Mijn leven als crustpunker
Foto's via Martine Blue
Film

Mijn leven als crustpunker

Martine Blue heeft haar leven als crust gebruikt als inspiratie voor haar film ‘Hunting Pignut’.
17.9.17

De kans is groot dat je bij de term 'crustpunk' meteen denkt aan stinkende dreadlocks en honden met korsten. Crustpunkers worden dan ook vaak met de nek aangekeken. Ze zijn vies en tegen het systeem. Ze verachten het kapitalisme en kiezen daarom voor een wat schraal alternatief.

Toen Martine Blue 24 was, verliet ze haar comfortabele bestaan om een crust te volgen waar ze verliefd op was. De acht jaar die volgden, leefde ze in kraakpanden, at ze uit vuilnisbakken, poepte in plastic zakken en reisde ze over de wereld met een hond. Aan de hand van haar ervaringen heeft ze nu een film gemaakt, Hunting Pignut.

We vroegen haar hoe het was om te leven zonder enig idee waar je volgende maaltijd vandaan moet komen, en waarom ze dat mist.

VICE: Hoe zou jij een 'crust' omschrijven?
Martine Blue: Voor mij is het een politieke ideologie met een vleugje hedonisme. Het gaat erom dat je geen baan hebt, geen duur appartement of huis maar in een kraakpand woont, ergens komen door te liften of op een goederentrein te springen, uit vuilnisbakken eten. Deze ideologie ziet tijd als belangrijker dan geld. Crusten zien er vaak viezig uit met veel patches op hun kleding. Haar kan alle kleuren hebben, of dreadlocks, of juist kaalgeschoren. Vaak hebben ze een hond.

Advertentie

Wat is de grootste misvatting over crusten?
Dat ze de hele tijd dronken en aan de drugs zijn. Of als je geld probeert te verdienen, dat je daar verkeerde dingen mee gaat doen. Soms moest mijn hond een injectie. Dan ging ik tapdansen om geld te verdienen. Mensen denken dat we alcoholisten zijn en dat we constant aan de heroïne zitten. Dat is niet zo. Over het algemeen kijken mensen op je neer.

Wat vonden je ouders ervan dat je een crust was?
Ze vonden het wel bij me passen. Ze maakten zich wel zorgen, maar ik was volwassen. Ze konden er weinig tegen doen. Ze dachten dat het een fase was die wel weer over zou gaan, en dat klopte. Maar toch heeft het me voor altijd veranderd. Het is nu een deel van wie ik ben. Ik hang niet meer op straat rond, want ik heb een huis, maar ideologisch gezien ben ik geen ander mens geworden.

Hoe zag een gemiddelde dag eruit als crust?
Ik ging tapdansen of muziek maken om geld te verdienen. Ik schreef veel, reisde rond, dronk bier en maakte lol. Als ik niet ergens in een kraakpand woonde, zocht ik een goed plekje om te slapen. Het duurde soms uren om een geschikte plek te vinden. Ik sliep vaak op daken, dat leek me veilig – ik wilde niet op straat slapen. Ik zocht eten in afvalcontainers. Ik trok rond door te liften en op goederentreinen te springen. Als je lift, duurt het drie keer langer voordat je op je bestemming bent en als je op een trein springt, kom je niet altijd aan op de plek waar je wil zijn.

Advertentie

Toen ik mijn eigen kamer had in een kraakpand, bouwde ik een bed. Ik had een koelkast en een gasfornuis. We hadden elektriciteit. We woonden gratis, terwijl de buren tweeduizend dollar aan huur betaalden. We vonden overal meubels op straat. Er zijn een heleboel rijke mensen in New York die hun koelkasten gewoon op straat gooiden omdat-ie niet mooi stond in hun nieuwe keuken. Ik had een busje dus we reden rond door de stad op zoek naar een werkende koelkast, die we vervolgens drie jaar gebruikten.

Het is maar net hoe je je tijd wil besteden. Je kunt gaan werken voor je geld, of je steekt je tijd in dingen zelf doen.

Is er een hiërarchie in de crust-cultuur?
Het is best egalitair, maar er was wel veel geweld. We dronken veel en een hoop mensen gebruikten drugs. Dan verlies je jezelf weleens. In het geweld was wel ook gelijkheid. Er was geen leider of zoiets, maar in een gevecht hadden de sterkere mensen wel het voordeel. We belden nooit de politie – dat was het enige dat niet oké was. We losten dingen zelf op, of het werd gewoon niet opgelost.

Hoe werden vrouwen behandeld?
Hetzelfde als mannen. Toen ik jonger was, repareerde ik altijd mijn eigen auto. Ik deed meer zelf dan nu. Nu heb ik een man en hij kan alles sneller dan ik, dus mag hij het doen. Ik had een instructieboekje van mijn busje. Als er iets kapot ging, regelde ik onderdelen en repareerde ik het zelf. Dat kostte ook veel tijd trouwens, je auto repareren. De vrouwen waren erg taai. We hadden veel vaardigheden die we niet hadden ontwikkeld als onze ideologie niet zo DIY was. Dat kwam voort uit noodzaak, want we hadden nooit geld.

Advertentie

Hoe zat het met seks?
Het leek een beetje op Hollywood – er waren veel mensen en er kwamen vaak mensen op bezoek. Veel van ons waren jong en knap. Sommige mensen waren bijzonder knap. Mensen deden het veel met elkaar en relaties duurden nooit lang, omdat er altijd wel een knapper, interessanter persoon was. Toen ik in een kraakpand woonde, had ik drie jaar een vriend. Ik was nooit lang single. Ook waren er orgies en triootjes. Dat hoort er een beetje bij als je zoveel drank en drugs gebruikt.

Voelde je je wel veilig?
Er waren geen regels of wetten. Alles was toegestaan. Ik voelde me niet altijd veilig, soms werd het gewelddadig. Maar ik werd als kind veel gepest, dus ik had al een dikke huid ontwikkeld en dat trok me ook aan tot de crust-scene. Ik deed aan vechtsport, dus ik kon goed vechten. Ik kreeg een reputatie als vechtersbaas.

Als ik alleen was met mijn hond, deed ik soms domme dingen. Ik ging alleen liften door de Zuidelijke staten. Ik ben een paar keer in een auto gestapt waarna ik dacht: dit is dom. Waarom ben ik hier? Je stapt in bij een enge, dikke vrachtwagenchauffeur. Dan zit je vast in die vrachtwagen. Als ik in een domme situatie terechtkwam, was het wel altijd mijn eigen schuld.

Hoe werd je behandeld door 'normale mensen'?
Mensen keken naar je in winkels alsof je iets ging stelen. Dat deden we ook weleens, dus ze hadden ergens wel een punt. Mensen gingen ervan uit dat we drugs gebruikten en je kreeg het idee dat mensen op ons neerkeken. In New York waren mensen aan ons gewend, omdat we nou eenmaal deel uitmaakten van de Lower East Side. We hadden een kinderbadje dat we opbliezen op warme dagen. Dan zaten we voor het kraakpand in dat badje bier te drinken. Een stel vieze krakers in een kinderbadje op de stoep. Mensen uit de buurt kwamen langs en kochten bier voor ons.

Wat deed je besluiten om het crustenbestaan op te geven?
Toen ik dertig werd, wilde ik terug naar Canada om naar school te gaan. Ik ging vlak na 11 september. Veel van mijn vrienden waren bang voor de staat van beleg, ze gingen naar het Zuiden of naar een hutje ergens in Vermont om veilig te zijn. Ik kon New York niet verlaten zonder mijn hond in een vliegtuig te stoppen. In Canada kan je je hond gewoon in een doos stoppen en hem meenemen in een trein, maar in Amerika mag dat niet. Ik zat dus vast. Gelukkig kon ik meerijden met vrienden die naar Vermont gingen. Ik werd afgezet op de grens.

Je bent nu getrouwd en je woont in je eigen huis. Denk je dat je oude vrienden je nu een sellout vinden?
We zijn nu allemaal ouder en wijzer. We denken anders over dingen. Ik zit nog steeds in de scene. Mijn man en ik hadden een screening van mijn film Hunting Pignut (die over de crustenscene gaat) ergens in een Zuidelijke staat en onderweg bezochten we een hoop vrienden die ik al twintig jaar niet had gezien. Veel van hen waren hetzelfde als wij – we woonden op het platteland, groeiden op en werden volwassen. De grote test voor mij wordt de screening in het oude kraakpand waar ik woonde waar een heleboel vrienden de film te zien krijgen. Of ze het nou leuk vinden of niet, hoop ik dat ze het idee hebben dat het een eerlijke film is.

Ik geloof niet dat ik een sellout ben. Ik ben nog steeds een arme onafhankelijke filmmaker. Ik schraap alles bij elkaar om mijn film te kunnen vertonen. Ik wil de liefde en de kunst laten zien, maar ook andere aspecten, zoals het geweld. Ik wilde laten zien hoe leuk en prachtig het was om in die wereld te zitten.

Veel van mijn vrienden zijn overleden door drugs, vooral heroïne. Dat is het ergste. Sommige van mijn vrienden hebben last van de gevolgen van hun drugsgebruik, dus ook als ze niet sterven, kunnen ze er nog steeds slecht aan toe zijn. Je kan mensen niet tegenhouden als ze verslaafd zijn. Dat was de nare kant ervan – het was vrij en leuk, maar je had ook die duistere kant.