Advertentie
Identiteit

Je hebt het recht om dik te zijn

Lees hier een fragment uit het nieuwe boek van Virgie Tovar, ‘You Have the Right to Remain Fat,’ over hoe het haar lukte om het idee dat ze ooit dun moet worden los te laten.

door Virgie Tovar
17 augustus 2018, 9:09am

Foto door en eigendom van Andria Lo 

Schrijver en activist Virgie Tovar groeide op als een dik meisje. Van kleins af aan had ze het idee dat ze daar iets aan moest veranderen, maar sinds het haar is gelukt om haar lichaam te accepteren zoals het is, is het haar missie geworden om ervoor te zorgen dat anderen dit ook voor elkaar krijgen. Inmiddels is ze gespecialiseerd in het vernietigen van de ongezonde dieetcultuur. Ze helpt mensen van hun haat voor vet af, en bestrijdt de morele oordelen die eten met zich meebrengt. Haar nieuwe boek, ' You Have the Right to Remain Fat' , kwam eerder deze week uit. Het boek staat vol verfrissende kritiek en herkenbare persoonlijke verhalen. Hieronder lees je een stuk uit dit nieuwe boek – het hoofdstuk ‘In the Future, I’m Fat’ om precies te zijn.

Ik schrijf fantastische advertenties voor mezelf. Eigenlijk weet ik ook wel dat het tijdperk van de advertentie al lang verleden tijd is, maar ik heb altijd een fascinatie gehad voor het idee dat mijn eerste interactie met iemand taalkundig in plaats van visueel is. In een wereld vol digitale romantiek wordt taal enkel op een pragmatische en resultaatgerichte manier gebruikt. Mensen richten zich op statistieken, metingen, wensen, doelen en hobby’s. Mijn advertenties daarentegen lijken in niks op deze lijstjes, maar hebben nog het meest weg van een ellenlang manifest waarin ik zo’n beetje alles wat je over me moet weten boven water haal. De afstandelijke kilheid die ik tijdens de date uitstraal, wordt gecompenseerd door de intieme inhoud van wat ik voorafgaand aan de date heb geschreven.

Ik heb gemerkt dat mannen in San Francisco over het algemeen enorm geïntrigeerd zijn door mijn advertenties. Blijkbaar spreekt mijn taalgebruik enkel mensen in bepaalde regio's aan, want als ik op reis ben en dezelfde tekst plaats, krijg ik vaak e-mails met retorische vragen als: “Wat is er mis met jou?” In mijn advertenties vertel ik niet alleen waar ik woon en wat ik leuk vind, maar ook dat ik een passie heb voor nagellak, jasmijn en gardenia’s, tiramisu en cheesecake, over geuren die me aan bepaalde herinneringen doen denken, hoe mijn gezicht eruitziet als ik net wakker ben, en het feit dat ik niet in staat ben om echte intimiteit te ervaren, maar wel veel tijd besteed aan oppervlakkige en makkelijk te verkrijgen intimiteit. Intimiteit zoals je die alleen ziet tussen twee vreemden die er plezier aan beleven om één keer seks met elkaar te hebben.

In 2014 schreef ik zo’n soort advertentie, waarmee ik een wel heel enthousiaste man aantrok, die arts bleek te zijn. Toen we een paar e-mails uitgewisseld hadden, vroeg hij me om mijn “toestemming” om me “op agressieve wijze na te mogen jagen.” Hij klonk als een regelrechte psychopaat, dus mijn interesse was meteen gewekt. Uit ervaring weet ik dat mannen met een traditionele baan vaak niet zo snel loslaten wat voor werk ze nou precies doen. Pas toen we in een Peruaans restaurant op krokante octopustentakels zaten te kauwen, kwam ik er dan ook achter dat hij onderzoek naar obesitas deed.

Hij praatte er snel overheen door te zeggen dat hij een groot fan was mijn werk. De hele situatie was verschrikkelijk verwarrend. Gelukkig ben ik dol op dit soort buitenbeentjes die mijn YouTube-video’s hebben bekeken, waarin ik in mijn slaapkamer laat zien hoe je haaraccessoires kunt maken van tuinversieringen, of iedere outfit sletterig kunt maken met niets meer dan een schaar en de wil om al je waardigheid overboord te gooien. Toch weet ik niet precies waarom ik halverwege die date niet meteen het restaurant uit ben gevlucht. Misschien was ik niet woke genoeg om te beseffen waar hij als persoon voor stond. Misschien vond ik waar hij als persoon voor stond juist wel interessant. Of misschien vergaf ik hem voor het feit dat hij mensen zoals ik als bizarre onderzoeksobjecten zag, omdat hij zelf ook dik was.

Hij had een interessant verhaal. Hij vertelde me dat hij zichzelf altijd had gezien als iemand die simpelweg te veel at. Hij zei dat-ie van eten hield en veel at, maar het grootste deel van zijn leven dun was geweest. Toen hij 35 was, veranderde dit onverwachts: aan zijn levensstijl veranderde er niks, maar om een of andere reden veranderde hij ineens in een dik persoon.

Tijdens de date vroeg hij me: “Zou jouw leven niet een stuk makkelijker zijn als je dun was?”

Het antwoord op deze vraag is simpel: nee.

Mijn leven zou niet makkelijker zijn als ik dun was. Mijn leven zou daarentegen wel een stuk makkelijker zijn als onze samenleving niet zo’n onontkoombare drang had om me te onderdrukken omdat ik dik ben. We kunnen nog zo ons best doen om die onverdraagzaamheid tegemoet te komen, maar dat is niet de oplossing voor het probleem. We moeten gewoon van die onverdraagzaamheid af.

Als ik aan mijn toekomst denk, zie ik mezelf als een dik persoon. Het heeft echter lange tijd geduurd voordat ik dat punt bereikte. Jarenlang weigerde ik te accepteren dat ik misschien wel voor altijd dik zou blijven. De afkeer die veel mensen voor overgewicht voelen zat ook zo diep in mij verankerd, dat ik het idee had dat mijn leven nutteloos was als er nooit een dag zou komen waarop ik eindelijk dun zou zijn. Het voelde alsof ik de goede dingen in het leven niet verdiende, vanwege mijn gewicht. Zoals bij zoveel vrouwen zat ook mijn kledingkast propvol kleding die ik niet paste. Niemand mocht foto’s van me nemen, en als dat wel gebeurde zorgde ik ervoor dat ze in honderd stukjes in de vuilnisbak belandden. Het feit dat je geen toekomstbeeld van jezelf kunt zien, komt voort uit het idee dat er simpelweg geen plek voor je is in de cultuur waarin je leeft. De toekomst draait blijkbaar toch vooral om het heden.

De hele aantrekkingskracht van de dieetcultuur is dat je je leven in de toekomst leidt. De toekomst is een hermetisch afgesloten stukje onwerkelijkheid, waarin de beperkingen van het heden niet gelden. De toekomst voelt bijna magisch aan, terwijl het heden rommelig en bezweet is, vervuld van verlangen en soms woede of verdriet. In het heden bestaat je lichaam in al haar onvolmaaktheid, wat het pijnlijk echt maakt.

De toekomst laat zien dat het anders kan.

Mijn obsessie met het idee dat ik in de toekomst ooit dun zou zijn, had te maken met het verlangen om uit mijn lichaam te stappen. Ik wilde me volledig kunnen loskoppelen van mezelf, van het heden en van mijn lichaam. In het verhaal dat ik over mijn toekomst had bedacht, was ik zelf de auteur van mijn leven. Ik verlangde naar om het gevoel dat dit alles aan mij toebehoorde, maar ik had geen idee hoe ik dat punt kon bereiken, doordat onze cultuur – die zo vervuld is van haat tegenover vrouwen en dikke mensen – me emotioneel zo had afgemat.

Ik had het idee dat ik het auteurschap over mijn leven kon verdienen door mee te gaan in wat er van me werd verwacht, dus slingerde ik mijn emotionele zelf uit het heden de toekomstige tijd in. Het was een prachtige tijd met alle dingen waar ik naar verlangde, maar die ik in het heden voor mijn gevoel niet verdiende omdat ik geen ‘goed’ lichaam had. Ik schrapte mijn ware zelf met grof geweld uit het verhaal, door me altijd te concentreren op de toekomst. In de toekomst was er alleen plek voor mensen die wisten hoe ze zich succesvol moesten aanpassen aan onze cultuur. In mijn ogen was dat niet per se iets goeds of slechts. Het was simpelweg de realiteit, in tegenstelling tot mijn dikke zelf, wat niet meer dan een soort tussenruimte was die ik tijdelijk in beslag nam. Ik richtte mijn verleden en alles wat op mijn falen wees ten gronde: mijn ongedisciplineerde lichaam, mijn gebrek aan vrouwelijke sierlijkheid, mijn onvermogen om te voldoen aan een wit ideaalbeeld, mijn woede, en het feit dat het me niet lukte om op te gaan in de Amerikaanse cultuur. Op dat moment dacht ik er niet zo over, maar nu ik erop terugkijk, is dit wat het is.

Ik overtuigde mezelf ervan dat ik in de toekomst vrij zou zijn, omdat ik dun zou zijn. Maar ik had het mis. In de toekomst die ik me voorstelde was ik helemaal niet vrij. Integendeel zelfs. Een toekomst waarin de collectieve vrijheid en het doorbreken van onderdrukking niet centraal staat, is niet het soort toekomst waar je over zou moeten dromen. In de toekomst die ik me voorstelde had ik geen last meer van de haat tegenover dikke mensen, want ik zou er dun zijn. Maar ik realiseerde me niet dat het niet de haat was die verdween. Ikzelf verdween. Het fantasievolle verlangen naar een dun lichaam werd een manier voor me om de onderdrukking die me zo verschrikkelijk sloopte iets draaglijker te maken. Ik zag niet in wat er mis was met het feit dat iemand – laat staan een hele cultuur – me zo zou kleineren dat ik zelf uiteindelijk ook zou gaan geloven dat er iets mis met me was, dat ik moest veranderen. Het kwam nooit in me op dat de standaard waaraan ik probeerde voldoen gewelddadig was, en dat altijd is geweest. Ik dacht dat ik een leven zonder onderdrukking kon verdienen, maar nu pas besef ik dat niets minder waar is. Ik was mijn recht op vrijheid en een leven zonder onderdrukking uit het oog verloren. Ik was vergeten dat die dingen altijd mijn recht zullen zijn – ongeacht de vorm van mijn lichaam.

Je kunt vrijheid niet verdienen door aan andermans verwachtingen te voldoen – je kunt je vrijheid alleen opeisen als je begrijpt dat het eigenlijk al lang van jou was.