FYI.

This story is over 5 years old.

Metal is geen misdaad behalve in het Midden-Oosten

De Iraanse thrashmetalband Confess is gevangen genomen en niemand weet waarom of hoe het met ze gaat.
1.9.16

De Evin-gevangenis in Teheran is berucht. Iraniërs noemen het complex met gevoel voor ironie 'Universiteit Evin', vanwege het hoge aantal intellectuelen dat er gevangen zit. Verder is er niet veel lolligs aan het gevangenisleven daar. Als het niet de eindeloze martelingen zijn die een bekentenis afdwingen, dan is het wel de eenzame opsluiting in een cel van 1,80 bij 2 meter, met alleen een klein, vierkant raam in het plafond. Komt het tot een bekentenis, dan wordt die integraal uitgezonden op de staatstelevisie.

Advertentie

Nikan Siyanor Khosravi en Khosravi Arash Ilkhani zitten er al bijna zeven maanden. De twee werden op 10 november opgepakt door de Revolutionaire Garde, omdat het duo hun plaat In Pursuit of Dreams uitbracht op hun eigen label. Dat leverde flinke beschuldigingen op, zoals het illegaal runnen van een band en platenlabel, het openlijk tegenspreken van het regime, verboden contact met buitenlandse media, satanisme en blasfemie. Met name dat laatste is ernstig. Het kan het verschil betekenen tussen maximaal zes jaar in de cel en executie. Nikan en Khosravi zijn metalheads. Meer specifiek: muzikanten die met de band Confess niet onverdienstelijk thrashmetal maken. En dat blijkt in Iran een kwestie van leven en dood.

Machteloos

Niet alleen in Iran is het gevaarlijk om een metalhead te zijn. Ook in Syrië ben je je leven niet veilig met lang haar, tatoeages en bandshirts, helemaal sinds Islamitische Staat de boel probeert over te nemen en het land al vijf jaar in burgeroorlog is. Documentairemaker en gitarist Monzer Darwish filmde vanaf 2011 zijn mede-metalheads voor een documentaire, die hij de omineuze naam Syrian metal is war gaf en die hij dankzij een succesvolle crowdfunding-campagne nu in Nederland aan het vervolmaken is. Tegen Noisey Nederland vertelde hij al eerder hoe de burgeroorlog zijn leven moeilijk maakt: "Metal is niet verboden, maar het wordt ook niet getolereerd. Tot aan de oorlog ging het niet verder dan ondervragen en intimidatie. Na de oorlog veranderde dat. In de ogen van Islamitische Staat ben je goddeloos. Van veel metalfans is onduidelijk waar ze zijn en of ze nog leven."

Advertentie

Van de twee Confess-leden zelf is sinds hun arrestatie niets vernomen. De enige reden dat het Westen weet van hun penibele situatie, is door een e-mail die een anonieme vriend van het metalduo de wereld in stuurde en binnen de metalgemeenschap breed gedeeld werd. De Zweeds-Iraanse Fateme Gosheh startte een petitie, die tot nu toe ondertekend is door 10.507 mensen. Bij 15.000 handtekeningen wordt de lijst overhandigd aan president Hassan Rouhani. Gosheh kent de jongens persoonlijk. "Maar sinds hun arrestatie heb ik geen contact meer met ze kunnen krijgen," laat ze via de mail weten. "Omdat ik toch iets wil doen, ben ik begonnen aan een documentaire over hen en over andere muzikanten in Iran." De vraag is of het wat uitmaakt. Iran lijkt zich immers sowieso niet veel aan te trekken van het Westen. "Het is beter dan niets doen," vindt Gosheh. "De wereld moet weten wat er daar gebeurt."

Ook Dark Phantom besloot niet lijdzaam af te wachten op nieuws, en bracht een nummer uit ter ere van hun Iraanse broeders. Deze Iraakse deathmetalband heeft eveneens geen idee hoe het met de twee gaat, laat gitarist Murad Jaymz via e-mail weten. "Wat er met Confess is gebeurd, heeft op iedereen hier grote indruk gemaakt. En met iedereen bedoel ik mensen in het algemeen, niet alleen metalheads. Muziek is geen misdaad."

Dark Phantom, uit de stad Kirkuk, is de enige deathmetalband van Irak. Dat is al heel lang zo. De bandleden zijn the only metalheads in the village, als een wrede, grimmige variant op Little Britain. In dat opzicht zijn het ware broeders van Confess, ook een band die in isolement toch zijn ding blijft doen. Over het waarom daarvan antwoordt Jaymz kernachtig: "Vanwege de muziek." Jaymz weet nog precies welk metalnummer hem voor het eerst van zijn sokken blies: Metallica's For Whom the Bell Tolls. "Ik kreeg een gebrand cd'tje van een vriend, die zei: luister hier maar eens naar, want dit is pas echte muziek. Ik vond het meteen fantastisch." Wie een beetje bekend is met de tekst, snapt de instant aantrekkingskracht: Shouting gun, on they run, through the endless gray / On the fight, for they are right, yes, but who's to say? / For a hill, men would kill, why? They do not know

Advertentie

"Waar dit over gaat", zegt Jaymz, "dat zagen wij elke dag. We groeiden op met oorlog om ons heen, dit was ons leven. Metallica leverde de soundtrack."

Ground zero

Dat juist Metallica in Jaymz' handen belandde, is geen toeval. Hun Black Album luidde in augustus 1991 een opleving van het genre in, waarbij metal zich verspreidde tot in de verste uithoeken van de wereld. Ook in het Midden-Oosten. "Je zou denken dat metal in islamitische landen helemaal niet aanslaat," zegt Deena Weinstein, professor sociologie aan DePaul University in Chicago als ik met haar bel. "Voornamelijk omdat het zo vol christelijke symboliek zit." Het zijn dan ook niet de anti-christelijke sentimenten die het meeste aanspreken, maar eerder de focus op het kwaad in de wereld en de sound, stelt Weinstein. De 'metalprofessor' (Weinstein schreef niet alleen hét standaardwerk over metal, maar bestudeert ook al jaren de globalisering ervan) gelooft niet dat de eerste Golfoorlog ground zero was voor Midden-Oostenmetal. "Toegegeven, oorlog is een fantastische manier om de slechte én de goede kanten van cultuur te verspreiden. Maar ik denk niet dat de Golfoorlog deze muziek naar het Midden-Oosten bracht. Daarvoor verliep de inval te snel en hadden soldaten te weinig contact met de bevolking."

Weinstein wijst naar de zogenaamde diaspora communities. "Denk aan plaatsen als het Syrische Aleppo, met een grote Armeense gemeenschap. Dat Dark Phantom in Kirkuk zit, is ook geen toeval, want die stad maakt onderdeel uit van Iraaks-Koerdistan." Het zijn gemeenschappen waarvan de leden overal en nergens een bestaan opbouwen, en daarbij met elkaar in contact blijven. Over de situatie waarin ze zich bevinden, maar ook over wat ze meemaken en wat hen bezighoudt. "En dan vertel je elkaar niet alleen over alle problemen, maar ook over die ene band die je hebt ontdekt," zegt Weinstein.

Advertentie

Underground

Daarbij, zegt Weinstein, zijn deze metalheads geen arme tieners. "Het kost best veel geld om metal te maken," zegt ze. "De instrumenten en versterkers zijn duur, je hebt elektriciteit nodig en een plek om te repeteren. De jongeren die zich dit kunnen veroorloven in het Midden-Oosten, komen uit de middenklasse. Dat is een belangrijk verschil met metal in het Westen, waar het begon in de arbeidersklasse."

Antropoloog Stefano Barone bestudeerde de metalscene in Tunesië tussen november 2010 en juni 2015: precies de periode waarin de Arabische Lente losbarstte. In zijn paper Metal identities in Tunesia bevestigt hij het beeld dat Weinstein neerzet van de metalscene in het Midden-Oosten. Rond de eeuwwisseling was metal in Tunesië een van de grootste undergroundbewegingen. Veel jongeren beschouwden het als een opstapje naar een intellectueler bestaan, waarin ze kennismaakten met literatuur, filosofie, geschiedenis en mythologie. Tot 17 december 2010, de dag waarop Mohamed Bouazizi zelfmoord pleegde. De jonge straatverkoper overgoot zich met benzine nadat zijn groenten en fruit voor de zoveelste keer in beslag waren genomen en zijn klachten geen gehoor vonden bij de politie. Zijn dood, gefilmd en geüpload op YouTube door een neef, was de lont in het kruitvat van een generatie met weinig vooruitzichten. De corruptie meer dan zat, gingen ze de straat op om het aftreden van hun regering te eisen. Waar Tunesië net langs de afgrond scheerde, vielen landen als Libië en Syrië er vol in.

Advertentie

In Tunesië waren het juist niet die intellectuele middenklassekids die de straat op gingen. Het waren de wanhopig arme, werkloze jongeren uit het Zuiden. Zij hadden meer met rap dan met een muziekstijl die ze zich toch niet konden veroorloven. Bijgevolg werd metal niet de soundtrack van de Arabische Lente, maar was de revolutie de nekslag voor de scene.

Exotische outcasts

Voor de revolutie waren metalheads al exotische outcasts die een marginaal bestaan leidden buiten de maatschappij, na de Arabische Lente werd het element 'antireligieus' ineens een stuk belangrijker. Eerder, in 2007, was er al wat paniek over het vermeende satanische karakter van de muziek. Metal zou de jeugd aanzetten tot homoseksualiteit, drugsgebruik en zelfmoord. Her en der werden wat metalfans opgepakt, hun shirts en platen werden geconfisqueerd, en dat was het dan. Dat klinkt Weinstein bekend in de oren. "Weet je wat ze metalkids hier, in de Verenigde Staten, aandeden eind jaren tachtig? Ze dwongen hen hun haar af te knippen, stopten ze in psychiatrische ziekenhuizen en namen hun muziek van hen af."

Maar toch, die Amerikaanse kids stonden niet terecht voor blasfemie. De twee van Confess wel. Het gerucht gaat dat Nikan en Khosravi binnen een maand voor de rechter moeten verschijnen. Of dat klopt, is niet te verifiëren. Op de Facebookpagina van Confess blijven de steunbetuigingen vanuit de hele wereld binnendruppelen. 'Weet iemand hoe het is met deze gasten?' En: 'Hou vol jongens!'

Iets doen? Teken de petitie.