Kunst

Backstage bij het restauratie-lab van het Rijksmuseum

“Je moet niet de hele tijd denken aan hoeveel het schilderij waard is. Dat is echt niet goed voor je.”

door Chloë Arkenbout; foto's door David Meulenbeld
26 maart 2018, 8:03am

“Ik heb een keer tien uur lang in een vrachtauto gezeten op weg naar Chicago, samen met een echtpaar zonder tanden uit Las Vegas en drie poedels met luiers om. Achterin de bus stond een klein bed. Achteraf bleek de vrouw ‘s nachts foto’s van me gemaakt hebben toen ik even in was gedut. Omdat ze het zo leuk vond dat ik er was.” Dit is slechts een dag uit de wondere wereld van junior schilderijrestaurator Nienke Woltman van het Rijksmuseum. Ze reist vaak mee met schilderijen die door het museum worden uitgeleend. En zo maak je nog eens wat mee.

Als Nienke even niet met bejaarden en beluierde honden aan het roadtrippen is, vind je haar in een nondescript gebouw om de hoek van het Rijksmuseum. Daarbinnen is het laboratorium van het grootste museum van Nederland, waar ze met haar collega’s ervoor zorgt dat de topstukken van de oude meesters er altijd lentefris uitzien. Ik ging daar een kijkje nemen.

Ik loop een zaal in die me voor een atelier toch wel erg veel doet denken aan de tandarts. Op Nienke’s afdeling staan zo’n vijftien stokoude schilderijen op eenvoudige ezels. Daaromheen staan talloze apparaten met een medische vibe, zoals microscopen, infraroodcamera’s, UV-lampen, spuitmachines, afzuigkappen, speciale daglichtlampen en zuurkasten. Die klinische sfeer wordt versterkt door de bakken vol gereedschap – waarvan je echt geen idee hebt waar het voor is – en de kasten vol potjes met levensgevaarlijke substanties. Die chemicaliën worden gebruikt om onderzoek naar materialen, pigmenten, schildertechnieken en verouderingsprocessen te doen. En om schilderijen op te lappen zodat ze weer in het museum kunnen schitteren.

Voor iedereen die bordjes met ‘verboden aan te raken’ net zoals ik als een uitnodiging ziet, is werken als kunstrestaurateur een droombaan. Je moet dan wel even voor lief nemen dat je nooit met je blote fikken aan een eeuwenoud doek mag zitten. Dichterbij dan met handschoenen aan een Rembrandt zitten, met een wattenstaafje over een Vermeer vegen of met een mondkapje op kwijlen boven een werk van Jan Steen, kom je als niet-kunstslopend mens nou eenmaal niet. “Je weet nooit wat voor chemische reactie de vetten in je handen over tien jaar zullen hebben op het schilderij,” zegt Nienke, die zich uiteraard zeer bewust is dat ze met onbetaalbare kunstschatten in de weer is.

Ze vertelt dat toen ze voor de eerste keer een schilderij aan mocht raken, ze vooral angst voelde. “Als ik hier door een schilderij heen zou struikelen, zou ik nooit meer terug durven te komen. Maar tijdens mijn werk moet ik ook niet de hele tijd denken aan hoeveel het schilderij waard is. Dat is echt niet goed voor je.” Nienke vertelt dat er in het lab volgens zeer gedetailleerde protocollen wordt gewerkt. Dat moet ook wel, want ze werken daar met kunstwerken die absoluut onvervangbaar zijn. “Bijvoorbeeld: als ik weg ga uit het lab zorg ik altijd dat alles goed vast staat.”

Tijdens het restaureren ontdek je ook weleens nieuwe – of zelfs pikante – dingen in oude schilderijen, waarvan de kunstenaar in kwestie waarschijnlijk juist nooit had verwacht dat iemand ze ooit zou zien. Toen Nienke bijvoorbeeld onderzoek deed naar de kimono-meisjes van Breitner, kwam er op een röntgenfoto onder een kuis meisje een naakte vrouw tevoorschijn waar overheen was geschilderd. “Je komt zo heel dichtbij een kunstenaar en krijgt een kijkje in zijn proces.”

Maar voordat Nienke een Breitner mocht bestoken met röntgenstraling, heeft ze flink moeten leren en bovendien allerlei keuringen moeten doorstaan. Zo is er een vrij strenge handvaardigheidstest en kan ze het verschil tussen kleuren uitstekend waarnemen. Wat dat betreft is ze een beetje de chirurg of de F16-piloot in de kunstwereld. Soms vraagt Nieke zich wel af wat er zal gebeuren als ze haar baan kwijt zou raken. “Ik kan helemaal niets anders.” Aan de andere kant vertelt ze dat hoe ouder je wordt, hoe beter je wordt. “Over twintig jaar zullen mijn handen nog vaster zijn.”

Bekijk hieronder meer foto’s van het restauratielab van het Rijksmuseum.