persoon maakt keukenvloer schoon met dweil
Foto door iStock
mentale gezondheid

Waarom een opgeruimd huis kan helpen tegen stress

Huishoudelijke klusjes doen is goed voor de geest.
15 oktober 2018, 12:55pm

Voor sommige mensen heeft het poetsen van de badkamer hetzelfde effect als meditatie. De aanblik van een opgeruimd huis — zeker aan het einde van een lange, stressvolle dag — zorgt ervoor dat ze alle andere problemen even vergeten.

Mocht jij één van deze mensen zijn: er zijn meerdere verklaringen waarom netheid voor jou gelijkstaat aan minder stress. Darby Saxbe, een assistent-professor psychologie op de Universiteit van Zuid-Californië, zegt: “Opruimen geeft mensen het gevoel dat ze hun omgeving onder controle hebben. Het leven zit vol onzekerheden en vaak belanden we in situaties waarin we die controle missen, maar in onze directe leefomgeving kunnen we deze wel hebben. Rommel kan ook afleidend werken, en ons eraan herinneren dat er nog een waslijst met onaffe taken op ons wacht.

Je huis opgeruimd houden heeft ook praktische voordelen: het is immers fijn om te weten dat je makkelijk bij je spullen kan als je ze nodig hebt. Het is frustrerend om ergens te leven waar dingen constant kwijt zijn, zegt Saxbe. Uit haar onderzoek kwam zelfs naar voren dat vrouwen die hun leefomgeving als stressfactor ervaren, zich vaker depressief voelen — in tegenstelling tot vrouwen die hun huis als rustgevend ervaren.

Maar niet iedereen ervaart opruimen als hét zen-moment van de dag. Als je ooit ruzie hebt gemaakt over de vieze vaat dan weet je dit maar al te goed. Iemands persoonlijkheid kan hier een rol in spelen: Over het algemeen zijn mensen die van opruimen houden meer nauwgezet van aard en gefocust op detail, vertelt Saxbe. Mensen die niet van opruimen houden zijn vaker spontaan en minder georganiseerd.

De psychologie achter het stressverlichtende effect van opruimen kan ook evolutionair bepaald zijn. Mensen vertrouwen soms op vaste rituelen en gewoontes — waaronder opruimen — om stress te verminderen, zegt Martin Lang, een antropoloog van de Masaryk Universiteit in Tsjechië, specialist op het gebied van geritualiseerd gedrag. “Het menselijk brein houdt van voorspelbaarheid,” zegt hij. “We willen graag weten wat er in de toekomst gebeurt, omdat het onze overlevingskansen vergroot en zodat we onze omgeving effectief kunnen benutten.”

Als we geen controle hebben — of het gevoel hebben dat alles chaotisch en onvoorspelbaar is — kunnen we stress ondervinden. Dit is vanuit een evolutionair standpunt bedoeld als hulpmiddel, zegt Lang. “Het maant ons tot actie, om controle te krijgen over onze omgeving, zodat we potentieel gevaarlijke verrassingen kunnen elimineren.”

Maar er spelen meer factoren mee: “Als er orde in ons huis of onze omgeving heerst, voelen we ons sneller veilig en vrij om dingen te ondernemen,” zegt hij. Dit zou het stressverlichtende gevoel van opruimen kunnen verklaren. Als je je kamer opruimt, doe je dit vaak op een voorspelbare, repetitieve manier. Dit is op zichzelf een “cognitief mechanisme dat angstgevoelens kan verlichten.” In een ander onderzoek zag Lang dat mensen die gespannen waren over een toespraak voor een groot publiek vaker met een schoonmaakdoekje over hetzelfde object wreven dan mensen die geen stress ondervonden.

De relatie tussen mensen en opruimen kan ook ongezonde vormen aannemen, als deze in extremen treedt. Angst voor bacteriën, een obsessie met symmetrie en netheid of obsessief opruimen en schoonmaken kunnen allemaal signalen zijn van een obsessief-compulsieve stoornis (OCS). En mensen die zonder enige moeite in troep en viezigheid kunnen leven hebben wellicht minder activiteit in bepaalde hersengebieden; in het insulaire cortex en amygdala, om precies te zijn.

Maar goed, als je gewoon rustig wordt van een beetje opruimen na een lange dag, is er niets mis met de Swiffer uit de kast trekken en even tekeergaan.