nieuws

In dit Groningse dorp was twaalf jaar lang geen brood te krijgen

Henk vocht jarenlang met de gemeente om brood te mogen verkopen in zijn groentewinkel in Roodeschool. Vorige week kreeg hij eindelijk zijn felbegeerde vergunning.
10 november 2015, 12:25pm

In het uiterste noorden van de provincie Groningen ligt het dorp Roodeschool. Er wonen 1300 mensen, en er is een basisschool, een kerk en een Chinees restaurant. Maar er is geen supermarkt, en ook geen bakker. Wel is er de groente- en fruithandel Goudgewas, waar eigenaar Henk Landwehr vanuit een schuur aan de provinciale weg producten van het land verkoopt. Omdat elk dorp vers brood verdient, wilde Henk in zijn zaak ook graag broden verkopen. Maar dat gaat zomaar niet, want voor de verkoop van brood is een speciale vergunning nodig – en die had Henk niet.

De gemeente Eemsmond weigerde twaalf jaar lang die vergunning te verstrekken, waardoor de inwoners van het dorp negen kilometer naar Uithuizen moesten rijden voor hun halfje bruin. Toen Henk twee jaar geleden een broodwagen op zijn erf zette, was de gemeente er als de kippen bij om hem te sommeren de broodverkoop te staken. Vorige week kreeg Henk eindelijk zijn felbegeerde vergunning. Ik belde hem om hem te feliciteren, en omdat Henk me niet kon vertellen waarom het zo lang had geduurd, probeerde ik daarna nog even verhaal te halen bij de gemeente.

VICE: Dag, Henk. Gefeliciteerd met deze overwinning. Voelt het inderdaad zo, als een overwinning?
Henk Landwehr: Ja, dat kun je wel zeggen. Ik heb al die tijd het idee gehad dat ik overgeleverd was aan de nukken van ambtenaren, die maar kunnen doen en laten waar ze zin in hebben. We worden aan alle kanten uitgebuit. Hier vlakbij staat een grote energiecentrale die op kolen draait. Dat moet allemaal maar kunnen, terwijl wij worden tegengewerkt.

Hoe kan het dat je twaalf jaar lang geen vergunning kreeg, terwijl er in het hele dorp geen brood te koop is?
Laat ik het zo zeggen: de verantwoordelijke ambtenaar heeft zijn werk héél goed gedaan. Die heeft zich keurig aan alle regeltjes gehouden. Een aantal jaar geleden liet ik een bakker brood verkopen vanuit een kar op het erf. Toen is er op een zaterdag iemand van de gemeente geweest, die kwam toevallig langsrijden. Nog diezelfde dag kreeg ik bericht dat die kar weg moest, want daar was geen toestemming voor gegeven.

Hoe is het uiteindelijk toch goed gekomen?
Bij de provincie Groningen is niet zo lang geleden een loket voor overbodige regelgeving geopend. De mensen daar hebben me heel goed geholpen. Die mensen verdienen een groot compliment, want dankzij hen is gelukt wat ik in mijn eentje in twaalf jaar niet voor elkaar heb gekregen.

Bakt u het brood eigenlijk zelf?
Nee, het brood komt van een warme bakker, in een dorp verderop. Die bakker is afgelopen zondag zestig geworden. Hij had zijn winkelpand altijd als pensioen, maar dat pand is niets meer waard. Dat komt door de aardbevingen die worden veroorzaakt door de gaswinning door de NAM hier in de buurt. Nu ik zijn broden kan verkopen, help ik hem aan een beetje extra omzet, zodat hij het hoofd hopelijk boven water kan houden. We worden hier aan ons lot overgelaten, dus moeten we elkaar helpen.

De mensen in het dorp zullen wel blij met je zijn. Gaan de broden al als warme broodjes over de toonbank?
Nou, ik verkoop het brood pas een paar dagen. De mensen moeten er geloof ik nog een beetje aan wennen. Maar dat komt vanzelf wel goed.

Dat denk ik ook. Succes ermee, Henk!

Omdat Henk me niet kon vertellen waarom de gemeente hem twaalf jaar lang geen vergunning voor de broodverkoop heeft willen geven, belde ik naar de gemeente Eemsmond.

VICE: Goedendag. Waarom heeft het twaalf jaar moeten duren voordat er weer brood verkocht kon worden in Roodeschool?
Medewerker gemeente Eemsmond: Dat is een heel lang verhaal. Het heeft te maken met het bestemmingsplan. Daarin staat wat er op die locatie wel en niet gedaan mag worden. Meneer Landwehr is een agrariër, die in zijn winkel eigen groente en fruit mag verkopen. Daar is een vergunning voor verleend. Op een gegeven moment wilde hij ook brood gaan verkopen, maar naar oordeel van de gemeente was dat in strijd met de regels, en daar hebben we aan vastgehouden. De regels zijn onlangs door de provincie aangepast, waardoor de broodverkoop nu wel is toegestaan.

Dat er regels zijn snap ik. Maar als er daardoor twaalf jaar lang geen brood te koop is in een dorp, in wiens belang is het dan om die regeltjes zo strikt te handhaven?
Daar kan ik geen antwoord op geven. Als ik dat doe ga ik dingen insinueren, en daar heb ik geen zin in.

Het is dus de bureaucratie die de broodverkoop al die tijd in de weg heeft gezeten. Gelukkig zijn er mensen zoals Henk, die zich niet neerleggen bij de regels en hun dorpsgenoten het dagelijks brood bieden waar ze recht op hebben.