nog altijd moedeloos maken, vervullen mij nu met een obscene vreugde. Soms kijk ik op Funda om te zien hoe de waarde van andere panden in mijn straat maandelijks met duizenden euro’s omhoog gaat. Een heimelijk genot, dat ik met lang niet iedereen durf te delen. 

Advertentie

Want als andere mensen het doen vind ik het ook niet zo gezellig. Een jonge buurtgenoot die ook een koophuis heeft, feliciteerde mij (en daarmee zichzelf) bij de kennismaking met mijn “goede investering”, en dat was zo ongeveer het hele gesprek. Een ander begon, nadat ze hoorde dat ik ook gekocht had, meteen te zeuren over de bovenbuurman die zo hard muziek draait (“vast een huurder”). Ze keek me hoopvol, bijna smekend aan, maar helaas ben ik precies de uitzondering op het makelaarspraatje. Toch doemt elke keer dat ik de volumeknop weer eens flink opendraai haar gezicht op voor mijn geestesoog, om me eraan te herinneren dat ik het eigenlijk aan mijn nieuwe stand verplicht ben om een regelmatig en stil bestaan te leven. Het is veel beter dan de angst dat de huisbaas je eruit gaat gooien als er klachten komen, maar het is alsnog een vervelend gevoel. 

Ook kan de gokkersroes van de huizenmarkt tot regelrechte stress leiden: ik ken mensen in de stad die zoveel overwaarde hebben dat ze zich bijna gedwongen voelen om te verhuizen naar het platteland, de enige plek waar ze een groter huis kunnen vinden dat niet óók tonnen in waarde is gestegen. Het idee dat het geld overal voor het oprapen ligt is gekmakend. Ik heb zelfs, heel even, met het idee gespeeld om op de VVD te stemmen, de partij die belooft dat je je huiseigenaarschap maximaal uit kan melken. Ik heb zelfs opgezocht op internet hoeveel mijn linksige idealen me maandelijks eigenlijk kostten. Dat was tegelijk ook het moment waarop ik dacht: nee. Dit gaat te ver. Alsof ik na een wilde nacht in de club opeens weer nuchter en rillend buiten in de kou stond.

Advertentie

Hoewel overigens ook de meeste linksige partijen erg coulant zijn naar huiseigenaren toe (aangezien nog altijd 60% van de huishoudens in een koophuis woont), besloot ik überhaupt niet meer met mijn portemonnee te denken. Ik probeer te genieten van het belangrijkste aspect van mijn bereikte koopdroom: dat ik de komende decennia met mijn geliefde op dezelfde plek kan wonen voor een maandbedrag dat ik kan betalen. Want die zekerheid is uiteindelijk het enige echt belangrijke verschil tussen kopers en huurders. Het is bizar dat dat maar voor een selecte groep is weggelegd. 

In de nieuwe serie van de Rijkenfluisteraar ging ik op bezoek bij een vastgoedcursus, waarvan de bazen helemaal geen ongemak voelen bij hun rol op de woningmarkt. Zonder gêne promoten ze het huisjesmelken, maar niet elke aspirerende vastgoedbezitter ziet zijn droom in vervulling gaan…