Vrouw met make-up en bontkraag
Foto door Muna Mire
Identiteit

Hoe make-up me hielp om met de dood van mijn broertje te dealen

De dikke lagen make-up die ik op m'n gezicht smeerde schepten een soort afstand, waardoor ik me veiliger voelde.
27.8.19

De week nadat mijn broertje overleed in 2016, werd ik elke ochtend om vijf uur wakker omdat het zo heet was – het was middenin de zomer. Wakker worden is sowieso geen pretje als je net iemand bent verloren. Je brein is er nog niet in geslaagd om dit vreselijke verlies in je dagelijkse systeem te verwerken, waardoor je elke ochtend opnieuw geconfronteerd wordt met de harde werkelijkheid. Je beseft dat er iets vreselijks is gebeurd. Het lukte me niet om daarna weer in slaap te komen.

Ik sleurde mezelf uit bed en waggelde als een zombie naar de badkamer, waar ik zag hoe een stel dikke bromvliegen buiten tegen het raam aan botsten – een hopeloze vlucht die ze bleven herhalen. Ik vond het de perfecte metafoor voor hoe ik me voelde. Ook ik moest opnieuw een weg zien te vinden. Het was in het gezelschap van deze vliegen dat ik aan een nieuw ritueel begon om deze loze ochtenduurtjes te doden: mijn gezicht van eindeloos veel make-up voorzien.

Als eerste waste ik mijn gezicht twee keer met een toner – soms deed ik er ook nog een maskertje bij. Daarna pakte ik mijn make-uptas, installeerde ik me voor de tv en deed ik tot wel een uur lang make-up op, hoe vaker ik het deed hoe overdadiger het werd. Na afloop zag ik eruit als een snoepwinkel.

De eerste keer dat ik echt tekeer ging had ik felrode oogleden, gigantische eyeliner-wings, donkerpaarse lippen en zilverachtige highlights. Ik voelde iets van een emotioneel evenwicht wanneer mijn gezicht er ineens net zo idioot uitzag als hoe ik me vanbinnen voelde. Mijn opgemaakte gezicht voelde als iets waar ik me aan vast kon klampen in een wereld waarin niks meer klopte. Het werd al snel een dagelijkse gewoonte, een afleiding van mijn verdriet en de illusie dat ik controle over de situatie had. Als ik vervolgens naar buiten ging, werd ik meestal wel door mensen aangestaard. Begrijpelijk, want zelfs voor New Yorkse begrippen zag ik er opvallend uit. Ik hield van de aandacht. Ik voelde me zo gepijnigd dat ik wilde dat mensen – zelfs vreemden – zouden stoppen en naar me zouden kijken. Kijk naar me en erken dat het niet helemaal goed gaat. Begrijp je dat? Zie ik er vreemd genoeg uit? Verdriet geeft je het vertrouwen om gebruikelijke beleefdheidsconventies in het openbaar volledig links te laten liggen. Het werd een spel voor me. Kijk me aan, maar waag het niet om tegen me te praten. Ik heb nog nooit zoveel mensen genegeerd in mijn leven. Het viel me op hoe verbaasd mensen ineens leken doordat ik niet naar ze glimlachte om ze gerust te stellen. Ik stond daar nooit zo bij stil.

Sommige mensen reageerden anders dan ik had verwacht – voor zover ik daar van tevoren over had nagedacht. Er waren zat mannen die ik hoorde smoezelen als ik langsliep, maar er was ook bijvoorbeeld een vrouw met plateausneakers die onder de tattoo’s zat, die me recht in mijn ogen aankeek. Ik stond op het punt om in huilen uit te barsten, en ze gaf me een zakdoekje. Ze zei dat ik sterk genoeg was om verder te komen, zonder dat ze wist wat dat precies voor mij inhield. En er was een man van middelbare leeftijd, die ongetwijfeld zelf ook een dochter heeft, die zich om mij ontfermde en uiteindelijk mijn hele rekening in het café besloot te betalen. Mijn gezicht creëerde een soort afstand, waardoor ik me veiliger voelde, maar trok soms ook precies de juiste mensen aan.

Ik kreeg het idee dat mensen niet anders met mij omgingen omdat ik onder de make-up zat, maar omdat ik mezelf anders aan het gedragen was – dankzij die make-up. Ik zag er misschien verdrietig uit, maar ik wekte ook de indruk dat ik wel wat meer aan mijn hoofd had dan beleefd lachen naar wildvreemde mensen. Vroeger had ik mensen misschien dichterbij laten komen, en bedankt voor complimentjes waar ik nooit om had gevraagd – vooral als manier om conflicten te vermijden – maar nu verspilde ik geen energie meer aan mensen die ik niet kende. In de jaren na de dood van mijn broertje, heb ik de gewoonte om mijn gevoelens op mijn gezicht te schilderen in stand gehouden. Je hoort weleens dat verdriet altijd een specifieke tijdlijn heeft: er gebeurt iets, je verwerkt het en je laat het achter je. Maar zoals iedereen die het zelf heeft meegemaakt weet: verdriet verdwijnt nooit helemaal. Naarmate de tijd verstrijkt, verspreidt het zich in je omgeving en verandert het je begrip van de wereld. Als ik me tegenwoordig ergens ongelukkig over voel, of het nou iets uit mijn eigen leven is of de erge dingen die in de wereld gebeuren, beland ik telkens weer in dezelfde gemoedstoestand, en leef ik me weer helemaal uit met mijn make-up. Als de realiteit te pijnlijk is, geldt: hoe kunstmatiger ik eruitzie, hoe beter.

Het ritueel is wel een beetje veranderd. Ik zet wat oude plaatjes van Luther Vandross op, schenk een glas Lambrusco in en ga er vervolgens goed voor zitten. Eerst woonde ik samen, maar nu ben ik weer alleen, dus ik kan mijn make-upspulletjes door het hele huis laten slingeren, de muziek zo hard mogelijk zetten en huilen zonder bang te hoeven zijn dat een partner of huisgenoot me probeert te troosten. Het is hemels om mezelf genoeg ruimte te kunnen geven en, als het even moet, een barrière te creëren tussen mezelf en de rest van de wereld.