Als nachtburgemeester was Mirik Milan misschien zelfs wel iets té kosmopolitisch

Maar hij heeft Amsterdam als creatieve stad ontegenzeggelijk op de internationale kaart gezet.
26.2.18
Mirik Milan

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: het is fijn dat Amsterdam qua nachtbeleid niet afhankelijk is van een afdeling ambtenaren die zelf voor het laatst ging stappen in de tijd dat het bier op maandag bij Dansen Bij Jansen een gulden was en nachtcafé De Buurvrouw nog een pooltafel had. Dat is voor een groot deel te danken aan Mirik Milan, die in 2012 nachtburgemeester werd en afgelopen weekend plaats maakte voor een opvolger. In de afgelopen zes jaar professionaliseerde hij de functie: eerst was het nachtburgemeesterschap vooral ceremonieel, nu is het een zelfstandige, onafhankelijke stichting die partijen bij elkaar brengt en invloed uitoefent.

Zijn belangrijkste wapenfeit als nachtburgemeester zijn de 24-uursvergunningen geweest: clubs die een creatieve toevoeging zijn voor het nachtleven, krijgen hierdoor recht op ruimere openingstijden. De winst van die vergunningen zit ook in de manier van denken die erachter schuilt. Mirik Milan hamerde erop dat horeca die langer openblijft voor minder hinder zorgt, wat ook uit de evaluaties bleek. In zowel de landelijke als de gemeentepolitiek heerst nog vaak het idee dat repressie voor minder overlast en criminaliteit zal zorgen. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij softdrugs, terwijl het huidige gedoogbeleid ineffectief is en bij volledige legalisering de criminaliteit waarschijnlijk afneemt. Dat Milan de gemeente kon overtuigen van een vrijzinniger beleid, zorgde ervoor dat de focus kon worden gericht op het ontwikkelen van creatieve initiatieven. Dat kan ook andere sectoren inspireren.

Dat steeds meer steden (zoals Toulouse, Zurich, Pittsburgh, Londen en Parijs) in navolging van Amsterdam een nachtburgemeester installeerden, laat zien dat Milan het idee wereldwijd goed heeft verkocht. En laten we wel wezen, in Londen, waar in de periode 2011-2016 de helft van de clubs haar deuren sloot, is iemand die de lokale autoriteiten en de clubs bij elkaar brengt bepaald geen overbodige luxe. Een nachtburgemeester – of in het geval van Londen, een ‘night czar’ – spreekt de taal van de nacht, maar heeft ook genoeg tijd om uit te vinden hoe het ambtelijk apparaat in elkaar zit en welke mogelijkheden lokale wetgeving biedt. Dat is zeker handig in een metropool als Londen, die met al haar deelbesturen onoverzichtelijk is ingericht.

Maar niet alles was een succes. Vorig jaar interviewde ik Mirik Milan uitgebreid voor een stuk over 24-uursvergunningen. Tijdens dat gesprek wees hij op een ander deel van het vergunningsbeleid: het aanvankelijke idee was dat de helft van de vergunningen naar clubs zou gaan en de andere helft naar non-dance-gelegenheden (een 24-uurssportschool of -restaurant, bijvoorbeeld). Daarover zei hij: “We kunnen er eerlijk over zijn: dat is gewoon mislukt.” Toch is het aanjagen van een 24-uurseconomie wel een van zijn speerpunten geweest. Zoals Het Financieele Dagblad in 2014 over hem schreef: “Hij wil Europa veroveren met zijn idee dat de werkdag nooit voorbij is.”

Ik vraag me af of het stimuleren van een 24-uurseconomie überhaupt wel prioriteit zou moeten zijn. Dat is dan ook mijn voornaamste kritiek op zijn tijd als nachtburgemeester. Hij heeft de kosmopolitische kant van het nachtleven enorm belicht: van internationaal toonaangevende clubs tot het promoten van de functie nachtburgemeester op conferenties in wereldsteden. De andere, minder sexy kant van de medaille heeft hij minder aandacht gegeven. Bijvoorbeeld de mensen die ‘s nachts werken. De portiers, barkeepers, glazenhalers, schoonmakers, snackbarhouders en taxichauffeurs die tegen een klein inkomen ervoor zorgen dat bankiers, marketeers en makelaars een goede nacht hebben. Hoe zorg je ervoor dat zij meer profiteren van het feit dat Amsterdam als uitgaansstad op de kaart is gezet?

Ik snap dat een nachtburgemeester geen vakbondsleider is, maar iets meer aandacht voor het wat minder florissante sociaaleconomische aspect van de nacht, zoals de ‘maire de la nuit’ van Toulouse dat wel heeft, had geen kwaad gekund. Als je het over een sociaal nachtleven hebt, lijkt mij dat je niet alleen moet kijken naar de consument, maar ook naar de werkomstandigheden van de groep die nacht-in nacht-uit om een uur of zeven z’n bed in strompelt. Bij ondernemers zal het vast geen populaire gedachte zijn, maar je zou kunnen kijken naar een herziening van de horeca-cao, waarin vrijwel alle functies geen recht hebben op een toeslag bij nachtwerk. Terwijl het type werk toch veel gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Ook voor zo’n onderwerp kun je als nachtburgemeester mensen bij elkaar brengen.

Een tweede kritiekpunt is dat Mirik Milan vooral een danceburgemeester is geweest. De 24-uursvergunningen hebben ook in het centrum tot ruimere openingstijden geleid, zodat ook bijvoorbeeld cafés rondom het Rembrandtplein langer open mogen zijn. Maar uiteindelijk maken de meeste rock- pop- en hiphopavonden daar niet echt gebruik van – voor hen is vier of vijf uur een prima sluitingstijd. Maar kleine nichehorecazaken die zich op die genres richten hebben zo hun eigen problemen – neem bijvoorbeeld hiphopcafé De Duivel of bluescafé Maloe Melo die beiden met met sluiting bedreigd werden, respectievelijk vanwege veiligheid en geluidsoverlast.

Dit soort kleine zaken die zich op een select publiek richten geven de stad kleur. Als nachtburgemeester zou je meer kunnen doen om voor dat soort niet-dance-gelegenheden een structurele oplossing te bieden. Gezien de steeds hogere huren kan het voor kleine ondernemers onbetaalbaar zijn om de zaak te verbouwen – ook al is het noodzakelijk, bijvoorbeeld om aan geluidseisen of veiligheidseisen te voldoen. In Frankrijk kunnen onafhankelijke boekhandels een verbouwsubsidie aanvragen – dat versterkt hun positie tegenover de grotere spelers op de markt. Zo’n regeling zou de variatie in nachtelijk Amsterdam kunnen waarborgen (ik kan me voorstellen dat het Cruquiusgilde er ook blij mee was geweest).

Pas in zijn laatste jaar heeft Mirik Milan zich duidelijker uitgesproken tegen discriminatie en voor inclusiviteit en diversiteit. Naar eigen zeggen vanwege gebrek aan tijd en financiering. De eerste twee jaar werkte hij vrijwillig twee dagen per week, later kwam er een stichting die zowel door de gemeente als ondernemers wordt gefinancierd. Laten we hopen dat het werk – zeker wat betreft de professionalisering van de functie – van Mirik Milan ervoor zorgt dat de nieuwe nachtburgemeester van onderwerpen als racisme, seksisme, homofobie en transfobie wel gelijk speerpunten kan maken. Daarnaast hoop ik dat er meer aandacht komt voor de minder sexy kant van de nacht: de werkomstandigheden. Want ook verbetering daarvan is essentieel voor een sociaal en inclusief nachtleven.