Er gaat een boel mis in de Nederlandse jeugdhulpverlening

De jeugdwet die in 2015 werd ingevoerd heeft het er voor de hulpverleners niet bepaald makkelijker op gemaakt.

|
jan. 12 2017, 3:46pm

Gisteren publiceerden we onze documentaire Koning van de Jeugdzorg , over Michell Requena, die op een nogal ongebruikelijke manier een gezinshuis runt. Het leek ons goed om ook wat meer context te geven rondom jeugdzorg in Nederland, want sinds er ruim een jaar geleden een nieuwe jeugdzorgwet werd ingevoerd, is er het een en ander aan de hand.

Afbeeding via Wikimedia

Verreweg het grootste deel van de jongeren in Nederland heeft een jeugd die vlekkeloos genoeg is om nooit in aanraking te komen met jeugdzorg of jeugdhulpverlening. Desondanks zijn er elk jaar een paar honderdduizend kinderen die tijdens hun jeugd te maken krijgen met problemen die alleen met gespecialiseerde jeugdhulp kunnen worden opgelost. 

In de eerste zes maanden van afgelopen jaar kregen ruim 287 duizend jongeren in Nederland een zekere vorm van jeugdhulp. Dat is 6,5 procent van alle jongeren tot 23 jaar. Die jeugdhulp varieert van een bezoek aan een jeugdpsychiater, tot opvang in een instelling of een gezinshuis voor jongeren die om welke reden dan ook niet meer thuis kunnen wonen.

Al die hulpverlening moet goed geregeld worden, en is natuurlijk niet gratis. Ook moet elke behandeling geregistreerd worden. Vroeger werd dat landelijk geregeld tussen de zorgverzekeraars en de zorgverleners, maar sinds 1 januari 2015 zit dat anders in mekaar. Op die dag is er namelijk een nieuwe wet op het gebied van jeugdhulpverlening ingevoerd, en heeft elke gemeente de verantwoordelijkheid gekregen voor de eigen jeugdhulp. Dat betekent dat iedere gemeente zelf de budgetten verdeelt, en er eigen systemen op nahoudt.

Er is een aantal dingen aan te merken op de nieuwe wet. Zo is het voor zorgverleners die in meerdere gemeenten werken flink pet, want zij moeten met al die verschillende systemen dealen, wat een oneindige berg administratie oplevert.

Voor de Amsterdamse psychiater Elma Thiel was al die administratieve rompslomp een reden om te stoppen met het behandelen van kinderen. "Ik heb met zorgverzekeraars te maken, en daarvoor is een enorm systeem in het leven geroepen dat ik telkens moet invullen. Daarnaast heeft elke gemeente zijn eigen regels," zegt Thiel tegen VICE. Ze is niet de enige jeugdpsychiater die er vanwege het oerwoud aan regels en systemen mee op is gehouden. "Voordat de wet inging, voor 1 januari 2015, waren er ongeveer twintig zelfstandig werkende kinder- en jeugdpsychiaters in Amsterdam," vertelt ze. "Voor 2018, wanneer de gemeente met een nieuw aanbestedingsplan gaat werken waar je verschrikkelijk veel voor moet tekenen, zijn er nog maar vier die er mee doorgaan."

Ook Michiel Bosman van Dokter Bosman, een instelling voor psychiatrische zorg die zo'n vierduizend kinderen per jaar behandelt, ziet dat er de nieuwe wet vooral een enorme berg chaos met zich mee heeft gebracht. "Mijn instelling werkt met 140 gemeenten," zegt hij. "Vroeger kregen we een verwijsbrief van de huisarts, zagen we het kind of de volwassenen, waren we na gemiddeld acht maanden klaar, stuurden we een rekening naar de zorgverzekeraars via een elektronische portal, en kregen we de rekeningen uitbetaald. Dat waren drie of vier stappen en dat was overzichtelijk." Nu de gemeente hiertussen zit verloopt dat hele proces schrikbarend veel minder soepel, vertelt hij. Onder andere omdat de gemeente van tevoren wil weten wat voor behandeling er nodig is voor ze geld ter beschikking stellen, terwijl de psychiater een kind überhaupt nog niet heeft gezien.

Maar er zijn meer problemen dan bureaucratisch geneuzel. Zo ziet hij ook dat het systeem, waarbij gemeenten voor een bepaald budget aan zorg inkopen bij verschillende hulpverleningsinstanties, niet werkt. Dat bleek eind vorig jaar bijvoorbeeld in Almere. Daar was het geld in oktober al op, waardoor er in die stad maanden lang geen geld beschikbaar was voor jeugdhulp. Bosman vertelt hoe hij daar met een wethouder van de gemeente Almere over sprak, en zo ontdekte waarom wethouders zich niet direct met hulpverlening zouden moeten bemoeien. "Kindjes zijn angstig, somber, slapen niet, en zijn soms heel druk in de klas. Als een kind niet slaapt, dan slapen de ouders ook niet. En dus gaan de ouders minder functioneren, huwelijken gaan struikelen, broertjes en zusjes liggen wakker en alle medeleerlingen in de klas stuiteren mee als hun klasgenootje ADHD heeft. Als de wethouder dan zegt dat het niet erg is als het drie maanden duurt voor een kind hulp krijgt… Tja, er gaat natuurlijk niemand dood, maar onmenselijk is het wel. Dat is in feite gewoon kindermishandeling."

Zo ver is het in de meeste gemeentes in Nederland gelukkig nog niet, maar er is nog een derde probleem. Zowel Thiel als Bosman maakt zich ook zorgen om de privacy van jonge patiënten. "Omdat de gemeente de zorgbudgetten verdeelt, willen ze zicht hebben op waar het geld aan uitgegeven wordt," zegt Thiel. "Dat betekent dat kinderen die bij mij in behandeling zijn op een gegeven moment bericht krijgen van het zogenaamde ouder-kind-team. De gemeente Amsterdam heeft de stad verdeeld in 22 gebieden en elk gebied heeft een eigen ouder-kind-team. Zij zijn eigenlijk de uitvoerende tak van de gemeente, wat betreft de jeugdwet. Als een kind bij mij in behandeling was, kregen de ouders op een gegeven moment een brief waarin staat dat de gemeente weet dat hun kind in behandeling is, én waarom hun kind in behandeling is. De ouders moeten vervolgens aangeven of dat nog steeds nodig is. Als het inderdaad nog steeds nodig is, worden er gegevens uitgewisseld zoals een behandelevaluatie of iets dergelijks."

Dit betekent dat ambtenaren van de gemeenten inzicht hebben in medisch vertrouwelijke gegevens over behandelingen, alleen maar zodat ze weten of hun geld wel goed besteed wordt. Het medisch beroepsgeheim is speciaal voor de nieuwe jeugdwet aan de kant geschoven. Het is maar de vraag hoe zorgvuldig er op gemeentehuizen wordt omgesprongen met deze gevoelige informatie.

"Ik zag laatst een speciale beschikking van de gemeente waarbij een patiënt boven het normale budget uit zou komen, en er was tot overeenstemming gekomen dat het kind die behandeling zou krijgen," vertelt Bosman. "Dat document was ondertekend door drie ambtenaren, en het stond dus allemaal op papier. De beschikking was afgegeven voor een periode van drie maanden, maar voor hij erdoorheen kwam was die periode al weer bijna voorbij, dus we konden eigenlijk niks. Toen ging ik eens kijken wat er precies in alle openbaarheid naar de gemeente was gestuurd. Dat bleek het medisch dossier te zijn, en daar stond precies in wat het probleem was van dat kind. Het lijkt me toch geen goed idee dat het bij een ambtenaar in een la terecht komt."

Het is dus niet alleen maar dikke pret, die nieuwe jeugdwet. Toch denkt Bosman dat ondanks alle klachten het systeem niet opnieuw drastisch op de schop moet, om de situatie te verbeteren. "Ik ben nu alleen maar ruzie aan het maken met wethouders over de vergoeding en de bureaucratie. Maar ik zou niet willen dat het nou allemaal opnieuw verandert, want dan ontstaat er weer een enorme chaos. Wel zou ik het fijn zijn als gemeenten die enorme behoefte op controle wat meer los konden laten."

Meer VICE
VICE-kanalen