Yannis Philippakis interview 2019
Alle foto's door Jake Lewis

Foals danst dronken het einde van de wereld tegemoet

Ik sprak zanger Yannis Philippakis in zijn flat over hun nieuwe album en zijn zeepverzameling.
Ryan Bassil
London, United Kingdom
JL
foto's door Jake Lewis
12.3.19

Er kan veel gebeuren in tien jaar. En nog meer als je helemaal teruggaat naar de allereerste singles van Foals, zoals het euforische Hummer en het b-kantje, Astronauts and All, uit 2007. Maar ondanks dat is de band van leadzanger Yannis Philippakis nog altijd volop aanwezig, als een stevig schip dat koers zet in troebel water.

Dat wil niet zeggen dat ze gedateerd zijn. De inmiddels vierkoppige band werd twee keer genomineerd voor de Mercury Prize (voor Total Life Forever uit 2010 en Holy Fire uit 2013), kreeg een Ivor Novello Award (voor Spanish Sahara) en vormde het hoogtepunt op meerdere grote festivals – en dat lang nadat ze voor het eerst interesse hadden gewekt in de muziekwereld. Foals probeert zichzelf constant opnieuw uit te vinden en te definiëren, en tegelijkertijd dicht bij zijn eigen kern te blijven.

“Doordat we tussen elk album in zulke grote sprongen hebben gemaakt, hebben we het onszelf ook wel moeilijk gemaakt,” zegt Philippakis als we elkaar ontmoeten in de woonkamer van zijn appartement in Zuid-Londen, waar hij woont met zijn vriendin. We zijn hier om het te hebben over hun nieuwste album, Everything Will Not Be Saved Part 1. Al ben ik, nu we hier zitten, vooral gefascineerd door de uitgebreide verzameling aan spullen die Philippakis thuis heeft staan, van een protserige rode koelkast tot een, eh, lang Tibetaans zwaard, bedekt met haaienhuid. En door de zwart-witte kat die hij tijdens ons hele interview aan het aaien is.

Aangezien de zanger Engels heeft gestudeerd aan Oxford – maar daar na zijn eerste jaar mee stopte om zich volledig op de band te richten – is het niet verrassend dat er veel boeken in zijn woonkamer te zien zijn. Een greep uit zijn favorieten: een vroege editie van Naakte lunch van William Burroughs, een dichtbundel van Mary Ruefle (die hem op de been hield bij een paar tours, toen hij “op het punt stond om door te draaien”) en een dikke bundel met traditionele Griekse liederen. Philippakis is zelf geboren in Griekenland, als zoon van een Griekse vader en een Zuid-Afrikaanse moeder. Ook zie ik talloze albums, van bijvoorbeeld Arthur Russell en Glen Branca. En dan te bedenken dat hij er onlangs nog tweeduizend heeft weggegooid.

“Ik heb ook vrij veel zeep,” voegt hij er nog aan toe. “Ik koop weleens eau de cologne, en bij sommige winkels waar ik die haal geven ze er ook zeep bij. Inmiddels heb ik behoorlijk wat stukken zeep verzameld.” Hij overdrijft niet, want in de badkamer zie ik minstens acht dozen met zeep liggen, uiteenlopend van zeewier- tot een groot blok op asbasis. “Als er brand uitbreekt zou ik wel eerst andere spullen redden. Mijn vaders instrumenten bijvoorbeeld,” zegt hij terwijl hij naar de verzameling bij de open haard wijst. “En op mijn kamer hangt een schilderij dat ik van mijn oma heb gekregen, die van dat rokende jongetje. Die zou ik ook redden. En twee shirts die van mijn opa zijn geweest. En nog een paar planten.”

Yannis Phillippakis interview 2019

We hebben allebei al een paar drankjes op. Omdat we op Foals’ PR-man moesten wachten hadden we al een biertje in de pub om de hoek gedronken, en daarna dronken we verder uit Philippakis’ indrukwekkende drankkast en uit de tas met drank die de PR-man plichtsgetrouw voor ons had meegenomen. De band heeft altijd bekendgestaan om zijn hedonisme (ik zie nog goed voor me hoe hun gitarist, Jimmy Smith, tijdens een festival op het podium moest kotsen), en op dat vlak lijkt er weinig veranderd te zijn. Als mijn fotograaf op een gegeven moment moet niezen, vraagt de PR-man droogjes of hij soms de vorige avond bij de afterparty was van de Brit Awards. En ik zou zweren dat ik Philippakis zachtjes heb horen zeggen dat hij “boven nog wel wat M heeft liggen.”

Het hedonisme, de korte mouwen en het baardje mogen dan nog wel intact zijn, maar Philippakis is vanbinnen ongetwijfeld een ander persoon dan tien jaar geleden. Dat geldt ook voor Foals als band. “Ik was toen enorm bang dat Foals het eerste, gehypete jaar niet zou overleven,” zegt hij. “Ik denk dat als de 22-jarige versie van mij naar deze 32-jarige versie zou hebben gekeken, hij gedacht zou hebben: je bent oud en hebt vijf albums uitgebracht – maar geen enkele band maakt nog goede muziek op het vijfde album. Zoiets zou ik hebben gezegd. Ik was echt een sukkel geweest.” En hoe voelt hij zich nu, nu hij echt 32 is? “Ik ben oprecht nog steeds heel enthousiast over wat we doen, en ik heb niet het gevoel dat we onze edge kwijtraken.”

Dit nieuwe album staat hoe dan ook voor een nieuwe bladzijde in het verhaal van de band. Het is de meest directe muziek die de groep heeft geschreven, met een thematiek die duidelijk over de staat van de wereld gaat. Daarover gesproken: in een artikel van BBC News uit 2016 klonk Philippakis alsof hij achter de Brexit stond. Hoe denkt hij daar nu over? “Ik denk dat het een verkeerde keuze zou zijn als Groot-Brittannië de EU zou verlaten,” zegt hij. “Het referendum heeft allerlei duisternis die onder het oppervlak van onze samenleving lag naar boven gebracht. Toen ik destijds die vraag kreeg, was de situatie nog niet zo gepolariseerd als nu.”

Zijn antwoord was misschien ook beïnvloed door zijn Griekse achtergrond, geeft hij toe. “In Griekenland heerst over het algemeen ook de overtuiging dat Europa een onderdrukkende macht is. Griekenland is genadeloos behandeld. Ik zie de EU zelf ook niet als iets perfects, zoals elke grote machtsstructuur heeft het een duistere kant. Maar dat gezegd hebbende: voor Groot-Brittannië denk ik dat het beter is om te blijven – en dan spreek ik vanuit mijn Britse kant.”

Everything Not Saved Will Be Lost is verder geen album over de Brexit, maar gaat wel over de tijd waarin we leven. “De gevaren waar we voor staan overstijgen politieke partijen, landsgrenzen en het individu,” zegt Philippakis daarover. “We zitten in een nieuwe situatie, waarin de acties van een individu niet genoeg zijn om onze omvangrijke problemen op te kunnen lossen.”

Hij schreef het album in Zuid-Londense bars als Skehans (waar we later heen zouden gaan om de rest van de band te ontmoeten), met een biertje in één hand, en een pen in de ander. Philippakis vertelt dat hij telkens dezelfde elementen tegenkwam die tijdens het schrijven rond zijn hoofd zweefden. “Wat mij bang maakt is hetzelfde als wat jou bangmaakt, toch? Je kan geen krant of nieuwswebsite openen zonder om de oren geslagen te worden met uitstervende bijen, de ineenstorting van het milieu, biodiversiteitsverlies… het feit alleen al dat er een eiland van plastic ter grootte van Frankrijk in de Stille Oceaan drijft. Ik word er gewoon verdrietig van.”

“Ik wilde overbrengen hoe het voelt als je hele generatie in de steek wordt gelaten,” gaat Philippakis verder. “Het ontmoedigende gevoel van al die grote beslissingen die wij op onze schouders dragen.” Dat wordt misschien wel het beste gevat op het voorlaatste nummer, Sunday. Het refrein gaat specifiek over die generatiekloof, en het gebrek aan sterke leiders. “ All is said and all is done / Our fathers run and leave all the damage / they’ve done behind left us with the blind leading the blind,” zingt Philippakis daarop.

Het is zeker geen traag album. Sterker nog, het is misschien wel het meest dansbare, gelaagde en luide Foals-album tot nu toe. “Ik wilde niet dat het een zware luisterervaring zou zijn, maar juist dat mensen er wat troost in kunnen vinden,” zegt Philippakis. “En dat het mensen zou aanzetten tot nadenken.” Neem een nummer als In Degrees. “Ik vond het interessant om een nummer te maken dat gespeeld kan worden op de dansvloer, en mensen samen kan brengen, maar tegelijkertijd gaat over de afbrokkeling van oprechte menselijke communicatie. Dat is de paradox. Al hoop ik natuurlijk vooral op dat eerste,” zegt hij, duidelijk enthousiast over het vooruitzicht om nieuwe muziek live te kunnen spelen.

Het nummer is een samensmelting van een club-vriendelijke versie van Foals, gitaarbands uit de jaren tachtig als Talk Talk of Talking Heads, overgoten met een hallucinogeen, geestverruimend kleurenpalet. Je kunt het hieronder luisteren, of in deze live-opname bij Kew Gardens.

Op de avond voordat Everything Not Saved Will Be Lost wordt uitgebracht, woon ik een optreden van de band bij. Zeker als je bedenkt dat ze in 2017 nog de headliner waren op het Citadel-festival in Londen en de co-headliner op Reading & Leeds in 2016, is de locatie waar ze vanavond spelen – EartH in Oost-Londen – relatief klein en knus. Veel dichter bij de huisfeestjes waar de leden van Foals groot zijn geworden kunnen fans waarschijnlijk vandaag de dag niet meer komen. Flink wat mensen zijn aan het crowdsurfen, het energieniveau ligt hoog, ze spelen nummers uit hun gehele oeuvre, en bij klassieker Two Steps, Twice van hun debuutplaat Antidotes springt Philippakis op de bar om twee shotjes achterover te slaan.

Er is ook een afterparty op de bovenverdieping van dezelfde locatie. Het is hier wat exclusiever – ik spot Felix White van The Maccabees, dj Greg James van BBC Radio 1 en regisseur Nabil Elderkin, die muziekvideo’s gemaakt heeft voor zowel Foals als Kanye West en Frank Ocean. Ondanks de open bar en de gastenlijst, voelt het als een bescheiden feest. De bandleden lopen rond, maken praatjes en hebben het duidelijk naar hun zin. Het doet een beetje denken aan Philippakis’ clubavond in Zuid-Londen van vorig jaar, waar verschillende muzikanten kwamen optreden en chillen, en aan het einde van de avond alle muziek op vinyl werd gedrukt.

Hoe groot Foals ook is worden, de bandleden zijn nooit te ver afgeweken van hun essentie: spontane, gewaagde en luide muziek maken, en bereid zijn om dat van dichtbij met fans te delen. Met hun vijfde album betreden ze een nieuwe fase in hun carrière, met een schone lei en een sprong voorwaarts – een indrukwekkende zet voor een band die in eerste instantie onlosmakelijk verbonden leek aan de tijd rond 2008. Foals heeft zichzelf continu opnieuw uitgevonden, zijn eigen geluid gemaakt, en groeide met iedere nieuwe release weer een stukje verder.

“We hebben het aan onze volharding te danken dat we nog bestaan,” zegt drummer Jack Bevan in de rookruimte van Skehans. Hun ongeëvenaarde doorzettingsvermogen en toewijding zouden best weleens de wereld kunnen overleven. En zo niet? Dan hebben ze in ieder geval hun sporen nagelaten. Dit is een van de platen die gedraaid zal worden terwijl we onze ondergang tegemoet dansen.

Yannis interview 2019

Dit artikel verscheen eerder op Noisey UK.