paragraaf 175

Lhbt-geestelijken over hoe ze hun religie combineren met hun seksualiteit

“Het is voor veel mensen moeilijk geweest om te accepteren dat een dominee homoseksueel kan zijn.”

door Sebastian Goddemeier
17 juli 2019, 4:49pm

Foto door Shirin Siebert

Het is altijd moeilijk geweest voor lhbt-christenen om open te zijn over hun geloof, omdat veel hoeken van het christendom nog steeds openlijk vijandig zijn tegenover de homogemeenschap. Maar wat gebeurt er als je niet alleen homo en christen bent, maar ook een gezaghebbende positie bekleedt binnen de kerk?

Ik sprak met zes geestelijken om erachter te komen hoe het was om uit de kast te komen in hun kerkgemeenschap, hoe hun kerkgemeente reageerde en wat ze te zeggen hebben tegen mensen die geloven dat het tegenstrijdig is om zowel homo als priester te zijn.

Lars Müller-Marienburg, 42, superintendent van het bisdom Neder-Oostenrijk

Pfarrer Lars Müller-Marienburg
Pfarrer Lars Müller-Marienburg | Foto door Michael Windisch

"Ik wist al vroeg dat ik zowel homo was als christen – mijn coming-out en mijn 'religieuze ontwaking' gebeurden op hetzelfde moment. Op school en op de universiteit was ik openlijk homo. Na een jaar rechten te hebben gestudeerd, ben ik overgestapt naar theologie. Ik heb toen kort overwogen om het stil te houden dat ik homo ben, om dingen makkelijker te maken. Maar het werd al snel duidelijk dat ik dan alle vrijheid waar ik mee gezegend was kwijt zou raken, terwijl ik daar hard voor had gewerkt. En dat is waarom ik ervoor koos om vanaf het begin eerlijk te zijn.

Er zijn een paar gemeenschappen die me niet wilden, die geen homoseksuele priester wilden. Maar anderen wisten het vanaf het begin en hebben me verwelkomd met open armen. Maar verkozen worden tot superintendent was een ander verhaal: hoewel ik een duidelijke meerderheid van de stemmen had, was het voor veel mensen moeilijk om te accepteren dat een homo een hooggeplaatste dominee of bisschop kon worden. Het is een minderheid, maar wel een relatief luide minderheid.

Diversiteit binnen de kerk is belangrijk. Homoseksualiteit en andere seksuele geaardheden zijn onderdeel van het leven. Binnen de kerk zouden we ons bezig moeten houden met het leven zoals het geleefd wordt. We zouden hetzelfde over homoseksualiteit moeten praten als over heteroseksualiteit, wat altijd gezien wordt als de norm, bij alles van bruiloften tot families.

Bernd Mönkebüscher, 53, priester bij St. Agnes in Hamm

Pfarrer Bernd Mönkebüscher
Bernd Mönkebüscher | Foto door Robert Szkudlarek

“De manier waarop de kerk homoseksualiteit behandelt, kan je leven een stuk moeilijker maken – de stilte, het ongeloof, de schaamte, de eenzaamheid die ermee gepaard gaat, de angst om aan de schandpaal genageld te worden. Dat allemaal, terwijl je alleen maar priester wilt worden. En de Paus zette dat nog eens kracht bij toen hij in 2018 zei dat homoseksuele mannen niet welkom waren in het kerkelijk ambt.

Het is geen geheim dat er relatief gezien meer homoseksuele mannen onder priesters zijn dan de geschatte vijf procent in de algemene bevolking. Waarom heeft dit probleem geen gezicht, geen verhaal, geen voorbeelden? Toen ik uit de kast kwam voelden anderen zich gesterkt om hun verhaal te doen. De kerk heeft zoveel mensen zo lang onrecht aangedaan, en wanneer homo’s als minderwaardig wordt gezien, doet ze dat nog steeds.

''Homoseksuelen zouden geen toegewijd leven moeten leiden, het is onmogelijk om gezegend te worden als je iets verkeerd doet in de ogen van God. Maar tanks kunnen wel gezegend worden? We zien dat veel homoseksuele mensen zich tegen religie keren. Ze willen niet getolereerd worden, ze willen erkend en gewaardeerd worden.”

Ellen Radtke, 34, priester bij de Evangelisch-Lutherse kerk in Hannover

Pfarrerin Ellen Radtke
Pfarrerin Ellen Radtke | Foto door Stefanie Köller

“Ik ben getrouwd, dus ik kan moeilijk doen alsof ik niet homo ben. Maar zelfs daarvoor was de gedachte dat ik geheim zou moeten houden wie ik echt ben nooit bij me opgekomen. Ik werd priester zoals ik ben, zonder iets achter te willen houden.

Tegelijkertijd ben ik veel mensen tegengekomen die niet uit de kast wilden komen. Vrouwen die homoseksuele gevoelens hadden gehad, maar dit aan niemand wilden laten weten. Mannen die zeiden dat ze hun familie gingen bezoeken in het weekend, maar eigenlijk bij hun vriendjes sliepen. Er zit een hoop angst achter, en dat was voor mij alleen maar meer reden om niet in de kast te blijven zitten.

Al mijn vorige gemeenten wisten dat ik met mijn vrouw samen zou gaan wonen in de pastorie, al voordat ze me ontmoetten. We hadden alleen wat tijd nodig om elkaar te leren kennen, zodat mensen wat vertrouwen zouden hebben en hun onzekerheden openlijk zouden durven bespreken.

Ik heb altijd ver van de grote steden gewoond, op het platteland, waar mensen simpelweg niet de vocabulaire hebben om hierover te kunnen praten, maar dat was in wezen het enige verschil dat ik gemerkt heb. Ik weet niet of iemand in mijn gemeente me anders zou hebben behandeld als ik met een man was getrouwd.

Als ik openlijk praat over mijn priesterschap binnen de queergemeenschap voel ik me vaak niet begrepen. Mensen vragen me dan hoe ik voor zo’n organisatie kan werken. Ik begrijp de vraag natuurlijk wel, want er liggen diepe wonden aan ten grondslag. De uitspraken van de kerk, de manier waarop homoseksuele geestelijken worden behandeld, al deze dingen hebben het voor velen onmogelijk gemaakt om een huis in de kerk te vinden.

Ik kreeg recentelijk nog te horen dat een collega had geweigerd om een kind te dopen omdat ze twee moeders had. Dat was pijnlijk, zowel voor de familie als voor mij. Maar dit zijn absoluut uitzonderingen. De kerk is veranderd. Natuurlijk kunnen mijn vrouw en ik openlijk en trots in de pastorie wonen, en hier in Nedersaksen kunnen we ook in de kerk trouwen. Maar we moeten de discussie open houden.

Ik weet nog goed hoe mijn theologiedocent altijd vrolijk verkondigde dat zolang homo’s niet met hem zouden flirten, hij het prima vond wat ze allemaal deden.

In mijn ervaring worden lesbische vrouwen door de kerk anders behandeld dan homoseksuele mannen. Als vrouw ben je vaak sowieso al buitengesloten van het kameraadschap dat mannen delen. Homoseksuele mannen vertegenwoordigen een tussenpositie, maar je kan soms zien dat ze anders behandeld worden in hoe ze bijvoorbeeld begroet worden door andere mannen binnen de kerk. De kerk is gemaakt voor mannen, dat moeten vrouwelijke geestelijken erkennen. Ook al komen er steeds meer van ons, het zijn nog steeds veelal heteroseksuele, witte mannen met een gezin die de hoogste rangen bekleden. En wie weet hoeveel van hen er hetzelfde over denken als die docent.

Eric Haußmann, 36, priester in de Mariakerk in Berlijn

Pfarrer Eric haußmann
Pfarrer Eric Haußmann | Foto eigendom van Eric Haußmann

Voor zover ik kan nagaan toonde niemand in mijn gemeente interesse in het feit dat ik homo ben. Niemand heeft me er ooit anders door behandeld. Ik kan me voorstellen dat dit niet overal zo is. Mijn kerkgemeente gaf me het gevoel dat iedereen ertoe doet, en gewaardeerd wordt als persoon. Daar ben ik ze erg dankbaar voor. Mijn seksualiteit was niet belangrijk; wat wel belangrijk was, was dat ik mijn werk met plezier en aandacht uitoefende.

Geloof en homoseksualiteit sluiten elkaar niet uit. Mensen die denken dat homoseksualiteit verkeerd is vanuit een christelijk oogpunt, zitten fout. Ik geloof oprecht dat mensen veel kanten hebben en allemaal uniek zijn. Seksualiteit hoort daarbij. Mensen die anderen marginaliseren vanwege hun gender of seksuele identiteit delen niet mijn idee van de liefde van God. Ik geloof dat die onvoorwaardelijk is.

Jörg Zabka en Alexander Brodt-Zabka, beiden 50, priesters in de Martin-Lutherkerk in Berlijn, en partners sinds 2006

Jörg und Alexander Zabka
Jörg Zabka en Alexander Brodt-Zabka (links) | Foto door Shirin Siebert

Alexander Brodt-Zabka: Ik ben wie ik ben en ik werd door God geschapen naar Zijn beeld. Als kerk is het onze taak om deze waarheid onvoorwaardelijk uit te dragen naar de mensen. In een samenleving waar prestaties en zelfverbetering steeds belangrijker worden, hebben we meer dan ooit de bevestiging nodig van een hogere macht. Je bent goed, je bent compleet, je bent mooi – precies zoals je bent. Ik heb mijn identiteit nooit tot een expliciet discussiepunt gemaakt. Wie het met mij wil bespreken is vrij om dat te doen, maar dat geldt ook voor andere kwesties.

Jörg Zabka: Er is geen deel van mijn leven waarin ik geen homo ben en er is geen deel van mijn leven waarin ik niet christen ben. Ik ben opgegroeid in Oost-Duitsland, waar de kerk een gemeenschap was van mensen die elkaar stabiliteit en steun gaven. Daar maakten ook groepen homo's en lesbiennes die voor hun rechten vochten deel van uit. Maar er waren natuurlijk enkele individuelen in leidinggevende functies die me geen priester wilden maken. Uiteindelijk hebben ze niet gewonnen.

Tien, vijftien jaar geleden waren mensen nog niet helemaal overtuigd. Maar nu zijn interacties met homo's en lesbiennes volkomen natuurlijk voor de meeste mensen in mijn kerk. Voor sommigen was mij ontmoeten een compleet nieuwe ervaring, waar ze veel van hebben geleerd. Ik ben weleens afgewezen, binnen en buiten mijn gemeente. Maar er zijn ook mensen die specifiek naar mij toe zijn gekomen, die me als spirituele gids zagen, omdat mijn voorbeeld hen de kracht gaf om voor zichzelf op te kunnen komen.

Mensen hebben vaak het vooroordeel dat de kerk bijzonder vijandig tegenover de lhbt-gemeenschap staat. We zien steeds opnieuw hoe bepaalde groepen gebruik maken van deze vooroordelen om politieke punten te scoren. Als kerk moeten we hiertegen in actie komen. Je naasten liefhebben zou voor iedereen moeten gelden, en niemand buiten moeten sluiten.