Identiteit

Waarom queer-activist Naomie Pieter het label 'lesbisch' te beperkend vindt

“In de Caraïben en Suriname zijn er vrouwen die intieme en seksuele relaties met elkaar hebben zonder dat ze zichzelf identificeren als lesbisch. Dat soort relaties bestaan ook.”

door Lisa Lotens; foto's door Desiré van den Berg
01 augustus 2019, 8:34am

In dit Pride is protest-drieluik interviewen we drie jonge, vooraanstaande queer-activisten over welke rol activisme speelt in hun leven, waarvoor ze strijden en of het soms ook weleens klote is om activist te zijn. Ditmaal spreken we Naomie Pieter (29), die zich onverbiddelijk en zonder pardon inzet voor de zwarte queergemeenschap. Lees hier alle stukken van Pride is Protest.

Afgelopen weekend stond ik een heerlijk biertje te drinken op Milkshake Festival, terwijl ik keek naar de stage van Vieze Poezendek. Een legioen van zwarte queers in neonkleurige outfits stonden met elkaar te dansen op beukende hiphop en dancehall. Daartussen stond Naomie Pieter, gehuld in een zwarte croptop en een legerbroek, met een reusachtige vlag te zwaaien naar het publiek, met de tekst ‘Pon di Pride’ erop.

Pon di Pride is een dancehallfeest dat Naomie voor de zwarte queergemeenschap organiseert. Daarnaast is ze mede-oprichter van Black Queer & Trans Resistance en de Pride of Color-commissie van Pride Amsterdam. Ik sprak Naomie over wat er mis is met de botenparade, hoe haar Caribische achtergrond haar seksualiteit heeft gevormd en of ze nog weleens een grapje maakt nu ze activist is.

VICE: Hoi Naomie! Was er een moment in je leven dat je dacht: volgens mij gaat het niet helemaal goed hier, en dit moet anders?
Naomie Pieter: Ik denk dat ik dat altijd al heb gedacht. Ik ben een zwarte vrouw en queer, dus voor mij is er voortdurend een noodzaak geweest om me te verzetten.

Waarom dan precies?
Er zijn in Nederland maar weinig zwarte rolmodellen, je eigen geschiedenis wordt nauwelijks op school besproken en je wordt gediscrimineerd. Ik groeide op in een achterstandswijk met alleen maar mensen van kleur, terwijl daaromheen duurdere, witte woonwijken lagen. Dat verschil merkte je heel goed. Wij moesten altijd wegrennen voor de politie, omdat we anders zonder reden werden opgepakt. Al deze dingen zorgden ervoor dat ik constant het gevoel had dat ik er niet bijhoorde, of dat er geen plek voor mij was.

Hoe heeft je queer-zijn bijgedragen aan je activisme?
Ik was zestien toen ik me realiseerde dat ik niet hetero was. Dat was eigenlijk het eerste moment dat ik besloot om zonder pardon mezelf te zijn. Ik dacht: oké, nou, Jezus vindt hier wat van, mijn ouders vinden hier wat van, de maatschappij vindt hier wat van, maar fuck it, ik ga me niet aanpassen. Nu ik erover nadenk was dit misschien wel het moment waarop mijn activisme écht begon.

1564585358260-VICE_Pride2019_DesirevandenBerg__87A1916

Ik heb een aantal interviews van je gelezen en daarin heb je het over de Caribische traditie van seksualiteit. Waar gaat die over?
Dan heb ik het over de mati-cultuur in Suriname, en de kambrada’s in Curaçao. Daarbij hebben vrouwen intieme en seksuele relaties met elkaar, en soms tegelijkertijd ook met mannen. Dat laatste heeft meestal een economische reden, want mannen verdienen helaas nou eenmaal meer dan vrouwen. Maar het verschil met hier is vooral dat die vrouwen zichzelf niet als lesbisch identificeren. Ze hebben een minder rigide idee van seksualiteit. Dat betekent trouwens niet dat er geen homofobie is in de Surinaamse of Caribische cultuur.

Maar ook bij de inheemse bevolking van Noord-Amerika is er bijvoorbeeld de term ‘two-spirited’, die wordt gebruikt door mensen die non-binair zijn of meerdere genders uitdrukken. Mensen die zowel man als vrouw zijn en beide energieën vermengen. Daar haal ik inspiratie uit.

Wat voor invloed heeft die Caribische traditie van seksualiteit op jou gehad?
Ik besefte dat Nederland een behoorlijk binaire en biologische benadering van gender en seksualiteit heeft. Hier heerst bijvoorbeeld vooral het idee dat je man óf vrouw bent, en dus homo óf lesbisch – en je geslacht, dat biologisch is bepaald, bewijst dat. Je kan wel bi zijn, maar dat wordt vaak slechts als ‘fase’ gezien. En je kan wel trans zijn, maar dan moet je toch kiezen: ben je nou man of vrouw?

Ik ben Caribisch en in Nederland geboren en opgevoed, maar ik kon mezelf niet vinden in de vormen van seksualiteit die ik hier leerde kennen. Toch paste ik me aan. Eerst was ik dus bi, maar toen kreeg ik een vriendin en zij noemde me lesbisch. Dus ik dacht: oké, dat zal wel dan, ik ben lesbisch. Maar dat voelde ook beperkend. Daarna leerde ik over de mati-cultuur. Ik dacht: wow, wacht effe, mijn liefde voor vrouwen, dat komt niet van de Nederlandse cultuur af, en hoe de Nederlandse cultuur hierover nadenkt. Daarna ben ik alles weer gaan bevragen.

En nu noem je jezelf queer, in plaats van lesbisch of bi.
Ja, dat is allesomvattender. Ik dacht ook: als ik geloof dat gender een construct is en ik over mijn seksualiteit praat, dan kan ik niet zeggen dat ik lesbisch ben en alleen op cisvrouwen val.

Wat vind je dat er vooral goed mis gaat in Nederland?
Het beestje bij de naam durven noemen. Vooral politici vinden het eng om iets racisme te noemen als het gewoon racisme is. Zoals toen Klaas Dijkhoff en Mark Rutte het geweld bij de anti-zwarte-pieten-acties afgelopen november in Eindhoven geen racistisch geweld durfde te noemen. Het was eerder “buitensporig gedrag” van “aso’s of hooligans”. Ik vond het ook raar dat politici zo geschokt reageerden op dit geweld. “Gebeurt dit écht in ons land?” zeiden ze. Wij hadden zoiets van: “For real? Ja bitch, wij leven deze realiteit.”

Wat is er heel erg klote aan om een activist te zijn?
Dat je niet betaald wordt.

Sommige mensen vinden activisme en politieke correctheid de doodsteek van humor. Maak jij nog weleens een grapje, nu je activist bent?
Haha, ja, ik maak genoeg grapjes, maar ik hou wel gewoon rekening met dingen die gevoelig liggen.

Welke verandering zou jouw leven als activist nou een stuk makkelijker maken?
Een kantoor. Een plek om onszelf te organiseren als gemeenschap. Want een plek zou betekenen dat je erbij hoort: dat je er ook mag zijn, dat je ook ruimte mag innemen. En heel veel geld.

Heb je zin in de Pride?
Het is heel dubbel. Aan de ene kant ben ik heel blij met Pride. In Nederland hebben we natuurlijk een enorme luxe ten opzichte van landen waar homoseksualiteit illegaal is. Maar aan de andere kant is Pride ook superkut.

Waarom?
Het is zo commercieel en hypocriet. Hoe kan het CDA bijvoorbeeld meevaren als ze tegen het verbod op homogenezing hebben gestemd? Waarom vaart de politieboot mee als lhbt'ers zich niet veilig kunnen voelen bij de politie? En voor homoseksuele mannen die niet van kleur zijn is Pride makkelijk om te vieren, maar niet iedereen kan er even makkelijk zichtbaar zijn. Wat als je nog niet uit de kast bent, of heel kwetsbaar bent? Wat mij betreft mag die hele Canal Parade weg. Canal Parade zegt eigenlijk: “Hey kijk, dit is de realiteit van lhbt’ers! Wat fijn dat ze zichzelf kunnen zijn! En daar zijn we trots op!” Maar voor een heleboel mensen is dat helemaal niet zo.

Die worden bij wijze van spreken een uur later weer gediscrimineerd terwijl ze een kroketje bestellen in de snackbar.
Bijvoorbeeld, ja.

Laatste vraag: hoe kun je bondgenoot zijn van de zwarte queergemeenschap?
Heel simpel: door te beseffen welke voorrechten je hebt, op te komen dagen bij protesten en mee te doen met het echte werk. Ik doe aankomende zaterdag bijvoorbeeld mee met ‘We reclaim our Pride’, waarmee we demonstreren tegen racisme, transfobie, uitbuiting en uitsluiting. En in de avond vieren we Pon di Pride in de Melkweg.