Advertentie
tuinieren

Een onironische beginnersgids om je godsgruwelijk gelukkig te tuinieren

Snoeien is het nieuwe hard gaan.

door Lisa Lotens
20 april 2019, 7:00am

Tuinieren

Het is weekend en het is heerlijk weer. Je kan dan een aantal dingen doen. Je kunt een treinticket naar Berlijn boeken en om zeven uur ‘s ochtends over het Tempelhof kuieren terwijl je vrienden woedende discussies voeren over culturele toe-eigening. Je kan in een boot met een blik bier in je toeter en je blote vaarbuik tentoongespreid verschrompelen tot een hoopje huidziekte. Of je kunt tuinieren. Ik zou sowieso voor dat laatste gaan.

Waarom? Planten zijn ten eerste het beste van alle dingen die er bestaan. Ze laten meteen zien wanneer ‘t niet goed gaat, hebben leuke kleuren, bloemen en patronen, hebben allerlei gekke methodes ontwikkeld om de zwaarste stormen te kunnen overleven, ze groeien overal; tussen de stenen, in je asbak of zelfs Tsjernobyl – dat na dertig jaar weer een weelderige natuurbende is – en ze zijn zo ongeveer de reden dat er leven is op aarde. Ten tweede werkt tuinieren goed om een spierbal te kweken, mocht je dat willen, maar ook om je overbelaste hersenklont een plezier te doen. Het liefst zou ik in een grote tuin wonen zodat ik met mijn schoenen een beetje over de grond kon stampen en kan zaaien, snoeien en wieden. Maar vooral: om te kijken hoe alles groeit en knorren van plezier.

1555677994623-IMG-20190415-WA0007
Asbak, Tsjernobyl, wat maakt het uit.

Vorig jaar kocht ik een blauwe regen, en nu heeft-ie zich in een soort opwaartse draaibeweging om mijn discolampjes op ‘t balkon gekruld. Ik had ‘m zelfs een beetje verwaarloosd in de winter, maar de knoppen schieten er gewoon weer uit. Op mijn balkon staan, naast die blauwe regen, nog veel meer wonderschone planten zoals aardappelplanten, violen, een kerstboom, een lelie, klimop, een citrusboompje, blauwe druifjes, narcissen, hyacinten, japanse rozen, varens en een arsenaal aan bloemen voor vlinders en bijen. Ik houd hun voortgang zeer precies in de gaten en als er iets uit de grond tevoorschijn komt, een bloem bijvoorbeeld, dan roep ik mijn vriendin en proosten we erop. Maar een andere vriendin heeft een tuin, en dat is nog beter, want daar gaan we dan weleens tuinieren. Afgelopen herfst hebben we een stuk tuin lenteklaar gemaakt – heel veel bollen in de grond gestopt – en nu staat-ie vol met blauwe bloemen. Vreselijk leuk vind ik dat.

Omdat iedereen een leven vol tuiniervoorspoed verdient, heb ik een paar beginnerstips bedacht om je net zoals ik godsgruwelijk gelukkig te tuinieren.

Heb je een beetje zon op je tuin of balkon?

Mijn balkon ligt op het noorden. Ik heb geen zon en dus alleen maar schaduwplanten. Er is in principe niks mis met schaduwplanten, maar als je ze langs de plantenlat van grandioos tot nietszeggend legt, zijn ze wel het saaist. De buxus is nou niet echt de geilste spetter van een plant, of wel? Om nog maar niet te beginnen over de varen. Saai. Ook hartstikke giftig voor je kat, trouwens. Niemand wil natuurlijk lijzig groen in z’n tuin hebben, dus ik heb de leukste schaduwplanten even voor je uitgekozen: de fuchsia, Japanse roos of de schoenlappersplant – die laatste vooral om z’n lompe naam. Vooruit, de hartlelie kan er ook nog wel mee door.

Mocht je een geluksvogel zijn met een tuin op het oosten, westen, of nog beter, het zuiden, dan kun je het bont maken. Blauwe regens, kuiflelies, lobelia’s, margrieten, afrikaantjes, gele zonneroosjes, zonnebloemen, druiven, och, wat een feest! Wat mij betreft: hoe overdrevener, hoe beter.

1555678189748-IMG-20190415-WA0015

Zaaien

Het liefst zou ik dreadlocks nemen, een korte broek en laarzen dragen en met zonsopgang ergens in een mediterraans sfeertje een vetklep van een vleestomaat plukken in m’n eigen permacultuurtuin, maar dit is Nederland, en hier heb je geluk als je een mismaakte dwergmeloen uit je door slakken aangevreten moestuinbak kan oogsten. Maar er zijn een aantal groenten waarmee je altijd wel uit de voeten kan, namelijk sla, radijzen, spinazie, tuinkers, wortelen en courgettes. Koop een kweekbak, zaadjes en kweekgrond, stop de grond in het bakje, druk het aan met een steen, strooi de zaadjes erover, en druk ze weer aan met een steen. Je geeft water (niet te veel!) en na een paar weken zet je de uitgekiemde plantjes in de grond. Voor je het weet zit je te knabbelen aan een blaadje sla, heerlijk toch?

Water

Als je een plant in een pot wil stoppen, neem er dan een met een gat onderin. Als je met je enthousiaste snoet te veel water geeft aan een plant in een pot zonder gaatje, kan het niet weg en gaan de wortels rotten. De bladeren worden dan geel. Dat is niet alleen lelijk, je plant gaat er misschien ook dood van. Geef je plant om de paar dagen een beetje water. Als je ‘t een keer vergeet is dat heus niet erg. Een plant geeft meestal zelf wel aan wanneer ze water nodig hebben: wanneer de bladeren een beetje gaan hangen, of wanneer ze bruin worden.

1555678147381-IMG-20190415-WA0009

Snoeien doet groeien

Inkakken is bijpakken, combineren is domineren, bier na wijn geeft venijn: dit zijn zomaar wat tegelwijsheden die een rol spelen in het leven van een jong mens dat de vruchten plukt van jong zijn. Snoeien doet groeien en bloeien past wat mij betreft prima in dat rijtje – want zoals ik al eerder onderstreepte: tuinieren doet een mens goed. Hoewel veel snoeien misschien gek klinkt, want je knipt en dat betekent meestal dat je iets kapot maakt, zorgt het er bij bloemen en planten juist voor dat het sneller groeit en er uiteindelijk meer bloeit. Het is toch fantastisch dat je in het weekend kan helpen iets te laten groeien, in plaats van dat je helpt iets te laten afsterven, zoals je neusschotje, lever, en tandglazuur.

De schoffel is een buitengewoon waardeloos stuk gereedschap

Schoffel, schoffel, schoffel. Leuk woord, denk je dan. Maar de schoffel is het addergebroed onder het tuiniergereedschap. Schoffelen kan ervoor zorgen dat je wortels beschadigt van planten die je wél wil. Ook kan je de bovenlaag van de grond te hard schoffelen, waardoor de grond sneller uitdroogt. Weg met de schoffel! Met een schepje, handschoenen, een snoeischaar en een schrepel (ook een leuk woord) red je het ook prima.

1555678237431-tuin1
Dit moet je laten liggen, want hier kunnen beesten van smikkelen, en dat is goed voor de natuur.

Onkruid, daar is dan weer niks mis mee

Laatst, toen ik ging tuinieren bij die vriendin, wilden we de tuin een beetje netjes maken en dat betekende dat we met de schrepel elke bemoste tegel of begroeide voeg schraapten totdat de stoep kaler was dan de kruin van je opa. Maar blijkbaar verpest je dan het hele ecosysteem van je tuin, want er zitten in die voegen en moshopen een heleboel insecten en pissebedden te doen wat insecten en pissebedden nou eenmaal doen: een beetje rondbanjeren. En dat wil je niet verstoren. Er was ook een woekeraar, een soort klimop die zich om elke plant krulde en als doel had onze tuin te slopen. Maar ook die had mogen blijven, al moet je die soms misschien een beetje bijknippen. Er is niks mis met onkruid, het is juist goed voor insecten, want die hebben we niet zoveel meer en die eten ervan, heb ik geleerd. Mensen ook trouwens, want van brandnetels kun je een heerlijk theetje of een soepje trekken.

Geef planten tijd, ongeduldig stuk vreten!

Helaas, in de wereld van de natuur duurt alles onuitstaanbaar lang. Ik had drie maanden geleden een leliebol geplant en nu pas komt er een rooie stengel uit. Maar dat is juist het leuke aan tuinieren: zo’n gekke plant doet er dagen, soms weken over om enigszins te groeien, en dat is hartstikke lekker voor de binnenkant van je hoofd. Je kan niet anders dan wachten, ze een beetje verzorgen en water geven. Kalmpjes aan word je ook nog ‘ns beloond met een leuk cadeau: een bloempje of een nieuw blad.

Of ik dit weekend helemaal naar de tyf ga in Berlijn? Natuurlijk niet schat, ik blijf op mijn balkon, want ik wil er absoluut bij zijn als mijn lelie uitkomt. Daar wacht ik nu al maanden op, heerlijk onverstoord.

Tagged:
Tuin
planten
asbak
blauwe druif
groeien