Photo via D Sharon Pruitt/Flickr
Nadia Byrnes, een doctoraalstudent aan de Penn State University, presenteerde op de jaarlijkse conferentie van het Chicago Institute of Food Technologists een interessant onderzoek. Byrnes liet 184 proefpersonen de Arnett Inventory of Sensation Seeking (AISS) afleggen, een persoonlijkheidstest die uitwijst hoe sensatiebelust iemand is. Iemand met een hoge score op die test staat meer open voor risico’s en nieuwe ervaringen.
Vervolgens stopte ze alle proefpersonen vol met pepers. Min of meer. Wetenschappers doen dat soort dingen vaak wat subtieler dan ik voor het komische effect graag zou zien: ze diende ze een afgemeten hoeveelheid capsaïcine (de stof in spaanse pepers die voor het scherpe effect zorgen) toe, verwerkt in een gerecht. Toen vroeg ze hen om de intensiteit van de hitte een cijfer te geven. Nadat ze ervan hadden gegeten natuurlijk. Wetenschappers hè. Geen gevoel voor humor.
Videos by VICE
Het interessante is dat al snel bleek dat mensen die hoog scoorden op de AISS-test (en dus sensatiebelust zijn) vaak ook een hoge tolerantie heeft voor pittig eten. Dus omgekeerd weet je dat die chick die zonder moeite die sicke thaise turbovuurknalsoep naar binnen schept automatisch een stapje meer badass is dan jij.
Byrne’s proefpersonen waren overwegend blank, dus als je je afvraagt of dit onderzoek ook betekent dat heel Azië rondloopt met suicidale adrenalineverslaafden, heeft dit onderzoek daar geen antwoord op. Eén van Byrnes voorlopers, Paul Rozin, bestudeerde de eetgewoonte van Mexicaanse kinderen in de jaren ’70 en concludeerde dat de liefde voor pittig eten een aangeleerde eigenschap is, die zijn wortels heeft in iets dat “goedaardig masochisme” wordt genoemd. Wat dat betekent voor een cultuur valt nog te bezien.
Meer
van VICE
-

(Photo by Maddie Meyer/Getty Images) -

(BERTRAND GUAY/AFP via Getty Images) -

Kelly Sullivan/Getty Images
