Advertentie
Stuff

Waarom ik ben gestopt met mijn ADD-pillen

Hoe langer ik de pillen slik, hoe meer ik me begin af te vragen: Waar eindigt de pil en begin ik? Als mijn prestaties geholpen worden door de medicatie, zijn het dan wel mijn prestaties?

door Jera Brown
07 juni 2016, 8:35am

Foto door Lauren Gucik

Ik ben twaalf als ik – het eeuwige warhoofd dat constant haar jas en tas ergens vergeet – te horen krijgen dat ik Attention Deficit Disorder of ADD heb. Ik zit op de bank met mijn moeder en zus, en mijn moeder haalt een boek tevoorschijn waar een onofficiële diagnostische checklist in staat. Ze is een psycholoog, dus dit is niet iets ongebruikelijks. Ben ik snel afgeleid? Ben ik meer geneigd om slordige fouten te maken dat de meeste kinderen? Het geeft me een bepaalde voldoening om telkens 'ja' te kunnen zeggen, steeds sneller en zekerder. Ik ben dit spelletje aan het winnen, en deze vragenlijst lijkt me zo goed te kennen. Maar dan vertelt mijn moeder me dat ik genoeg bevestigende antwoorden heb gegeven om me te diagnosticeren met ADD, en voel ik mijn maag samentrekken. De inzet is opeens erg hoog geworden, al begrijp ik niet precies waarom.

Ik ben pas naar een nieuwe school gegaan, een school waar ik niet een beetje rond mag lopen tijdens de les als ik even pauze nodig heb, een school waar de leraren me niet laten tekenen terwijl zij praten omdat het me helpt concentreren. De klassen zijn groter. Er is meer huiswerk. Hoewel de leraren zeggen dat ik een van de slimsten ben van de klas, kan ik mijn klasgenoten maar moeilijk bijbenen.

Een kinderarts die gespecialiseerd is in gedragsstoornissen geeft me mijn officiële diagnose, en schrijft me medicatie voor. Het is 1994, en het aantal diagnoses van ADD bij kinderen van mijn leeftijd zal de komende jaren alleen maar stijgen, tot 15 procent bij jongens en 7 procent bij meisjes in 2013. In New Jersey, waar ik woon, zal ongeveer een derde van hen pillen voorgeschreven krijgen.

Mijn [Dexedrine-]pillen zijn capsules waarin piepkleine zalmroze en oranje balletjes zitten. Ik neem er elke ochtend eentje. Ik draag een medaillon naar school dat ik zelf mocht uitzoeken, met paarse krullen in het metaal, waar mijn middagpil in zit. Elke dag slik ik de tweede pil bij het waterfonteintje in de gang. Mijn leraren vullen formulieren in waarop ze mijn concentratie en aandachtscurve beoordelen. ADD, zeggen de volwassenen tegen me, is net als elke andere ziekte: je moet de pillen slikken om jezelf beter te maken.

De medicijnen helpen me om me te concentreren in de klas, op mijn huiswerk, op klusjes. Het is makkelijker om m'n huiswerk te maken en op te letten tijdens de les. Maar hoe langer ik de pillen slik, hoe meer ik een existentiële vraag voel opborrelen in mijn achterhoofd. Waar eindigt de pil en begin ik? Als mijn prestaties geholpen worden door de medicatie, zijn het dan wel mijn prestaties?

De auteur op twaalfjarige leeftijd

Ik blijf pillen slikken in de jaren dat ik op de middelbare school zit, hoewel ik overstap naar de ronde witte Ritalin-pillen, en daarna de langwerpige, blauwe Adderall. Ik ga studeren; ik volg vakken in psychologie en sociologie. Ik leer dat psychische "stoornissen" een sociaal construct zijn en per historische periode verschillen. Wat in een bepaalde cultuur of tijdperk "gek" is, kan normaal zijn in de andere. Diagnoses worden vaak gesteld op basis van ongrijpbare criteria als "klinisch significante beperking" die onderhevig zijn aan interpretatie.

Ik weet al jaren dat mensen met ADD geen last hebben van een gebrek aan aandacht; als ze ergens in geïnteresseerd zijn, kunnen ze hyperfocussen, langer focussen, en meer intens focussen dan anderen. Medicatie voor ADD begint steeds meer op een snelle oplossing te lijken die het belangrijkste probleem negeert: school draait vaak om herhaling en werkt alleen goed voor mensen die lineair leren. Het is ingewikkelder en duurder om een aantrekkelijk lesplan op te stellen, of klassikaal leren helemaal af te schaffen, dan om kinderen vol te stoppen met pillen. Onder volwassenen komt ADD bij slechts 4,4 procent voor, wat suggereert dat mensen de stoornis ontgroeien. Het kan er ook op wijzen dat veel volwassenen leren hoe ze hun leven om hun eigenaardigheden heen kunnen inrichten, en geen behandeling meer nodig hebben. Ik begin ADD te begrijpen als een persoonlijkheidstype, in plaats van een stoornis.

Ik begin fictie te schrijven. Ik volg workshops in creatief schrijven en wordt toegewijd, geobsedeerd. Als ik het ene na het andere korte verhaal schrijf, merk ik dat Adderall me niet helpt schrijven, maar juist hindert. Ik begin mijn medicatie over te slaan als ik aan het schrijven ben.

Lees ook: Hoe borderline een einde maakte aan mijn leven als feestbeest

In de herfst van mijn laatste studiejaar doe ik een onderzoeksproject naar medicatie voor ADD en ADHD. Er zijn genoeg onderzoeken naar de positieve effecten van medicatie – wat in ieder geval deels een gevolg is van de vele onderzoeken die gefinancierd worden door farmaceutische bedrijven – maar ik ben op zoek naar de negatieve effecten. Sommige onderzoeken suggereren dat beter gedrag, zoals gesignaleerd door ouders en leraren, geassocieerd wordt met hogere angstgevoelens. Andere onderzoeken suggereren dat voor niet-creatieve mensen stimulerende medicijnen hun creatief denken kan verbeteren, maar dat het voor creatieve mensen dit juist verslechtert.

De puzzelstukjes beginnen op hun plaats te vallen: medicatie hindert zowel mijn creativiteit als mijn vermogen om mijn echte interesses te identificeren. Het laat me focussen op alles, waardoor het ook de aantrekkingskracht vermindert van de dingen die me daadwerkelijk interesseren – zoals het schrijven van fictie, zoals kunst, de dingen waarop ik hyperfocus.

Tijdens mijn onderzoeksproject stop ik met mijn medicatie, tot grote ergernis van mijn ouders. De paar jaar erna zijn turbulent. Zonder mijn medicatie moet ik mijn gebreken zelf onder controle houden, en leren hoe ik met iemand een gesprek kan voeren zonder ze in de reden te vallen, hoe ik stil kan zitten en me focussen op mijn werk, mijn afspraken organiseren en mijn leven op de rails krijgen.

Zoals veel mensen met ADD, leer ik door dingen uit te proberen. In de tien jaar erna probeer ik verschillende carrières uit: lerares, organisch boeren, landschapsarchitect, grafisch ontwerper, zalmvisser. Het duurt allemaal niet lang, maar ik ben in ieder geval mogelijkheden aan het uitsluiten.

Mijn verhaal, en mijn beslissing om te stoppen met mijn medicatie, is gevormd door mijn bevoorrechte positie. Als ik niet genoeg geld heb om de huur te betalen, kan ik bij vrienden en familie logeren. Ik heb geen kinderen of familieleden die van mij afhankelijk zijn. Ik heb een universitair diploma. Ik ben slim en heb connecties. Mijn vrienden zijn allemaal weirdos en accepteren mijn eigenaardigheden. Als een van deze dingen niet zo was, zou leven zonder medicatie voelen als een te groot risico.

Lees ook: De verontrustende relatie tussen verslaving en ADHD

ADD hebben en geen medicatie slikken is niet zonder gevaar. Mensen met ADD hebben een grotere kans om verslaafd te raken, hun school niet af te maken, minder vrienden te hebben, en als tiener zwanger te worden. Als ik in de eerste tien jaar van mijn leven geen medicatie had gekregen, was een van deze dingen mij dan overkomen? Wat voor opties zijn er verder nog voor degenen die vastzitten in een slecht functionerend onderwijssysteem, in een cultuur die lineair denken verkiest boven creativiteit?

Ik beland min of meer per ongeluk in de journalistiek. Ik begin een project met een vriend, en interview vrouwelijke straatartiesten. Het wordt een boek. Ik vind het makkelijk om me te concentreren op het project, omdat ik geobsedeerd ben door de taak. Ik wijd mijn leven aan het schrijven van non-fictie, en er gaan allerlei deuren voor me open. Ik vraag me af hoeveel mensen door medicatie dit pad niet kunnen bewandelen, hoeveel mensen pillen slikken die ze helpen om een onbevredigende kantoorbaan te doen om hun rekeningen te betalen. Ik heb nog nooit een saai iemand ontmoet met ADD, eentje zonder passie. Als ze zich niet kunnen concentreren op hun werk, dat geloof ik dat ze hun roeping nog niet hebben gevonden, of dat het moeilijk of onmogelijk is om hun leven eraan te wijden. Ik geloof niet dat ADD een ziekte of een stoornis is, maar dat de "symptomen" ervan eigenlijk de nadelen zijn van het hebben van een bepaald soort ongewoon stel hersens, een ongebruikelijke manier van denken.

Ik ben nu een freelance schrijver en redacteur, en heb af en toe een bijbaantje om m'n rekeningen te betalen. Ik vind het niet moeilijk om me te concentreren op het schrijven, hoewel ik nog steeds weleens mijn notitieboekje kwijtraak en afgeleid raak tijdens gesprekken met anderen. Ik verlies elke week wel een keer mijn waterfles, en vind het moeilijk om een hele film uit te kijken. Hoewel ik me probeer aan te passen aan de wereld, zijn deze kenmerken en neigingen een onlosmakelijk deel van mezelf, niet meer iets dat ik wil uitwissen. Dat betekent niet dat ik nu een normale baan of leven heb, en ik weet ook niet of ik dat ooit zal krijgen. En het kan best dat ik over een paar jaar besluit om mijn focus te verleggen. Maar voor nu zijn de kanten van mezelf die soms een last leken – hyperfocus op de dingen die ik interessant vind, mijn intense nieuwsgierigheid en obsessiviteit, mijn koppigheid – mijn sterke punten geworden. Het kost me misschien moeite om mijn leven te structureren, maar ik weet in ieder geval wel wat ik ermee wil doen.

Lees ook: Zonder Ritalin voel ik me als een geamputeerde zonder prothese