rouwen

Hoe ik ondanks mijn depressie de zelfmoord van mijn vader wist te verwerken

“Als depressie rouwen keer tien is, is rouwen mèt een depressie ontelbaar.”

door Charissa Promes
12 februari 2019, 10:01am

Foto via Pixabay

Om de paar maanden had Yacintha de Jager (23) haar vader naast haar op de bank. Allebei thuis vanwege hun depressie. Zij af en aan sinds ze veertien is en hij al 25 jaar lang. Tot haar vader het niet meer volhield en zelf uit het leven stapte. De gedachten en gebeurtenissen die daarop volgden publiceerde Yacintha in het boek Dagboek van een (anti)depressivo. Aan Tonic vertelt ze over de intensiteit van rouwen met een depressie en weten dat de aandoening die ze deelde met haar vader, heeft geleid tot zijn dood.

Vanaf mijn achttiende loop ik aan een stuk door bij een hulpverlener. Ik heb sinds mijn derde eigenlijk al last van terugkerende depressies, maar rond mijn veertiende werden ze heftiger. Vanaf dat moment zat ik ook standaard aan de antidepressiva.

Augustus 2016 raakte ik opnieuw in een depressie. Bij mijn vader was het half september van hetzelfde jaar raak. Twee maanden daarna maakte hij een eind aan zijn leven. Dat klinkt snel, maar mijn vader had al 25 jaar lang af en aan last van depressies. Zeker de afgelopen vijf jaar kon je de klok erop gelijk zetten dat hij twee keer per jaar een maand of drie depressief was. Maar hij kwam er elke keer weer uit en dat verwachtten mijn moeder, broertje en ik ook bij de laatste keer.

Als mijn vader depressief was, was hij extreem geïrriteerd. Hij had veel last van slechte nachten. Niet dat hij ‘s nachts rondliep door het huis, maar hij was er heel buiïg door. Hij reageerde heel heftig op kleine frustraties. Dat heb ik ook wel als ik depressief ben, maar bij mij slaat het meer naar binnen. Zo’n twee weken voor zijn dood had hij problemen met z’n printer. Hij werd ontzettend kwaad. Hij stond op, rukte de printer uit het stopcontact en stormde het huis uit naar de computerzaak met dat ding onder zijn arm.

Als hij niet depressief was, dan kon je vreselijk met hem lachen. Dan deden we samen gekke dingen, de radio net even wat harder doen en flink meeblèren bijvoorbeeld.

Het bleef naar om mijn vader depressief te zien. Ik denk dat ik altijd wel een soort achterliggende angst had dat hij er op een gegeven moment een eind aan zou maken. Vroeger zat dat veel meer op de voorgrond, maar door de jaren heen leerde ik het te parkeren, omdat het niet helpt om je constant zorgen te maken.

Hij was redelijk open over zijn zelfmoordgedachten met ons. Een keer was mijn broertje alleen met hem thuis en schreeuwde mijn vader door het huis dat hij dood wilde. Als kind heb ik er zelf niet zo veel van meegekregen. Pas toen ik een jaar of veertien was en zelf depressief thuis zat, en hij na een tijdje ook door de depressie thuisbleef, spraken we er meer over.

Ondanks zijn bozige stemmingen door de depressie, kon ik hele goede gesprekken voeren met mijn vader, omdat we wel heel erg op elkaar leken. We hebben allebei de leerstoornis NLD, daardoor kan ik me bijvoorbeeld wel goed uitdrukken in taal, maar zijn bepaalde dingen als ruimtelijk inzicht lastiger en kan ik sommige prikkels moeilijker verwerken. Een deel van mijn vaders frustraties kwam ook door NLD. Hij had bijvoorbeeld wel zijn rijbewijs, maar hij kon nog wel eens een paaltje omver rijden door dat gebrek aan ruimtelijk inzicht. Verder waren we allebei gek op films – we hadden allebei een Pathé-pas. Hij werkte op een gegeven moment niet meer door zijn depressie en ik deed een thuisstudie, dus dan haalden we regelmatig een broodje bij de supermarkt om de hoek en gingen we tussen de middag lunchen in de bioscoop.

Op de dag van zijn zelfmoord zouden we naar een verjaardag gaan. Mijn vader was die ochtend wel wat onrustig, maar dat was niet ongewoon. Dus we maakten ons klaar om naar het feest te gaan. Op een gegeven moment was hij verdwenen, het huis uit. Toen ging er een alarmbelletje rinkelen. We belden meteen 112. Terwijl we wachtten om iets terug te horen, waren we een goede foto aan het uitzoeken voor zijn signalement. Tot er een rechercheur voor de deur stond met de boodschap dat het al was gebeurd.

Op dat moment wist ik het gewoon even niet meer. Ik kon alleen een bericht terugsturen naar de vriendin met wie ik op dat moment aan het whatsappen was: “Hij is niet gewoon gaan wandelen, hij is dood.”

De eerste weken leefde ik in shock. Het ene moment vraag je je nog af waar je vader is en het volgende moment ben je op zoek naar de papieren van zijn uitvaartverzekering. De avond van zijn zelfmoord zouden we uit eten gaan, maar in plaats daarvan zat ik een kist uit te zoeken.

Ik werd continu door mensen gevraagd hoe het ging. Iedereen nam mij op sleeptouw, naar cafeetjes, of mee bowlen; ik heb allerlei dingen gedaan in die periode. Maar ik heb ook wel moeilijke vragen gekregen, zoals: “Jij bent toch ook depressief, ga je er ook een eind aan maken?” Op dat moment was het nog niet aan de orde, maar toen ik later wel met dat soort gevoelens zat, toen ik dieper in mijn depressie zakte, was het moeilijker om dit te zeggen tegen mijn moeder en vrienden. Mijn moeder had na zijn dood echt zoiets van: we gaan er met z’n drietjes voor. Dan is het moeilijk als je dat gevoel zelf niet hebt.

Ik weet nog dat ik op een willekeurige zondagochtend opstond met het gevoel van: ik wil niet meer. Die dag zouden we gordijnen gaan kopen. Toen mijn vader er nog was, hadden we een nieuw huis gekocht en daar zouden we toen, zonder mijn vader, naartoe verhuizen. Ik weet nog dat ik daar in die winkel stond en dacht: ik kan nu wel gordijnen gaan kopen, maar misschien ben ik er over een paar weken niet meer. En die gedachten had ik vaker, ik kan wel kleding kopen, maar...

Ik was er de hele tijd mee bezig in mijn hoofd. Je hele gemoedstoestand is zwaar, waardoor je op dat moment niet echt een andere uitweg ziet. Mensen vragen mij best vaak of ik boos op hem ben, maar ik zeg dan altijd dat ik zelf heel verdrietig ben, maar ik ben blij ben voor hem dat het voorbij is, omdat ik zijn gevoelens ergens wel herken.

Zijn overlijden heeft veel invloed gehad op de zelfmoordgedachten die daarna weer bij mij opkwamen. Ik ben nu al best wel een tijdje depressief en ik heb vaak geanalyseerd hoe het komt dat het zo lang duurt. De psychologe, bij wie ik nu niet meer loop, zei destijds dat ik vrij goed op weg was om eruit te komen, en dat het waarschijnlijk ook niet heel lang meer zou hebben geduurd, toen ‘dit’ er doorheen kwam. Ik denk dat ze daar een goed punt had. Na zijn dood zei ik m’n vader elke dag goedendag bij z’n foto. Ik kreeg flashbacks van onze momenten samen en als ik een liedje hoorde dat was gedraaid op zijn uitvaart, maakte dat een waterval los. Naast mijn normale therapiesessies heb ik daarom traumabehandeling gehad in de vorm van EMDR. Kort gezegd volg je daarbij een bewegend punt of hoor je verschillende geluiden terwijl je terugdenkt aan je trauma’s. De meest vervelende flashbacks werden hierdoor wat minder. Ik heb zelf ook veel gehad aan gesprekken die ik erover heb gehad met mijn psycholoog, door dingen op een rijtje te zetten en terug te kijken van: o ja, zo zijn we als gezin met elkaar bezig geweest. Soms is het prettig om te praten met iemand die je wel goed kent, maar die wel met een bepaalde afstand naar je situatie kijkt.

Nu voel ik me niet meer constant zo slecht. Het zijn meer momenten, soms dagen. Ik heb ook andere bezigheden die afleiden, maar het leven op zich is best zwaar.

Nu ik aan de andere kant heb gestaan van suïcidale gedachten, werd de daad zelf heel concreet. Dat is beangstigend. Je maakt van dichtbij mee welke impact het heeft op je omgeving. Voorlopig heb ik nog niet de keuze gemaakt of ik wel of niet verder wil, maar ik heb eerder mezelf voorgenomen om het in elk geval nog twee jaar te proberen. In die tijd wil ik uitzoeken wat ik kan, waar ik plezier uit haal en waar ik mijn stress kan verminderen.

Een van mijn behandelaren heeft ooit eens heeft gezegd dat depressie rouwen keer tien is. In dat geval is rouwen mét depressie om een vader die zelfmoord heeft gepleegd, ontelbaar. Maar de suïcide van mijn vader heeft mij laten inzien dat ik het blijkbaar wel aankan. Dat ik sterk kan zijn. Het gaat nu niet perfect, maar op een of andere manier ben ik wel deels door de rouwperiode heen gekomen. Het heeft mij ook geleerd dat mensen vaak een heel ander beeld van iemand vormen als ze iets verder van diegene afstaan. Wij waren als gezin dagelijks getuige van mijn vaders gemoedstoestand, maar bijvoorbeeld zijn zussen, die het natuurlijk wel wisten, hebben niet meegemaakt hoe intens het kon zijn.

Ik denk dat mensen om mij heen hebben onderschat hoeveel dit met mij heeft gedaan. Het is een heel verdrietige gebeurtenis, dus logisch dat je je wat minder voelt, maar het is wel echt meer dan dat. Ik pleit ervoor dat er meer voorlichting komt over wat rouw is, wat daar nog normaal in is en wanneer het depressie wordt en er iets aan moet gebeuren.

Als jij of iemand uit je omgeving worstelt met een depressie, angst of andere psychische problemen, neem contact op met MIND Korrelatie voor informatie of om te chatten of te appen met een medewerker.

Denk jij aan zelfdoding? Of ken jij iemand die aan zelfdoding denkt? Neem contact op met 113 Online of bel 0900-0113.

Volg Tonic op Facebook voor meer gezondheidsverhalen en advies voor onvolmaakte mensen.

Tagged:
Health
suicide
vader
depressie
Tonic
rouwen met depressie