studeren

Ballen vertellen wat ze aan het corps hebben gehad

"Het corps werkt als een worstenfabriek. Je gooit er allemaal stukken vlees in, en er komen dezelfde worsten uit."
studenten gaan los
Foto door Stocksy 

Over het studentencorps bestaan veel (voor)oordelen. Elitaire jongens en meisjes die zich vreselijk misdragen, teveel zuipen in een clubhuis dat ze ‘tent’ of ‘toko’ noemen en waar het ruikt naar gefermenteerde dierenlijken, en die later op topposities terecht komen zonder dat ze daar echt iets voor hoeven te doen of kunnen. Corpsleden zelf zien dat vaak een beetje anders. Voor hen is het corps vooral een gezellige club waar je vrienden voor het leven maakt en waar je dingen leert waar je de rest van je leven iets aan hebt.

Advertentie

Maar is het corps de ontgroeningen, hoge kosten en vaak beroerde invloed op de studieresultaten nou eigenlijk een beetje waard? We vroegen zes oud-leden wat ze nou eigenlijk echt aan hun corpstijd hebben gehad.

Paul (27), werkt bij een bedrijf in marketing & communicatie

VICE: Hey Paul. Waarom besloot jij lid te worden?
Paul: Voor het netwerk en de connecties die het oplevert, alhoewel het nu soms een nadeel kan zijn. Mensen baseren hun mening vaak op het landelijk nieuws over het corps, dat dit jaar door Vindicat vaak negatief was. Dan sta je meteen 4-0 achter.

En, hebben die connecties je wat opgeleverd?
Zeker. Door oud-huisgenoten heb ik weleens een chille stage overgehouden. Zij hamerden erop dat het huis bij een van de vijf grote bedrijven moest gaan werken. Dat betekent bij Heineken, Unilever, KPMG, Deloitte, of Accenture – ook wel The Big Five genoemd. Zou je dat niet gaan doen, dan was je niet cool genoeg. Tijdens mijn corpscarrière heb ik meerdere commissies gedaan. Daar leerde ik hoe het is om te werken in een team, en dat is nu heel nuttig voor het bedrijfsleven. En bij mijn laatste baan werd ik ingewerkt door iemand die ik kende van een dronken corpsavond. Dat brak meteen het ijs, we hadden meteen inside-jokes. Dat is minder leuk voor mensen die niet-lid zijn geweest – die begrijpen onze grappen niet.

Hoe heb jij je tijd bij het corps beleefd?
Ik vond het vooral leuk om met een hechte vriendengroep te wonen. We brachten al onze vrije tijd met elkaar door: brak filmpjes kijken, gamen, pils drinken en discussieerden over de politiek. Aan de andere kant werkt het corps als een worstenfabriek. Je gooit er allemaal stukken vlees in, en er komen dezelfde worsten uit. Mensen conformeren zich aan één identiteit, waardoor er veel talent verloren gaat – gelukkig ben ik altijd mezelf gebleven.

Advertentie

Was het corps goed voor je studie?
Ik heb een jaar studievertraging opgelopen door een verplichte wintersport. Ik had die week een herkansing, en dacht: fack it, ik ga liever op vakantie – die herkansing doe ik volgend jaar wel. Achteraf had ik mijn studie liever sneller gedaan. Sowieso vind ik het vervelend dat ik duizenden euro’s heb betaald aan evenementen waar ik puur heen ging omdat de hele groep ging. Ik was een van de weinigen die een bijbaantje had. Dat vond ik soms moeilijk. Van mijn corpsvrienden moest dat op de tweede plek komen - het corps kwam op nummer een.

Julia (28), psycholoog

VICE: Hi Julia. Had jij het een beetje leuk bij het corps?
Julia: Ik vond die gemeenschappelijkheid enig – dat ik precies wist op welke avond ik waar en met wie ik zou zijn. Op mijn studie zaten alleen maar suffe wijven, dus het was fantastisch dat ik in een klap zo’n leuke groep meiden leerde kennen. Laatst toen ik een groep vrouwen zag fietsen naar de ontgroening kreeg ik meteen een nostalgisch gevoel.

Is het corps slecht of goed voor je studie geweest?
Goed. Sterker nog: als jaarclub stimuleerden we elkaar heel erg. We zaten dagen lang samen in de bieb te studeren, en tussendoor dronken we gezellig koffie of gingen we sporten.

Heb je later in je leven veel aan het corps gehad?
Het is leuk dat ik meteen een connectie voel met mensen die ook lid zijn geweest. Maar ik vind het irritant als mensen tof lopen te doen over het corps. Ik vind de mannen van het corps echt schoften – hoe ze praten over vrouwen als ‘hertjes’. Laatst hoorde ik jongens in de trein praten over hoeveel wijfjes ze hadden gepakt. Dat vind ik onfatsoenlijk, dan zet je je vereniging in een slecht daglicht. Ik vind de externe eer heel belangrijk: ik praat nooit negatief over het corps omdat ik vind dat je als lid de naam van je vereniging hoog moet houden. Oh, en ik kan nog steeds goed bier tappen omdat ik een barcommissie heb gedaan!

Advertentie

Frank (37), kunstenaar

VICE: Hoi Frank. Waarom was jij lid?
Frank: Was? Lid ben je voor het leven! Op de middelbare school hockeyde ik al – lid worden was een beetje een vast regime wat ik volgde. Het was lachen dat al mijn vriendjes ook al lid waren, maar ik werd vooral lid voor de feestjes en de meisjes.

Hadden die meisjes en feestjes invloed op je studieresultaten?
Ik kan niet de schuld geven aan het corps, anders had ik wel elke avond in een andere kroeg gestaan. Mijn projectgroepjes vonden altijd dat ik te weinig deed – ik heb veel kutopdrachten gedaan om dat te compenseren. Overigens vertelde ik op mijn opleiding niet dat ik lid was, op HBO werd heel afkeurend naar corpsleden gekeken.

Heb jij het leuk gehad bij het corps?
Ik heb het toneelstuk vier jaar lang meegespeeld, met mooie tradities zoals jasje dasje, waarbij we altijd een colbert en stropdas naar de sociëteit moesten dragen, en de ontgroening. Een introductietijd waarin nieuwe leden vijf weken worden vernederd. Een gek ritueel om erbij te horen, maar toen ik er eenmaal bij zat, hoorde ik er ook echt bij. Ik vind dat je het spelletje moet meespelen, anders blijft er weinig van het corps over. Alleen sommige zielenpoten gaan er teveel in op. Die zijn dan de tofste gasten op de sociëteit en moeten daarna naar de ‘echte wereld’ – zo ben ik gelukkig nooit geweest.

Heb je er in je leven veel aan gehad, aan je corpslidmaatschap?
De meeste mensen op het corps studeerden rechten, geneeskunde of economie. Ik was de enige die kunstenaar wilde worden. Dat komt goed uit – best veel corpsvrienden kopen kunst van mij. Als ik een expositie moet organiseren zijn mijn connecties prettig. Ik ken altijd wel iemand die in de panden zit, of als ik drank nodig heb denk ik: hey, die jongen werkt bij Heineken.

Advertentie

Suzanne (26) werkt als beleidsadviseur

VICE: Hey Suzanne. Vond jij het leuk om een corpsbal te zijn?
Suzanne: Ik vond het leuk dat elke gelegenheid werd gevierd. Tijdens borrels was ik acht uur met mijn dispuut. Om onszelf te vermaken verzonnen we creatieve spelletjes, zoals bier atten van de balustrade. Ik vond het bijzonder dat mijn dispuutsgenoten mijn huisgenoten, hockeygenoten, wintersportgenoten, en collega’s bij bijbaantjes werden. Zij waren de enige met wie ik over serieuze zaken zoals politiek kon praten. De rest had het vooral over mannen, drank en het corps. Het voelde nooit echt als één vereniging.

Waarom niet?
Ik voelde me erg buitengesloten omdat ik niet in een cool dispuut zat. In die disputen is iedereen dun, heeft lang blond haar, en dragen allemaal dezelfde kleren van de Zara. Ik voldeed daar niet aan, in mijn dispuut zaten de wat stevigere meisjes. Prominente disputen mochten niet met ons praten, en dat kwetste me enorm. Een keer stond ik met een groepje meiden en kwam er iemand uit een hoog dispuut langs. Ze stelde zich aan iedereen voor, behalve aan mij – ik was niet de moeite waard om te leren kennen.

Heb je iets aan het corps gehad?
Ik weet in ieder geval hoe ik niet wil zijn: ik wil ver af staan van iemand die oordeelt over mensen, en arrogant en oppervlakkig is. Toen ik besefte dat deze mensen straks onze ministers worden, vond ik dat een vreselijke gedachte. Ik ben politiek actief geworden. Het corps heeft me geradicaliseerd tot links en groen.

Advertentie

Heeft het corps je studie beïnvloed?
Ik ben altijd naar mijn colleges gegaan. Ik dacht als ik een keer niet ga, geef ik mezelf de ruimte om vaker niet te gaan. Vaak ging ik tot zes uur in de ochtend drinken en zat ik om elf uur weer in mijn college.

Lodewijk (29) is ondernemer

VICE: Ha Lodewijk. Heb je er later in je leven nog wat aan gehad, aan je tijd bij het corps?
Lodewijk: Tijdens mijn corpstijd moest ik regelmatig speechen tijdens een diner of gala – dat is een handige vaardigheid om te hebben. En ik heb veel geleerd over groepsdynamiek. Mensen vanuit het hele land worden lid – het is mooi dat ik daardoor mensen met andere visies en gedachtes heb ontmoet.

Was het leuk om lid te zijn?
Ik heb een onwijs mooie tijd gehad met alle gala’s, datediners en borrels. Een keer in de vier jaar maken we met het dispuut een reis. Vorige keer zijn we naar Afrika geweest – dat doe je toch niet snel met zo’n grote groep als je niet-lid bent. Het mooiste vind ik dat ik vrienden voor het leven heb gemaakt. En dat is allemaal begonnen bij de ontgroening.

Ja, was dat een beetje te doen?
De groentijd heeft me echt dichterbij sommige mensen gebracht, omdat je alles samen doet: eten, slapen, opdrachten. We werden gedropt op een berg in Duitsland, en moesten zelf naar huis zien te komen – daar hebben we het nog steeds wel eens over.

Heeft het corps invloed gehad op je studieresultaten?
Niet per se. Tuurlijk was ik soms brak, maar dat was ik ook geweest als ik niet lid was. Mijn studie heb ik niet afgerond, omdat ik wilde gaan ondernemen. Een maatje van mij en ik zijn businesspartners geworden, en dat heeft goed uitgepakt.

Cath (29), journalist

VICE: Hallo Cath! Heb jij genoten van je corpstijd?
Cath: Ik woonde met twaalf meiden die echt als mijn zussen voelden. We deelden alles met elkaar. Ik heb echt geleerd hoe ik met vrouwen moet omgaan. Als ik nu drama heb met vriendinnen weet ik dat ik het kan oplossen, omdat dat destijds ook is gelukt. Ik leerde koken, stofzuigen, en met geld omgaan. En ik heb nog nooit zoveel gefeest als in die tijd.

Viel al dat feesten wel een beetje te combineren met je studie?
Nee, ik snapte daar geen reet van. Omdat ik met dertien meisjes woonde was er altijd wel iemand die niets te doen had. Ik deed rechten en daar vond ik ook geen zak aan. Bij mijn tweede studie ging er een wereld van universiteitsbibliotheken voor me open.

Wat heb je later in je leven aan het corps gehad?
Een hecht groepje vrienden en een bak vol mensenkennis. Ik zie het corps als een spoedcursus van wat ik wel en niet wil in mijn leven. Ik wil niet het gebruikelijke pad bewandelen. Ik ben niet van plan om twee kinderen te baren die ook lid worden. Sommige mensen zien het corps nog steeds als de mooiste tijd uit hun leven. Ik ben wel een beetje uit die bubbel gestapt. Op reünies van het corps ben ik op een positieve manier altijd de vreemde eend in de bijt.