Motherboard

Een ‘klimaatdepressie’ bestaat en ik heb er veel last van

Je bent niet de enige die een zenuwinzinking krijgt van het idee dat de wereld tegen 2050 mogelijk zal instorten.

door Ellie Mae O'Hagan
12 juni 2019, 7:47am

Foto: 

Oliver Scholey/Silverback/Netflix

Soms, als ik op de tram sta te wachten, hangt er een poster van een of ander zonnig oord bij de halte. Vrolijke foto’s van Egypte, het Caribisch gebied of Malaga lachen me tegemoet, met lichtblauwe zeeën en vrolijke kinderen. Stel je toch eens voor, denk ik. En meteen daarna: hoe kan je het nog over je hart verkrijgen om mensen te stimuleren het vliegtuig te pakken?

We hebben nog zo’n tien jaar de tijd om een radicale koerswijziging door te voeren voordat klimaatverandering zo onherstelbaar catastrofaal wordt dat onze samenleving nog tijdens onze levensduur ineen zal storten. Koraalriffen sterven uit door opwarmende oceanen, waardoor het misschien niet lang meer duurt voordat het water ophoudt lichtblauw te zijn. Een nieuw onderzoek, gesteund door het voormalige hoofd van het Australische leger, suggereert dat het einde onze samenleving tegen 2050 “erg waarschijnlijk” is.

Dit zijn geen melodramatische uitspraken, dit zijn de feiten waar we mee te maken hebben. Het is gewoon hoe het is. En toch maken we ons nog steeds druk over het verbouwen van onze keukens, vliegen we de halve wereld over en zitten we iedere vrijdag in de kroeg, alsof er niks aan de hand is. Ik ben blij dat ik niet zo vaak met de tram ga, want ik voel me zelden zo vervreemd van de werkelijkheid en zo wanhopig als wanneer ik die posters zie hangen.

Er wordt de laatste tijd veel gesproken over ‘klimaatdepressie’, het besef dat klimaatverandering zulke enorm vernietigende gevolgen zal hebben dat het tot een staat van rouw of absolute wanhoop leidt.

Nou, de klimaatdepressie bestaat, en ik heb er last van.

Ik ben eigenlijk de hele tijd met klimaatverandering bezig. Ik denk erover na als iemand om me heen een kind krijgt, en ik vraag me af hoe de wereld eruit zal zien als die kinderen even oud zijn als ik nu ben. Ik denk erover na als ik mensen over het weer hoor praten. Ik denk erover na als ik iets weggooi, en me de vuilnisbelt voorstel waar mijn afval uiteindelijk op zal belanden. Toen ik las dat klimaatverandering misschien wel het einde van onze samenleving zou gaan betekenen – en ik dat nog in mijn leven mee zou kunnen maken – zat ik in de bibliotheek, omringt door tijdloze literatuur. Het voelde als een stomp in mijn maag.

Zelfs als ik niet actief nadenk over klimaatverandering, zijn er nog de duizenden nieuwsverhalen over plastic, uitsterving, bosbranden, overstromingen, orkanen en smeltende gletsjers.

Schrijver Tim Lott omschreef zijn depressie als volgt: “Soms heb je de overweldigende behoefte om de straat op te lopen en keihard te schreeuwen, zonder duidelijke reden.” Dat is hoe ik me voel. Al vermoed ik dat niemand me zou horen. Soms voelt het alsof ik iedereen probeer te overtuigen van een massale samenzwering om ons allemaal om zeep te helpen, behalve dat deze samenzwering gewoon op het nieuws is, dat iedereen ervan op de hoogte is, en niemand het heel erg lijkt te vinden. Ik had nooit verwacht zoveel empathie te kunnen voelen voor de mensen die al decennialang zachtjes in zichzelf brabbelend het einde van de wereld verkondigen op de hoek van de straat.

In Freuds essay Rouw en melancholie schrijft hij dat rouw en depressie vergelijkbare ervaringen zijn, behalve dat in een depressie je existentiële zelf ontrafelt, naast alle emoties die loskomen bij rouw na een groot verlies. Datzelfde geldt voor een klimaatdepressie: er is wel een gevoel van verlies, omdat dingen uitsterven, en je daar constant aan herinnerd wordt, maar daarbij komt ook nog eens de waanzin die gepaard gaat met een psychische aandoening. Je bent je er constant van bewust dat je de wereld op een nieuwe en verschrikkelijke manier ziet, maar de mensen om je heen lijken deze afgrijselijke waarheid niet te erkennen.

Ik ben een aantal jaar geleden een vriend verloren aan zelfdoding, en ik weet nog goed dat ik tijdens de begrafenis even naar buiten ging om een luchtje te scheppen. In het park aan de andere kant van de straat zag ik een man die aan het hardlopen was. Ik weet nog dat ik het zo absurd vond dat iemand gewoon kon hardlopen nadat er zoiets verschrikkelijks was gebeurd. Klimaatdepressie voelt alsof jij als enige persoon op de begrafenis bent, terwijl de rest van de wereld aan het hardlopen is.

De weinige aandacht die klimaatverandering krijgt, roept nog een ander kenmerk van depressie op: woede. Depressieve mensen praten vaak over een boosheid, gericht tegen de rest van de wereld en de mensen om hen heen, veroorzaakt door een gebrek aan erkenning van hun enorme wanhoop. Ik doe mijn best om niet boos te zijn op iedereen om me heen. Ik doe m’n best om mezelf eraan te herinneren dat mensen geen rationele wezens zijn, dat iedereen z’n best doet om gewoon te overleven, en dat de media zo slecht is in het overbrengen van de urgentie van de situatie dat het geen verrassing is dat mensen zich er niet zoveel zorgen om lijken te maken.

Maar in werkelijkheid ben ik gewoon boos. Ik kan er niets aan doen. Ik ben boos op mensen die ik mag, mensen waar ik van houd. Ik ben boos op ze als ze kinderen nemen, en als ze niet hun best doen om te voorkomen wat er staat te gebeuren. Ik ben boos als ze doorzeuren over Brexit. Alsof dat iets uitmaakt als je het hiermee vergelijkt. En stom genoeg ben ik zelfs boos als ik iets over klimaatverandering op Facebook plaats wat onopgemerkt blijft. Aan de ene kant ben ik me bewust dat deze gevoelens idioot zijn. Maar aan de andere kant voelt het soms alsof ik de enige ben die wel goed bij haar hoofd is, en dat de desinteresse van anderen het probleem is. Waarom hebben we het hier niet de hele tijd over? Waarom maak jij je niet net zoveel zorgen als ik? Wat de fuck is er mis met jou?

Toch leef ik ook met het besef dat klimaatdepressie op zichzelf een vorm van ijdelheid is. Zijn de slachtoffers van cycloon Idai aan het rouwen omdat mensen in het Verenigd Koninkrijk, een rijke koloniale macht, extreme weersomstandigheden en politieke instabiliteit zullen ervaren? Nee, ze zijn veel te druk met de restanten van hun huis op te vegen. Klimaatdepressie is een luxe die wij ons kunnen veroorloven, omdat we in landen wonen die – tot nu toe – beschermd zijn gebleven van de ergste gevolgen van klimaatverandering. Als verdriet de enige manier is waarmee je op klimaatverandering reageert, dan is dat weinig meer dan zelfbevrediging. Verdriet staat niet gelijk aan actie.

Rebecca Solnit schreef ooit eens dat “hoop geen lot voor de loterij is, je kan het niet kopen en ermee op de bank gaan zitten, je geluk afwachten. Het is een bijl waarmee je in geval van nood de deur in moet slaan.” Ik heb activistische vrienden die me deze zin voor hebben gelezen, ter inspiratie. Ik knikte dan vaak mee, zonder dat ik echt begreep wat ze ermee bedoelden. Maar nu snap ik het. Hoop is niet fantaseren dat er iets fantastisch gaat gebeuren – hoop is een overlevingsinstinct. Aan alleen hopen op een betere toekomst heb je niet genoeg, je moet er actief voor vechten.

Hoe we zullen reageren op klimaatverandering moet nog blijken. Hoe erg het gaat worden, en wat voor wereld we zullen bouwen, dat is onze beslissing om te maken. We moeten klimaatdepressie niet onderdrukken, maar onszelf toestaan het te voelen, en het als een springplank gebruiken om actie te ondernemen. Hoop is de bijl die je in geval van nood gebruikt om de deur mee in te slaan. Maar je moet wel eerst erkennen dat het huis in de fik staat.